De Hongaarse vuile was (achter de Panama Papers) – deel 1

Met dank aan / ©: 444.hu
© 444.hu

Vrijwel elke poging om in beeld te brengen wat er nu werkelijk met de geldstromen in Hongarije gebeurt, blijft een krachteloze krabbel aan de oppervlakte. De commotie rond de Panama Papers belooft op termijn een doorkijkje te geven aan de achterkant van het ongelijk, – maar hoe pak je zo’n draak nou aan de voorkant, bij zijn vele koppen?

– Moeten we op de loer gaan liggen in Felcsút?
– Moeten we alle aanbestedingen volgen van de Ministeries?
– De budgetten van alle 3000 gemeentes screenen?
– De winnaars van EU-gelden opsommen?
– De rapporten van OLAF filteren?
– De facebook-vrienden van Fidesz onderzoeken?
– De nummerborden van de luxe-suv’s in de suburbs verzamelen?

Er is bijna geen beginnen aan. Terwijl de hoofdvraag duidelijk is: in een land waar verpleegsters en dokters nog steeds tussen de 400 en 800 euro bruto mee naar huis nemen, waar werklozen en plein public voor twee keer minder dagelijks worden vernederd, in dat land, wie zijn dat toch die in al die zwembaden liggen, in de plaza’s shoppen, wie zijn dat die twee vluchten per dag naar Dubai kunnen vullen? Wie zijn dat en waarom zij?

Natuurlijk, er bestaan ook gewoon succesvolle ondernemers. Die hard werken, een betrouwbare reputatie opgebouwd hebben en goede spullen leveren voor een faire prijs. Dat in die hoek geld wordt verdient is wat anders.

Maar van het tegendeel – slechte vakmensen, veel te hoge prijzen, slechte reputatie / onverdiende opdrachten – daarvan hoor je helaas nog veel vaker. Of dat altijd letterlijk corruptie is, is vaak maar de vraag. OLAF zal er niet direct wakker van liggen zolang het niet uitdrukkelijk verboden is. Het LMP gelukkig wel: Of een pak papier van 300 pagina’s met lettertjes bedrukte pagina’s – voor het Tudás-Park project – in anderhalve maand samengesteld door een éénmansbedrijfje aan het Balatonmeer, nou echt 22,67 miljoen forint moet kosten? Dat lijkt in ieder geval stelen van gemeenschapsgeld.

Vandaag had 444.hu er ook weer eens genoeg van en kwam met een poging tot overzicht van de corruptie en andere verdachte geldzaken in het openbare leven van Hongarije.

Met hun toestemming hier de vertaling van dat artikel – eerste deel.

Nu maar hopen dat ze er iets / niets van leren.

————————————————————————————–

Waarom stelen ze toch zo ongelooflijk VEEL?

Door Kasnyik Márton

De laatste tijd zijn er zoveel gevallen van verduistering, dat er geen tijd meer overblijft om over andere dingen te schrijven. Banken, bouwbedrijven en projectontwikkelaars, onroerend goed, aanbestedingen voor media, communicatie en consultancy, sappige energiecontracten – allemaal komen ze openlijk of via een omweggetje terecht bij mensen uit de omgeving van belangrijke politici, onder aansturing van de regering. Er gaan dagen voorbij dat er wel vier, vijf van dergelijke miljardenzaken zijn waarover gerapporteerd dient te worden.

Vlak voor de val kon zelf de ethisch en vakinhoudelijk al aan lager wal geraakte MSZP van Gyurcsány Ferenc slechts dromen van plunderingen op een dergelijk grote schaal.

Deze boevenstreken zijn meestal in wettelijk opzicht moeilijk aanhangig te maken zaken (hoewel er wel eens dingen gebeuren die thuishoren in detective-verhalen, zoals bijvoorbeeld de honderd zakken baargeld van Tarsoly Csaba (Quaestor-zaak)

Er zijn speciale, legale of half-legale, methodes ontwikkeld om bedrijven en eigenaren die door de politiek zijn uitverkoren in positie te brengen, waarbij de aan hun doelen aangepaste wetgeving onbelemmerde winsten garandeert.

Er hoeft niet te worden geconcurreerd, er hoeft niet te worden gestreden om de sympathie van de consument of de klanten door goedkoper dan de concurrent betere diensten of producten aan te bieden. De regering zorgt overal voor. Als er al problemen opdoemen op het legale vlak, dan zorgen de instituten die door de partij openlijk zijn ingenomen (Openbaar Ministerie, Belastingsdienst, financiele toezichthouders, etc)dat de zaken netjes worden weggepoetst in plaats van onderzocht. Maar geen zorgen: er werken genoeg snelle advocaten in Boedapest die met hun goede adviezen er prima voor kunnen zorgen dat het nooit tot een rechtszaak zal komen!

Wat is erbijvoorbeeld gebeurd bij de kansspelen? De overheid heeft de gokautomaten verboden en vervolgens aan enkele dichtbij-staande personen het monopolie toegespeeld over het uitbaten van casino’s. En de gokbelasting verlaagd. De opbrengst voor de betrokkenen is enorm en gegarandeerd. Bij de tabak hetzelfde bekende verhaal. De verkooppunten zijn toegevallen aan personen die door de regering zijn uitgezicht, en wat de groothandel betreft krijgen de regeringsvrienden alle wind in de rug, die ze maar nodig hebben. En dit zijn geen uitzonderingen.

Waar komt toch die onstilbare honger naar dievengeld vandaan?

Corruptie is het hoofdbestandeel van de Fidesz-politiek

Vorige week heeft Lánczi András, een belangrijk ideoloog van Fidesz, iets gezegd waarbij de meesten slechts hun schouders zouden ophalen.  De gedachte past prima in de overkill aan cynische verklaringen, waarover verstandige mensen allang besloten hebben zich niet meer voor niets op te winden. Toch is het iets om even bij stil te staan.

Wat door sommigen corruptie wordt genoemd, is feitelijk het belangrijkste element van Fidesz politiek. Daar bedoel ik mee, dat de regering doelen heeft bepaald zoals de opbouw van de binnenlandse ondernemers en de opbouw van de basis voor een sterk Hongarije op het platteland en wat industrie betreft. Elke buitenlander die wil produceren en investeren, wordt met open armen ontvangen. En dan zeggen ze “Dat is corruptie!” Dat is een politiek standpunt: wat hier gebeurt is het mystificeren van het woord corruptie. (…) Het woord corruptie heeft 13, 14 verschillende betekenissen in de sociaalwetenschappen. Maar daar zit niet bij dat als men uit nationaal belang iets doet, dat dat dan meteen corruptie zou zijn.”

Een fantastische retorische vondst: het is een nationaal belang, dat bepaalde landgenoten zonder daadwerkelijke inzet miljarden in de schoot geworpen krijgen. Daarna: boem, corruptie en de versterking van de industrie zijn in feite hetzelfde, stel je voor! Hier werd trouwens ook nog door Lánczi aangegeven, dat men niet over Maffia-staat kon raten, want er zijn geen lijken: (“Wie is er vermoord, dat zou ik willen vragen!“)

Dus: als de oppositie of – in bredere zin – critici van de regering, deze regering betichten van corruptie – het misbruiken van een machtspositie met geldelijk gewin als doel – dan nemen ze die regering feitelijk haar essentiele punt van beleid kwalijk, volgens de voorzitter van de denktank Századvég. Het belangrijkste beleidsdoel van de regering is, tenslotte, het overbrengen van de beschikbare financiele middelen naar de groep van binnenlandse ondernemers, gepaard gaande met het aanpassen van de regels opdat die groep van ondernemers nog verder versterken zal. Daarbij snappen we allemaal wel, dat het beter is dat ze rustig kunnen stelen, dan dat er ook doden bij zouden vallen.

Kerényi Imre, een andere partij-intelectueel, heeft het zo mogelijk nog duidelijker onder woorden gebracht een paar weken geleden:

Maar dat is toch vanzelfsprekend, dat vrienden en familie deelnemen aan het economische leven en het politieke leven. Daarom is er die politieke strijd, welke groep controleert de bestaansmiddelen. (…) Waar gaat de politieke strijd om? Waarom? Om het bezitten van de hulpbronnen. Natuurlijk, dat de partij gunsten verleend aan haar aanhangers bij het benutten van de hulpbronnen. Laten we wel wezen: dat is de essentie van het hele gedoe.”

Lánczi en Kerényi brengen hier perfect onder woorden, wat er om ons heen gebeurt. Fidesz heeft lange jaren gewerkt aan een gesloten systeem dat als doel heeft, dat de socialisten worden overstolen.

Op de één of andere manier is dit geworteld in de psychose van de Fidesz-leiding, na de regime-wisseling (van 1989). Tot aan de perikelen rond het partijgebouw van Fidesz, in 1993, had de partij helemaal geen achterban als het ging om economie en media. Intussen overtuigden ze zichzelf – en vervolgens de helft van het land – dat de communisten zich het hele nationale vermogen hadden toegeigend. Toen deze overtuiging uitkirstaliseerde in politieke kapitaal van een twee-derde meerderheid, was dit allang achterhaald. De ‘achterban’ van de socialisten verdampte snel en bestond in feite niet – zonder voortdurende stroom geld bleef er niets van overeind. Nu heeft de partij niet eens meer een partijgebouw. Desalniettemin is de overtuiging van Fidesz en haar sympatisanten nog rotsvast wat betreft het gebruik van alle middelen om het vermogen dat de partij dekt nog toe te laten nemen.

Orbán Viktor zelf heeft ook verschillende keren gerepliceerd – als de oppositie kritiek had op het systeem van de oligarchen, met name op Simicska Lajos, (hier bijvoorbeeld, in 2012 door Karácsony Gergely toenmalig LMP vertegenwoordiger) – dat daar toch niets mis mee is, het positioneren van de nationale vermogensbeheerders? Jullie werken toch niet voor buitenlands grootkapitaal? Wie verder iets weet dat tegen de wet is, die zegt het maar tegen de justitie die er wel achteraan zal gaan! – zo meende Orbán.

Wordt vervolgd.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.