Tudja? – stemadviseur 1: ‘Doorbreek de hyper-hypocrisie!’ (TGM)

ongersman.nlHet referendum komt eraan en ook bij de oppositie positioneert men zich voor het spektakel van het jaar: is nu wegblijven, “Ongeldig” stemmen, of “Ja” stemmen de beste oplossing? In deze miniserie enkele belangrijke opvattingen en sleutelfiguren, soms tegen wil en dank. Eerste deel: Tamás Gáspár Miklós.

In de jaren na de Omwenteling van 1989 was de Hongaarse politiek –  net als de rest van Oost-Europa – hard toe aan een grondige positiebepaling. Wat is progressief en conservatief, wat is ‘links’ en ‘rechts’ nog of weer ten opzichte van het socialisme dat op de schop ging? Waar sluiten we bij aan, welke globale politieke trends en ontwikkelingen zijn er, wat biedt het post-moderne tijdsgewricht?

Tamás Gáspár Miklós was erbij. TGM was erbij als schrijver-filosoof, activist en zelfs als parlementslid. In zijn klassieke tekst búcsú a baloldaltól (‘afscheid van links’) uit 1989 probeerde hij het politieke landschap te schilderen waarop Hongarije de komende decennia uit de voeten kon. Zoals het een goed psycholoog betaamt, werd hij toen al en nog steeds door zijn patienten beurtelings op de schouders gehezen en van onderen afgezeken (wat hij hier zeggen wil over het nieuwe systeem dat door Orbán cs wordt verwezenlijkt, blijft namelijk zelfs voor het links-kritische NOL-publiek grotendeels in het ongewisse).

Gelukkig lijkt TGM zich in deze tijden van referendum en andere onbestemdheden weer meer te gaan roeren. In een eveneens recent Egyenes Beszéd aflevering over vluchtelingen zegt hij (minstens) twee interessante dingen:

  1. De omstandigheid dat in Hongarije de medemenselijkheid zo weinig voorstelt, dat er vier miljoen mensen zijn – zieken, werklozen en andere economisch zwakkeren, bejaarden, daklozen – die structureel niet door de samenleving geholpen worden en ook niet geholpen zuillen worden, die omstandigheid maakt dat het voor veel Hongaren een psychisch te grote stap is om een (zelfs beperkt) aantal vluchtelingen op te nemen (te helpen, etc).
  2. Het opperen van de mogelijkheid hulp te bieden aan een (zelfs beperkt) aantal vluchtelingen wordt door de tegenstanders van dergelijke hulp gezien wordt als een persoonlijke aanval, alsof zij, de tegenstanders, slechte mensen zouden zijn. Pertinent en massaal weigeren is dus voor het zelfbeeld een betere keuze.

Staat u mij toe hier nog één puntje van mezelf aan toe te voegen en wel over het verkeer in Boedapest. Slimmere mensen hebben gezegd dat het verkeer geen afspiegeling vormt van de samenleving, of liever: dat de verkeerscultuur van een land of een stad een zodanig afgesloten sub-cultuurtje vormt, dat verregaande parallellen met het basismateriaal niet zonder meer getrokken mogen worden, desalniettemin meen ik persoonlijk dat in vergelijking met de Duitse, de Nederlandse, de Beligische of de Italiaanse situatie de Hongaarse straatgevechten van de kant van de ‘slachtoffers’ – bij voordringen, bijvoorbeeld – een al te grote lijdzaamheid tentoonspreiden. Zelden of nooit wordt er opgetreden tegen de ‘bunko’s’. Het merendeel van de weggebruikers lijdt onder de slimmigheidjes van een kleine minderheid – waar kennen we dat van – en doet er weinig aan. In het openbaar zijn Hongaren namelijk, met een mooi Hongaars woord, al te jámbor (coulant, meegaand) ingesteld.

En, volgens mij, niet alleen in het verkeer. Deze mentaliteit heeft in eerste instantie kenmerken van een plattelandsmentaliteit. Het oude respect of liever nog ontzag dat Hongaren hebben voor zwarte audi’s en grote mercedessen, en in groter verband voor Boedapest en wat daar gebeurt, misschien ook nog wel voor het Wenen van vroeger maar in ieder geval voor Brussel van nu, voedt diep onder de oppervlakte de wortels van dit hyper-hypocriete fenomeen. Gek genoeg komt Fidesz namelijk ook van het platteland en is eigenlijk anti-elitair. Vandaar dat ze zo hard bezig zijn zichzelf een houding te geven en tegelijkertijd te breken met de stadse elite. Vandaar de wat spastische oplossingen voor de oude toestanden die nu volgens de Partij doorbroken of omgebogen dienen te worden: de regressieve feestelijkheden rondom de Grondwet, dat gedoe met die paarden op het Hősök tere, het regeringskwartier dat niet door ging, de verhuizing van president en premier naar de burcht met alle toeters en bellen van dien en nog veel meer zaken waarbij Fidesz vooral aan zichzelf duidelijk probeert te maken dat het zwaartepunt wat haar betreft niet meer dáár, niet meer in het oude centrum, niet meer bij die instituten ligt, maar ergens anders.

En noodgedwongen is dat ergens anders vaak een terug: een terug naar af, een terug naar vroeger, een terug naar het platteland, een terug naar de essentie. Zoeken-zoeken-zoeken, dus, als een patient bij de psycholoog.

En terug naar TGM, (hopelijk), die dat prima in de gaten lijkt te hebben. In ATV’s Egyenes Beszéd Ráadás  mag hij bijvoorbeeld komen uitleggen dat Bayer Zsolt – stelt u zich dit eens voor – tot inzicht zou zijn gekomen!

TGM: “Maar dan nog is het opmerkelijk dat Bayer Zsolt vandaag in een interview met Mandiner gezegd heeft: ‘Ze hebben gelijk, die mensen die protesteren tegen mijn optreden [de mensen die hun onderscheidingen hebben teruggegeven, ongersman]'”

Commentator: “Ach dat gaat alleen om het schelden, verder verandert er niets.”

TGM, feller: “Nee, het gaat erom, dat hij gezegd heeft dat het niet kan wat hij doet of gedaan heeft. Dat hij heeft ingezien dat hij verkeerd bezig is geweest!”

Ik kan uren naar hem luisteren. Mensen zoals hij confronteren je met je eigen geloof, je diepe wens om op jezelf te durven vertrouwen, je eigen afwegingen te durven maken. Om het niveau van ‘de splinter in het oog van de ander en de balk in je eigen oog’, dat we zo gewend zijn te hanteren, te overstijgen en in te ruilen voor – op zijn minst – ‘zij die zonder zonden zijn, werpe de eerste steen’.

Stemadvies TGM: “laten we goede mensen zijn” – JA

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.