En weer dondert de mens uit het paradijs

ongersmanWie net als Ongersman in deze donkere dagen druk doende is met zijn midlife crisis, heeft nu en dan wel behoefte aan een relativerend perspectief. Het is geen makkie uit te zoeken welke dingen je je ouders allemaal zal dienen te vergeven en welke dingen je je kinderen of andere jongere aanverwanten alvast zou willen laten vergeten. Dan kan een schepje erbovenop, of zo u wilt, een treetje dieper in de ellende tijdelijk wel als geroepen komen. Om daarna opgelucht terug te kunnen keren, natuurlijk.

Het boek Onverklaarbaar bewoond, van Bert Keizer uit 2010 is een verslag over zijn ervaringen als gast en observant op de neurochirurgische afdeling van een Nederlands academisch ziekenhuis. Deze met levensvragen behepte man is in het dagelijks leven arts in een verpleeghuis. Zelf ziet hij zijn aanwezigheid (bijna hands-on) in de operatiezaal en daaromheen als een halve queeste, als een soort top-poging in de zoektocht naar de menselijke geest. Om, bij wijze van spreken met de bloedspetters op zijn witte jas, min of meer teleurgesteld toe te geven dat de genius loci niet gevonden is. Integendeel: het mysterie is weer gegroeid (een doel dat eigenlijk alle teksten zouden dienen te beogen). Op het einde van het boek bekent Keizer netjes dat hij stiekem had gehoopt de menselijke geest op het laatste moment weg te zien flitsen bij de komst van het chirurgenmes, maar helaas.

Het brein kun je observeren. Waar vinden de processen plaats? Hoe lopen de verbindingen? Je kunt er een beetje aan sleutelen als dat wenselijk wordt geacht. Maar waar gaat de ziel nou het brein binnen? (Een iets andere vraag is dan nog wanneer het brein gretig wordt. Bert Keizer gebruikt deze term nergens maar hier hebben wij het er al eens over gehad.)

Keizer wil de geest uit de fles hebben en stelt dat bewustzijn verkennen is, waarin brein, lichaam en wereld samen bezig zijn. Vandaar dat zien, een door onszelf als elementair beschouwde functie, alleen maar erg goed bij ons mensen en een paar andere dieren past. Omdat dat de beste manier is om een bewegende levenswijze te outilleren, met name. Verder niets bijzonders. Kun je nagaan hoeveel vormen van waarnemen we als soort nog niet ontdekt hebben en ook nooit zullen ontdekken. Hier op aarde, voor wezens van onze grootte, maar nog veel sterker in andere omgevingen, andere planeten, dimensies, met afwijkende tempo’s, ruimtelijke kaders en fysieke eigenschappen en andere dingen waar geen woorden voor zijn.

We krijgen info binnen en we verwerken en we gebruiken dat, wat we nodig hebben om ons zelf met ons lichaam in onze wereld te handhaven. Vindt ons brein. Dat onze geest wil. Of zoiets. Want het neurale vuurwerk op zich omsluit niets, zegt Keizer stellig. Daar moet een lichaam en een wereld bij.

Maar, vraagt Keizer zich af, wat maakt nu ‘smaak’ van het zintuig ‘smaak’? En is het ‘hebbes’- gevoel van de kameleon nu wel of niet nodig voor een goede vangst? Waarom is het voor een robot alleen maar mogelijk om dergelijk functies te benaderen? Te analyseren en na te spelen? Een robot kan het niet invullen, laat staan er naar verlangen. Tenminste, niet spontaan en niet op een individuele, unieke wijze. Of is dat echt alleen maar een kwestie van ‘nog niet’?

Misschien is de toekomst wel weggelegd voor varianten van de Penfield-ingreep, een methode van opereren waarvan Keizer nauwgezet verslag doet en waarbij een patiënt halverwege de operatie gewekt wordt om door middel van tests – gezicht, geheugen, taal, etc – te bepalen hoe ver de chirurg – op dat moment onder plaatselijke verdoving aan het snijden in de bewuste hersenpartij – nog kan gaan.  Vandaar dat dat ding zo gretig is, denk je dan (onwillekeurig?).

Resumerend: in hoeverre zijn wij mensen en andere levende wezens meer dan neuronen, impulsen, moleculen? In hoeverre toont het beschadigd raken van ons geestelijk leven door beschadigingen van hersenweefsel aan, dat wij hersenweefsel zijn?

Want de beschadiging ervan is natuurlijk maar één kant. Je kunt ook de opbouw ervan gaan bekijken. De groei, al of niet autonoom geacht. En de teleologische gerichtheid van dat wereld-lichaam-brein- complex. Waar blijft het boek de andere kant op – de tree terug uit de ellende – over oplossingen? Over (geestelijke) groei in het algemeen, spelen, de opvoeding? En over de helende kracht van de psycholoog – die door neurologisch relevante processen te doorlopen (van trauma-verwerking tot en met imprenting) het tegendeel hiervan aanstippen kan. Hoe kan de vorming van de geest uit de materie zichtbaar worden gemaakt? Live – implantatie van neuronenmateriaal? Dan wordt het pas echt wat met die zoektocht naar de ziel. Want in het boek van Keizer gaat het – een gegegeven in een neurochirurgische afdeling, waarschijnlijk – wel erg veel om kaarsjes die langzaam uitdoven.

Het blijft een uitermate bizarre gewaarwording, zoals ons brein zichzelf bestudeert. Vooral door ernaar te kijken, ook nog. Baron von Munchhausen zou zich optrekken uit zijn graf.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *