Monthly Archives: April 2016

MNB: Algemeen fonds = vrij parkeren!

WachtNatuurlijk dient zelfs in het Hongarije van vandaag nog niet meteen elke oprisping van het kritische blogleger te worden overgenomen, als er weer eens geconstateerd wordt dat een politieke beslissing verregaande implicaties heeft of gaat krijgen. Al vaker is gebleken dat de fietser nooit zo plat wordt gereden, als dat hij wordt opgejaagd. Desalniettemin: de kwestie met de Hongaarse Nationale Bank klepperde al vanaf het begin hoorbaar met haar klepels!

Niet in de laatste plaats omdat er feitelijk maar weinigen zullen zijn die het echt zullen snappen. En dat weer niet in de laatste plaats omdat er zoveel dingen gebeuren waarvan de meeste mensen nooit weet zullen hebben. Waarmee maar weer eens het belang voor een doorzichtige democratie als basis voor een functionerende samenleving overeind staat – en daarmee dus het belang van een vrije pers en structureel inzicht in overheidsaangelegenheden. Waarmee we in één haal weer terugkeren bij een ander zeer puntje, dat enige tijd geleden al zijdelings even werd aangestipt: Hoezo vrije pers?

Even kort door de bocht voor wie het verhaal niet helemaal niet kent. De regering heeft al langer problemen met de kaste van aloude civiele organisaties, die door buitenlandse fondsen overeind gehouden werden: van Helsinki Committee voor de mensenrechten via groeperingen als Ökotárs milieu- en samenlevingsbouw, tot en met een oude spin in het maatschappelijke web als Soros met zijn Open Society. Daar kan Fidesz niet mee werken, zoveel is duidelijk.

De fondsen uit Brussel, de EU-subsidies aan de andere kant, zijn inmiddels meesttijds wel redelijk onder controle van de Partij gekomen. Allerhande ZRt’s, Kht’s en andere fijne gezwellen verzorgen de nationale versnijding en ompakking van alle substantiele geldstromen, waaronder: landbouwsubsidies; scholen en ziekenhuizen; natuurbescherming; weg- en waterbouw, op-, af-, om- en bijscholings- en -werkingsprogramma’s;  etc. En dan heb je ook nog fratsen als de contracten over kerncentrale Paks, die 20 jaar geheim zullen zijn.

De regering wil het dus allemaal anders gaan doen. Veel daarvan hebben we onder de noemer van de nationaal economische samenwerking, ofte wel het grote stelen al langs zien komen, maar deze nog niet. Het lijkt erop dat één van de problemen toch in de begrotingen zit: die zijn te openbaar. Er moet nog wat op worden gevonden om de samenleving direct te kunnen beinvloeden, zonder dat meteen elke criticus aan de bel trekt als er – ik noem maar wat – weer eens een paar miljoen geschoven wordt naar een bevriende mediaoutlet om de vuile politieke was te klaren.

En dat hadden – zo mooi –  die MNB-fondsen kunnen zijn. Want die waren – tot voor kort – anoniem en onbekend. Tot journalisten verbonden aan HVG en het portal Világgazdaság rechtzaken aan begonnen te spannen en tot de Kuria ging om hun gelijk te halen, afgelopen winter. En uitkwam dat het geld van de Nationale Bank wel gemeenschapsgeld was, en de managers ervan dus wel onderhevig aan het in het openbaar afleggen van rekenschap. Waaronder dus ook de stichtingen vielen die van dit geld werden bestierd, inclusief hun gebouwen en subsidiespotjes.

De HVG heeft nu de lijst met begunstigden gebracht van de verschillende stichtingen van de Hongaarse Nationale Bank (zie de blauwe links voor de zes pdf-files met nadere info). Omdat het dus – nogmaals, közpénz is. Gemeenschapsgeld. Vandaar het gewicht van die hele discussie. Feitelijk gaat het niet eens om zulke enorme grote hoeveelheden geld gaat, zeker niet in vergelijking met de EU-subsidies, bijvoorbeeld. Maar wel om gemeenschapsgeld.

En de fratsen van de MNB zijn er ook al niet minder aandoenlijk om. Het boekje over de zeer succesvolle aanpak van het Hongaarse model, bijvoorbeeld. Maar zeker ook de euro-miljoenensteun voor nieuwsportaal vs.hu, de alom gerespecteerde, maar nu ietwat gevreesde en geminachte opkoper van eens zo glorieuze, zelfstandige origo.hu. Maar daar hebben we het al eens kort over gehad.

Intussen buitelen de sappiger dan sappige infobits over elkaar heen en zegt oppositiepartij Együtt zegt aangifte te gaan doen van valsheid in geschrifte.

Wie heeft het toch steeds over offshore als je ook gewoon thuis lekker uit je dak kan gaan?

Magyar Frappe: documents en data

Met enige moeite werd er deze week nog een vierde en voorlopig laatste Hongaarse Panama Paper uitgezweten, Kerényi János. Meer dan een week daarvoor waren de zaakjes van bankier Erős János, (even niet op Népszabadság zoeken, want meneer is mede-eigenaar van die krant) directeur van de Hongaarse Ontwikkelingsbank van 2002 tot 2010 al bekend geworden. Prima, onder de loep ermee, maar het neemt niet weg dat de rotste appels wat te ver van de boom lijken te rollen: 11 miljoen documenten, honderdduizenden bedrijven en slechts vier (VIER, vier, 4) Hongaarse betrokkenen? Het kan natuurlijk altijd zijn dat de belastingdienst en de journalisten overleggen over de beste manier om de info te checken en te verzilveren en dat dan vervolgens er nog een aantal gevallen zal worden gepubliceerd. Andere mogelijkheid, als het voormalig en het huidig politieke kader elkaar inderdaad zo netjes in evenwicht houden als ze dat tot nu toe lijken te doen, is dat de hele vracht met informatie verder min of meer achter de schermen verdwijnt: geef het ajb niet aan Minister van Binnenlandse Zaken Pintér Sándor!

Hoe dan ook, een lichte anticlimax.

 

Meer data dan, maar small: er zijn statistieken beschikbaar gekomen over diverse belangrijke sociaal-maatschappelijke vraagstukken en hoe zich in betrekking daartoe het Hongaarse volk verhoudt tot op het door de vragensteller vooropgestelde antwoord voor zover ongewis. Wist u bijvoorbeeld dat van de mensen die wel denken dat bosaanleg past in het werkverschaffingsprogramma, 47% geen werk in het buitenland zou aannemen? En dat van alle mensen die een woning hebben met één tot twee kamers, er 19,6% wel van het Magyary Zoltán Overheidsvernieuwingsprogramma hebben gehoord? Tegen maar liefst 28,7% van de mensen die vier of meer kamers hebben thuis? Het is toch wat!

OK, het gebruikelijke rondje ‘overheidsaanbestedingen afzeiken’ was natuurlijk maar één kant van deze interessante zaak. Graag wil het volk ook vernemen wat er voor tactische (bruikbare) informatie vrij is gekomen – betaald door ons belastingbetalers, besteld door onze regering en – indien het hooggerechtshof er geen stokje voor had gestoken – door die laatste ook fijn geheim gehouden?

Oftewel magyarul: wie en hoevelen zouden er voor en of tegen welke (eventuele) acties van de regering zijn? Statistiek is gevaarlijk spul voor de professionals maar heerlijk voor de leek:

  • stadions: tegen
  • geven van medailles aan extreemrechtse mensen: tegen
  • Alföldi Róbert directeur van Nationaal Theater: voor

Als het over de winkelsluiting gaat, is er inmiddels ook duidelijkheid geschapen:

De Hongaarse vuile was (achter de Panama Papers) – deel 2

Met dank aan / ©: 444.hu
© 444.hu

Deel 2 van het opniestuk over de economisch grondslagen van het Fidesz-systeem

door Kasnyik Márton / 444.hu

Er bestaan twee type sectoren in de Hongaarse economie: eentje die met regeringsassistentie leeggeroofd wordt, en eentje waar je niet aan mag komen

Als dat zo is, waarom hebben ze dan nog niet alles verduisterd, of – in de woorden van Lánczi – toebedeeld aan de Hongaarse ondernemers? Het antwoord is simpel: het heeft alleen zin om aan die sectoren te komen, waar de winst gegarandeerd wordt, waar niet hoeft te worden geconcurreerd, waar innoveren niet nodig is, waar je niet hard hoeft te werken. Al vanaf het begin heeft de twee-derde meerderheidsregering van Fidesz de Hongaarse economische sectoren in tweeen verdeeld: een deel waar verduisterd kan worden, en een deel waar niet verduisterd kan worden

Ongeveer zo:

verduisteren

 

De ervaringen van de afgelopen zes jaar laten zien dat in bepaalde sectoren de regering op diverse manieren haar doelen probeert te bereiken. 1) Door de regels voortdurend te veranderen houdt ze zelfs de meest goedgelovige marktspelers in chronische onzekerheid; 2) Andere spelers wordt ronduit de oorlog verklaard; 3) Weer andere worden verboden; 4) Sommige krijgen strafbelastingen opgelegd; en 5) Tenslotte zijn er ook die onder dwang weer staatseigendom worden gemaakt. Als het zo uitkomt, worden de meest kapitaalkrachtige, vaak buitenlandse spelers verjaagd of doodgebloed. De regering kan zich vrijwel alles permiteren en meteen duiken de makkelijk te identificeren ‘begunstigden’ op, die profteren van de ingrepen.  In enkele van deze sectoren is diefstal het hoofddoel geworden – met name de teveel in rekening gebrachte kosten bij EU-geld (niet 20 tot 25 procent, maar zelfs 100 tot 130 procent) – wegenbouw en railinfrastructuur zijn daarvoor goede voorbeelden.

In andere sectoren kunnen de marktspelers soms weer rustig hun gang gaan, een enkele keer worden de buitenlandse investeerders – die kapitaal en technologie inbrengen – zelfs helemaal in de watten gelegd. Dit zijn de zogenaamde productie-sectoren, die vastomlijnde en in het buitenland verkoopbare producten produceren. Zo vaak hij maar kan laat de minister-president horen hoezeer hij van dergelijke tastbare dingen houdt en van het “produceren” an sich. Ook hier krijgen bepaalde actoren voorkeursbehandelingen, ook hier worden sommigen geholpen en andere benadeeld, maar de bedrijven hoeven tenminste niet bang te zijn voor de regering. Er is geen dreiging dat plotseling een vriendje van de regering op de stoep staat om de business over te nemen. Garancsi István gaat echt geen suzuki’s of pompringen produceren!

Veel Hongaarse ondernemers worden helemaal koud van deze tweedeling. Als je aan de linkerkant van de streep staat, kun je erop wachten dat je vroeg of laat onmogelijk wordt gemaakt, in het beste geval kun je een plekje krijgen aan de kortste eindje van een verknipte markt. Behalve als je vazal bent geworden, als je het juiste achterdeurtje hebt gevonden waardoor je geld terug kunt plaatsen op de goede plek (wat, afgezien van corruptie, ook een nieuw soort belasting is geworden). Ook aan de andere kant kun je niet gerust zijn, want niets garandeert dat jou sector niet af zal glijden tussen de ‘verduisterbare’.

Het is niet voor niets dat de regering vooral in die sectoren bezig is, waarvan de markt in Hongarije ligt – niet in het buitenland – en waar een eventuele buitenlandse mededinger niet uit het land kan wegvluchten. Net als dat het geen toeval is dat de sectoren die het minst te lijden hebben van dit soort corruptie, de sectoren zijn die veel bijdragen aan de export, en/of de sectoren die makkelijk naar het buitenland kunnen vertrekken, mochten ze worden tegengewerkt. (Een energiebedrijf, een telecommuncatiebedrijf of een bank, met investeringen die niet kunnen worden meegenomen, kunnen niet zomaar vertrekken – niet verwonderlijk dat in deze sectoren de sector-belastingen vielen. Een autofabriek kan veel makkelijker naar, bijvoorbeeld, Roemenie of Polen verhuizen als de regering zou beginnen met tegenwerken.)

De oplossing is eenvoudig. Voor de balans heeft de regering tot op zekere hoogte succesvolle export-sectoren nodig. In de sectoren waar export geen rol speelt, – of wel, maar dan zonder dat de resultaten verslechteren als de buitenlanders worden weggejaagd – daar is het vrij stelen geblazen.

Er zijn nog enkele grensgevallen, zoals het toerisme – dat tot nu toe met rust werd gelaten maar nu ook dreigt te worden gecentralkiseerd – of de logistiek, waar al een sterk Hongaars bedrijf zat, dat echter nu met hulp van de Hongaarse staat in beton gegoten wordt. Zo ook in de landbouw en levensmiddelen: hier is de export redelijk belangrijk, maar de productiefactor land kan toch niet worden overgebracht naar elders. Verder kan er op worden gerekend dat de land-gebonden EU-subsidies blijven komen, zodat ook hier de overheid geen interesse heeft om de marktwerking toe te staan. Sterker nog, in de provincie Fejér (thuisbasis van Orbán Viktor en vazal Mészáros Lörincongersman) is het net of de feodale verhoudingen weer terug zijn gekeerd. De IT-sector is een grensgeval omdat de staat zeer veel aanbestedingen doet op dit terrein, wat vaak tot verduistering leidt; aan de andere zijn er bedrijven die voor buitenlandse markten werken en die met rust worden gelaten.

Het valt niet te ontkennen dat de sectoren waarin Simicska Lajos (in ongenade gevallen voormalige hoofdoligarch van Fidesz – ongersman) actief was, en waarin sindsdien de nieuwe, vervangende Fidesz-vazallen op hun beurt hun rijkjes hebben kunnen opbouwen – de bouw, media, landbouw, energie, openbare werken (verlichting), financieel, toerisme – alle in de verduisterbare sector zitten.

Maar toch: wanneer houdt het eens op?

In het ideologische frame van het Fidesz-systeem was het tot nu toe genoeg om – als iemand eens hardop vroeg waarom er werd gestolen, waarom het bepaalde economische actoren onmogelijk werd gemaakt – te zeggen:  we doen dit voor de nationale ondernemers en voor het versterken van het binnenlandse kapitaal. Als die steun aan de nationale ondernemers nou plaatsvond zonder de concurrentieposities te beinvloeden, dan had het nog geloofwaardig kunnen wezen, maar zo is het niet. Openlijk wordt er een eigen netwerk van vazallen vetgemest in de kleptocratie die er is ontstaan.

De kring van begunstigde Hongaarse ondernemers rond Fidesz zou in een open markteconomie niet kunnen overleven, dat kunnen ze alleen maar als de staat hen direct financiert of als de staat met regelgeving een omgeving creeert, waarin de premies zonder problemen kunnen worden uitgeteld.

Inefficiente, langzame en slechte economische modellen bloeien in de verduisterbare sectoren, en dit wordt erger en erger.

Wanneer gaat de hoofdideoloog van Fidesz eens inzien, dat nu, jaren en jaren na de volledige krach van de “ballib” politieke infratructuur, er in dit land niets meer is wat geevenaard, gecompenseerd, ‘overstolen’ dient te worden? Dat ze met deze acties de nationale ondernemers in werkelijkheid kwaad doen en dat ze in de praktijk slechts types in stelling brengen – die niet alleen internationaal, maar zelfs nationaal geen enkele concurrentiepositie zouden kunnen innemen, maar wel – met hun geheel op stelen gefocusde, ideeloze instelling – allang een last van nationaal gewicht vertegenwoordigen?

De Hongaarse vuile was (achter de Panama Papers) – deel 1

Met dank aan / ©: 444.hu
© 444.hu

Vrijwel elke poging om in beeld te brengen wat er nu werkelijk met de geldstromen in Hongarije gebeurt, blijft een krachteloze krabbel aan de oppervlakte. De commotie rond de Panama Papers belooft op termijn een doorkijkje te geven aan de achterkant van het ongelijk, – maar hoe pak je zo’n draak nou aan de voorkant, bij zijn vele koppen?

– Moeten we op de loer gaan liggen in Felcsút?
– Moeten we alle aanbestedingen volgen van de Ministeries?
– De budgetten van alle 3000 gemeentes screenen?
– De winnaars van EU-gelden opsommen?
– De rapporten van OLAF filteren?
– De facebook-vrienden van Fidesz onderzoeken?
– De nummerborden van de luxe-suv’s in de suburbs verzamelen?

Er is bijna geen beginnen aan. Terwijl de hoofdvraag duidelijk is: in een land waar verpleegsters en dokters nog steeds tussen de 400 en 800 euro bruto mee naar huis nemen, waar werklozen en plein public voor twee keer minder dagelijks worden vernederd, in dat land, wie zijn dat toch die in al die zwembaden liggen, in de plaza’s shoppen, wie zijn dat die twee vluchten per dag naar Dubai kunnen vullen? Wie zijn dat en waarom zij?

Natuurlijk, er bestaan ook gewoon succesvolle ondernemers. Die hard werken, een betrouwbare reputatie opgebouwd hebben en goede spullen leveren voor een faire prijs. Dat in die hoek geld wordt verdient is wat anders.

Maar van het tegendeel – slechte vakmensen, veel te hoge prijzen, slechte reputatie / onverdiende opdrachten – daarvan hoor je helaas nog veel vaker. Of dat altijd letterlijk corruptie is, is vaak maar de vraag. OLAF zal er niet direct wakker van liggen zolang het niet uitdrukkelijk verboden is. Het LMP gelukkig wel: Of een pak papier van 300 pagina’s met lettertjes bedrukte pagina’s – voor het Tudás-Park project – in anderhalve maand samengesteld door een éénmansbedrijfje aan het Balatonmeer, nou echt 22,67 miljoen forint moet kosten? Dat lijkt in ieder geval stelen van gemeenschapsgeld.

Vandaag had 444.hu er ook weer eens genoeg van en kwam met een poging tot overzicht van de corruptie en andere verdachte geldzaken in het openbare leven van Hongarije.

Met hun toestemming hier de vertaling van dat artikel – eerste deel.

Nu maar hopen dat ze er iets / niets van leren.

————————————————————————————–

Waarom stelen ze toch zo ongelooflijk VEEL?

Door Kasnyik Márton

De laatste tijd zijn er zoveel gevallen van verduistering, dat er geen tijd meer overblijft om over andere dingen te schrijven. Banken, bouwbedrijven en projectontwikkelaars, onroerend goed, aanbestedingen voor media, communicatie en consultancy, sappige energiecontracten – allemaal komen ze openlijk of via een omweggetje terecht bij mensen uit de omgeving van belangrijke politici, onder aansturing van de regering. Er gaan dagen voorbij dat er wel vier, vijf van dergelijke miljardenzaken zijn waarover gerapporteerd dient te worden.

Vlak voor de val kon zelf de ethisch en vakinhoudelijk al aan lager wal geraakte MSZP van Gyurcsány Ferenc slechts dromen van plunderingen op een dergelijk grote schaal.

Deze boevenstreken zijn meestal in wettelijk opzicht moeilijk aanhangig te maken zaken (hoewel er wel eens dingen gebeuren die thuishoren in detective-verhalen, zoals bijvoorbeeld de honderd zakken baargeld van Tarsoly Csaba (Quaestor-zaak)

Er zijn speciale, legale of half-legale, methodes ontwikkeld om bedrijven en eigenaren die door de politiek zijn uitverkoren in positie te brengen, waarbij de aan hun doelen aangepaste wetgeving onbelemmerde winsten garandeert.

Er hoeft niet te worden geconcurreerd, er hoeft niet te worden gestreden om de sympathie van de consument of de klanten door goedkoper dan de concurrent betere diensten of producten aan te bieden. De regering zorgt overal voor. Als er al problemen opdoemen op het legale vlak, dan zorgen de instituten die door de partij openlijk zijn ingenomen (Openbaar Ministerie, Belastingsdienst, financiele toezichthouders, etc)dat de zaken netjes worden weggepoetst in plaats van onderzocht. Maar geen zorgen: er werken genoeg snelle advocaten in Boedapest die met hun goede adviezen er prima voor kunnen zorgen dat het nooit tot een rechtszaak zal komen!

Wat is erbijvoorbeeld gebeurd bij de kansspelen? De overheid heeft de gokautomaten verboden en vervolgens aan enkele dichtbij-staande personen het monopolie toegespeeld over het uitbaten van casino’s. En de gokbelasting verlaagd. De opbrengst voor de betrokkenen is enorm en gegarandeerd. Bij de tabak hetzelfde bekende verhaal. De verkooppunten zijn toegevallen aan personen die door de regering zijn uitgezicht, en wat de groothandel betreft krijgen de regeringsvrienden alle wind in de rug, die ze maar nodig hebben. En dit zijn geen uitzonderingen.

Waar komt toch die onstilbare honger naar dievengeld vandaan?

Corruptie is het hoofdbestandeel van de Fidesz-politiek

Vorige week heeft Lánczi András, een belangrijk ideoloog van Fidesz, iets gezegd waarbij de meesten slechts hun schouders zouden ophalen.  De gedachte past prima in de overkill aan cynische verklaringen, waarover verstandige mensen allang besloten hebben zich niet meer voor niets op te winden. Toch is het iets om even bij stil te staan.

Wat door sommigen corruptie wordt genoemd, is feitelijk het belangrijkste element van Fidesz politiek. Daar bedoel ik mee, dat de regering doelen heeft bepaald zoals de opbouw van de binnenlandse ondernemers en de opbouw van de basis voor een sterk Hongarije op het platteland en wat industrie betreft. Elke buitenlander die wil produceren en investeren, wordt met open armen ontvangen. En dan zeggen ze “Dat is corruptie!” Dat is een politiek standpunt: wat hier gebeurt is het mystificeren van het woord corruptie. (…) Het woord corruptie heeft 13, 14 verschillende betekenissen in de sociaalwetenschappen. Maar daar zit niet bij dat als men uit nationaal belang iets doet, dat dat dan meteen corruptie zou zijn.”

Een fantastische retorische vondst: het is een nationaal belang, dat bepaalde landgenoten zonder daadwerkelijke inzet miljarden in de schoot geworpen krijgen. Daarna: boem, corruptie en de versterking van de industrie zijn in feite hetzelfde, stel je voor! Hier werd trouwens ook nog door Lánczi aangegeven, dat men niet over Maffia-staat kon raten, want er zijn geen lijken: (“Wie is er vermoord, dat zou ik willen vragen!“)

Dus: als de oppositie of – in bredere zin – critici van de regering, deze regering betichten van corruptie – het misbruiken van een machtspositie met geldelijk gewin als doel – dan nemen ze die regering feitelijk haar essentiele punt van beleid kwalijk, volgens de voorzitter van de denktank Századvég. Het belangrijkste beleidsdoel van de regering is, tenslotte, het overbrengen van de beschikbare financiele middelen naar de groep van binnenlandse ondernemers, gepaard gaande met het aanpassen van de regels opdat die groep van ondernemers nog verder versterken zal. Daarbij snappen we allemaal wel, dat het beter is dat ze rustig kunnen stelen, dan dat er ook doden bij zouden vallen.

Kerényi Imre, een andere partij-intelectueel, heeft het zo mogelijk nog duidelijker onder woorden gebracht een paar weken geleden:

Maar dat is toch vanzelfsprekend, dat vrienden en familie deelnemen aan het economische leven en het politieke leven. Daarom is er die politieke strijd, welke groep controleert de bestaansmiddelen. (…) Waar gaat de politieke strijd om? Waarom? Om het bezitten van de hulpbronnen. Natuurlijk, dat de partij gunsten verleend aan haar aanhangers bij het benutten van de hulpbronnen. Laten we wel wezen: dat is de essentie van het hele gedoe.”

Lánczi en Kerényi brengen hier perfect onder woorden, wat er om ons heen gebeurt. Fidesz heeft lange jaren gewerkt aan een gesloten systeem dat als doel heeft, dat de socialisten worden overstolen.

Op de één of andere manier is dit geworteld in de psychose van de Fidesz-leiding, na de regime-wisseling (van 1989). Tot aan de perikelen rond het partijgebouw van Fidesz, in 1993, had de partij helemaal geen achterban als het ging om economie en media. Intussen overtuigden ze zichzelf – en vervolgens de helft van het land – dat de communisten zich het hele nationale vermogen hadden toegeigend. Toen deze overtuiging uitkirstaliseerde in politieke kapitaal van een twee-derde meerderheid, was dit allang achterhaald. De ‘achterban’ van de socialisten verdampte snel en bestond in feite niet – zonder voortdurende stroom geld bleef er niets van overeind. Nu heeft de partij niet eens meer een partijgebouw. Desalniettemin is de overtuiging van Fidesz en haar sympatisanten nog rotsvast wat betreft het gebruik van alle middelen om het vermogen dat de partij dekt nog toe te laten nemen.

Orbán Viktor zelf heeft ook verschillende keren gerepliceerd – als de oppositie kritiek had op het systeem van de oligarchen, met name op Simicska Lajos, (hier bijvoorbeeld, in 2012 door Karácsony Gergely toenmalig LMP vertegenwoordiger) – dat daar toch niets mis mee is, het positioneren van de nationale vermogensbeheerders? Jullie werken toch niet voor buitenlands grootkapitaal? Wie verder iets weet dat tegen de wet is, die zegt het maar tegen de justitie die er wel achteraan zal gaan! – zo meende Orbán.

Wordt vervolgd.

 

Maskirovka is onder ons

bullEen paar dagen geleden hoorde een bekende het één en ander dat te vreemd was om niet door te vertellen. Zo gaat dat met rare nieuwtjes, meestal (kijk maar!) In de wandelgangen van een professionele bijeenkomst vertrouwde iemand haar omstanders toe dat in Zweden het leven ook geen lolletje meer is. De vertelster was een bedaarde en sympathieke, verder geheel onbekende wat oudere vakgenoot, die deels in Zweden woonde en daar ook nog wat familie had. Reden om iemand iets op de mouw te spelden was er niet: zelf leek ze het nog het meest te betreuren dat de situatie zich zo ontwikkeld had.

Wat ze vertelde was het volgende:

1 Volgens haar werden kleine kinderen op school stelselmatig gecontroleerd op blauwe plekken. Als er blauwe plekken aan het licht kwamen die niet afdoende konden worden uitgelegd, dan werden per direct de ouders aangepakt door de autoriteiten. Eén en ander was het gevolg van de aloude neiging tot mishandeling, die de gemiddelde Zweed al sinds jaar en dag eigen zou zijn.

2 Dan – we zitten nog steeds in Zweden – de alcoholcontrole. Haar eigen schoonzoon (of zoiets) was door de politie gecontroleerd met een blaasproef. Die was positief – waarschijnlijk omdat de sonde kapot was – waarop voor een jaar het rijbewijs werd afgenomen en er in de tussentijd door de betreffende persoon geen alcohol mocht worden gedronken. Dus ook niet in de privésfeer. Daarbij konden er onaangekondigde controles worden verwacht. Pas als betrokkene een jaar clean zou zijn, dan kon het rijbewijs worden terugverwacht.

3 Tenslotte en toen werden mijn ogen pas echt rond, werd medegedeeld dat in Zweden – net als overigens in Duitsland – wetgeving in de maak zou zijn die huiseigenaren verplichten zou hun vloeroppervlak te laten registreren, omdat boven een bepaalde grootte een deel van de woning beschikbaar zou dienen te komen voor de huisvesting van vluchtelingen.

Na een korte periode van bezinking en (ik geef het toe) controle op internet van de laatste aantijging, begon het er verdacht veel op te lijken dat we een fraai voorbeeld van Maskirovka te pakken hadden.

Als dat zo was dan sluit het aan bij een constatering die meerdere nieuwsorganen in Europa doen. De indruk die ontegenzeggelijk ontstaan is, is dat de recente activiteiten van Poetin’s Rusland in Europa toenemen, diverser worden en moeilijker te volgen zijn. Bekend was al dat extreem-rechtse politieke partijen nauwe betrekkingen met Moskou onderhielden – Front National en bijvoorbeeld ook de Hongaarse Jobbik. Extreem-links had die banden van oudsher nog. Nieuw is nu, dat tegenwoordig ook gematigd linkse denkers en politici zich kunnen warmen in de Russische aandacht.

Minister van Buitenlandse Zaken Lavrov richt zich tot hen in een essay waarin de lange en complexe historische banden tussen Rusland en (de rest van) Europa worden ontleed, van Kiev Rus, via de tsaren en WO I en II, tot en met het einde van de Koude Oorlog, Joegoslavie en Syrie. In zijn amicale en ‘wiedergutmacherige’ stuk geeft Lavrov enerzijds iedereen een aai over de bol door een batterij namen te noemen van, bijvoorbeeld, Oostenrijks-Habsburgse, Franse, Engelse en andere schijnbaar belangrijke ‘opinion-makers’; anderzijds valt de naam van Stalin of Lenin in het geheel niet. Putin wordt twee keer genoemd. De toon is er één van lichte verontwaardiging over zoveel jammerlijk onbegrip aan de kant van (primair) de EU over de beweegredenen van dit zeer significante en internationaal toch echt niet te veronachtzamen volk (met wie zoveel gemeenschappelijks wordt gedeeld!)

Ook hierbij aansluitend zijn de ‘fijne berichten’ over de vriendschap die aan het ontstaan is tussen Lavrov en John Kerry, Secretary of State van de VS.

Intussen vindt een ander belangrijk nieuw krachtmeten plaats op de Balkan, in verband met de vluchtelingencrisis. Duitse inlichtingendiensten melden dat ze zich geconfronteerd zien met openlijke activiteiten van Russische actoren – pers, minderheden, diplomaten en organisaties – waarbij ze hebben de grootst mogelijke moeite hebben om er iets tegenover te zetten. De rol van Rusland in het onwrichten van de Europese staten en de EU an sich, is, waaschijnlijk, moeilijk te overschatten. Manipulatie: machtsvertoon enerzijds, vriendelijke acties anderzijds en roddel en achterklap in het midden. Alles doet mee.

Het andere Index stuk in dit verband tenslotte, gaat in op de betekenis voor ‘de man in de straat’. De tagline: als de taxichauffeurs erover praten, is het doel bereikt! Eerder zagen we al dat op sites als youtube, yahoo en andere een leger aan trollen (uit Rusland) op fulltime basis bezig is om stemming te maken.

Een echte partizaan weet wat hem te doen staat!

 

Panama Papers Hungary: links doet nu ook mee

Panama Papers © The Guardian
Panama Papers © The Guardian

Terwijl het wereldwijde debat op gang begint te komen over de vraag in hoeverre offshore-activiteiten onwettig, onethisch en onwenselijk zijn en wat er dient te gebeuren met de mensen die voorkomen in de paperassen, is in Hongarije een tweede naam opgedoken.

Boldvai László was MSZP kamerlid van 1990 tot aan 2014 en ook daarna nog penningmeester en anderzins financieel betrokken bij de MSZP.

Met name zijn echtgenoot kwam onder vuur, genoemd als eigenaresse van twee offshore bedrijven waar met gebruikmaking van een Zwitserse bankrekening ‘meerdere honderd miljoenen forinten’ langs werden gesluisd. De twee stonden al langer in de schijnwerpers van kritische pers in verband met hun door de jaren op onverklaarbare wijze toegenomen vermogen (huis, spaargeld, auto’s). Ook kwam Boldvai’s naam op in verband met twee grote schandalen van de afgelopen jaren.

In de tweede helft van de negentiger jaren werd onder de naam Tocsik-zaak (Tocsik ügy)de behandeling en verkoop van gemeentegronden via het Staatsbedrijf voor Privatisering en Vermogensbeheer (ÁPV Rt), tegen het licht gehouden. Daarbij bleek dat de advocaat Tocsik Márta een sleutelrol had gespeeld bij bemiddeling bij de verkoop van onroerend goed en hierbij grote premies (meer dan 800 miljoen forint) heeft mogen opstrijken. Deze premies werden uiteindelijk de focus van de rechtzaak. Leidinggevenden van ÁPV Rt zijn veroordeeld voor mismanagement. Tocsik Márta zelf kwam er na tien jaar aan rechtzaken – strafzaak en burgerlijk – vanaf zonder straf maar ook zonder premie. Boldvai werd ook in staat van beschuldiging gesteld (van beinvloeding en speculatief handelen) maar uiteindelijk niet veroordeeld.

Een tweede geval waar de namen van de penningmeester en zijn vrouw opkwamen, betrof het K&H Equities broker-schandaal van Kulcsár Attila, dat in de periode 2003-2007 aan de oppervlakte kwam. Hun eventuele betrokkenheid – afgezien van het hebben van een rekening – werd toendertijd verder niet onderzocht. De hoofdverdachte Kulcsár Attila werd in dit schandaal berucht en gestraft voor de transacties die onder hem via dit onderdeel van de K&H bank werden uitgevoerd waarbij staatgelden – als baten van casino’s en autosnelwegen – gebruikt werden bij financieringen die ver buiten de competenties en doelstellingen van de staat vielen.

Boldvai László heeft na overleg met de leider van de MSZP, Tóbias József, zich teruggetrokken uit de partij. De oppositiepartij Jobbik heeft in verband met de zaak aangifte gedaan.

Daarnaast heeft vandaag Gréczy Zsolt, de woordvoerder van de oppositiepartij DK, alle Hongaarse politici met offshore-activiteiten opgeroepen deze te melden. Volgens hem hebben alle DK prominenten en parlementsleden al een verklaring ondertekend volgens welke noch zijzelf, noch hun partners dergelijke activiteiten hebben. Dit moet natuurlijk impliceren dat Gyurcsány Ferenc – leider van de DK – geen offshore-ridder zou zijn.

 

Wim Brands overleden

zwemmen2Dichter en journalist, bekend van VPRO-programma’s over boeken voor radio en televisie. Boekenman van Nederland: serieus, energiek, doortastend, geduldig.

Middenin het centrum van de dingen stond je schijnbaar alleen. We hebben van je genoten. Wij lezers en schrijvers.

Zouden er veel Nederlandse aspirant schrijvers zijn, die niet droomden van een interview met jou? In jouw ogen iets voor te mogen stellen! Opdat je er nog dingen mocht uithalen – of instoppen – waarvan wijzelf niet eens wisten dat ze erin zaten – of hoorden?

Met je dood gaat er iets verloren wat nog geen naam heeft. Een kijk op betere dingen, mooiere tijden, fijnere mensen. Het project waar we allemaal een beetje aan mee hadden kunnen werken. Zeg ik veel als ik jou als één van de aanvoerders zag?

Dit doet pijn.

Panama Papers: ook deining aan de Hongaarse shores

 © The Guardian Panama Papers
Panama Papers © The Guardian

Voor Hongarije was de website 444.hu er gisteravond als één van de eerste bij om de eerste resultaten bekend te maken van het grote journalistieke onderzoek waaraan – namens Hongarije – het collectief direkt36.hu mee heeft gewerkt.

De tot nu toe enige Hongaarse betrokkene is Horváth Zsolt, een voormalig parlementslid voor Fidesz. Zijn bedrijf – op de Seychellen geregistreerd – werd in 2013 (toen hij nog parlementslid was) niet opgegeven op de verplichte verklaring over bezittingen die parlementsleden dienen af te geven.

Horváth Zsolt lijkt misschien wel geen grote vis in vergelijking met andere figuren op de lijst, de implicaties voor de Hongaarse politiek zijn er nu al. Fidesz heeft bij de verkiezingen aangegeven om de ‘offshore-ridders’ in de Hongaarse politiek hard aan te pakken. De kat-in-het nauw- reactie van de regeringswoordvoerder op de betrokkenheid van een Fidesz-oudgediende belooft in ieder geval een spannende periode.

Ongersman hoopt u op de hoogte te kunnen houden van de Panama Papers in Hongarije.

 

 

De vijfde colonne zit in de verzoening

bevrijdingIn het niet gevoerde debat over het politieke bestel in Hongarije balanceren de kans op verzoening aan de ene en de tendens tot polarisering aan de andere kant. Echte verzoening komt niet uit de lucht vallen, zoals iedereen met een partner, kinderen of een tekkel wel weet. Het is een moeizaam, in psychologisch opzicht een hooggewaardeerd en een tikje mysterieus fenomeen, compleet met catharsis en met veranderende zelf- en wereldbeelden tot gevolg. Als het goed gaat, tenminste.

De uitkomst is namelijk ongewis en kan leiden tot het (moeten) loslaten van comfortable overtuigingen en het (moeten) omarmen van archetypische vijanden. Onderweg is juist polarisering geen onbekende reisgenoot. Er dient geluisterd te worden naar elkaar. Oud zeer wordt uitgesproken en dat doet weer pijn, net als chilipeper.

Als Hollywood verzoening wil bewerkstelligen door films over de Holocaust met een Oscar te feteren, dan hebben zij die zich in de beklaagdenbank voelen staan, al snel genoeg daarvan en zullen dergelijke ‘verzoeningspogingen’ als te aggressief afwijzen. Eventueel worden vervolgens door echte leperds de sentimenten bij elkaar geschraapt en tot categorische probleemvisies herkneed. Zo wordt verzoening weer polarisering en dat weten ze in Hollywood natuurlijk ook best wel.

Hongarije steekt gelukkig nog steeds magertjes af bij andere ontwrichte samenlevingen, zoals Rwanda, het Rusland van na de Gulag of de landen van voormalig Joegoslavie. Toch zijn er in de vorige eeuw meerdere malen belangrijke kansen op verzoening blijven liggen. Zo schrijft Andrea Pető, verbonden aan de Central European University als Holocaust-onderzoeker, over de volkstribunalen die direct na WO II in Hongarije werden opgericht. In beginsel kunnen die worden beschouwd als een goedbedoelde poging om de oorlog en de begane misdaden een plaats te geven, de sociale orde te herstellen en, ook, openbare lynchpartijen te voorkomen.

“The People’s Tribunals were [expected to “deal with” the emotion of hate from both sides], to start the process of normalization and to reconstruct social cohesion by determining the meanings of social interactions during World War II. As a part of the post-war normalization they were supposed to transmit moral judgments about emotions and about the acts stemming from them. Their function was also to punish and to serve as a warning to the perpetrators. The legal language of the court served to mediate and express emotions. The court was a highly structured space for communicatioin between criminals, victims, and witnesses.”

Pető stelt vervolgens vast dat het instituut niet heeft kunnen bijdragen tot een voor alle partijen bevredigende verzoening. De redenen hiervoor waren divers.

  • Dergelijke tribunalen moeten aan allerlei expliciete, impliciete en intersubjectieve verwachtingen voldoen – van slachtoffers, daders en getuigen, waarbij de omstandigheden vaak niet open staan voor meer dan de primaire juridische aspecten, de feitelijke (technische) schuldvraag. De andere niveau’s die van belang worden geacht – een pragmatisch niveau waarop deals worden gesloten tussen de deelnemende partijen en een emotioneel niveau waarop de slachtoffers catharsis kunnen bereiken en daders schuld kunnen accepteren, kwamen in Hongarije niet uit de verf.
  • Door de technische ‘individualisering’ van de rechtsgang – dader-verdachten wrongen zich in bochten om hun schuld af te kunnen laten glijden – werd er ruimte geboden aan nieuwe alternatieve ‘narratieven’ van daders en de nabestaanden daarvan.
  • Dit werd nog versterkt door de omstandigheid dat de rechtsprekenden van onbesproken gezag dienden te zijn, i.e. joden die voorheen waren uitgesloten van het ambt kwamen bij uitstek in aanmerking om de tribunalen te leiden.
  • Waarbij ook meespeelde dat op instigatie van de Communistische Partij, die haar positie wilde verstevigen, op belangrijke politici geconcentreerd werd en later zelfs volledig nieuwe aanklachten mogelijk werden die weinig meer te maken hadden met de holocaust en de oorlogsmisdaden.

De tribunalen, die hadden kunnen fungeren als een ritueel voor het omgaan met haat, leidden zo tot de situatie dat de 70.000 aangeklaagden op hun beurt al snel weer zelf martelaren werden en er van een nieuw, gedeeld narratief geen sprake kon zijn.

Een tweede moment van grote betekenis had natuurlijk 1989-1990 kunnen wezen. Net als vele andere voormalige oostbloklanden, bleek ook Hongarije niet van zins deze kans te grijpen om zich van haar verleden te kwijten. Een kwart miljoen mensen heeft als verklikker voor de Partij actief meegewerkt om de onderdrukking onder het Kádár-regime tot stand te brengen. Nog steeds is het vrijwel onmogelijk inzage te krijgen in de archieven (alleen het eigen dossier kan worden ingezien – weggelakte namen – of voor onderzoek – eveneens met bescherming van privacy).

Slechts een enkeling is in al die jaren uit zichzelf met de belastende waarheid naar buiten gekomen en heeft spijt betuigd. De overgrote meerderheid van grote en kleine verklikkers ziet echter van dag tot dag de kans dat zijn of haar buurman of buurvrouw ooit nog eens aan de deur komt om verhaal te halen, langzaam afnemen en is daar content mee, helaas. Recent zijn, ter gelegenheid van de Dag van de Slachtoffers van het Communisme, de gegevens beschikbaar gekomen van wel 500 mensen die betrokken waren bij het neerslaan van de revolutie in 1956.

Verzoening, zo lijkt het, is niet iets waarom je bij de Fidesz hoeft te komen. Fijne autoritaire leiders, dat wel. En vijandsbeelden, natuurlijk. Het wij-zij denken beleeft zijn hoogtijdagen en er is geen uitzicht op verbetering.