De vijfde colonne zit in de verzoening

bevrijdingIn het niet gevoerde debat over het politieke bestel in Hongarije balanceren de kans op verzoening aan de ene en de tendens tot polarisering aan de andere kant. Echte verzoening komt niet uit de lucht vallen, zoals iedereen met een partner, kinderen of een tekkel wel weet. Het is een moeizaam, in psychologisch opzicht een hooggewaardeerd en een tikje mysterieus fenomeen, compleet met catharsis en met veranderende zelf- en wereldbeelden tot gevolg. Als het goed gaat, tenminste.

De uitkomst is namelijk ongewis en kan leiden tot het (moeten) loslaten van comfortable overtuigingen en het (moeten) omarmen van archetypische vijanden. Onderweg is juist polarisering geen onbekende reisgenoot. Er dient geluisterd te worden naar elkaar. Oud zeer wordt uitgesproken en dat doet weer pijn, net als chilipeper.

Als Hollywood verzoening wil bewerkstelligen door films over de Holocaust met een Oscar te feteren, dan hebben zij die zich in de beklaagdenbank voelen staan, al snel genoeg daarvan en zullen dergelijke ‘verzoeningspogingen’ als te aggressief afwijzen. Eventueel worden vervolgens door echte leperds de sentimenten bij elkaar geschraapt en tot categorische probleemvisies herkneed. Zo wordt verzoening weer polarisering en dat weten ze in Hollywood natuurlijk ook best wel.

Hongarije steekt gelukkig nog steeds magertjes af bij andere ontwrichte samenlevingen, zoals Rwanda, het Rusland van na de Gulag of de landen van voormalig Joegoslavie. Toch zijn er in de vorige eeuw meerdere malen belangrijke kansen op verzoening blijven liggen. Zo schrijft Andrea Pető, verbonden aan de Central European University als Holocaust-onderzoeker, over de volkstribunalen die direct na WO II in Hongarije werden opgericht. In beginsel kunnen die worden beschouwd als een goedbedoelde poging om de oorlog en de begane misdaden een plaats te geven, de sociale orde te herstellen en, ook, openbare lynchpartijen te voorkomen.

“The People’s Tribunals were [expected to “deal with” the emotion of hate from both sides], to start the process of normalization and to reconstruct social cohesion by determining the meanings of social interactions during World War II. As a part of the post-war normalization they were supposed to transmit moral judgments about emotions and about the acts stemming from them. Their function was also to punish and to serve as a warning to the perpetrators. The legal language of the court served to mediate and express emotions. The court was a highly structured space for communicatioin between criminals, victims, and witnesses.”

Pető stelt vervolgens vast dat het instituut niet heeft kunnen bijdragen tot een voor alle partijen bevredigende verzoening. De redenen hiervoor waren divers.

  • Dergelijke tribunalen moeten aan allerlei expliciete, impliciete en intersubjectieve verwachtingen voldoen – van slachtoffers, daders en getuigen, waarbij de omstandigheden vaak niet open staan voor meer dan de primaire juridische aspecten, de feitelijke (technische) schuldvraag. De andere niveau’s die van belang worden geacht – een pragmatisch niveau waarop deals worden gesloten tussen de deelnemende partijen en een emotioneel niveau waarop de slachtoffers catharsis kunnen bereiken en daders schuld kunnen accepteren, kwamen in Hongarije niet uit de verf.
  • Door de technische ‘individualisering’ van de rechtsgang – dader-verdachten wrongen zich in bochten om hun schuld af te kunnen laten glijden – werd er ruimte geboden aan nieuwe alternatieve ‘narratieven’ van daders en de nabestaanden daarvan.
  • Dit werd nog versterkt door de omstandigheid dat de rechtsprekenden van onbesproken gezag dienden te zijn, i.e. joden die voorheen waren uitgesloten van het ambt kwamen bij uitstek in aanmerking om de tribunalen te leiden.
  • Waarbij ook meespeelde dat op instigatie van de Communistische Partij, die haar positie wilde verstevigen, op belangrijke politici geconcentreerd werd en later zelfs volledig nieuwe aanklachten mogelijk werden die weinig meer te maken hadden met de holocaust en de oorlogsmisdaden.

De tribunalen, die hadden kunnen fungeren als een ritueel voor het omgaan met haat, leidden zo tot de situatie dat de 70.000 aangeklaagden op hun beurt al snel weer zelf martelaren werden en er van een nieuw, gedeeld narratief geen sprake kon zijn.

Een tweede moment van grote betekenis had natuurlijk 1989-1990 kunnen wezen. Net als vele andere voormalige oostbloklanden, bleek ook Hongarije niet van zins deze kans te grijpen om zich van haar verleden te kwijten. Een kwart miljoen mensen heeft als verklikker voor de Partij actief meegewerkt om de onderdrukking onder het Kádár-regime tot stand te brengen. Nog steeds is het vrijwel onmogelijk inzage te krijgen in de archieven (alleen het eigen dossier kan worden ingezien – weggelakte namen – of voor onderzoek – eveneens met bescherming van privacy).

Slechts een enkeling is in al die jaren uit zichzelf met de belastende waarheid naar buiten gekomen en heeft spijt betuigd. De overgrote meerderheid van grote en kleine verklikkers ziet echter van dag tot dag de kans dat zijn of haar buurman of buurvrouw ooit nog eens aan de deur komt om verhaal te halen, langzaam afnemen en is daar content mee, helaas. Recent zijn, ter gelegenheid van de Dag van de Slachtoffers van het Communisme, de gegevens beschikbaar gekomen van wel 500 mensen die betrokken waren bij het neerslaan van de revolutie in 1956.

Verzoening, zo lijkt het, is niet iets waarom je bij de Fidesz hoeft te komen. Fijne autoritaire leiders, dat wel. En vijandsbeelden, natuurlijk. Het wij-zij denken beleeft zijn hoogtijdagen en er is geen uitzicht op verbetering.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.