KHF 3: Liever een mercedes voor de deur, dan …

PeperAlweer twee maanden geleden had Ekke Overbeek in dagblad Trouw voor onze ‘wat-is-er-mis-discussie’ een interessant punt te pakken. De aanleiding voor zijn artikel was de huidige gemoedstoestand in Polen (en andere Oost-Europese landen) als het gaat om Europees denken en opereren in een gezamenlijke politieke en humanitaire context, in concreto in deze tijden van vluchtelingenproblematiek.

De vluchtelingenquota van Juncker kwamen er bij de Polen, Slowaken en Hongaren niet in. Het westelijk deel van de Unie reageerde bevreemd en verongelijkt om de Visegrád-landen vervolgens gebrek aan solidariteit te verwijten. Dwang hing in de lucht waarop de poot nog stijver kwam te staan. Terloops kondigde Overbeek ook de overwinning van de typische stijve poten-partij PiS al aan, die inderdaad in oktober – onder aanvoering van het tactische duo Kaczyński / Szydłó – een absolute meerderheid behaalde in het Poolse parlement (het stuk is hier nog integraal te lezen).

Om eindelijk bij de echt spannende kern van zijn betoog aan te komen: het rondje dat Overbeek zich permiteert langs de ‘dug-outs’ van de Poolse velden, de politiek-culturele bastions van enige ‘zuilen’ van maatschappelijk Polen. Visitekaartjes van een oud-solidarnosc activist, van een schrijver van een alternatief historisch scenario, van een historisch revisonist die geschiedpolitiek bedrijft en van een linkse socioloog.  De clou: ze zijn volgens Overbeek opvallend eensgezind in hun oordeel:

Door de grote onderlinge verschillen – oud, jong, links, rechts – vallen de overeenkomsten des te meer op. Alle vier auteurs ondermijnen mythes over Polen als een fundamenteel nobel en onbaatzuchtig volk. We waren naïef of zelfs dom en daar deden buitenlanders en vreemde mogendheden hun voordeel mee. Realiteitszin is geboden (…).

Over de hele linie lijkt een reveille aan de gang, met terugwerkende kracht zet men vraagtekens bij gebeurtenissen en niet in de laatste plaats ook bij de narratieven die daaruit voortsproten, één en ander teneinde beter beslagen ten ijs te komen. Dit valt wat rauw op het westerse dak, wellicht. Waarom zijn ze niet gewoon tevreden en doen ze lekker mee, daar?

Overbeek:

Oost blijft moeilijk te begrijpen voor West. De lange tenen, de korte lontjes. Het heeft te maken met een ambigu zelfbeeld, het onbehagelijke gevoel een goedkope afdruk te zijn van een westers origineel, het gedeukte ego van de gastarbeider en de onderaannemer, een identiteit die zit als een pak uit een tweedehandswinkel.

(…)

De welvaartsgroei is nog te klein om je gelijkwaardig te voelen, maar groot genoeg om ambities en frustratie te voeden. De anti-liberale revolutie van Orbán en Kaczynski is daar een antwoord op. Als wij geen erkenning krijgen, dan eisen wij haar luidkeels. Helpt dat niet, dan geven wij onszelf die erkenning. Op zo’n moment slaat een minderwaardigheidscomplex om in zijn tegendeel: Europa is ziek! Wij zijn gezond!

Zie hier een redelijk verfijnde poging om de halstarrige democratieen van Polen en (bij verstek ook) Hongarije enigszins te verklaren.

En toch is het het nog net niet.

Dat minderwaardigheidscomplex zit me dwars. Het is iets te makkelijk. Het doet denken aan onze eigen beeldenstormers en hoe die werden weggedrukt door regentesk Nederland. Ik bedoel nu met name Pim Fortuyn en, vooruit, Hans Janmaat van de Centrumpartij / CD misschien ook nog wel. Toendertijd uitermate discutabel ontvangen en doodgezwegen door het verlichte deel van Nederland, nu hier en daar al onderwerp van melancholische devotie geworden en geroemd om hun avantgardistische directheid: ‘ze wilden onverbloemd kunnen zeggen waar het (volgens hen) op stond’.

In taal die de samenleving van toen niet aankon, dacht men bij de media en in politiek Den Haag.

Natuurlijk willen mensen in Hongarije graag een mercedes voor de deur om af te kunnen rekenen met dat oostblok aan hun been. Maar dat links in Polen volledig – en in Hongarije bijna – is weggevaagd, is wellicht een signaal voor iets anders.

Oost Europa heeft nauwelijks een ‘klik’ met westerse idealen. Tenminste, niet in de landelijke politiek. Ten dele omdat idealen ‘hol’ zijn (de socialistische erfenis) en verder omdat we in een ‘boter-bij-de-vis’ tijd leven. Ongegeneerd idealen vertolken komt je als politikus of bestuurder nu eenmaal duur te staan in deze tijd van reaguurders en absurde extremen. Dat kan oneerbiedig overkomen, zeker, maar opportunisme en machiavelliaanse machtsspelletjes leer je al in de zandbak. Aan de andere kant: als je nooit geleerd hebt dat vreemdelingenhaat eigenlijk niet kan, dan heb je dat nooit geleerd.

Wordt (dus) vervolgd …

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.