Hongaarse verkiezingen 2018: oude zakken OK – goede wijn ver te zoeken

In het voorjaar van 2018 – precieze datum nog onbekend – is het weer zover. Hongarije mag naar de stembus. De grote vraag is natuurlijk of de parlementaire hegemonie van Fidesz-KDNP deze keer wel gebroken kan worden, en hoe dan? Tijd om de balans op te maken en de kaarten te schudden!

Echt overzichtelijk is het speelveld momenteel niet. Waar Fidesz-KDNP vanuit een relatief comfortable positie zich al heeft gepermitteerd een weinig opzienbarende kieslijst in te dienen, lijken bij de oppositie de gelederen slechts in één opzicht gesloten: Orbán moet weg. Hoe, dat is dan natuurlijk vers twee.

Hoe zat het ook al weer met die verkiezingen?

Zoals bekend begon de echte opmars van Fidesz-KDNP in het jaar 2010. In dat bewuste revolutie-jaar, zoals Fidesz het graag betiteld, behaalde de partij 53 % van de stemmen en 68 % van de zetels. Dat was nog met het oude twee-rondes systeem, dat ook toen al trekjes had van the winner takes it all.  Zo populair is Fidesz in ieder geval sindsdien niet meer geweest, al zul je dat aan hun zetels niet snel merken.

De tweederde meerheid heeft Fidesz in de eerste jaren effectief ingezet om, onder andere, het kiesstelsel grondig te renoveren. De twee rondes werden afgeschafd, het totaal aantal zetels ging van 386 naar 199, de verhouding tussen direct verkozenen van districtlijsten en de toegevoegde zetels van de landelijke (compensatie-) lijsten veranderde en al met al werd het nieuwe stelsel er één met het oog op ‘de gevestigde macht houdt het all‘. Lang is er gedokterd, vooral, ophet optimale aantal en de optimale vorm en samenstelling van de kiesdistricten.

In 2014 haalde Fidesz met 45% van de stemmen dan ook nog steeds 67% van de zetels tegen de overige partijen met 55 % van de stemmen dus 33%. De tweederde meerderheid in het parlement raakte Fidesz-KDNP in 2015 echter kwijt, vanwege plaatselijke verkiezingen voor twee tussentijds vrijgekomen zetels. De zetels gingen allebei naar de Jobbik.

En dan nu wat over het wat nu menu!

Om Fidesz KDNP te kunnen verslaan is derhalve meer nodig dan veel splinterpartijtjes met mooie namen. Zeker gezien de extra complicatie dat de kiesdrempel voor een enkele partij op 5% ligt, maar bij lijstverbindingen van 2 alweer op 10%, en van drie dus op 15%. Pogingen tot het maken van lijstverbindingen en andere samenwerkingsverbanden zijn dan ook al zo oud (en vaak onvruchtbaar) als slechte wijn zelf. Verder ligt de lat nu ook hoger: niet alleen de poppetjes van Fidesz dienen te worden verslagen maar ook het stelsel van bovengenoemde electorale loopgraven waar Fidesz zich zo comfortabel in heeft weten te nestelen.

MSZP, DK, Együtt PM en de Liberalen hadden in 2014 de Összefogás 2014. Deze lijstverbinding kon toen rekenen op flinke belangstelling van de kiezers – een kwart van de stemmen en eenvijfde van de zetels. Na de verkiezingen viel het verband weliswaar weer uit elkaar maar de wil om samen te werken blijft aanwezig. Puntje van aandacht met deze club is wel, dat er bij de overige oppositiepartijen hardnekkige twijfels blijven over de daadwerkelijke bereidheid offers te brengen om het systeem te veranderen. We hebben het hier natuurlijk wel, o.a., over de MSZP, de opvolger van de oude communistisch-socialistische partij van weleer en de DK, de kloon-partij van diens favoriete kroonprins Ferenc Gyúrcsány. Corruptie onder MSZP-gelieerde regeringen was vroeger ook zeker niet onbekend. En een naar en uiterst besmettelijk aspect van het aloude ping-pongmodel van de Hongaarse politiek blijft nu eenmaal het fenomeen dat policiti van beider pluimage geleerd hebben om de oppositie mee te laten delen in de (corruptie-) opbrengsten, bijvoorbeeld om toekomstige bijltjesdagen te voorkomen. Dat de partijen van Összefogás 2014 het roer graag over zouden willen nemen zal best maar strafrechtelijke vervolging voor de enorme verduisteringen en malversaties die er de afgelopen acht jaar zijn opgetreden staat niet erg hoog in hun vaandel.

Hoezeer Fidesz ook haar best doet om het tegendeel te bewijzen, een dergelijke erfsmet lijkt minder van toepassing op de Jobbik. Natuurlijk is ideologisch niet elke partij ervoor te porren maar het belang van Jobbik bij het omverwerpen van het door Fidesz opgebouwde systeem is ontegenzeggelijk cruciaal. De partij staat aan rechterzijde van Fidesz en melkt aldaar de publieke weerzin tegen de omvangrijke corruptie en de onverkorte verpatsing en uitverkoop van het ‘vaderland’. Jobbik had in 2014 in absolute getallen iets minder dan de helft van het aantal kiezers dat Fidesz had en is in het parlement op dit moment de grootste oppositiepartij met 24 van de 199 zetels. Jobbik is als een pitbull die geen gelegenheid onbenut laat om de Hongaarse bevolking erop te wijzen hoe corrupt en hypocriet Fidesz bezig is. En met de afvallige ex-Fidesz media-tycoon Lajos Simicska (Magyar Nemzet Online, Hir TV) aan hun zijde hebben ze ook nog eens een aardig bereik bij de kiezers. Feitelijk is dit Fidesz’s meest gevreesde tegenstander.

In kort bestek ligt de wei dus helemaal open voor een twee-flanken aanval. Bijvoorbeeld, aangaande vluchtelingenbeleid. 1) Wie dol is op vluchtelingen of ze gewoon als mensen zou willen zien, die kan weg bij Fidesz en stemt voor een linkse partij; 2) Wie niet houdt van de dubbele moraal van Fidesz als het gaat om buitenlanders/vluchtelingen – rijke vreemdelingen (tegen betaling) wel toelaten, maar ook feitelijk naar Brusselse maatstaven ook meer asielzoekers toelaten dan je op basis van de bombastische zelfreclame zou geloven (dit is het hypocrisie-stukje, dus) die kan dus ook weg want die kan naar Jobbik! Zo simpel kan het gaan.

Vandaar dat ook Jobbik’s Gábor Vóna er regelmatig bij betrokken wordt als het gaat om strategische samenwerking om Fidesz van de troon te stoten. Prominente vertegenwoordigers van alle betrokken oppositiepartijen spelen al tijden openlijk en minder openlijk met de gedachte en de noodzaak tot nadere samenwerking. MSZP, PM en andere linkse partijen hebben alweer afspraken gemaakt. DK is wat voorzichtiger, terwijl het erop lijkt dat de echte vernieuwers op linkerzijde – de LMP en Momentum – het meest te lijden zouden kunnen hebben van al te innige samenwerking.

Maar daarover de volgende keer meer.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *