Category Archives: Boeken

Dark Ecology (f)or Dark Democracy

ongersman.nl
(link opent doc op de VPRO website)

Deze post wil aan de gang met de Dark Ecology van Timothy Morton. Daarvoor is echter geduld en een lange aanloop nodig, niet in de laatste plaats omdat ongersman het betreffende boek nog niet helemaal uit heeft. Vandaar dat we hier kunnen spreken van een tweedelig feuilletonnetje en ook nog eens één, waarvan nu al duidelijk is, dat het einde – deel 2 dus – nog volledig in mist gehuld is. Optimisten mogen dit alvast beschouwen als een oefening in Morton’s Object-Oriented Ontology maar dat hoeft niet per se.

De goede man zelf figureert als één van de nieuwe kunstenaars in de tv-documentaire van VPRO Tegenlicht: Cultuurbarbaren. Dat er veel meer aan bod lijkt te komen dan ‘alleen’ de rol van kunst en kunstenaars in de huidige wereld – zoals de leader het wil hebben – is een vette toegift. Wie de Cultuurbarbaren uit de doc uiteindelijk zijn mag u overigens helemaal zelf uitmaken.

Waar reflecteert kunst nog op als kunst zelf – in de eerste plaats als consumptie-artikel en wel gesponserd door Unilever of Heineken – volwassen bestandsdeel is gaan uitmaken van de primaire cultuur? Dan blijkt dat er naast de schatrijke en oervervelende kunstemakers er ook al legio interessante mensen rondlopen die waarachtig alternatief, actief en geengageerd werk leveren. En tussen die kunstenaars en performers verschijnt Timothy Morton met een trip naar Nikel, een troosteloos Russisch mijnplaatsje.

Dat deze plaats ontstaan is vanwege, en ook vanaf het begin al aangevreten wordt door de grondstoffenwinning ter plekke, lijkt nou net een mooi voorbeeld van de loops waar Morton wel pap van lust. Hoe de excursie nu kunst vormt, kon overtuigender maar linksom of rechtsom omvat zijn verhaal veel meer dan dat.

Waaronder de Dark Ecology, dus. Een stimulerende gedachtenstroom, de verslaglegging van een state of mind (zijn redacteur had hem wat korter kunnen houden) waarin betoogd wordt dat de plek die mensen innemen op de wereld (in het ecosysteem) structureel verkeerd wordt beschouwd, zodat alleen met een grondige verandering in de relatie tot de ons omringende wereld er een kans is dat de Zesde Massale Uitstervings-Gebeurtenis (waarvan naar alle waarschijnlijkheid wij ook substantieel deel zullen gaan uitmaken) zich niet zal voltrekken. Wat in concreto nodig is, is een overstijgen van de wij-zij denktrant. Veel elementen van zijn verhaal zijn niet (helemaal) nieuw maar het kader dat hij erbij geeft, maakt het tot een veel plezieriger uitdaging.

De analyse begint met de gedachtenval waarin we al zitten sinds de allereerste agrarische samenlevingsvormen (en de vorming van het schrift) in het 12.000 jaar oude Mesopotamie. Om zekerheid te creeren en plagen af te weren, zo vertelt hij, zijn de opportunistische jagers/verzamelaars langzaam overgegaan tot het controleren (en rubriceren, determineren, (de-)ontologiseren) van de landbouw-samenleving – waarna noodzakelijkerwijs de industriele samenleving ontstond. Kort gezegd: we hebben ons boven de ‘natuur’ geplaatst en proberen de ‘natuur’ buiten te houden.

De bijgeleverde filosofie zoals wij die kennen, inbegrepen de traditionele kritische theorie, was en is door en door antropocentrisch en in die zin onbruikbaar bij het inschatten van onszelf tov de ecologische toestand. Via het strippen van Kant’s waarnemingskunst en zijn subjectiviteitsbegrip (alles wat we waarnemen is gekleurd) en het pimpen van Marx’ materialistisch nutsbesef (de ijzeren economische en historische wetmatigheden) wil hij een lans breken voor een derde rail: die van protectie by proxy, waarbij de mensheid verantwoordelijk is/was voor de Zesde Massale Uitstervings-episode, en waarbij mensen eventueel nog iets kunnen betekenen bij het afwentelen van de gevolgen (maar zie onder).

Morton speelt veel met centrale begrippen om zijn publiek wakker te krijgen. Zo heeft hij oneindige problemen met het gebruik van het woord natuur en natuurlijk. Polemische redenaties – als zou elk nationaal park een vuilnisbelt moeten bouwen, want dan neemt de biodiversiteit (soorten per oppervlakte-eenheid) alleen maar nog meer toe – kenden we natuurlijk al uit de natuurbescherming. Dat natuur in het vervolg daarvan een hyperobject blijkt te zijn, – een (deel-) verzameling van entiteiten, gekleurd en wel, die – als er al zoiets bestaat – verre zal staan  van het fenomeen waaruit wij antropocentrische mensen menen dat het bestaat – is vervolgens ook wel een open deur. Natuurlijk weet in West Europa niemand nog zeker wat (oer-)natuur zou moeten zijn, laat staan welke daarvan ‘meer’ waard is en waarom. Dit is geen weten, dit zijn geen feiten maar behoort tot de esthetica. Een kwestie van smaak, boud gezegd.

Ecologie is een iets ander beest. Dat heeft meer te maken met processen. Met loops en netwerken, interactie, waar Morton zoals gezegd eveneens dol op is. Stam van het woord ecologie is natuurlijk Oikos, wat naar huis verwijst. Sinds jaar en dag staat ecologie in het dagelijks taalgebruik voor levensvormen, niet levende elementen en energiebronnen die in onderling verband staan, waarbij – elk volgens een eigen dynamiek – in hun gezamenlijke totaliteit een dynamisch evenwicht nagestreefd wordt of lijkt te worden (iets van dien aard). Ecologie als geavanceerde huishoudkunde. Waarbij de relaties weliswaar ten dele bekend of kenbaar zijn maar waarvoor in overgrote mate het tegendeel geldt.

Dark Ecology, dan, is daar de krakersversie van. Een revolutionaire vorm van eco-centrisme, donkerder dan deep, met meer loops dan welke de menselijke wetenschap kan pretenderen te overzien of op te lossen. Denk voor de gein aan een boot. En daarvan zijn wij mensen dan noch de kapitein, noch de lading, noch de vlag, maar slechts een plank in de romp (boven de waterlijn) of een stukje van de reling. Zonder essentieel te zijn, dus. Maar als we schipbreuk lijden, door ons toedoen, dan ligt die boot er binnenkort heel anders bij, en bij de eersten die jammerlijk overboord en kopje onder gaan, horen wijzelf. En onder elkaar gezegd en gezwegen, zijn wij degenen die daar het meest (bewust?) onder lijden. Als dat er toe mocht doen (zie onder).

Natuurlijk is het verleidelijk om bij een totaalombouwproject zoals Morton dat voorstelt, jezelf allerlei projecties toe te staan, alsof het verdwijnpunt wat het in feite slechts is, geinverteerd zou kunnen worden tot zenith. Net zo verleidelijk is het je af te vragen wie die Morton dan toch wel niet is, dat hij vrijwel als enige in de gaten lijkt te hebben dat al die mensen gevangen zitten in de agrilogistische fuik? Dat hij na 12.000 jaar nou net wel de deur heeft gevonden waardoor we onze grot uit zouden kunnen?

 

Zoals gezegd, het boek is nog niet uit. Ik stel me zo voor dat het in de tweede helft veel over politiek zal gaan. Over activisme, over uitdagingen en het oplossen van problemen. Wat is dan wel de juiste houding? Morton zegt nogal wat en dan schep je ook verwachtingen, nietwaar?

Want natuurlijk (ik probeer dat woord echt minder te gebruiken) lijkt de relevantie direct om ons heen aanwezig. Als je de dark ecology bril opzet, wordt de stap naar dark democracy een voor de hand liggende. Morton heeft ook al ergens gezegd dat geen enkele huidige bestuursvorm in staat is om te zorgen voor generaties die nog niet geboren zijn.

Wie ermee kwam de afgelopen weken weet ik niet meer maar iemand merkte op de televisie op dat over vijftig jaar ‘democracy – as WE know it NOW’ beschouwd zal worden als een uitermate sympathiek edoch in essentie wezensvreemde bestuursvorm (woordelijk iets anders gezegd, maar de strekking was ongeveer dat, ongersman).

Bij nieuwsuur slaan ze elkaar echter nog steeds enthousiast op de schouders als ze het erover eens zijn hoe fijn democratisch (in dit geval: tolerant) we bezig zijn. Zo had onderzoek aangetoond dat een begripvolle bejegening van schuldenaars een beter resultaat oplevert voor incassobureaus. In de studio: “Nou, daar kan Erdogan met zijn bodyguards nog wat van leren!”

Kijkersvraag: hebben ze een punt, ja of nee?

Want even later in dezelfde uitzending zitten we in Giethoorn, waar ‘op zich heel aardige’ Chinezen (toeristen?) wel eens de tuintjes van de mensen binnenstruikelen bij het fotograferen van dit voor hen bijzondere fenomeen (huisjes aan het water). Dan komen de bewoners om hen er vriendelijk weer uit te dirigeren – sommigen zetten al bordjes neer in het Manderijns. Stemming in de studio: “Ach ja, het zijn net kleine kinderen!”

Als volgens de internationale verhoudingen vandaag de dag, China de VS en Europa al jaren aan het lijntje heeft als het gaat om financiele macht, is dan een begrip als ‘eigendom’ niet langzaam aan herijking toe? Je kunt je afvragen of wij inmiddels niet allemaal Madurodammannetjes en -vrouwtjes zijn in een gigantische Chinese koekoeksklok. Zolang het nog duurt.

 

En weer dondert de mens uit het paradijs

ongersmanWie net als Ongersman in deze donkere dagen druk doende is met zijn midlife crisis, heeft nu en dan wel behoefte aan een relativerend perspectief. Het is geen makkie uit te zoeken welke dingen je je ouders allemaal zal dienen te vergeven en welke dingen je je kinderen of andere jongere aanverwanten alvast zou willen laten vergeten. Dan kan een schepje erbovenop, of zo u wilt, een treetje dieper in de ellende tijdelijk wel als geroepen komen. Om daarna opgelucht terug te kunnen keren, natuurlijk.

Het boek Onverklaarbaar bewoond, van Bert Keizer uit 2010 is een verslag over zijn ervaringen als gast en observant op de neurochirurgische afdeling van een Nederlands academisch ziekenhuis. Deze met levensvragen behepte man is in het dagelijks leven arts in een verpleeghuis. Zelf ziet hij zijn aanwezigheid (bijna hands-on) in de operatiezaal en daaromheen als een halve queeste, als een soort top-poging in de zoektocht naar de menselijke geest. Om, bij wijze van spreken met de bloedspetters op zijn witte jas, min of meer teleurgesteld toe te geven dat de genius loci niet gevonden is. Integendeel: het mysterie is weer gegroeid (een doel dat eigenlijk alle teksten zouden dienen te beogen). Op het einde van het boek bekent Keizer netjes dat hij stiekem had gehoopt de menselijke geest op het laatste moment weg te zien flitsen bij de komst van het chirurgenmes, maar helaas.

Het brein kun je observeren. Waar vinden de processen plaats? Hoe lopen de verbindingen? Je kunt er een beetje aan sleutelen als dat wenselijk wordt geacht. Maar waar gaat de ziel nou het brein binnen? (Een iets andere vraag is dan nog wanneer het brein gretig wordt. Bert Keizer gebruikt deze term nergens maar hier hebben wij het er al eens over gehad.)

Keizer wil de geest uit de fles hebben en stelt dat bewustzijn verkennen is, waarin brein, lichaam en wereld samen bezig zijn. Vandaar dat zien, een door onszelf als elementair beschouwde functie, alleen maar erg goed bij ons mensen en een paar andere dieren past. Omdat dat de beste manier is om een bewegende levenswijze te outilleren, met name. Verder niets bijzonders. Kun je nagaan hoeveel vormen van waarnemen we als soort nog niet ontdekt hebben en ook nooit zullen ontdekken. Hier op aarde, voor wezens van onze grootte, maar nog veel sterker in andere omgevingen, andere planeten, dimensies, met afwijkende tempo’s, ruimtelijke kaders en fysieke eigenschappen en andere dingen waar geen woorden voor zijn.

We krijgen info binnen en we verwerken en we gebruiken dat, wat we nodig hebben om ons zelf met ons lichaam in onze wereld te handhaven. Vindt ons brein. Dat onze geest wil. Of zoiets. Want het neurale vuurwerk op zich omsluit niets, zegt Keizer stellig. Daar moet een lichaam en een wereld bij.

Maar, vraagt Keizer zich af, wat maakt nu ‘smaak’ van het zintuig ‘smaak’? En is het ‘hebbes’- gevoel van de kameleon nu wel of niet nodig voor een goede vangst? Waarom is het voor een robot alleen maar mogelijk om dergelijk functies te benaderen? Te analyseren en na te spelen? Een robot kan het niet invullen, laat staan er naar verlangen. Tenminste, niet spontaan en niet op een individuele, unieke wijze. Of is dat echt alleen maar een kwestie van ‘nog niet’?

Misschien is de toekomst wel weggelegd voor varianten van de Penfield-ingreep, een methode van opereren waarvan Keizer nauwgezet verslag doet en waarbij een patiënt halverwege de operatie gewekt wordt om door middel van tests – gezicht, geheugen, taal, etc – te bepalen hoe ver de chirurg – op dat moment onder plaatselijke verdoving aan het snijden in de bewuste hersenpartij – nog kan gaan.  Vandaar dat dat ding zo gretig is, denk je dan (onwillekeurig?).

Resumerend: in hoeverre zijn wij mensen en andere levende wezens meer dan neuronen, impulsen, moleculen? In hoeverre toont het beschadigd raken van ons geestelijk leven door beschadigingen van hersenweefsel aan, dat wij hersenweefsel zijn?

Want de beschadiging ervan is natuurlijk maar één kant. Je kunt ook de opbouw ervan gaan bekijken. De groei, al of niet autonoom geacht. En de teleologische gerichtheid van dat wereld-lichaam-brein- complex. Waar blijft het boek de andere kant op – de tree terug uit de ellende – over oplossingen? Over (geestelijke) groei in het algemeen, spelen, de opvoeding? En over de helende kracht van de psycholoog – die door neurologisch relevante processen te doorlopen (van trauma-verwerking tot en met imprenting) het tegendeel hiervan aanstippen kan. Hoe kan de vorming van de geest uit de materie zichtbaar worden gemaakt? Live – implantatie van neuronenmateriaal? Dan wordt het pas echt wat met die zoektocht naar de ziel. Want in het boek van Keizer gaat het – een gegegeven in een neurochirurgische afdeling, waarschijnlijk – wel erg veel om kaarsjes die langzaam uitdoven.

Het blijft een uitermate bizarre gewaarwording, zoals ons brein zichzelf bestudeert. Vooral door ernaar te kijken, ook nog. Baron von Munchhausen zou zich optrekken uit zijn graf.

Ruim baan voor het Trauma-team!

rrh_08_by_drfaustusau-d8pwoum
© DrFaustusAU, Nick Cave and the Bad Seeds

Psychologische trauma’s zijn er in vele soorten en maten. Alledaagse gebeurtenissen die we onder elkaar gekscherend traumaatjes zouden noemen, zijn belangrijk voor ons menszijn en vormen een integraal onderdeel van ons leven en onze identiteit. Zonder dat ze ons meteen classificeren als psychiatrische gevallen, kennen we allemaal wel gebeurtenissen die ons als kind schokten of verontrustten, die ons confronteerden met vernieuwingen en belangrijke wendingen in ons leven, – denk aan bijvoorbeeld de eerste keer dat je gedwongen werd uien in je rode bieten te accepteren of dat je konijntje overleed. Veelal hebben die gebeurtenissen ons in de loop van ons leven gesensitiveerd op dat punt, waardoor onze unieke en essentiele voorkeuren ontstaan. Trauma’s en emoties horen bij elkaar als pek en veren, – en zonder emoties is er natuurlijk geen echt leven mogelijk.

Over sommige huis-tuin-en-keuken- trauma’s kun je derhalve heel fijn heen komen, hoe diep ze ook geworteld leken. Neem bijvoorbeeld tanden: Wie kent niet de angst voor uitvallende tanden?  Om te beginnen je mond – die je duizend keer beter meende te kennen dan je broekzak (en waaraan je in ieder geval duizend keer meer gehecht was) – die ten prooi leek te zijn gevallen aan kraters en kloven, grotten en afgronden van voorhistorische afmetingen?

Maar daaronder krioelen nog interessanter implicaties: vergeet de materie en daal af langs de traumaladder op zoek naar het algehele failliet van je gezondheid, je leven, of de grond onder je voeten – feilloos geillustreerd met dromen over je afbrokkelende elementen. Zelfs daar kom je weer overheen: na een paar keer goed geleden te hebben, kun je opeens weer naar de tandarts gaan zonder dat daarmee de wereld hoeft te vergaan. Het went, denk je dan en dat is goed zo.

Trauma’s zijn overal en op elk niveau. Of we nu denken aan het korte-termijn opportunisme van de meest succesvolle politici van deze tijd – Trump, Putin, Erdogan, Wilders, Orbán – of aan de angsten die we hoe dan ook allemaal delen – de angst voor wereldmacht China, voor terrorisme, voor het failliet van het humanistische project – het draait hier of linksom, of rechtsom, om kleine en grote, om werkelijke, historische en potentiele trauma’s.

Enter generatie X. (Of Y, Z van mijn part, al betwijfel ik of ze zichzelf zo lineair zouden inschalen). Even kort: Doelen opgeschort; ontwikkeling achterhaald want paternalistisch. Het is in ieder geval niet meer de bedoeling dat we met zijn allen naar een ideaal streven. Zichtbaar niet. Hoogstens managen we, zoiets. Maar verbeteren, of iets bereiken, dat mogen de volgende generaties wel weer uit gaan zoeken, mochten ze daar zin in krijgen. Let wel: per omgaande worden trauma’s in het huidige tijdsgewricht ook anders. Er is geen erkenning meer voor de klassieke trauma’s, omdat de klassieke levensloop er niet meer is. Net als waarheid zijn ook trauma’s ontploft in duizenden particuliere narratieven.

Gisteren vond ik mezelf tot mijn niet geringe verbazing terug aan een plastic tuintafel bij overigens zeer sympathieke mensen, terwijl ik de Holocaust aan het bewijzen was (of all things!) Het ging er vrij heftig aan toe, kan ik wel zeggen: “Mijn moeders vriendinnetje is toch echt weggehaald en nooit meer teruggekomen”, en: “Dus al die mensen die zeggen dat ze geen opa’s en oma’s hebben, die liegen?” – op dat niveau waren we bezig. Ik geloof en hoop dat het gelukt is mijn vrienden in te laten zien dat ze niet nog eens hun twijfels over de maximale capaciteit van crematoria als belangrijkste life-line moeten gebruiken bij het aangaan van dit soort discussies, of om het even welke twijfels dan ook, als we het er nog eens over hebben.

Het grootste trauma – bij de weg – is het trauma waarvan je niet weet dat je het hebt. Dat kan heel goed: een trauma is in essentie natuurlijk gewoon een wond. En als je niet met die wond bezig wil zijn, dan ga je ergens anders krabben. Op de ziel of het lichaam.

Volgens de Sloveense XYZ-filosoof Slavoj Žižek is: “ideology not only the world we live in, but also the wrong ways we try to escape”.

Escape what?

Wat zouden de juiste ways zijn?

Laat mij u namelijk als toetje nog het verhaal The Plagiarist van Hugh Howey aanbevelen en het trilemma van Nick Bostrom, dan kunnen we later verder praten over trauma’s en de mogelijkheden voor recovery.

 

 

Hoe geef je de geschiedenis terug aan de mensen?

Ongersman

De vraag komt voor in de spionageroman “De Machtsfabriek” van Robert Littell. Ik dacht eerst dat het van diens zoon was, van Jonathan Littell, – en dat kwam uiteindelijk wel goed uit, want alles heeft toch met alles te maken. Littell junior is u overigens mogelijk ook bekend van het boek “De Welwillenden”, over de bijna sympathieke SS officier Max Aue die – gepijnigd door logistieke problemen – niet goed weet waar de holocaust aan te pakken.

Maar “De Machtsfabriek” van de vader, dus. Uit 2002 alweer. De betere spionage-verhalen hebben iets dat de meeste Hollywood-films altijd zullen ontberen: een realistische onzekerheidsmarge. Je weet nooit precies het fijne van de zaak. Ook niet precies wanneer het verhaal is afgelopen en – als het dan toch echt is afgelopen – dan nog weet je vaak niet hoe het is gelopen. Van binnenuit, bedoel ik dan. Je weet bijvoorbeeld nooit of het daarom of misschien toch eerder daarom zo is gelopen. Of het wel iets heeft uitgemaakt, dat het zo liep? Of het goed of slecht is afgelopen? Of eerder nog: juist of onjuist was? Of wanneer en waarmee het eigenlijk was begonnen?

Dat noemen ze geschiedenis maken en dat komt, in ons voorbeeld, al om de hoek kijken met de campagnes van desinformatie die nu eenmaal bij spionnen horen. Stel: je wil je tegenstander gaan bespelen met een valse overloper. Die krijgt natuurlijk informatie mee, ter misleiding. In eerste instantie echte, nuttige informatie, want met valse informatie heeft de tegenstander meteen door dat er iets niet klopt. Maar je geeft de nep-overloper ook weer niet zulke belangrijke informatie mee, dat je te diep in je eigen vlees gaat snijden. Belangrijk: als het spel zo van twee kanten gespeeld begint te worden, is het zaak nooit te gaan zitten denken dat je de slimste bent. Want als je tegenstander bijvoorbeeld niet één, maar twee stappen op je voorloopt, dan ben je in de spionnenwereld – die op een zaal vol met spiegels schijnt te lijken – al snel reddeloos verloren.

Ander voorbeeld: je hebt een mol in de organisatie van de tegenstander. Mollen geven informatie door die nadelig is voor de organisatie waarbinnen ze opereren. Als elk bericht over de tegenstander dat die mol te weten komt, meteen doorgegeven wordt en per omgaande leidt tot mislukking, sabotage en frustratie van de campagnes van de tegenstander, door jouw contraspionage-dienst, dan voel je ergens ook al: die mol zit daar nooit lang. Je zou je mol dus kunnen beschermen door – afwijkend van de gang van zaken, van het patroon – informatie die de mol doorgeeft, soms ook doelbewust niet te gebruiken. Maar zelfs als het bestaan van een mol vermoed wordt, dan kunnen er nog allerlei dingen gebeuren. Je kunt een collega van de mol, ook bij de tegenstander, gaan belasten zodat het gaat lijken dat dat de mol zou zijn; er kan een driedubbelspion ontstaan; en er kan uitkomen dat er helemaal geen mol was, dat er alleen maar toevalligheden en insinuaties zijn opgetreden als gevolg van een spookmol die – zonder dat-ie bestond – de tegenstander alleen al door de schaduw die hij wierp van binnenuit kon opvreten. Zo zie je wel, in het spionnenvak kom of kwam je een aardig eind als je beschikte over stalen zenuwen en een (gezonde) portie achterdocht.

En toen kwam er op vrijdagavond het bericht binnen dat ’28 pages’, een Amerikaans initiatief van 9/11-critici om ontbrekende informatie over de aanslagen op het World Trade Centre openbaar te laten maken, tot succes heeft geleid. Natuurlijk loopt dit nieuws – ergens op de route tussen Nice en Ankara boven de Bosporus, helemaal vast. Zonde, want de strekking ervan is niet mals: individuen die geassocieerd zijn of waren met de kapers – financien geregeld, huisvesting geregeld, vluchtroutes geregeld, ed – hebben of hadden eenduidig connecties met het overheidsapparaat van Saoedi-Arabie – ofwel via de ambassade van dat land in de VS ofwel via de geheime dienst van dat land. Dit zou bij nadere beschouwing een rechte vinger in die richting wijzen en, om maar wat te noemen, de oorlogsrethoriek over Irak die na de aanslag opkwam in een nog raarder licht zetten dan die al stond.

En terwijl de nieuwsdiensten overal ter wereld de grootste moeite lijken te hebben om het Saoedi-nieuws op de telex te zetten, heeft Erdogan in twee dagen na de verrassing van vrijdagavond genoeg tijd gevonden om (in het weekend, nota bene) zo’n 6000 soldaten, rechters en andere onwelgezinde medewerkers op te rollen. Als straks ook in die hoek het één en ander niet blijkt te kloppen, of in ieder geval niet helemaal zo blijkt te zijn gegaan, als het lijkt te zijn gegaan (volgt u het nog?), dan eet ik mijn turul op. Minister Szijjártó van Hongaarse Buitenlandse Zaken (…) weet gelukkig wel al dat het terroristen zijn en dat Erdogan de rots in de branding is. Nu is de mening van Szijjártó überhaupt al die van een rare kanarie als het gaat om buitenlandse betrekkingen (zie van de EU afwijkende mening over grensconflicten China in de Zuid-Chinese Zee), dus zijn visie heeft ongeveer net zoveel realiteitswaarde als de gemiddelde Hollywoodfilm.

Stalin, tenslotte. In De Machtsfabriek stelt een overloper dat de Russen Stalin zo lang hebben gepruimd, omdat ze in wezen bang waren voor het donker. Bang voor de winter, voor de uitgestrekte wouden en alles wat daarachter lag. Als dat zo was, dan heeft Stalin ze over die angst heen geholpen deels door te laten zien dat ze niet bang hoeven te zijn van die verre verten, maar deels net zo goed door zelf de plaats van het donker in te nemen.

Hoe klein is de wereld? Jonathan Littell (inderdaad, de zoon van) heeft nog meer relevante dingen geschreven, zoals een onderzoek naar de geheime diensten van Rusland, tussen 1991 en 2005.

En ik was nu net zo blij dat het eindelijk een keer (mede) over Rusland ging, zonder dat er sprake was van Putin … Of was dat verdacht geweest?

Wim Brands overleden

zwemmen2Dichter en journalist, bekend van VPRO-programma’s over boeken voor radio en televisie. Boekenman van Nederland: serieus, energiek, doortastend, geduldig.

Middenin het centrum van de dingen stond je schijnbaar alleen. We hebben van je genoten. Wij lezers en schrijvers.

Zouden er veel Nederlandse aspirant schrijvers zijn, die niet droomden van een interview met jou? In jouw ogen iets voor te mogen stellen! Opdat je er nog dingen mocht uithalen – of instoppen – waarvan wijzelf niet eens wisten dat ze erin zaten – of hoorden?

Met je dood gaat er iets verloren wat nog geen naam heeft. Een kijk op betere dingen, mooiere tijden, fijnere mensen. Het project waar we allemaal een beetje aan mee hadden kunnen werken. Zeg ik veel als ik jou als één van de aanvoerders zag?

Dit doet pijn.

KHf extra: Onverwachte draai aan retoriek grote leider (1)

haaiOm te beginnen is er het laatste boek van Umberto Eco, Numero Zero. Een loser-journalist laat daarin zijn talenten los op een (fictieve) dagbladformule waarbij projecties uit de onderbuik, via insinuaties en verdraaiingen, achterklap en roddelpraat tot journalistiek worden verheven. Hierbij komen vanzelfsprekend allerlei methodes aan bod, van geavanceerde technieken voor associatieve, manipulatieve nieuwspresentatie tot en met het optimaal uitspinnen van dubbele ontkenningen van uitspraken die om te beginnen al in de mond waren gelegd (of zelfs geheel verzonnen).

In de praktijk niets nieuws, natuurlijk. Zowel in Nederland als in Hongarije stralen krantenkoppen van links naar rechts vooringenomenheid uit. Verhogen we de inzet: de inhoud van het nieuws is één ding waarover te steggelen valt. De toon van het nieuws is weer een heel ander geval.

Kétfarku kútyapárt piro3
Foto: Kétfarkú Kutya Párt

De Kétfarku Kutyapárt, een onnavolgbare satirische klub (nu ook al partij – voor een staaltje van hun kunnen klik op de foto hiernaast) heeft vorig jaar zomer een alternatieve editie (link is een pdf document) van Magyar Hirlap uitgebracht. Een ‘goed nieuws’ editie. Welke coulisse (goed nieuws voor wie?) er nu precies verschoven is, is niet helemaal duidelijk: sommige fictieve artikelen komen over met een heftigheid die de Magyar Hirlap gewoon is maar verkondigen precies de feiten-versie die de Hirlap niet graag zou zien. Omgedraaid komt ook voor: lief nieuws dat niemand kwaad doet, – een beetje zoals het jeugdjournaal, vroeger.

De website Mediavadasz positioneert zichzelf als het weerwoord op de wijdverspreide links-liberale ‘vuilnissites’ (szennyoldalak) op het web. Onderwerpen en gebeurtenissen worden er besproken met als doel het gepretendeerde gelijk van ‘links’ te de-bunken. Zo stellen ze concreet over de plakaat-affaire van vorig jaar – de kritiek op de overheidsplakaten (die voortkwamen uit en aanleiding gaven tot stemmingmakerij rond de vluchtelingen), dat de reclameboodschappen van het Kétfarku Kutya-partij/Vastagbőr- verband die daarop ten antwoord verschenen (met o.a. ‘Sorry for our prime-minister’) en de verwijzingen naar bijvoorbeeld de bijbel (‘vluchtelingen zult U voeden’) hoogst verwerpelijk zijn. Want dat zou het aankweken van schuldgevoel zijn.

Wat denkt de KKP wel van christenen? Dat het een sukkelige, zelfopofferende liefdadigheidsinstelling is? Of dat ze de inbreker in huis binnenlaten, geld in diens zakken stoppen en ook nog eens het mes op de eigen keel zetten? De linksliberalen rekenen het de Hongaarse conservatieve christenen aan dat ze niet genoeg christelijk zouden zijn? Absurd!

Polemiek wil altijd gelijk hebben, als het even kan voor 100%. Polemisten zijn er vaak op uit elkaar helemaal onmogelijk te maken, liever nog met één enkele voltreffer dan op ‘punten’. De schrijver heeft schijnbaar niet door dat satire geen polemiek is – in die zin dat satire niet voor 100% gelijk kan hebben omdat het gebruik maakt van originele bronnen waarop satire zichzelf botviert (en dientengevolge voor alles wijst op hypocrisie).

Hij die zonder zonden is, werpe de eerste steen is in Hongarije opgewaardeerd tot een verlammende alles of niet toestand met alleen nog maar schreeuwers aan beide zijden. Als je kritiek durft te hebben, dan moet je ook meteen klaar staan om alle politieke associaties die via die kritiek in je ‘eigen nest’ te leggen zijn, te weerleggen. Als je tegen de verkeerde zegt: ‘Viktor verrijkt zichzelf’, dan krijg je terug dat die-en-die zich nog veel meer verrijken of verrijkt hebben, of de multi’s, of wat dan ook. Een vraag met een wedervraag beantwoorden, kritiek met een schep erbovenop.

Kijkend naar foto’s van Amerikaanse moordenaars haal ik het ‘slechte’ in de mens er niet altijd uit. Is het objectief zichtbaar, dat iemand een ‘slecht mens’ is – niet dom, of lelijk, maar echt slecht? Vaker lukt dit niet, dan wel. Vanaf een nieuwsportaal, een verzamelportal waar nieuws van allerlei bronnen verwerkt is, komt het ook wel eens voor dat je niet één-twee-drie weet wat het nieuws dat je leest, nu wil zeggen. En net als je je aan het opwinden bent over de kop en de stemmingmakende paragrafen, blijkt dat het stuk de ‘goede kant’ op wil. Of andersom. Op het verkeerde been staan bij het lezen van een story – of dat nu fictie is of non-fictie – kan heel heilzaam zijn.

Nog iets raars, tenslotte. Uitleggen is in het dagelijks Hongaars magyarázni. Uitleggen zou op die fiets in het Nederlands (ver-?)nederlandsen worden. Waarheid gebaseerd op identiteit en niet op logica.

Volgende keer: de vloeibare samenleving, kormany-info vragenuurtje en de vraag of Belgie en Nederland nog iets kunnen leren van de Hongaarse media-wet (volgens Lázar wel)

 

 

Hoe past Paks in het plaatje?

Beton skelet Heeft u toevallig het boek ‘Bekentenissen van een economische huurmoordenaar’ van John Perkins gelezen? Kan het zeker aanraden, al is het niet bevorderlijk voor de gemoedsrust. Wel aktueler dan ooit …

Hoewel Nederland best een tikkeltje naief genoemd mag worden en Hongarije wel wat neigt naar overmatig complottheorisme, is het soms nog wel een geruststelling te mogen denken dat het toeval is, dat de wereld is, zoals die is.

Dankzij Mr Perkins heb ik daar nu minder last van. Hij heeft laten zien dat de financiele, industriele en politieke evenwichten in de wereld niet het resultaat zijn van een spelletje blindemannetje of zelfs maar zoiets prozaisch als belangentegenstellingen. Het is ook geen kwestie van perceptie, geen oefening in marketing en zelfs webbenwevende spindokters komen er nauwelijks aan te pas.

Wat heeft Perkins opgebiecht? Hij zegt dat – aangemoedigd door listig gecamoufleerde vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de banken en de politieke clans in de VS – de tweede en derde wereldlanden van deze aardbol zich de afgelopen zestig jaar structureel hebben laten overhalen investeringen ‘binnen te halen’ via de Wereldbank, IMF, USAID en verwante organen, waarmee zwaar overgedimensioneerde ontwikkelingsprojecten zijn gerealiseerd, waarop in de ontvangende landen – afgezien van de betreffende dictators, hun smeervriendjes en een paar rechterhandjes die al in beton, klei en andere grondstoffenindustrieen zaten – niemand zat te wachten. Negentig procent van de met de projecten gemoeide gelden zal de VS nooit verlaten (zijn door de US banken en de US overheid overgemaakt aan de US projectontwikkelaars en US aannemers) maar stellen de ‘ontvangende’ landen niettemin voor onaflosbare schulden – aangezien het beloofde rendement  (o.a. vruchten van de economische groei, bloeiende havens, toegenomen energiebehoefte) nooit of te nimmer zal worden gehaald – zodat de VS er bijna gratis en voor niets weer een trouw lid in de UN-stemveestapel en een leverancier van goedkope grondstoffen bij heeft.

En hoe past Paks in het plaatje?

Het aflossen van de lening van/aan het Russische Roszatom, die 80 % van de kosten voor de uitbreiding/herstructurering van Paks zal ‘dragen’, zal 30 jaar gaan duren. Roszatom zal ook zorgdragen voor de brandstof en het afval. Maar één en ander wordt pas over 10 jaar actueel, als het eerste nieuwe blok moet worden opgeleverd. Hoe de regering ‘Paks’ aanpakt, wil ze als het even kan natuurlijk geheim houden. Het enige dat vanaf het begin zal lopen, is de rente.

Waarom Michel Houellebecq

HagedisLinks en rechts aangeraden door bezorgde en betrokken vrienden en bekenden, is “Onderworpen” van Michel Houellebecq tot nu toe een boek dat de verwachtingen verre overtreft.

Al eerder, in “Elementaire deeltjes” maar vooral in “De kaart en het gebied”, viel op dat Houellebecq’s onovertroffen is in zijn trefzekere beschrijving van alledaagse rompslomp. Op lichtvoetig proza manifesteert zich een woordvoerder van belangen die totnogtoe niet als belangrijk bekend stonden.

Eerste voorbeeld: gesprekken tussen mannen benoemen als ‘heen en weer slingerend tussen pederastie en duel’.

Tweede voorbeeld: (…)

Daarnaast zijn zijn vloeren vaak zo dunnetjes, dat je je als lezer om de haverklap wéér op zo’n krakende zolder aanbeland weet, waar je automatisch richting de muur begint te schuifelen om je eigen val maar vast uit te stellen. Je om de hoofdpersoon bekommeren is er dan al lang niet meer bij.

De diepere betekenis van het werk zal gaandeweg pas blijken. Duidelijk is al wel dat hier aan de bel wordt getrokken. Voer voor een Derde Weg, lijkt het wel. Categorisch goed- of afkeuren is er niet meer bij. Wat er nog rest aan democraat in ons, begint zich nu echt te realiseren dat er nooit van zijn leven een brug getrokken zal kunnen worden tussen willen wat wij willen en weten dat dat wat wij willen, niet acceptabel is voor veel anderen. Entree discours, debat, democratie, een portie ouderwetse dialectiek, wellicht. Allemaal woorden met tweespalt erin voorgebakken. David van Reybrouck roemt de deliberatieve democratie, Arjen Lubach zoekt het in Superkamp.

We zijn wakker!

Nobelprijs je rijk

Smalspoorlijntje BükkOp vrijwel dezelfde dag dat aan Svetlana Alexijevitsj de Nobelprijs voor literatuur werd toegekend, kwam het bericht dat voormalig Hongaars president Árpád Göncz overleden was. Dat hij overleden was wist ik al of meende ik al te weten; dat dat nu gebeurd was, was nieuw.

‘Wie was of waren dat?’ zult u zich misschien afvragen.

Of:

‘Wat zou het verband tussen deze twee moeten wezen?’

Árpád Göncz was geen materiaal voor Nobelprijzen. Uiterst beminnelijk, dat wel. Naar buiten toe, zeker. Al in de gevangenis en kort daarna moet hij ook iets geweten hebben over de menselijke conditie. Faulkner, Styron, Tolkien en Havel vertalen, dat doe je niet om mensen te helpen aan verhaaltjes-bij-het-slapengaan.

Uiteindelijk werd hij één van de populairste staatsmannen van Hongarije. Vanzelfsprekend wist een undercover links-over-rechts informant ter plaatse te melden dat Göncz vroeger, als scholier, zeg maar, lang zo beminnelijk niet was geweest als hij er de laatste jaren uit had gezien.

Dat zal. Zelfs als dat al zo was, dan had hij wel iets geleerd de afgelopen lange jaren. En dat kun je niet van iedereen zeggen – in Hongarije of daarbuiten.

Over Svetlana Alexijevitsj kan ik concreet alleen maar melden dat het niet echt meevalt haar boek (of boeken) in bezit te krijgen. Zelfs de best-gesorteerde boekenwinkel van Nijmegen en wijde omstreken had ‘Het einde van de Rode mens’ niet op voorraad de laatste keer. Dat was nog voor de bekendmaking, maar dan nog.

Maar toch die fascinatie! Nederland en Duitsland lopen met haar weg, lijkt het wel (weet iemand hoe het zit met de Engelse vertaling van haar ‘rode mens’?) Vanwege de informatie die je op de radio over haar te horen krijgt, op het web kunt lezen, de verhalen die op haar eigen website staan. Haar aanpak, haar beminnelijke stijl, haar uitstraling. Waarschijnlijk ook wel een beetje het underdog gevoel dat erbij hoort: Wit Rusland de laatste duistere hoek achter dat verfomfaaide gordijn. Verboden, vertrapt en verguisd worden, – en dan gewoon zeggen dat ze niet haat. Volgens de volkskrant noemt ze Poetin ‘een boefje’. Ik heb het zo snel nog niet kunnen verifieren maar als het waar is: mooier kan toch haast niet? Zo ongeveer de machtigste man van de wereld zo op zijn plaats weten?

Haar Nobelprijs voelde niet zonder reden als een sprankje hoop. Net zoals het nieuws van Árpád Göncz zijn verscheiden niet zonder reden best pijn deed.

Svetlana Alexijevitsj behoort en Árpád Göncz behoorde tot de categorie mensen die erboven staan. Waarboven weet, denk ik, vrijwel niemand meteen. Maar ze proberen het, in ieder geval. Zoals u en ik het ook zouden kunnen. Steken we volgend jaar gewoon de nobelprijs voor de vrede in onze eigen zak.