‘t Is maar een spelletje … (KHF-2)

spelletje_small“Na ugye”

Vanavond, 15 november 2015, heeft voetballend Hongarije geschiedenis geschreven. Na de winst op Noorwegen met 2-1 in eigen huis, kan Hongarije door naar het EK. Geen kleine overwinning: voor het eerst in 30 jaar mag het land weer eens deelnemen aan een groot voetbaltoernooi; voor het eerst in 44 jaar aan specifiek het EK.

Dat was lang wachten! In de jaren 50 van de vorige eeuw waren de verrichtingen van de Arany Csapat, het (Gouden) Hongaarse voetbalelftal, ongeveer de laatste aanleiding voor de gemiddelde Hongaar om trots te zijn op zijn land. En voor velen ook de eerste.

De naam Ferenc Puskás is nauw verbonden met dat succes. De legendarische aanvoerder bracht zijn team tot een tweede plaats op het WK van 1954 (achter West-Duitsland). De verwikkelingen rond 1956 trokken een flinke wissel op zijn carriere: het Honvéd clubteam speelde net in het buitenland toen de revolutie uitbrak en besloot niet terug te keren. Puskás kon pas na een tweejarig voetbalverbod van de UEFA aan de slag voor Real Madrid.

Democratisch Hongarije rehabiliteerde Puskás in 1993, waarna hij tot vlak voor zijn dood in 2006 nog regelmatig gehuldigd en geeerd werd. Dat geeft niet alleen aan hoe groot en belangrijk zijn prestaties waren; het laat ook zien dat de echte winnaars, de positieve rolmodellen, voor jonge Hongaren niet voor het oprapen liggen.

Voetbal en politiek zijn in Hongarije een nieuw huwelijk aangegaan. De regerende partij van premier Viktor Orbán – met de man zelf voorop – dicht het voetbal namelijk een belangrijke gidsrol toe. Of hij houdt er zelf teveel van, dat kan natuurlijk ook. Feit is dat momenteel een deel van het ‘volk’ juicht in en om de al gebouwde en de nog geplande stadions voor het volksspel. Een ander deel gruwt van de brood-en-spelen mentaliteit van de grote aanvoerder en moet bijvoorbeeld niets hebben van de nieuwste plannen om voetballes verplicht te maken op Hongaarse scholen.

Orbán zelf, aanwezig tijdens de bewuste wedstrijd, moet ongetwijfeld gedacht hebben (met een Hongaarse variant op Johan Cruijff): elk voordeel heeft potentieel nog meer voordelen! Zijn twitterreactie liet weinig te wensen over: een simpel “Na ugye”, wat iets betekent tussen ‘Toch, he?’ en ‘Nou dan!’ in.

Hoe het ook zij: na de wedstrijd, live op de televisie, glunderde de verslaggever van de staatsomroep niet alleen vanwege de doelpunten. Wat er als eerste bij hem opkwam was – nou wordt het even goed opletten: de gedachte aan de reactie die zijn collega van de Noorse televisie gaf (die sloeg zich schijnbaar op de knieen van opluchting, een week of wat geleden) toen bekend werd dat Noorwegen en Hongarije tegen elkaar uit zouden komen. Wraakgevoelens alom. Hij stond in ieder geval midden tussen de Lonsdale Boys en de Ria-Ria-Hungaria schreeuwers en liet zich met genoegen op de schouders slaan.

Datzelfde kon niet gezegd worden van de verslaggever van de ATV, een meer aan de oppositie gelieerde omroep. Vlak voor de wedstrijd, ter plekke bij het stadion, meldde die zuinigjes dat er zekerheidsfunctionarissen rondliepen met zware wapens, dat de supporters zeer opgewonden waren en dat die zelfs met hen (de tv-ploeg van ATV) problemen hebben en dat terwijl zij (de tv-ploeg dus) Hongaren zijn, – even pauze, om er half lachend, half verontschuldigend aan toe te voegen: volgens hen dus niet!’

Geen grote, wereldbestormende ontwikkelingen maar wel symptomatisch voor de zich verwijdende breuk waar op afgestevend wordt in dit land dat het recht van de sterkste tot grondrecht heeft verheven.

Volgende keer: vluchtelingen komen en emigranten gaan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.