Verkiezingen 2018: Onder de loep – Ferenc Gyurcsány (DK)

ongersmanDe figuur Gyurcsány Ferenc houdt de gemoederen in politiek Hongarije al langer bezig dan goed voor hem kan zijn. We zien in allerlei uitlatingen langskomen dat zowel de LMP als de Jobbik de grootste weerstand voelen bij samenwerking (in wat voor vorm dan ook) met hem en zijn DK-partij, -in feite nog veel meer dan met de aloude MSZP. Wat zit daar toch achter? Tijd voor een kleine special.

Directe aanleiding voor deze post was dit artikel in de Magyar Nemzet. Strekking hier is dat Gy. F. een standbeeld verdient. Tenminste, ooit zal volgens de schrijver het establishment (wie dat precies is of zijn, moet nog blijken) er haast zeker wel eentje voor hem oprichten.

Ferenc Gyurcsány heeft al een lange staat van dienst. Hij was ministerpresident van twee – of eigenlijk twee halve – regeringen. Van 2004 toen hij halverwege de cyclus van Péter Medgyessy de MSZP-SZDSZ regering overnam en vervolgens van 2006 (in de herfst van dat jaar braken de rellen uit) tot halverwege de termijn in 2009 toen uiteindelijk een motie van wantrouwen hem de das om deed en Bajnai Gordon namens de regerende MSZP / SZDSZ de cyclus afmaakte. Im 2011 begon Gyurcsány zijn eigen partij, DK, waarmee hij er altijd wel in slaagde om in ieder geval zichzelf in het parlement te krijgen.

Hierboven, in een tijd toen een sinaasappel nog een sinaasappel was (1989), noemde Viktor Orbán Gyurcsány nog (of al?) de enige politieke concurrent die iets te betekenen had. Wat een compliment van Orbán betekenen moet en wat voor soort band dat zou scheppen gaat ongersman natuurlijk ver boven de pet. Genoeg is het te noteren dat het met zo’n lange gemeenschappelijke geschiedenis nooit echt pluis kan zijn tussen die twee. Denk aan Kain en Abel, of Puma en Adidas.

Maar wat maakt Gyurcsány nu zo’n succesvol politicus (wat succesvol precies is, moet nog blijken)? Ten eerste is Gyurcsány erg goed met oude dametjes. Hij is de ongekroonde koning der schoonzonen. Mensen die niet beter kijken en luisteren, vallen voor zijn danspasjes en zijn honingzoete toespraken. Hoewel het, opnieuw volgens MNO, al vanaf 2002 de verdienste van Gyurcsány was om de MSZP, bij gebrek aan externe tegenkrachten, van binnenuit aan diggelen te slaan (waarin hij uiteindelijk met de Öszödi-klap-op-de-toespraak-vuurpijl grandioos is geslaagd).

Je zou hem bijna tragikomisch gaan vinden – als hij niet zo glad was als een rat en vrijwel net zo vasthoudend. Als zakenman niet minder dan als politicus. Als ex-leider van de KISZ, zat hij zo dicht bij de privatisering van het nationaal vermogen dat zijn bedje gespreid was. Waarom gaat hij dan niet gewoon golfen?

Hoge bomen vangen veel wind. Zo kwam hij onder vuur te liggen in de nasleep van de onderzoeken naar het management van de MAL Zrt, een belangrijke aluminiumfabrikant en verantwoordelijk voor de “Vörösiszap” -rode-moddercatastrofe met het opvangbekken in de Bakony, in 2010. Verklaringen van de eigenaren van MAL leidden tot verhalen over de enorme winsten die Gyurcsány gemaakt zou hebben met zijn transacties in vergelijkbare fabrieken.

Een ander geruchtmakende zaak speelde rond het Velence-meer en de zogenaamde percelenuitruil (zie het kaartje en je snapt het meteen: de staat had grond nodig voor de aanleg van de M4 ergens op de poesta en Gyurcsány en bepaalde vriendjes hadden hun zinnen gezet op de lap staatsgrond in Sukoró aan het Velence-meer om daar een hotel en casino te plaatsen. Of dat niet even tegen elkaar kon worden weggestreept?) In 2009 werd dit plan door Bajnai Gordon en later onder de tweede regering Orbán helemaal stopgezet maar het duurde nog vrij lang voordat er mensen in de gevangenis terechtkwamen. Maar niet Gyurcsány zelf – ook al zijn, naar eigen zeggen en met een pathos dat weer doet denken aan de Öszödi speech – die mensen in zijn plaats de gevangenis in gegaan. Omdat ze geen valse getuigenis hebben afgelegd (tegen Gyurcsány). Gyurcsány blijft verder vinden dat zijn regering toendertijd juist heeft gehandeld.

Het lijken een beetje oude koeien – zeker in dit internet tijdperk is er vrijwel niets meer te vinden hierover – maar misschien wel juist daarom: hoe kan het dat deze man, die zo makkelijk met financiele of strafrechtelijke middelen helemaal uitgegumd zou kunnen worden (om over politieke middelen maar niet te beginnen), die zo intens gehaat en veracht wordt door een groot deel van de Hongaren, dat die man nog steeds op kan treden als ‘uitdager’ van het regime van Orbán?

Zelfs al mocht hij geen te bewijzen dubbele, door Fidesz ingelepelde agenda hebben, dan nog valt het moeilijk te ontkennen dat er iets heel vreemds met hem aan de hand moet zijn. Nu is zijn nieuwste wapenfeit dat hij de zoveelste haatcampagne (volgens index.hu) begonnen is, ditmaal tegen de buitengrenzelijke Hongaren die stemrecht hebben en massaal op Fidesz zullen gaan stemmen. Met een verslag ter plaatse van het caliber ‘Lázár János in Wenen’, zo is te zien op Facebook.

Natuurlijk is hij niet de enige met problemen in deze voor de oppositie verwarrende tijden. De Jobbik laat bijvoorbeeld doorschemeren dat Hódmezővásárhely hoogstwaarschijnlijk een one-night-stand was. In die zin dat Jobbik niet blij is dat de kersverse burgemeester van Hódmezővásárhely nu te pas en te onpas – ook in Veszprém – op camgagne is om de zaak van de (linkse) coalitie te bespoedigen. Jobbik wil in Veszprém namelijk zelf aan de bak. Dus die burgermeester kan – in ietwat bedektere termen, dan – beter oprotten naar huis.

Maar de Jobbik heeft altijd al gezegd dat ze voorzichtig zijn en geen innige samenwerking aan zullen gaan. Gyurcsány daarentegen, zwabbert als een dronken torretje door medialandschap en infecteert zijn en andere zwevende kiezers zonder dat hij zich weet te gedragen.

En dat in de wetenschap dat de historische pendant van “verdeel en heers”, nog steeds is: “één voor één, alles voor niets”.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *