Monthly Archives: March 2017

Het Orbán-systeem door Péter Tölgyessy, interview met Olga Kálmán

ongersman.nl

Tölgyessy Péter was te gast bij het nieuwe programma van Kálmán Olga, Egyenes. Tölgyessy was gedurende de Omwenteling in Hongarije, 1989, lid van het Ronde Tafel-genootschap, werd later belangrijk politicus van de SZDSZ, voorzitter van die partij en kamerlid tot 1996, toen hij partij verliet uit onvrede met de koers. Van 1998 tot en met 2006 was hij kamerlid voor Fidesz. In 2006 stelde hij zich niet meer verkiesbaar en trok zich terug uit de actieve politiek. Als medewerker van de Hongaarse Academie voor de Wetenschappen, MTA, houdt hij zich bezig met de grondwettelijke continuiteit sinds de Omwenteling en andere gerechtspolitieke onderwerpen.

Hier volgt een verslag van het gesprek.

——————————————

Kálmán Olga: Na de verkiezing van de president van de republiek, gisteren, verklaarden de verliezende politiek partijen dat ze eigenlijk uit symboliek achter de tegenkandidaat stonden, klopt dat, Péter?

Tölgyessy Péter: De president zegt weinig maar als hij wat zegt, dan heeft dat gewicht. Sinds 2010 werkt het niet meer zo, men lijkt het idee te volgen dat ‘Hongarije maar klein is’, zodat ‘één slim persoon genoeg is’. De Ministerpresident wil vaak ook de symbolische leider zijn van het land. Schmidt Pál was geschikt voor die ondergeschikte rol. Áder János, de volgende, is een oude makker van Orbán, die zich op zich wel identificeert met het systeem, maar regelmatig, al is het met kleine gebaren, laat zien dat hij het niet helemaal eens is met de gang van zaken. Wat dat betreft klopt het dat er sprake van was dat Orbán hem wilde omruilen. Maar dat heeft hij niet gedaan, hij leert zo zijn eigen systeem ook kennen. Door de acties van Áder wordt het systeem intelligenter, dat heeft Orbán ingezien. Hij krijgt terugkoppeling en daarbij krijgt het systeem ook een menselijk gezicht.

KO: Wat is dat systeem van Orbán?

TP: In Hongarije heeft de overgangseconomie gefaald. De hoop van 1989 is niet ingelost. We zijn als land gefrustreerd en vol met haat. De deelname aan de verkiezingen bij ons was veel lager dan in de ons omringende landen met vergelijkbare achtergronden. Vanaf het begin af aan al en dat is er niet veel beter op geworden. De participatie van de kiezers ging achteruit tot 43% in 2002. In 2006 begaf, zoals we weten (noot: rellen rondom Gyurcsány) de politiek zich op straat. Orbán heeft vanalles veranderd aan de grondwet en staatsinrichting, veel doet niet ter zake, maar de essentie is dat het systeem nu in beton gegoten is.

KO: Kunnen we dat zo zeggen?

TP: Er zijn twee succesvolle cycli geweest en als we de aanwijzingen mogen geloven – de peilingen, de toestand van de oppositie – dan zien we dat een volgende cyclus waarschijnlijk is. Maar niets is zeker, natuurlijk en Orbán weet dat hij elk moment gevaar loopt eruit te verdwijnen. Het spant er voortdurend om, want als er ooit weer een nieuwe regering komt, dan komt er ook weer een nieuw systeem. Het komt vaker voor dat leiders in deze streken met helicopters moeten vluchten. Orbán bouwt geconcentreerd zijn regeringsperiode op, naar de volgende verkiezingen, met inbegrip van de economische omstandigheden. Op het einde komt natuurlijk alles fijn bij de kiezers terecht. Hij geeft geen kans weg, hij houdt voortdurend de oppositie en de pers onder de knoet, want hij voelt dat hij weliswaar niet lijkt te kunnen worden afgelost, maar als het toch eens mocht gebeuren, wat dan?

KO: De participatie is laag en dat geeft aan dat het land niet democratisch werkt. Betekent dat nu dat Orbán dat heeft ingezien en bedacht heeft dat de slachtoffers van de situatie met zijn mooie woorden voor zich heeft kunnen winnen of heeft hij ingezien dat de situatie slecht was en wilde hij daar vervolgens echt iets aan doen?

TP: Waarschijnlijk denkt hij zelf het laatste, maar wat er gebeurd is, is dat hij vooral wilde slagen. Hij wilde succesvol worden. Al vanaf het begin werd de toestand in de gaten gehouden. In 1989 was hij progressiever dan de LMP nu. Toen kwam het trauma van 1994. Volgens de peilingen zou Fidesz gaan regeren. Alles wees erop. En toch hebben ze de verkiezingen toen verloren. Hij kwam tot de conclusie dat het westerse model, het consensusmodel, niet toepasbaar was. Dit land heeft figuren nodig als Horn (noot: toenmalige politiek leider van MSZP). Dat heeft hij ingezien. Wat we nu het Orbánisme noemen, hebben het land en Orbán samen gedaan. In 2009 hebben Amerikanen in de hele regio gemeten wat mensen vonden van hun situatie. Bij ons was de teleurstelling het hoogst. Op dat moment wist Orbán nog niet hoe zijn systeem eruit zou zien maar hij had wel overduidelijk in de gaten dat het westerse voorbeeld gefaald had. Hongarije was achtergebleven, er was iets anders nodig en dat heeft hij gedaan. Met dat alternatief heeft hij succes bereikt. Twee verkiezingen op rij is het succes geprolongeerd. Het was het resultaat van een vruchtbare interactie met de kiezers, dat is het geheim van zijn succes. Hij heeft een beeld aangereikt hoe dit land eruit moet gaan zien, een omvattend beeld, hoe Hongarije kan slagen. En dat zo, dat wij zelf niet schuldig zijn eraan –

KO: Dus hij was op zoek naar een zondebok?

TP: Ja, maar dan met enorme doorwerking. 25 jaar lang kwamen ze geen stap verder dus hij heeft twee dingen geleverd:

  • een verantwoordelijke aangewezen
  • de mythos, het verleden om kracht uit te putten

Het is niet voor niets dat sport zo’n fijn alternatief is. Dat ze massaal stadions zijn gaan bouwen. Denk aan het succes tijdens het EB vorig jaar. Heel het land was happy. En dat kan veel goedkoper dan het reorganiseren van de gezondheidszorg.

KO: Maar als Orbán steeds iemand anders aanbiedt als zondebok – de EU, Gyurcsány, Soros, immigranten – dan komt de kiezer daar toch een keer achter?

TP: Niet direct. Er zijn ook resultaten. Fidesz heeft het een en ander bereikt. Vorige leiders zaten voortdurend onder het juk van internationale leningen. Orbán heeft dat afgelost en is onder het juk vandaan gekomen. Met als resultaat autonomie. Klopt dat er daardoor minder geld beschikbaar is. Horn leefde nog heel erg op de pof en moest dan ook buigen voor het IMF. Orbán hoeft dat niet meer. Bokros (noot: oudpremier uit 90’er jaren) heeft dat ook geprobeerd, maar bij hem ging het fout. Te veel weerstand en onvrede. Orbán gaat intussen verder met het uitdelen van geld, maar dan anders dan voorheen. Hij gebruikt niet zozeer overheidsgeld om te verdelen, maar geeft liever het geld van ‘anderen’ aan de ‘goeden’. Het geld van nutsbedrijven aan de mensen (Rezsicsökkenés, verminderen van vaste lasten). Het geld van banken aan mensen (Devizacsökkenés, verminderen van aflossingstarieven), arbeiders krijgen geld van hun bazen. Ik heb daar nog eens een eclatant voorbeeld van meegemaakt. Er was overeenstemming bereikt tussen de werkgevers en werknemers – 6% loonsverhoging, komt ineens de regering ertussendoor: 25% verhoging. Het systeem heeft niet alleen altijd een zondebok paraat, maar ook manieren om vermogen van ‘slechten’ naar ‘goeden’ te sluizen. Daar horen ook bedrijven, persorganen, noem maar op bij, die afwisselend heen en weer worden geschoven, afgeremd of ondersteund. Liefst ten bate van een van de ‘onzen’ van Fidesz, maar het kan ook aan de rest van de bovenste middenklasse. Aan het eind van de cyclus krijgt arm Hongarije ook wat, maar dorpsbewoners hebben natuurlijk niet veel gasverbruik. Er wordt overal geld verdeeld.

KO: De armsten krijgen niet veel, hoe kan het dat het kamp van ontevredenen niet groeit, er zijn veel armen in het land?

TP: Armen zijn zelfs achteruit gegaan. Maar ze leggen het politieke verband niet. Ze gaan niet stemmen of ze kunnen worden gekocht met wat brandhout of etenswaren. Klinkt cynisch maar zo werkt het. En ze geloven dat het goed is voor hen, dat krijgen ze continu op tv te zien. Straks krijgen zij het ook beter, geloven ze. Maar het systeem is alleen geinteresseerd de upper 15% aan te laten sluiten bij het westers leefniveau.

KO: Want zij laten hun stem horen …

TP: Ja. Ons onsuccesvolle land kent een afwijkende economische cyclus. Toen het westerse model werd geintroduceerd volgde al snel de mislukking. Toen volgde een tegengestelde reactie met ander beleid, andere verdeelsleutels en interne steun aan de groepsleden. Dat waren reflexen, maar er zitten ook innovatieve en creatieve elementen in. Orbán is in hoge mate in staat het land te verdelen. Volgens zijn volgelingen is hij groter dan Kossuth, meer van het kaliber Sint Stefan. Tegenstanders zien dat precies omgekeerd. Maar buitenstanders erkennen dat wat hij doet, uiterst intelligent is.  Veel intelligenter dan hoe ze het in Polen doen, bijvoorbeeld. Orbán wil politieke stabiliteit bieden. Dat is gelukt. Afgelopen eeuw zijn bij ons (in Hongarije) de succesvolle systemen, meestal systemen geweest die politieke stabiliteit boden. Maar dat deelsucces ging vrijwel nooit gepaard met een goed resultaat, met een succesvol doel dat bereikt kon worden; hun opvattingen leiden zogezegd nergens toe. Dat Orbán op basis van vriendjespolitiek en niet op competentie mensen benoemd, bijvoorbeeld, dat werkt niet. De boodschap die daar vanuit gaat is ook verkeerd: je hoeft niet te voldoen aan economische wetten, maar aan die van de hierarchie. Maar je ziet het niet aan de resultaten: Hongarije heeft precies een anticyclische economische ontwikkeling laten zien. Eerst was de economische groei laag onder het juiste model, nu is het beter geworden – zij het onder een totaal ongeschikt model. Dus het effect is niet zichtbaar geworden voor de kiezer. Dat is een mazzeltje voor ze en Fidesz kan zich het huidige resultaat toerekenen.

KO: Als het zo cyclisch is en blijft, hoe lang houdt zo’n systeem stand en wat kan het omgooien?

TP: Meestal gebeurt dat door een internationale trend, vooral voor de Hongaarse werkelijkheid. Onze werkelijkheid was dat er een oppositie was, dat de macht niet kon worden gewisseld, etc de oppositie heeft maar één keer gewonnen van de politieke tegenstader en die afgelost zonder diepgaande veranderingen in de structuur: dat was in 1905. Dat is dus geen model voor ons. Hier verdwijnt een systeem in zijn geheel, op instigatie van internationale gebeurteniseen, met de oppositie samen. Ze horen bij elkaar, netjes afwisselen komt niet voor. Misschien dat het nu anders wordt, maar aangezien Orbán nu heel stevig zit, en positieve terugkoppeling krijgt in Europa en ook de VS, lijkt het erop dat dit behoorlijk massief zal blijken te zijn.

OV is heel slim, en brengt de twee tegengestelde tradities voortdurend in conflict. Hij cultiveert de tegenstelling, de zogenaamde ‘kurucus’ weerstand van weleer. Hij zegt vaak: Hongaren zijn altijd ontevreden, die woede projecteert hij op anderen, op externe partijen. Het volk denkt een krachtig leider nodig te hebben. Hij laat het volk buigen voor hem (noot: hier lijkt hij een mengsel van angst en ontzag te bedoelen) – en de oppositie heeft geen kracht iets daar tegenover te stellen.  De oppositie is daarbij ook onderdeel van het systeem zelf. Als een soort ‘over de band spelen’ bij biljarten. Hier geldt ‘verdeel en heers’, ook als het gaat om pers, de functie blijft intact en hij gebruikt de tegenkrachten, als een goed tuinman: als iets of iemand te gevaarlijk wordt, dan het mes erin en dan worden die hulpbronnen naar iemand anders toegespeeld.

Hier is links ten dele ook verantwoordelijk voor, want die heeft de jonge instroom veronachtzaamd, die zitten nu in het kamp van Jobbik, eventueel bij de LMP. Het is gelukt om de linkse krachten te demoniseren. Links is de satan, maar die kan wel worden overwonnen. Links versterkt dus met haar aanwezigheid het Fidesz-kamp, en dat ze fantastisch, meespelen in de Fidesz spelletjes.

Maar het systeem is nerveus en reageert erg snel, soms te heftig. Van Kádár, in 1988, dacht ook iedereen dat die vastgeklonken zat in de macht. Maar binnen een jaar was hij helemaal verdwenen.

KO: Wanner kan worden verwacht dat het zaakje op de helling gaat?

TP: Dat zullen internationale ontwikkelingen moeten worden. In 2010 heeft Orbán enorm veel risico gelopen. Het was niet zeker dat het zou gaan lukken wat hij wilde. Hij had gedurende zijn hele carriere opgelet, dingen geleerd in de lokale politiek en tijdens de jaren daarvoor, maar het was niet zeker dat dat wat hij had geleerd in het dorp, bij wijze van spreken, ook daarbuiten aan zou slaan. De EU was sceptisch, de VS golden toen nog als uitgesproken kritisch naar zijn bewind, het kwam er echt op aan of zijn politieke intuitie klopte. Maar inderdaad, die heeft geklopt. En de trends sindsdien hebben hem alleen maar nog meer rugwind gegeven.

KO: welke trends?

TP: Dat de middenklasse – mondiaal – erop achteruit gaat. Vroeger leefde iedere nieuwe generatie beter dan haar ouders. Dat is het geheim van het Amerikaanse wonder. Nu is dat minder geworden, de samenlevingen groeien uit elkaar, de tegenstelling tussen rijk en arm neemt toe. Middenstanders worden onzeker. En dan komen er politici die zeggen:? ‘Jullie hebben gelijk!’ De rol van de media is ook veranderd, natuurlijk, maar waar het op aankomt is dat wat de meerderheid leuk vindt, dat dat ook waar is. Veranderingen zijn onzeker. Het basisprobleem is dat de middenklasse dient te worden opgelift.

KO: Kan een nieuwe partij mogelijk de ontwikkelingen doorbreken?

TP: Nee, alleen Orbán heeft een sluitend narratief te bieden. De rest heeft niets met algemene geldigheid waar in geloofd kan worden. De rest is of gebaseerd op hele oude gedachten en tijden – a la Bokros – of een copie van Orbán’s aanpak met wat cosmetische veranderingen. Jobbik wil graag naar het midden toe bewegen, heeft het hele gedoe met de Garda en zo wat achter zich gelaten. Maar dat kan ook averechts werken. Dat Fidesz kan profiteren van die opschuiving.

Van Fidesz uit bezien, heb je links Satan en rechts het schooltje en de honingpot in één. De honing wordt verzameld in het Jobbik-kamp, totdat Fidesz de val opstelt en de aanval opent. Jobbik raakt beschadigd en de stemmen gaan naar Fidesz. Momentum is sympathiek maar geen ijsbreker. Jongeren zijn wel boos, maar dat is niet afdoende om succesvol te zijn. Ze staan ver van de kiezers. En de vraag of ze nu moeten samenwerken of niet? Momentum heeft gekozen: ik ga winnen, ik doe het alleen! Maar wie gelooft dat? Dat zijn 90 mensen, helemaal nieuw, die straks het land moeten gaan besturen …

KO: Wat is dan de toestand, hoe kan het wel? In 15 seconden graag!

TP: Er dient van buiten een verandering te komen, als de rest van Europa weer bijtrekt, dan komt de vraag – willen we naar het oosten of naar het westen kijken – vanzelf weer op tafel.

KO: Maar wie gaat de kar dan trekken?

TP: Als de poort opent, dan komt er vanzelf wel iemand, dat was – wat je ook van hem denkt (noot: Orbán) – in 1989 ook zo. De vraag is alleen: als de poort opengaat, is het land dan klaar om de stap te zetten?

Daar durf ik niet om te wedden.

———————————

Heineken is een dictator of zoiets, zegt Lázár János (zelf volksvertegenwoordiger)

ongersman.nlVandaag is er door Lázár János en Semjén Zsolt een wetsvoorstel ingediend dat ertoe dient te leiden, dat de symbolen als de swastika (hakenkruis), het pijlenkruis (aangepaste swastika van Hongaarse fascisten), en de sikkel en hamer en de rode vijfpuntige ster van de communisten – alle symbolen van dictatoriale politieke systemen dus – verboden worden voor commercieel gebruik.

Gebruik van de symbolen van de regimes en de geassocieerde politieke systemen, als symbool van de regimes en de geassocieerde politieke systemen, was al verboden, alleen is bij deze het gebruik op commerciele producten – Heineken bier (bijvoorbeeld?) – dus ook verboden. In het vooruitzicht gestelde straffen lopen van 500.000 tot max 2 miljard forint voor de onderneming (5% jaaromzet), terwijl er strafrechtelijk ook nog twee jaar gevangenis op staat.

Na de vorige toestanden verbaast dit ons natuurlijk nauwelijks, hoewel de gekunsteldheid en de onbeschoftheid die van Erdogan even lijkt te willen overstijgen.

Dit zijn de belangrijkste paragrafen:
1.§
1) Het is verboden in Hongarije het hakenkruis, SS-teken, pijlenkruis, “sikkel en hamer”, vijfpuntige rode ster of deze afbeeldende symbolen (vanaf nu: dictatoriale symbolen) met als doel winst te maken te:
a) gebruiken
b) laten zien, of
c) goederen of diensten aan te bieden met dergelijke dictatoriale symbolen.
2) Het gestelde onder 1) geldt niet voor documentaires, educatieve, wetenschappelijke doeleinden waarbij de met de symbolen geassocieerde historische gebeurtenissen worden afgebeeld, noch voor doeleinden waarbij de geschiedenis of de huidige gebeurtenissen worden belicht met als doel voorlichting, verschijning of verkoop.
2.§
1) De regering kan per decreet – volledig of ten dele – ontheffing geven van het onder 1. § (1) gestelde verbod, als de aanvrager kan bewijzen, dat aan gebruik van het dictatoriale symbool een speciaal te billijken belang verbonden is, dat de door het dictatoriale symbool betrokken maatschappelijke groepering niet wordt gekwetst en dat het niet gebruiken van het symbool een onevenredig groot verlies oplevert voor aanvrager
(2) Op zichzelf is het feit dat de aanvrager de rechtmatige eigenaar is van het dictatoriale symbool als trademark, nog niet afdoende om te kwalificeren als een speciaal te billijken belang, noch – zonder nadere onderbouwing – voor het kunnen beroepen op onevenredig groot verlies.
(noot ongersman: je hoort ze gewoon nadenken, he?)
1.§
(1) Tilos Magyarországon horogkeresztet, SS-jelvényt, nyilaskeresztet, sarló-kalapácsot,
ötágú vöröscsillagot vagy ezeket ábrázoló jelképet (a továbbiakban: önkényuralmi jelkép) haszonszerzés céljából
a) felhasználni,
b)megjeleníteni vagy
c) önkényuralmi jelképpel ellátott árut vagy szolgáltatást értékesíteni.
(2) Az (1) bekezdésben foglalt tilalom nem vonatkozik az ismeretterjesztő, oktatási, tudományos, az önkényuralmi jelképekhez kötődő történelmi eseményeket ábrázoló művészeti célú, valamint a történelem, illetve a jelenkor eseményeiről szóló tájékoztatás
céljából történőfelhasználás, megjelenítés vagy értékesítés esetére.
2.§
(1) A Kormány egyedi határozatával — teljes vagy részleges — felmentést adhat az
. 1. § (1)bekezdésében foglalt tilalom alól, ha a kérelmező bizonyítja, hogy az önkényuralmi jelképhasználatához olyan különös méltánylást érdemlő
magánérdeke fűződik, amely azönkényuralmi jelkép által érintett társadalmi csoport érzékenységét nem sérti, továbbá a jelkép használatától való tartózkodás súlyos és aránytalan érdeksérelmet jelent a számára.

(2) Önmagában az a tény, hogy a kérelmező önkényuralmi jelképet tartalmazó védjegy jogosultja, nem minősül sem különös méltánylást érdemlő magánérdeknek, valamint — külön indokolás nélkül — nem jogosít az aránytalan érdeksérelemre történő hivatkozásra sem.

 

De Republiek is dood, Leve de Republiek!

ongersman.nlVandaag is Fidesz president Áder János door het Fidesz Parlement gekozen voor een tweede termijn als Fidesz President van de Fidesz Republiek Hongarije.

Daarom brengen wij hier de vertaling van de speach van zijn enige tegenkandidaat, de verliezer, dus, in vertaling:

Dr Májtényi László:

————————————————————————————————–

Geachte Heren en Dames afgevaardigden, leden van diplomatieke verbonden, beste gasten, geachte pers – waaronder ook de uit het parlement geweerde journalisten,

Mijn programma voor het presidentschap is in één opmerking samen te vatten: om het even wat onze opvattingen zijn, om het even op welke partij we stemmen, voor ons allemaal is het beter als we leven onder de macht van instituties, dan onder de macht van mensen. Mensen zijn wispelturig, daarom is onder mensen ons leven minder voorspelbaar, dan als instituties regeren. Als ik mijn dank uitspreek voor de partijen die mij genomineerd hebben, spreek ik daarbij ook mijn dank uit voor de steun die ze daarmee betuigen aan mijn gepubliceerde presidentsprogramma. En omdat mijn programma kritisch is naar het politieke systeem, dank ik vervolgens dat zij hun geloof in de inhoud daarvan, uit hebben gesproken. Dank verder gedurende de afgelopen maanden voor de mensen die me hebben geholpen, mijn familie, echtgenote, Székely Sándor, Gulyás Balázs, Krasztev Péter en Mellár Tamás.

Laten we het preidenstprogramma nu bekijken:
Met het realiseren van totale democratische openbaarheid, het garanderen van mensenrechten, vrije en eerlijke verkiezingen verzekeren dat staatsburgers waarachtige mogelijkheden krijgen om van tijd tot tijd de regerende macht af te wisselen. De armoede is ondraaglijk. De Hongaarse Republiek dient ervoor te zorgen, dat elk lid in menselijke omstandigheden kan leven. De corruptie heeft de staat eronder gekregen. De door de burgers gecontroleerde staat zal met de strengst mogelijke middelen strijden tegen de corruptie, speciaal tegen de vorm die staatsinstituties gebruikt.

Daar komt nog bij, dat duurzame ontwikkeling en de bescherming van toekomstige generaties een belangrijk onderdeel is van de principes die de werking van de staat bepalen. Velen denken dat de vragen rond de rechtstaat ver staan van de dagelijkse zorgen van de mensen. Dat zie ik anders. Of het nou de armoede is die aan de derde wereld doet denken, het gestolen vermogen van het staatspensioenfonds, de trafiks (rookwarenwinkels), Kishantos (noot: gesjoemel met landbouwgrond van ecologische cooperatie) of om het even welk ander stuk ‘rechtmatig’ gestolen landbouwgrond, de gekortwiekte persvrijheid en leermiddelenkeuzevrijheid, de culturele vrijheid of welke andere geconfiskeerde fysieke of geestelijke bezittingen of verworvenheden, we dienen in te zien dat tegenover de persoonlijke zelfzuchtigheid van de machtigen, we alleen op bescherming door onafhankelijke instituties kunnen vertrouwen.
Met correcties, de schulden achter ons latend en de fouten van de Derde Republiek verbeterend, moeten we zo snel mogelijk terugkeren naar de waarden van de grondwettelijke beweging van 1989-1990, in het kort naar de parlementaire democratie. Want het is hoog tijd de macht te beperken van de machtigen tegenover de machtelozen en die van de rijken tegenover de armen, net zo goed als de zelfzuchtigheid dient te worden beperkt van de gezonden tegenover de zieken, de mannen tegenover de vrouwen, de nationale meerderheid tegenover de minderheid, en verder de huidige generatie tegenover de volgende generaties. We willen een vrij en solidair Hongarije. In mijn overtuiging zo min mogelijk staat en zo veel mogelijk solidariteit. We krijgen onze rechten niet van de staat. Die vallen ons toe, omdat we als mens geboren zijn. We willen een land, aan welk elke burger even lief is, of die nou in het politieke midden zit, of aan één van de randen, zelfs extremen. De staat dient dus elke burger in elke zaak met waardigheid en op een gelijke manier te behandelen. Gelijke waardigheid, bedoel ik. Daar volgt uit, dat in het geval van de vluchtelingen moreel en rechtmatig alleen een politiek kan worden getolereerd, die de van hun geboortegrond verdrevenen beschouwt als mensen met een waardigheid die gelijk is aan die van ons. Het enige goede vluchtelingenbeleid is gebaseerd op de morele en rechtmatige verwachtingen van de mensheid. Tegelijkertijd is niet elke vorm van vluchtelingenbeleid goed beleid, gezien dat de kunst van de politiek nou juist is dat veel gezichtspunten dienen te worden verenigd.

Maatschappelijke tegenstellingen vormen het voorportaal van dictatorschap. Het is alsof anderen ook aan Machiavelli’s advies denken “De wijze heerser dient, zo snel daar een mogelijkheid toe is, zichzelf tegenstanders te verzekeren, zo, dat daarmee onbeperkt de macht kan worden vergroot.” Als de heerser vijanden zoekt, dan was dat gisteren de emigrant, vandaag de slechte oligarch, morgen Soros en overmorgen Jij!

Landen kunnen alleen groeien in vrede. Interne tegenstellingen leggen de grondvesten voor oorlogspsychosen, en dat is de grootste barricade die je ontwikkeling kunt opwerpen. Tijdens de verjaardag van de Overeenkomst (noot: Ausgleich tussen Habsburg-Oostenrijk en Hongaars Koningrijk, 1866), die ongevenaarde ontwikkeling en culturele groei heeft gebracht, is dat een gedachte om even bij stil te staan.
We dienen eindelijk die meer dan honderd jaar oude tegenstelling tussen de aanhangers van het historische en die van het moderne Hongarije te doorbreken, waar honderd jaar geleden misschien nog een grote betekenis aan kon worden gehecht, maar die tegenwoordig de grond van het conflict helemaal kwijt is geraakt, het debat is verkild, en een nieuwe Overeenkomst kan worden gerealiseerd als we inzien dat het nationale samenwerkingsmodel allebei de partijen heeft verraden.

Als ik aan maatschappelijke vrede denk, dan denk ik altijd aan Babits Mihály, die zei: “O vrede, vrede / laat het vrede zijn / laat het geleden zijn!” Er zitten echter culturele voorwaarden aan de vrede: er kan geen vrede worden gesloten met armoe, met corruptie, met bedreigingen, met onderdrukking, met milieuvernietiging. Vrede is ook niet stil, bij vrede hoort een voortdurend debat, een dialoog. Zolang de reuzenplakaten en de ophitsende media slechts één mening verkondigen, zal het nooit vrede worden.

Volgens de grondwet van de rechtstaat drukt de president van de republiek de eenheid van het land uit. Volgens mij is die omschrijving niet precies genoeg.  Hij dient de nationale eenheid niet uit te drukken, maar te dienen. De woorden van de president, diens acties en gebaren kunnen de nationale eenheid vooruithelpen maar ook schade berokkenen. Het is hoe dan ook niet goed, als we in termen denken van twee Hongarije’s, ik stel voor altijd een verenigd Hongarije voor ogen te hebben. Tweehonderd jaar geleden is Arany János geboren, zonder wie, als we er al zouden zijn, we hoe dan ook niet diegenen zouden zijn, die we zijn. Vraag ik u, hoe zit dat met Berzsenyi, Radnóti, Pilinszky en vele anderen, hebben die ons niet gevormd tot wat we zijn? En, sprekend met Márai Sándor, zijn we nu niet juist vanwege de mooie en oosterse taal verenigd? En als een strenge Arany ons wijst op de moderne ruzies met hun wrange nasmaak: “Velen houden van ons land / maar haten iedereen / als op grote momenten / niet oprijst een grote, als hijzelf” (noot: ongeveer, denk ik „Sokan szeretnék a hazát;/De gyűlölik minden fiát,/ Ha népszerű alkalmakon/ Oly nagyot, mint ők, nem kiált.”)

Hiermee ben ik aangeland bij de gewenste rol van de president. Ik heb twee voorbeelden voor ogen: Göncz Árpád en Sólyom László. Vanuit persoonlijke autonomie zijn beiden waardige voorbeelden. De nieuwsgierigheid van Göncz Árpád naar iedereen die een moeder had gehad, mocht ik zeer. De juridsche strengheid van Solyóm László is ook navolgenswaardig. De ideale – niet-bestaande – president zou deze twee dingen verenigen. Twee citaten om mijn woorden te onderstrepen, de eerste van Göncz: “Als ik iemand wil dienen, wil ik diegenen dienen, die geen dienaar hebben, de onbeschermden”. Solyóm zei: “Zowel de oppositie als de regering, als de burgers hebben de plicht om aan zekere basisnormen te voldoen. En als deze normen dreigen te vervagen, als één van hen probeert om het overtreden ervan te rechtvaardigen, dan heeft de president de verplichting om op te treden.”

Ik verkoop geen kat in de zak. Als ik word gekozen, zal ik niet langer dan een half uurtje mijn dank betuigen voor de partijen die mij hebben gekozen, want de president van de republiek dient de rechtmatigheid te bewaken en dankbetuigingen behoren niet tot een categorie van rechtmatigheid. Praten we nog even over de personen! Wie alle macht heeft verworven, zal logischerwijze ook alles weer verliezen. Diens weg leidt dan ook, politiek gezien, tot niets. In die betekenis, verricht elk onafhankelijk instituut die persoon, wiens macht wordt beperkt, een enorme dienst. Als gekozen president zal ik niet een glimlachend mannetje worden en ook geen uitgestreken sfinx. In situaties dat het grondwettelijk herstel op het spel staat, is de rol van de president bij uitstek groot. Dit gaat gepaard met de verantwoordlijkheid om alle volgens de grondwet hem ten dienste staande middelen, zo uitputtend mogelijk uit te buiten. Als president zal ik dezelfde middelen toepassen als mijn voorgangers.

In aanmerking genomen dat in de lente van 2013 de grondwettelijke basis van Hongarije is verminkt, zullen er onorthodoxe middelen moeten worden ingezet. Er zijn er twee die ik wil inzetten. Het ene is de vrijwel onbeperkte spreekruimte van de president, waar waarschijnlijk velen van jullie niet van onder de indruk zullen zijn. Maar! Na zes jaar ombudsman te zijn geweest, weet ik dat overtuigende, eerlijke praat soms, ook bij de halsstarrige overheidsorganen, deuren kan ontsluiten waarvan men dacht dat ze niet konden worden geopend. Spreken over de waarheid is nooit zonder impact. Tenminste, in de 17e eeuw dacht men dat de waarheid in een open discussie het nooit zou kunnen afleggen tegen leugens en onwaarachtigheid.
Een tweede aspect dat nog niet is gebruikt, is de mogelijkheid voor de president om onbeperkt wetsvoorstellen in te dienen bij het parlement.
Ook die mogelijkheid wil ik gaan toepassen, sterker nog, regelmatig inzetten. Het parlement hoeft de voorstellen natuurlijk niet aan te nemen maar dient er wel over te debatteren.
Gezien het naderen van 15 maart zou een van mijn eerste in te dienen wetsvoorstellen over de persvrijheid gaan, nu één voor één de bastions van het vrije woord verdwijnen en we misschien niet eens meer zo ver verwijderd zijn van de toestand die Ady Endre in 1901 als mogelijk toekomstbeeld schetste: “Het duurt niet lang meer, of iedere gedrukte regel is verdacht, want ze hebben het op durven schrijven”. Ik zou graag een nieuwe wet uitwerken voor het hoogste gerechtshof, een sociale wet, een hoger en een middelbaar onderwijswet, en een wet tegen de corruptie.

Ik wil opmerken, dat minder laster, leugens, praten over Soros en vreemde agenten misschien beter zou zijn. In het licht van de afgelopen weken zou ik zelfs kunnen vragen, dat, als er hier partijen zijn waarvan de leiders steun hebben ontvangen van Soros, dat die vandaag op mij stemmen. Maar dat vraag ik niet. Als een malafide paardenkoopman met modder gaat gooien, dan zeg ik daar wat van, zoals Arany zei: “niet alleen houd ik mijn mond niet, maar ik ga ook klagen bij Kennis (“nemcsak hogy nem fogom be pörös számat, de a tudásnál teszek panaszt”).
Samenvattend: terugkerend naar onze grondrechtelijke tradities dient de republiek te worden hersteld waarin onafhankelijke instituten de grondwettelijke beperkingen van de machtsuitoefening en onze rechten, garanderen. Een grondwet is nodig, die door een referendum wordt gesteund, die de gedeelde waarden uitdrukt van de groepen die in het maatschappelijk debat actief zijn en die vrede kan stichten.

Wie is die man wiens vlees ik snij?

ongersman.nlEr is goed nieuws. Viktor Orbán houdt zich internationaal tenminste koest. In Brussel liet zijn ego de kans liggen om tegen Tusk te stemmen en daarmee ook de kans om zich verder onmogelijk te maken in Europa.

Gelukkig. Maar aan het thuisfront liggen de zaken natuurlijk anders. Daar kookt het over en een deksel is nergens te vinden.

Németh Szilárd, de vice-voorzitter van Fidesz, is er na dertig jaar nu ook echt achtergekomen dat Soros slecht is. (George Soros, u weet wel, de speculant, multi-miljonair en filantroop van Hongaarse afkomst die vanuit de VS een groot criticus is van Orbán’s illiberale koers en al decennialang geldschieter achter de Central European University en talloze andere subdsidies en beurzen, gericht op het promoten van civil society.) Hoewel hij, Németh dus, waarschijnlijk ook een beetje jaloers zal zijn omdat hij er zelf nooit één gekregen heeft, vergeeft hij zijn Fidesz broertjes die in hun onbezonnen jonge jaren wel op kosten van Soros konden studeren  – Kóvács, Szájer, Orbán, Kövér, Deutsch – en stelt dat ze nu allemaal wel beter weten.

Waarom gaat het toch altijd weer over Soros? Overal duikt-ie op waar Fidesz vermoedt dat er iets onverwachts, mogelijk onaangenaams staat te gebeuren. Als ze los dreigen te worden gerukt van de moederborst waar ze, week en rossig, zalig liggen te lurken.

Zie origo.hu, een vroeger erg nuttig portal maar nu ingedaald als Fidesz-spreekbuis nr. 1. In de show die gemaakt wordt rond het afbreken van de nieuwe kritische partij Momentum zijn zij de cheerleaders. De medeleider van Momentum zou 12 miljoen forint van een bevriende investeerder (dit is niet Soros – er zijn er meer!) hebben geaccepteerd en zijn vader zou 444.hu pagina’s liken op facebook. En hij kan in verband worden gebracht met, inderdaad, je raadt het al: George Soros. Het één nog ongehoorder dan het ander!

Kun je denken: dit is slechts een portalletje, niet meer dan een rimpel in de Hongaarse Platjeszee, maar nee! Want nu wordt de staatstelevisie ook in stelling gebracht. Die het schokkende nieuws van Origo aan het volk presenteert, met opnieuw Soros als hoofdverdachte, hoofdschuldige en nationale hoofdboogieman. Momentum wordt gesteund, of zou kunnen worden gesteund, of indirect worden gesteund, of iemand die ze kennen wordt gesteund, of een werkplek waar ze connecties hebben wordt gesteund. Of anders duikt er altijd wel ergens iets van een stoeptegel op waarover ze hebben gelopen, die werd gesteund door … .

En omdat Freud zich bij voorkeur in versprekingen pleegt te manifesteren, mogen we u deze niet onthouden (met dank aan 444.hu):