Category Archives: Hongarije

Verkiezingen 2018: het jachtseizoen is NU geopend!

ongersman.nlDe afgelopen week werd bekend dat de Jobbik, vanwege ongeoorloofde campagne-financieringen, een boete opgelegd heeft gekregen van 662 miljoen forint (ruim 2 miljoen euro), zonder mogelijkheid tot beroep. De ÁSz, zeg maar de Rekenkamer, had bepaald dat de steun die de partij ontvangen heeft tijdens de vorige verkiezingscampagne in 2009/2010, de regels heeft overschreden. Het gaat over de reclame-diensten die Lajos Simicska ter beschikking heeft gesteld. De boete, zo stelt het Jobbik bestuur, kan de partij ten gronde richten. Er is dan ook een inzamelingsactie begonnen die na vijf dagen 27 miljoen heeft opgeleverd.

Op as vrijdag (15 december) volgt er een ‘pro-Jobbik’ demonstratie in Boedapest, tegelijkertijd een belangrijke test voor de bereidheid tot samenwerking onder de oppositie: in hoeverre dienen ze deze partij te steunen. Iedereen lijkt wel wat anders te zeggen, waarbij de één stelt met het meedemonstreren niet zozeer voor Jobbik, maar vooral voor naleven van rechtsstaatprincipes te demonstreren (a la Voltaire en vrije meningsuiting voor iedereen), de ander wonderwel juist in dit geval de regels van de rechtsstaat meent te moeten eerbiedigen en de acties van Simicska niet ongestrafd meent te willen laten (Kétfarkú Kutyapárt). Momentum en LMP gaan overigens wel, MSZP, DK en PM gaan niet demonstreren aan de zijde van Jobbik.

Even terug naar wie er van de partij zal zijn in 2018:

Van de MSZP zei de vorige MSZP-lijsttrekker László Botka bij zijn afscheid dus dat er buiten en binnen de partij krachten zijn die Orbán helemaal niet wensen te verwijderen. Oftewel: interne strubbelingen en achterklap tieren welig over, door en benevens de oeroude onderonsjes en eentweetjes van de politieke machtsblokken van weleer. Toch blijft de MSZP – met de Jobbik – één van de grootste oogsters van anti-Fidesz sentiment op het platteland. Maar misschien dat er nu echt een frisse tegenwind opsteekt voor Orbán: Lijsttrekker voor de MSZP, zo is recent bekend geworden, wordt de outsider Gergely Karácsony, afkomstig van de partij Párbeszéd (Dialoog) en de huidige burgemeester van het Boedapest stadsdeel Zugló, dat als één van de weinige qua burgemeester niet in handen is van Fidesz.

In 2014 behaalde Összefogás 2014, de alliantie van MSZP en vier kleinere linkse partijen, 38 zetels (29 voor MSZP). De overige partijen waren de volgende:

  • DK is de partij van coulissenstuk Ferenc Gyurcsány, die maar niet lijkt te snappen dat het oprollen van een systeem niet door het systeem zelf kan gebeuren
  • Együtt, de partij van Gordon Bajnai en van Péter Juhász, de laatste één van de grootste critici van het beleid in Boedapest
  • Párbeszéd, de partij van Gergely Karácsony
  • En de MLP, de Hongaarse Liberale partij van oudgediende Gábor Fodor (ex-Fidesz, ex- SzDSz)

De LMP is al sinds 2009 een volwaardige alternatieve partij die een frisse wind probeert te laten waaien. Kopstukken zijn de onvermoeide Bernadett Szél en de anti-corruptie-held (ook ex-Fidesz, geen slechte combinatie) Ákos Hadházy. Ook PM’ers Gergely Karácsony, Timea Szabó en Rebeka Szabó, en Együtt-kopstuk Péter Juhász behoorden ooit tot LMP; András Schiffer is in juni 2016 als leider van de LMP gestopt. Mogelijk vanwege dit roerige verleden staat het LMP bestuur niet erg te trappelen om nauwe samenwerking aan te gaan met andere partijen: ze hebben hun kieslijst al ingeleverd. Echter, zolang het de Fidesz lukt deze partij in de hoek van de hashkikkers en van vluchtelingen- en transgenderknuffelaars te duwen, hoeven ze hun tong alleen in het parlement te vrezen – en dat haalt de televisie toch maar zelden.

Momentum, tenslotte, is een interessante nieuwkomer deze keer met als leider András Fekete-Győr. Een zeer jonge, op Europa gerichte beweging en partij waarbij Fidesz flink moeite heeft ze aan te pakken. Hun voorlopige hoogtijdagen beleefden ze begin 2017 rond het referendum over de Olympische Spelen, waarbij ruim de benodigde hoeveelheid handtekeningen (266 duizend) op werd gehaald voor het houden van een referendum – wat op zichzelf al een behoorlijke presatie is – waarna de regering de eer aan zichzelf hield en verkoos af te zien van het willen houden van de Olympische Zomerspelen 2024. Sindsdien versterkt Momentum de regionale en lokale basis en hebben ze aangekondigd mee te willen doen aan de verkiezingen in 2018.

ongersman.nl
Bron: Republikon / 24.hu

Hoe zit het met de populariteit van de diverse politieke partijen? Volgens 24.hu staat de oppositie er helemaal niet rooskleurig op. Onder de stemmers met partijvoorkeur groeit de populariteit van Fidesz alleen maar. De overige partijen wisselen wat zetels, Jobbik verliest. Maar uiteindelijk moet natuurlijk de grote overgebleven groep van zwevende kiezers – 40% – de doorslag gaan geven.

Geen wonder dat de campagne dus hard gespeeld gaat worden.

  • Jobbik gebruikt nu merkwaardig genoeg de in wezen diep anti-fascistische slogan “Vandaag zijn wij aan de beurt, morgen jullie!”
  • Fidesz is hard bezig om Gergely Karácsony (zie onder) in de zeik te zetten (bij Origo verscheen een tape-opname waarin hij stelt dat hij ‘het kan missen als kiespijn’, die lijsttrekkersrol)
  • LMP heeft een lijst uitgedeeld met de criminele activiteiten waarvoor de Fidesz-coryfeeen vervolgd zullen gaan worden, na de verkiezingen

Blijft over de vraag hoe de oppositie nu de meeste kans heeft om een klap uit te delen, straks over een maand of vier.

Volgende keer: campagne voeren in tijden van cynisme.

Hongaarse verkiezingen 2018: oude zakken OK – goede wijn ver te zoeken

In het voorjaar van 2018 – precieze datum nog onbekend – is het weer zover. Hongarije mag naar de stembus. De grote vraag is natuurlijk of de parlementaire hegemonie van Fidesz-KDNP deze keer wel gebroken kan worden, en hoe dan? Tijd om de balans op te maken en de kaarten te schudden!

Echt overzichtelijk is het speelveld momenteel niet. Waar Fidesz-KDNP vanuit een relatief comfortable positie zich al heeft gepermitteerd een weinig opzienbarende kieslijst in te dienen, lijken bij de oppositie de gelederen slechts in één opzicht gesloten: Orbán moet weg. Hoe, dat is dan natuurlijk vers twee.

Hoe zat het ook al weer met die verkiezingen?

Zoals bekend begon de echte opmars van Fidesz-KDNP in het jaar 2010. In dat bewuste revolutie-jaar, zoals Fidesz het graag betiteld, behaalde de partij 53 % van de stemmen en 68 % van de zetels. Dat was nog met het oude twee-rondes systeem, dat ook toen al trekjes had van the winner takes it all.  Zo populair is Fidesz in ieder geval sindsdien niet meer geweest, al zul je dat aan hun zetels niet snel merken.

De tweederde meerheid heeft Fidesz in de eerste jaren effectief ingezet om, onder andere, het kiesstelsel grondig te renoveren. De twee rondes werden afgeschafd, het totaal aantal zetels ging van 386 naar 199, de verhouding tussen direct verkozenen van districtlijsten en de toegevoegde zetels van de landelijke (compensatie-) lijsten veranderde en al met al werd het nieuwe stelsel er één met het oog op ‘de gevestigde macht houdt het all‘. Lang is er gedokterd, vooral, ophet optimale aantal en de optimale vorm en samenstelling van de kiesdistricten.

In 2014 haalde Fidesz met 45% van de stemmen dan ook nog steeds 67% van de zetels tegen de overige partijen met 55 % van de stemmen dus 33%. De tweederde meerderheid in het parlement raakte Fidesz-KDNP in 2015 echter kwijt, vanwege plaatselijke verkiezingen voor twee tussentijds vrijgekomen zetels. De zetels gingen allebei naar de Jobbik.

En dan nu wat over het wat nu menu!

Om Fidesz KDNP te kunnen verslaan is derhalve meer nodig dan veel splinterpartijtjes met mooie namen. Zeker gezien de extra complicatie dat de kiesdrempel voor een enkele partij op 5% ligt, maar bij lijstverbindingen van 2 alweer op 10%, en van drie dus op 15%. Pogingen tot het maken van lijstverbindingen en andere samenwerkingsverbanden zijn dan ook al zo oud (en vaak onvruchtbaar) als slechte wijn zelf. Verder ligt de lat nu ook hoger: niet alleen de poppetjes van Fidesz dienen te worden verslagen maar ook het stelsel van bovengenoemde electorale loopgraven waar Fidesz zich zo comfortabel in heeft weten te nestelen.

MSZP, DK, Együtt PM en de Liberalen hadden in 2014 de Összefogás 2014. Deze lijstverbinding kon toen rekenen op flinke belangstelling van de kiezers – een kwart van de stemmen en eenvijfde van de zetels. Na de verkiezingen viel het verband weliswaar weer uit elkaar maar de wil om samen te werken blijft aanwezig. Puntje van aandacht met deze club is wel, dat er bij de overige oppositiepartijen hardnekkige twijfels blijven over de daadwerkelijke bereidheid offers te brengen om het systeem te veranderen. We hebben het hier natuurlijk wel, o.a., over de MSZP, de opvolger van de oude communistisch-socialistische partij van weleer en de DK, de kloon-partij van diens favoriete kroonprins Ferenc Gyúrcsány. Corruptie onder MSZP-gelieerde regeringen was vroeger ook zeker niet onbekend. En een naar en uiterst besmettelijk aspect van het aloude ping-pongmodel van de Hongaarse politiek blijft nu eenmaal het fenomeen dat policiti van beider pluimage geleerd hebben om de oppositie mee te laten delen in de (corruptie-) opbrengsten, bijvoorbeeld om toekomstige bijltjesdagen te voorkomen. Dat de partijen van Összefogás 2014 het roer graag over zouden willen nemen zal best maar strafrechtelijke vervolging voor de enorme verduisteringen en malversaties die er de afgelopen acht jaar zijn opgetreden staat niet erg hoog in hun vaandel.

Hoezeer Fidesz ook haar best doet om het tegendeel te bewijzen, een dergelijke erfsmet lijkt minder van toepassing op de Jobbik. Natuurlijk is ideologisch niet elke partij ervoor te porren maar het belang van Jobbik bij het omverwerpen van het door Fidesz opgebouwde systeem is ontegenzeggelijk cruciaal. De partij staat aan rechterzijde van Fidesz en melkt aldaar de publieke weerzin tegen de omvangrijke corruptie en de onverkorte verpatsing en uitverkoop van het ‘vaderland’. Jobbik had in 2014 in absolute getallen iets minder dan de helft van het aantal kiezers dat Fidesz had en is in het parlement op dit moment de grootste oppositiepartij met 24 van de 199 zetels. Jobbik is als een pitbull die geen gelegenheid onbenut laat om de Hongaarse bevolking erop te wijzen hoe corrupt en hypocriet Fidesz bezig is. En met de afvallige ex-Fidesz media-tycoon Lajos Simicska (Magyar Nemzet Online, Hir TV) aan hun zijde hebben ze ook nog eens een aardig bereik bij de kiezers. Feitelijk is dit Fidesz’s meest gevreesde tegenstander.

In kort bestek ligt de wei dus helemaal open voor een twee-flanken aanval. Bijvoorbeeld, aangaande vluchtelingenbeleid. 1) Wie dol is op vluchtelingen of ze gewoon als mensen zou willen zien, die kan weg bij Fidesz en stemt voor een linkse partij; 2) Wie niet houdt van de dubbele moraal van Fidesz als het gaat om buitenlanders/vluchtelingen – rijke vreemdelingen (tegen betaling) wel toelaten, maar ook feitelijk naar Brusselse maatstaven ook meer asielzoekers toelaten dan je op basis van de bombastische zelfreclame zou geloven (dit is het hypocrisie-stukje, dus) die kan dus ook weg want die kan naar Jobbik! Zo simpel kan het gaan.

Vandaar dat ook Jobbik’s Gábor Vóna er regelmatig bij betrokken wordt als het gaat om strategische samenwerking om Fidesz van de troon te stoten. Prominente vertegenwoordigers van alle betrokken oppositiepartijen spelen al tijden openlijk en minder openlijk met de gedachte en de noodzaak tot nadere samenwerking. MSZP, PM en andere linkse partijen hebben alweer afspraken gemaakt. DK is wat voorzichtiger, terwijl het erop lijkt dat de echte vernieuwers op linkerzijde – de LMP en Momentum – het meest te lijden zouden kunnen hebben van al te innige samenwerking.

Maar daarover de volgende keer meer.

Bericht uit het laatste huiselijke (gemeente-)huis

ongersman.nlOngersman komt graag in Budaörs. Kent u dat? Het ligt aan de M1-snelweg vanuit Boedapest naar het Westen en inderdaad is het daar een beetje alsof je al in Europa bent. Echt een beschaafd stadje, alles in aanmerking genomen (beschaving heb je in Ongersman’s Woordenboek – wel gejat, natuurlijk – als het verschil tussen voorschrift en werkelijkheid klein is); aardige mensen, beetje Swabisch wellicht, fijne zelfstandige burgemeester, met, natuurlijk, een hele hoop geld vanwege de ondernemingen daar. Maar dat geld wordt ook zichtbaar verdeeld onder de bewoners in de gemeente.

Enfin. Die gemeente, dus. Dat bruggehoofd. Zo’n burgemeester.

Met dit facebook-bericht:


Vrijdagochtend werken we in het gemeenthuis en één van mijn collega’s wijst me op iets vreemds buiten. Drie schilders zijn daar net klaar met een roller. Het overgeschilderde plakaat was er één van de Jobbik. Ik hoef, geloof ik, niet uit te leggen hoe ver de ideeen van die partij en die van mij uit elkaar liggen. Echter, wat hier gebeurt, werpt ons terug in de meest miezerige dagen van de “Komcsi” periode. Van ons geld (de schilders zouden nuttiger dingen kunnen schilderen), aangestuurd door een dame van het overheidsagentschap en onder toezicht van twee agenten (de politie daarvoor gebruiken is helemaal het toppunt) brengt de macht een politieke organisatie tot zwijgen.

“Ik ben het met geen enkel woord van u eens maar zal tot mijn laatste adem strijden opdat u uw mening zult kunnen blijven verkondigen” (Voltaire)


(Péntek délelőtt dolgozunk a hivatalban, s egy munkatársam hívja fel a figyelmem, az iroda ablakán keresztül látható furcsa dologra. Azonnal lementem, mert nem hittem a szememnek. Egy festőhengerrel épp végzett három festő. A lefestett plakát a jobbiké.
Gondolom, nem kell magyaráznom, súlyos távolság van a nevezett párt és az én nézeteim között. Ami azonban itt történt, az a legócskább “komcsi” időszakot idézi. A mi pénzünkön (a festők végezhetnének hasznosabb munkát) a kormányhivatalos hölgy instrukciói mentén kirendelt rendőrök felügyeletével (őket meg ilyenre felhasználni végképp gyalázat!) fojtja bele a szót a hatalom az egyik politikai szervezetbe.
„Egyetlen szavával sem értek egyet, de utolsó leheletemig harcolni fogok azért, hogy véleményét szabadon elmondhassa”. /Voltaire/


Het heeft allemaal te maken met die plakaatwet van enige tijd geleden. Nee, niet vanwege al die grauwe Soros-plakaten die dit jaar de kerst lijken te moeten gaan inluiden. Ze moeten juist al die plakaten hebben die je niet kunt zien. Die arme kleine ongeboren plakaatjes, die! Die paar dozijn die over heel Boedapest verspreid hangen (of hingen: die van Momentum werden volgens de HVG.hu al snel gemold – maar dan zonder assistentie van politie).

En Soros zag dat het slecht was.

 

Lezersvraag – Hungarian Dark Democracy: fractal of ouroboros?

ongersman.nlNa een maand relatieve afstand is ongersman in no-time weer helemaal verstrikt geraakt in de loops van de Dark Democracy. Zo zeer zelfs, dat het onvermijdelijk wordt geacht de hulp van de trouwe lezers in te roepen om weer enige vat op de zaak te krijgen.

De vraag: is de Hongaarse politieke werkelijkheid nu een manifestatie van het Babuschka-effect of van het Droste-effect?

Om bij het begin te beginnen: men neme de plakaat-wet. Deze vorige week door president Áder ondertekende wet is volgens boze tongen namelijk een duidelijk 3D grensgeval. Op het eerste en tweede gezicht van een type ‘de schaamte voorbij’ wettelijke knip-en-plakmaatregel, bedoeld om de niet-regeringsgezinde plakaatplakplaatsen – natuurlijk gaat het hier over de Jobbik en de herboren anti-fidesz mediamogul Simicska – te beperken met het oog op toekomstige tegencampagnes. Jobbik maakt dan ook heel bijzondere plakaten die, hoe meer modder ertegenaan gaat, des te scherper lijken te worden. Koekje van eigen deeg, noemen ze dat in Brussel, maar de opperste Fidesz wil geen polonaise in de keuken.

Volgens 444.hu zijn er serieuze argumenten de wet voor normcontrole terug te sturen naar het grondwettelijk gerechtshof. Zo zouden aangelegenheden van partij-financiering grondwettelijk gezien thuishoren in de categorie ‘tweederde meerderheidsbesluitvorming’ (noot: een meerderheid die Fidesz niet meer heeft). En laat de plakaatkwestie nou opgelost zijn met wetgeving bedoeld voor bescherming van stadsaangezicht.  Hoezo de schaamte geloosd?

Enfin. Nu wilde Jobbik deze zomer een plakaatcampagne beginnen. Tegen het Fidesz-bewind, tegen corruptie, voor eenheid in het land, voor alternatieven voor de zittende macht, voor de toekomst. Kortom:  alles wat er maar op zo’n plakaat mocht passen. Maar dat wordt ze nu extra lastig gemaakt. Ze mogen namelijk nog maar twee weken hangen, die plakaten – daarna worden ze vast lelijk, of zo.

En zo, dames en heren, komen we bij de hamvraag van deze keer. Is het gebruiken van democratische verworvenheden om democratische verworvenheden tegen te gaan, nu een voorbeeld van een:

 

 

 

 

Babuschka-effect of Droste-effect?

View Results

Loading ... Loading ...

 

 

 

 

 

Follow-up: EU Parlement haalt Artikel 7 uit de koelkast voor Hongarije

ongersman.nl

In hoeverre dit buitenlands nieuws blijft – conform het bijgesloten Híradó-plaatje van de nationale televisie, is maar de vraag. Hongarije kan zich hoe dan ook voorbereiden op het in gang zetten van de uitvoering van de procedure naar de beslissing volgens Artikel 7, waarmee – let wel: in de long run – lidstaten hun stemrecht kan worden ontnomen.

Verder roept het parlement Hongarije op drie wetten terug te trekken: 1) de wet die de CEU onmogelijk dreigt te maken, 2) de wet die de civiele organisaties onmogelijk dreigt te maken, en 3) wetgeving aangaande de behandeling van vluchtelingen in de transitzone aan de EU (/Hongaarse) grens.

De Commissie dient verder de besprekingen over de gewraakte wetgeving voort te zetten en de uitgaven van Hongarije streng te controleren op corruptie. Dit alles vanuit de bezorgheid over de negatieve ontwikkelingen in Hongarije aangaande de rechtstaat, de democratie en de verbreiding van corruptie – en dat dit initiatief een test vormt hoe de EU zichzelf kan beschermen tegen een lidstaat dat de basiswaarden van de EU bedreigt.

Het voorstel werd gesteund door 393 parlementsleden, er waren 221 stemmen tegen en 64 onthoudingen.

Vanzelfsprekend moet er nog heel wat water door de Yangzhe voordat het daadwerkelijk zover zal komen dat Hongarije eruitgeknikkerd wordt maar het signaal is redelijk duidelijk. Waarbij dat van die test misschien nog wel het meest interessant wordt.


ongersman.nl

Verder buitenlands nieuws, dan:

– Bij het bezoek van Viktor Orbán aan de Oosterse top voor zijdekoopmannen en cyberpiraten begin deze week, bleek dat hij zijn mannetje ook prima staat tussen ervaren dictatoren en overige nestvlieders …

 

 

Breking: Szél (Westenwind) Bernadett en Bayer (Bromsnor) Zsolt aan de koffie!

ongersman.nlEn taart! Een waarachtig live en gedenkwaardige gebeurtenis voor allen die de polarisering van Hongarije afkeuren.

Vandaag bleek dat de wonderen de Hongaarse wereld ook nog niet uit zijn. Vrijwel alle media – van links naar rechts en onder tot boven – waren dan ook van de partij. De aanleiding was – in het kort – gelegen in enkele opzienbarende uitspraken en gebeurtenissen van de afgelopen weken. Eerst was er de al of niet geoorloofde aanwezigheid van civiele organsaties bij de bespreking van het betreffende wetsvoorstel in de parlementaire commissie. Toen kwam er een typische uitspraak van Orbán dat “de handen beginnen te jeuken”, met daarop de vertaling (lees: concretisering) van die uitspraak door Zsolt Bayer op zijn blog. Met als klap op de vuurpijl – al dan niet als oorzakelijke gevolg – enkele geweldadige incidenten die gericht waren tegen (vermeende) immigranten en demonstranten.

Wie er nu precies verantwoordelijk is voor de totstandkoming van het evenement is wat vaag. Bayer had al zijn excuses aangeboden voor zijn ruige uitspraken en heeft volgens index het initiatief genomen, terwijl Tasz ook deed alsof ze het georganiseerd hebben. Maar dat doet er allemaal niet heel erg toe. In kort bestek ging het behoorlijk geciviliseerde gesprek over de polarisering van het maatschappelijke en het politieke leven. Aan tafel zaten mensen van de mensenrechtenorganisatie Tasz, de geridderde Zsolt Bayer, het kamerlid van de LMP Bernadett Szél, activist Márton Gulyás (kwam later, moest blijven staan) en enkele ‘linkse’ en ‘rechtse’ journalisten.

Kort door de bocht lijkt het een nuttig evenement te zijn geweest. Natuurlijk was er sprake van het typische terug-verwijtgedrag (“… maar jullie zijn ook verkeerd bezig …!”) Bayer had bijvoorbeeld zijn lijstje bij zich met citaten die hij te ver vond gaan (niet zijn eigen, natuurlijk). Ook bij de oppositie zitten namelijk stemmingmakers. Szél trapte echter niet in de praatjes van Bayer over ’emoties die zo hoog oplopen tijdens het typen’: ze zou hem wel degelijk aan gaan klagen.

Tussen twee haakjes: we kunnen het niet laten, sorry. Cruciaal verschil tussen beide ‘kampen’ is natuurlijk wel dat Bayer, Fideszlid met een laag rangnummer, zoals dat zo mooi heet – a) zelf die dingen schrijft, b) in het regeringskamp/ op het pluche zelf zit, c) voortdurend die dingen produceert. Te goedkoop om dan de aanwezigen in de hoek te willen manoevreren waar zij a) in naam van de ‘oppositie’ verantwoordelijkheid zouden moeten aanvaarden voor allerlei dingen die zij niet zelf geschreven hebben, b) die daarentegen meer kans maken door waarachtig en terecht gefrustreerde oppositiebloggers en journalisten te zijn geschreven, c) terwijl zijzelf meestal zich in weten te houden.Maar nou laat Ongersman zichzelf weer polariseren, – haakjes sluiten …

Na anderhalf uur zweten en vooral water drinken was het einde daar. Echt schokkende dingen gebeurden er verder niet, maar er komt wel een wetsvoorstel waarin LMP voorstelt om opruiende uitspraken in de Hongaarse politiek en in tweede instantie in de samenleving voortaan sterker tegen te gaan. Gezamenlijk. Om het debat te behouden. En Bayer’s medewerking wordt daarbij gevraagd om dit bij ‘zijn’ partij Fidesz-KDNP aan te kaarten en te propageren.

Petje af voor allen! Nou ja, bijna.

CEU in Brussels: Weg met die leuzen en one-liners!

ongersman.nl

Het wordt spannend vandaag. Om 15.30 zal het Europese Parlement een plenaire bijeenkomst houden over Hongarije, waarbij EU Commissaris Frans Timmermans zich met Viktor Orbán gaat onderhouden.

Het eerste wapenfeit is al binnen. Vanochtend heeft de Europese Commissie besloten om de Lex CEU aan te gaan pakken. De besluitvorming is niet conform EU regels geweest, zo oordeelde de Commissie. Vanmiddag zal er verder worden gepraat over – naar verwachting – de NGO wet (mensenrechten, basiswaarden EU), over de anti-EU campagne van afgelopen weken en over zekere uitspraken van de regering Orbán, welke lijnrecht indruisten tegen EU opvattingen (felicitaties aan Erdogan, uitspraken over Macedonie).


UPDATE

– in stukjes het verslag en de verschillende toespraken tijdens het debat: hier

Impressie: Hoewel er hier en daar harde woorden klonken – van Timmermans, Verhofstadt en anderen – was het verweer voor Orbán redelijk makkelijk en kreeg hij ook parlementariers achter zich (en niet alleen Fidesz-soldaten). Het lukte hem verder behoorlijk om de bal terug te kaatsen met vluchtelingenrethoriek en doordat het debat allerlei zijwegen ging bewandelen. Verschillende keren werd hij opgeroepen de keus te maken voor of tegen Europa, waarop hij braaf vertelde een echte Europeaan te zijn en dat Hongaren erg van Europa houden. Ook schijnt hij dol te zijn op dialoog. Hongaren zijn wel trots, en gewoon een beetje anders, dat moet Brussel wel begrijpen. Timmermans nam vervolgens de handschoen op en stelde  door te willen gaan met samenwerken.

Citaten:

“My question is: how far will you go? What will be the next thing? Burning books on the Kossuth square?” – Verhofstadt

“With lack of arguments, we only get insults” – Timmermans

“Ik denk vanalles over Soros, maar niet, dat hij ervanuit gaat dat als hij iemand een beurs geeft, hij voor de rest van zijn leven op diens loyaliteit kan rekenen” – Orbán

“Vergeet niet: De nettobetalers aan de Europese Unie zijn ook degenen die het meeste profijt ervan hebben” – Orbán

Stemming – standpuntbepaling EP: 1 mei


Daaromheen slingert dan nog het conflict dat Orbán heeft met zijn peers van de Europese Volkspartij, de fractie waartoe Fidesz-KDNP in Brussel behoort. Ook daar werden harde woorden geuit, met als doel de terugkeer van Fidesz, democratische kampioen van weleer, tot de Europese moederborst. Volgens een brief, gisteren nog uitgezonden door Fidesz aan het partijbestuur en door Népszava besproken, wil Fidesz dat best. Sterker nog: ze kunnen het hele misverstand nog uitleggen ook.

Het zal wel.

Brian Dooley schrijft tijdens een in The Guardian gevoerde discussie:

“Orbán and his apologists can call what’s happening in Hungary what they like, but if it looks and swims and quacks like a government undermining democracy, it probably is.”

Het spel dat gespeeld wordt, is niet simpelweg meer een gevalletje van eb-en-vloed. Het gaat hier niet om een klassieke vorm van politiek bedrijven, van een hoog-ingezette maatregel die na voorspelbare weerstand gereduceerd kan worden – tot ieders grote tevredenheid – tot een wat minder extreme maatregel.

Orbán heeft op hoog niveau leren schaken, van Arthur Finkelstein. Deze mediaschuwe, in negatieve campagne gespecialiseerde politiek adviseur (inmiddels op leeftijd) heeft generaties conservatief Amerika en rechtse regeringen over de hele wereld van advies gediend. De Hongaarse verdeel- en heerstrucjes, de campagne tegen de kritische groeperingen in de samenleving – tot en met het anti-Sorosdenken en het beschimpen van de term liberal aan toe: al deze dingen zijn al eerder uitgevoerd op vergelijkbare wijze, op de Balkan, in Israel en, natuurlijk, in Rusland (hoewel ze daar waarschijnlijk geen hulp van Finkelstein nodig hadden).

Negatieve campagne, dus. Finkelstein zegt ergens in het Youtube filmpje, dat

“people get elected for the silliest reasons”

en vervolgens pakt hij uit hoe succesvol hij is als het erom gaat die ‘silly reasons’ te creeren.

Zijn cynisme, ook niet onbekend in Hongarije, is weerzinwekkend. Het doet denken aan foute sf-films, aan parasieten, vermolmde structuren, eendagsvliegen en terminale toestanden.

Maar voor Fidesz is de conclusie dat het elke dag van het jaar campagne-dag is. Negatieve campagne-dag.

“Daar is het gras groener!”

Het weigeren van de uitgestoken hand is typisch gedrag voor regeringen met identiteitsproblemen. Iedereen in een straal van 2000 kilometer rond Brussel weet dat Europa het moeilijk gaat krijgen de komende decennia, dus wat is dat dan voor een weekdier dat, na het leegeten van de ruif, het bos invlucht met achterlating van de rekeningen en de afwas? Of beter gezegd: het volk het bos instuurt, want zelf hebben ze hun zaakjes – en hun kinderen – allang op het droge, nietwaar?

Misschien moeten we Marx één ding meegeven. Hij was een goed pedagoog, want in het oostblok hebben zowel voor– als tegenstanders het goed begrepen: de praktijk is het enige criterium voor waarheid.

Goede vraag wat Brussel nu zou moeten doen. Begrijpt een regering die zelf, thuis, alleen macht erkent en inzet, elders de waarde van dialoog? Of is het alleen maar tijdrekken, tot de volgende verkiezingen? Feit is dat Hongarije kwetsbaar is. Trump kwam, maar kon niet worden overtuigd. Wilders en Le Pen moeten zich vooralsnog nog bewijzen en het hart van Europa komt langzaam wat tot rust. Tijd om constructief te worden.

Maar zonder dictators.

Central European University (CEU) strandt in illiberale wateren

ongersman.nlIn de jaren negentig was de Central European University een natuurlijk kenniscentrum voor (naar toenmalige maatstaven) progressieve Hongaren en andere oost-Europeanen. En dan hoefde je niet eens in de schoolbankjes te gaan zitten. Ze hadden er stapels boeken over de geschiedenis van Hongarije en over de toekomst. Er waren manuals en pilots over het opzetten van participatieve democratie in de stugge post-socialistische landen. Je werd er wijzer over de transitie naar een markteconomie en je kreeg er materiaal over nieuwe wetgeving op allerlei terreinen (alle wetten moesten namelijk op de schop). De CEU was gewoon de plek om mensen tegen het lijf te lopen die met dezelfde problemen (“uitdagingen”) bezig waren als jij, en het leek alsof vrijwel heel oostelijk Europa toen met dezelfde dingen bezig was.

Dat de CEU de toetreding tot de EU mede mogelijk heeft gemaakt, lijkt me een understatement. Mensen uit tientallen landen (de “CEEC”) van de Baltische staten tot aan Georgie, maar bijvoorbeeld ook uit Nederland – haalden er een prestigieuze maar vooral nuttige masters-opleiding. Elk jaar werden er nieuwe bestuurders, advocaten en wetenschappers klaargestoomd om hun thuislanden – na het uiteenvallen van het oostblok en de USSR – onder handen te nemen.

Leve de Amerikanen!

Over wat de CEU de afgelopen tien jaar heeft beziggehouden, weet ik minder te vertellen. Het heeft er alle schijn van dat ze voort zijn gegaan, op Karl Popper’s koers in de richting van de Open Society.

De CEU zal zich in die zin ongetwijfeld verder hebben gepositioneerd als centrum van vrij denken en communiceren, als een bastion tegen oprukkend populisme. Wie kan dat ze kwalijk nemen?

Dat Fidesz de universiteit de wacht aan wil zeggen heeft alles te maken met George Soros. De Open Society is zijn geesteskindje. Fidesz is overduidelijk al enige tijd zo ver, dat ze zich permitteren zichzelf illiberaal te noemen. Om zich als proto-facistische partij te kunnen handhaven, bestempelt Fidesz steeds openlijker haar ‘eigen’ kernwaarden – conservatief, nationaal, gezin, geloof – als de enige zinvolle, waardevolle waarden die in Hongarije getolereerd kunnen worden. Academische vrijheid, vrijheid van pers, opleiden tot kritisch denken passen daar niet bij.

Vandaag zal de wet waar wereldwijd tegen geprotesteerd wordt, door Fidesz in een versnelde procedure in het parlement in stemming worden gebracht. Daarmee wordt het de CEU – middels enkele regeltjes en trucjes – onmogelijk gemaakt in Hongarije te blijven functioneren.

Ik geloof dat dit laatste signaal – laatste in een steeds toenemende reeks van alarmerende signalen die Fidesz nu al 7 jaar afgeeft – werkelijk allerlei grenzen van betamelijkheid overschrijdt. Grenzen die door een gezonde democratische Europese gemeenschap, een pluriforme samenleving, nog als zodanig herkend dienen te worden.

De Fidesz-partij berokkent de parlementaire democratie al jaren ernstige schade. Niet alleen door de geinstitutionaliseerde corruptie en door het eigenmachtig optreden van incompetente bestuurders die grossieren in beoordelingsfouten en onjuiste afhandeling van verantwoordelijkheden, maar zeker ook door te zagen aan het beginsel van de scheiding der machten. In deze laatste fase spelen ze meer en meer voor eigen rechter en treffen daarbij steeds minder tegenstanders tegenover zich. Het uitschakelen van de CEU is daarbij een dubbele slag omdat de CEU één van de weinige plaatsen was waar nog tegengeluiden vandaan kwamen.

Hierna volgt nog een belangrijke wet – die op de civiele organisaties. Deze zullen zich voortaan dienen te registreren en ook zullen ze openheid moeten geven over hun achtergronden, doelen en bronnen. Het had positief uitgelegd kunnen worden, deze volgende geplande maatregel, maar Fidesz lijkt dat station – het voordeel gunnen van de twijfel – nu definitief opgeblazen te hebben.

Het gaat echt de verkeerde kant op in Hongarije.

 

 

 

Nationaal insult – tweede ronde

ongersman.nl
social-consciousness.com

Voor de binnenlandse Hongaarse politiek zijn het weer bewogen tijden! Enerzijds wordt de Central European University – na de Val van de Muur het toefje slagroom op de liberale taart ter plekke, zeg maar – in haar bestaan bedreigd door een wetsvoorstel dat as maandag (!) besproken gaat worden (lees: aangenomen gaat worden).

Anderzijds kregen miljoenen brave staatsburgers hun nationale consultatie- oproep in de brievenbus (kosten: 1,2 miljard forint). Dit inmiddels ‘beproefde’ procedé voorziet in een aantal vragen waarop antwoord verwacht wordt en zal de geschiedenis ingaan als de steppe-poesta-pact-variant op de participatieve samenleving zoals ook Viktor die ooit bestudeerd moet hebben.

Lees en huiver!


Laten we Brussel stoppen!

Gelieve de vragenlijst in te vullen!

1. Brussel maakt zich klaar voor een gevaarlijke stap. Ze willen ons dwingen om de overhead-kosten-vermindering (rezsi-csökkenés) terug te dringen.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. We moeten de overheadkosten-vermindering beschermen. We moeten eraan vasthouden dat Hongarije de Hongaarse energiekosten kan bepalen.
b. Laten we het plan van Brussel accepteren en het aan de grote bedrijven overlaten wat er met de energieprijzen dient te gebeuren.

2. De afgelopen periode is Europa opgeschrokken door een golf van terreuraanvallen. Toch wil Brussel Hongarije dwingen om illegale emigranten binnen te laten.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. In het belang van de veiligheid van de Hongaarse mensen dienen de illegale emigranten onder toezicht te worden gesteld, totdat de autoriteiten besloten hebben wat er met hen gebeuren moet.
b. Laten we toestaan dat de illegale emigranten vrij door Hongarije kunnen bewegen.

3. Het is gebleken dat – naast de mensensmokkelaars – bepaalde internationale organisaties de illegale emigranten ook tot onwettige activiteiten aanzetten.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. Illegale activiteiten – mensensmokkel zowel als het propageren van illegale emigratie – dienen bestraft te worden.
b. Laten we accepteren dat er internationale organisaties zijn die zonder consequenties kunnen oproepen tot het ontduiken van de Hongaarse wetgeving.

4. Er zijn steeds meer vanuit het buitenland ondersteunde organisaties in Hongarije actief met het doel om op ondoorzichtige wijze in binnenlandse aangelegenheden te interfereren. Dergelijke activiteiten brengen de onafhankelijkheid in gevaar.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. Laten we hen verplichten zich te laten registreren, en zich er openlijk over uit te spreken in opdracht van welk land of welke organisatie en met welk doel ze actief zijn.
b. Laten we ze ongecontroleerd hun risicovolle activiteiten laten vervolgen.

5. Hongarije is de afgelopen jaren succesvol geweest op het gebied van werkgelegenheidsverschaffing omdat we onze eigen weg vervolgden. Brussel valt echter onze werkgelegenheidsmaatregelen aan.
Wat moet Hongarije doen?
a. Over de Hongaarse economie zullen ook in de toekomst wij, Hongaren, zelf dienen te beslissen.
b. Laat Brussel beslissen wat er moet gebeuren met de economie.

6. Hongarije heeft zich ten doel gesteld de belastingen te verlagen. Brussel valt ons ook daarop aan.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. Laten we eraan vasthouden dat wij, Hongaren, beslissen wat er moet gebeuren met de belastingverlagingen.
b. Laten we accepteren dat Brussel bepaalt wat er moet gebeuren met de belastingen.

Terugsturen van de vragenlijst is gratis. Terugsturen voor 20 mei.


 

Het Orbán-systeem door Péter Tölgyessy, interview met Olga Kálmán

ongersman.nl

Tölgyessy Péter was te gast bij het nieuwe programma van Kálmán Olga, Egyenes. Tölgyessy was gedurende de Omwenteling in Hongarije, 1989, lid van het Ronde Tafel-genootschap, werd later belangrijk politicus van de SZDSZ, voorzitter van die partij en kamerlid tot 1996, toen hij partij verliet uit onvrede met de koers. Van 1998 tot en met 2006 was hij kamerlid voor Fidesz. In 2006 stelde hij zich niet meer verkiesbaar en trok zich terug uit de actieve politiek. Als medewerker van de Hongaarse Academie voor de Wetenschappen, MTA, houdt hij zich bezig met de grondwettelijke continuiteit sinds de Omwenteling en andere gerechtspolitieke onderwerpen.

Hier volgt een verslag van het gesprek.

——————————————

Kálmán Olga: Na de verkiezing van de president van de republiek, gisteren, verklaarden de verliezende politiek partijen dat ze eigenlijk uit symboliek achter de tegenkandidaat stonden, klopt dat, Péter?

Tölgyessy Péter: De president zegt weinig maar als hij wat zegt, dan heeft dat gewicht. Sinds 2010 werkt het niet meer zo, men lijkt het idee te volgen dat ‘Hongarije maar klein is’, zodat ‘één slim persoon genoeg is’. De Ministerpresident wil vaak ook de symbolische leider zijn van het land. Schmidt Pál was geschikt voor die ondergeschikte rol. Áder János, de volgende, is een oude makker van Orbán, die zich op zich wel identificeert met het systeem, maar regelmatig, al is het met kleine gebaren, laat zien dat hij het niet helemaal eens is met de gang van zaken. Wat dat betreft klopt het dat er sprake van was dat Orbán hem wilde omruilen. Maar dat heeft hij niet gedaan, hij leert zo zijn eigen systeem ook kennen. Door de acties van Áder wordt het systeem intelligenter, dat heeft Orbán ingezien. Hij krijgt terugkoppeling en daarbij krijgt het systeem ook een menselijk gezicht.

KO: Wat is dat systeem van Orbán?

TP: In Hongarije heeft de overgangseconomie gefaald. De hoop van 1989 is niet ingelost. We zijn als land gefrustreerd en vol met haat. De deelname aan de verkiezingen bij ons was veel lager dan in de ons omringende landen met vergelijkbare achtergronden. Vanaf het begin af aan al en dat is er niet veel beter op geworden. De participatie van de kiezers ging achteruit tot 43% in 2002. In 2006 begaf, zoals we weten (noot: rellen rondom Gyurcsány) de politiek zich op straat. Orbán heeft vanalles veranderd aan de grondwet en staatsinrichting, veel doet niet ter zake, maar de essentie is dat het systeem nu in beton gegoten is.

KO: Kunnen we dat zo zeggen?

TP: Er zijn twee succesvolle cycli geweest en als we de aanwijzingen mogen geloven – de peilingen, de toestand van de oppositie – dan zien we dat een volgende cyclus waarschijnlijk is. Maar niets is zeker, natuurlijk en Orbán weet dat hij elk moment gevaar loopt eruit te verdwijnen. Het spant er voortdurend om, want als er ooit weer een nieuwe regering komt, dan komt er ook weer een nieuw systeem. Het komt vaker voor dat leiders in deze streken met helicopters moeten vluchten. Orbán bouwt geconcentreerd zijn regeringsperiode op, naar de volgende verkiezingen, met inbegrip van de economische omstandigheden. Op het einde komt natuurlijk alles fijn bij de kiezers terecht. Hij geeft geen kans weg, hij houdt voortdurend de oppositie en de pers onder de knoet, want hij voelt dat hij weliswaar niet lijkt te kunnen worden afgelost, maar als het toch eens mocht gebeuren, wat dan?

KO: De participatie is laag en dat geeft aan dat het land niet democratisch werkt. Betekent dat nu dat Orbán dat heeft ingezien en bedacht heeft dat de slachtoffers van de situatie met zijn mooie woorden voor zich heeft kunnen winnen of heeft hij ingezien dat de situatie slecht was en wilde hij daar vervolgens echt iets aan doen?

TP: Waarschijnlijk denkt hij zelf het laatste, maar wat er gebeurd is, is dat hij vooral wilde slagen. Hij wilde succesvol worden. Al vanaf het begin werd de toestand in de gaten gehouden. In 1989 was hij progressiever dan de LMP nu. Toen kwam het trauma van 1994. Volgens de peilingen zou Fidesz gaan regeren. Alles wees erop. En toch hebben ze de verkiezingen toen verloren. Hij kwam tot de conclusie dat het westerse model, het consensusmodel, niet toepasbaar was. Dit land heeft figuren nodig als Horn (noot: toenmalige politiek leider van MSZP). Dat heeft hij ingezien. Wat we nu het Orbánisme noemen, hebben het land en Orbán samen gedaan. In 2009 hebben Amerikanen in de hele regio gemeten wat mensen vonden van hun situatie. Bij ons was de teleurstelling het hoogst. Op dat moment wist Orbán nog niet hoe zijn systeem eruit zou zien maar hij had wel overduidelijk in de gaten dat het westerse voorbeeld gefaald had. Hongarije was achtergebleven, er was iets anders nodig en dat heeft hij gedaan. Met dat alternatief heeft hij succes bereikt. Twee verkiezingen op rij is het succes geprolongeerd. Het was het resultaat van een vruchtbare interactie met de kiezers, dat is het geheim van zijn succes. Hij heeft een beeld aangereikt hoe dit land eruit moet gaan zien, een omvattend beeld, hoe Hongarije kan slagen. En dat zo, dat wij zelf niet schuldig zijn eraan –

KO: Dus hij was op zoek naar een zondebok?

TP: Ja, maar dan met enorme doorwerking. 25 jaar lang kwamen ze geen stap verder dus hij heeft twee dingen geleverd:

  • een verantwoordelijke aangewezen
  • de mythos, het verleden om kracht uit te putten

Het is niet voor niets dat sport zo’n fijn alternatief is. Dat ze massaal stadions zijn gaan bouwen. Denk aan het succes tijdens het EB vorig jaar. Heel het land was happy. En dat kan veel goedkoper dan het reorganiseren van de gezondheidszorg.

KO: Maar als Orbán steeds iemand anders aanbiedt als zondebok – de EU, Gyurcsány, Soros, immigranten – dan komt de kiezer daar toch een keer achter?

TP: Niet direct. Er zijn ook resultaten. Fidesz heeft het een en ander bereikt. Vorige leiders zaten voortdurend onder het juk van internationale leningen. Orbán heeft dat afgelost en is onder het juk vandaan gekomen. Met als resultaat autonomie. Klopt dat er daardoor minder geld beschikbaar is. Horn leefde nog heel erg op de pof en moest dan ook buigen voor het IMF. Orbán hoeft dat niet meer. Bokros (noot: oudpremier uit 90’er jaren) heeft dat ook geprobeerd, maar bij hem ging het fout. Te veel weerstand en onvrede. Orbán gaat intussen verder met het uitdelen van geld, maar dan anders dan voorheen. Hij gebruikt niet zozeer overheidsgeld om te verdelen, maar geeft liever het geld van ‘anderen’ aan de ‘goeden’. Het geld van nutsbedrijven aan de mensen (Rezsicsökkenés, verminderen van vaste lasten). Het geld van banken aan mensen (Devizacsökkenés, verminderen van aflossingstarieven), arbeiders krijgen geld van hun bazen. Ik heb daar nog eens een eclatant voorbeeld van meegemaakt. Er was overeenstemming bereikt tussen de werkgevers en werknemers – 6% loonsverhoging, komt ineens de regering ertussendoor: 25% verhoging. Het systeem heeft niet alleen altijd een zondebok paraat, maar ook manieren om vermogen van ‘slechten’ naar ‘goeden’ te sluizen. Daar horen ook bedrijven, persorganen, noem maar op bij, die afwisselend heen en weer worden geschoven, afgeremd of ondersteund. Liefst ten bate van een van de ‘onzen’ van Fidesz, maar het kan ook aan de rest van de bovenste middenklasse. Aan het eind van de cyclus krijgt arm Hongarije ook wat, maar dorpsbewoners hebben natuurlijk niet veel gasverbruik. Er wordt overal geld verdeeld.

KO: De armsten krijgen niet veel, hoe kan het dat het kamp van ontevredenen niet groeit, er zijn veel armen in het land?

TP: Armen zijn zelfs achteruit gegaan. Maar ze leggen het politieke verband niet. Ze gaan niet stemmen of ze kunnen worden gekocht met wat brandhout of etenswaren. Klinkt cynisch maar zo werkt het. En ze geloven dat het goed is voor hen, dat krijgen ze continu op tv te zien. Straks krijgen zij het ook beter, geloven ze. Maar het systeem is alleen geinteresseerd de upper 15% aan te laten sluiten bij het westers leefniveau.

KO: Want zij laten hun stem horen …

TP: Ja. Ons onsuccesvolle land kent een afwijkende economische cyclus. Toen het westerse model werd geintroduceerd volgde al snel de mislukking. Toen volgde een tegengestelde reactie met ander beleid, andere verdeelsleutels en interne steun aan de groepsleden. Dat waren reflexen, maar er zitten ook innovatieve en creatieve elementen in. Orbán is in hoge mate in staat het land te verdelen. Volgens zijn volgelingen is hij groter dan Kossuth, meer van het kaliber Sint Stefan. Tegenstanders zien dat precies omgekeerd. Maar buitenstanders erkennen dat wat hij doet, uiterst intelligent is.  Veel intelligenter dan hoe ze het in Polen doen, bijvoorbeeld. Orbán wil politieke stabiliteit bieden. Dat is gelukt. Afgelopen eeuw zijn bij ons (in Hongarije) de succesvolle systemen, meestal systemen geweest die politieke stabiliteit boden. Maar dat deelsucces ging vrijwel nooit gepaard met een goed resultaat, met een succesvol doel dat bereikt kon worden; hun opvattingen leiden zogezegd nergens toe. Dat Orbán op basis van vriendjespolitiek en niet op competentie mensen benoemd, bijvoorbeeld, dat werkt niet. De boodschap die daar vanuit gaat is ook verkeerd: je hoeft niet te voldoen aan economische wetten, maar aan die van de hierarchie. Maar je ziet het niet aan de resultaten: Hongarije heeft precies een anticyclische economische ontwikkeling laten zien. Eerst was de economische groei laag onder het juiste model, nu is het beter geworden – zij het onder een totaal ongeschikt model. Dus het effect is niet zichtbaar geworden voor de kiezer. Dat is een mazzeltje voor ze en Fidesz kan zich het huidige resultaat toerekenen.

KO: Als het zo cyclisch is en blijft, hoe lang houdt zo’n systeem stand en wat kan het omgooien?

TP: Meestal gebeurt dat door een internationale trend, vooral voor de Hongaarse werkelijkheid. Onze werkelijkheid was dat er een oppositie was, dat de macht niet kon worden gewisseld, etc de oppositie heeft maar één keer gewonnen van de politieke tegenstader en die afgelost zonder diepgaande veranderingen in de structuur: dat was in 1905. Dat is dus geen model voor ons. Hier verdwijnt een systeem in zijn geheel, op instigatie van internationale gebeurteniseen, met de oppositie samen. Ze horen bij elkaar, netjes afwisselen komt niet voor. Misschien dat het nu anders wordt, maar aangezien Orbán nu heel stevig zit, en positieve terugkoppeling krijgt in Europa en ook de VS, lijkt het erop dat dit behoorlijk massief zal blijken te zijn.

OV is heel slim, en brengt de twee tegengestelde tradities voortdurend in conflict. Hij cultiveert de tegenstelling, de zogenaamde ‘kurucus’ weerstand van weleer. Hij zegt vaak: Hongaren zijn altijd ontevreden, die woede projecteert hij op anderen, op externe partijen. Het volk denkt een krachtig leider nodig te hebben. Hij laat het volk buigen voor hem (noot: hier lijkt hij een mengsel van angst en ontzag te bedoelen) – en de oppositie heeft geen kracht iets daar tegenover te stellen.  De oppositie is daarbij ook onderdeel van het systeem zelf. Als een soort ‘over de band spelen’ bij biljarten. Hier geldt ‘verdeel en heers’, ook als het gaat om pers, de functie blijft intact en hij gebruikt de tegenkrachten, als een goed tuinman: als iets of iemand te gevaarlijk wordt, dan het mes erin en dan worden die hulpbronnen naar iemand anders toegespeeld.

Hier is links ten dele ook verantwoordelijk voor, want die heeft de jonge instroom veronachtzaamd, die zitten nu in het kamp van Jobbik, eventueel bij de LMP. Het is gelukt om de linkse krachten te demoniseren. Links is de satan, maar die kan wel worden overwonnen. Links versterkt dus met haar aanwezigheid het Fidesz-kamp, en dat ze fantastisch, meespelen in de Fidesz spelletjes.

Maar het systeem is nerveus en reageert erg snel, soms te heftig. Van Kádár, in 1988, dacht ook iedereen dat die vastgeklonken zat in de macht. Maar binnen een jaar was hij helemaal verdwenen.

KO: Wanner kan worden verwacht dat het zaakje op de helling gaat?

TP: Dat zullen internationale ontwikkelingen moeten worden. In 2010 heeft Orbán enorm veel risico gelopen. Het was niet zeker dat het zou gaan lukken wat hij wilde. Hij had gedurende zijn hele carriere opgelet, dingen geleerd in de lokale politiek en tijdens de jaren daarvoor, maar het was niet zeker dat dat wat hij had geleerd in het dorp, bij wijze van spreken, ook daarbuiten aan zou slaan. De EU was sceptisch, de VS golden toen nog als uitgesproken kritisch naar zijn bewind, het kwam er echt op aan of zijn politieke intuitie klopte. Maar inderdaad, die heeft geklopt. En de trends sindsdien hebben hem alleen maar nog meer rugwind gegeven.

KO: welke trends?

TP: Dat de middenklasse – mondiaal – erop achteruit gaat. Vroeger leefde iedere nieuwe generatie beter dan haar ouders. Dat is het geheim van het Amerikaanse wonder. Nu is dat minder geworden, de samenlevingen groeien uit elkaar, de tegenstelling tussen rijk en arm neemt toe. Middenstanders worden onzeker. En dan komen er politici die zeggen:? ‘Jullie hebben gelijk!’ De rol van de media is ook veranderd, natuurlijk, maar waar het op aankomt is dat wat de meerderheid leuk vindt, dat dat ook waar is. Veranderingen zijn onzeker. Het basisprobleem is dat de middenklasse dient te worden opgelift.

KO: Kan een nieuwe partij mogelijk de ontwikkelingen doorbreken?

TP: Nee, alleen Orbán heeft een sluitend narratief te bieden. De rest heeft niets met algemene geldigheid waar in geloofd kan worden. De rest is of gebaseerd op hele oude gedachten en tijden – a la Bokros – of een copie van Orbán’s aanpak met wat cosmetische veranderingen. Jobbik wil graag naar het midden toe bewegen, heeft het hele gedoe met de Garda en zo wat achter zich gelaten. Maar dat kan ook averechts werken. Dat Fidesz kan profiteren van die opschuiving.

Van Fidesz uit bezien, heb je links Satan en rechts het schooltje en de honingpot in één. De honing wordt verzameld in het Jobbik-kamp, totdat Fidesz de val opstelt en de aanval opent. Jobbik raakt beschadigd en de stemmen gaan naar Fidesz. Momentum is sympathiek maar geen ijsbreker. Jongeren zijn wel boos, maar dat is niet afdoende om succesvol te zijn. Ze staan ver van de kiezers. En de vraag of ze nu moeten samenwerken of niet? Momentum heeft gekozen: ik ga winnen, ik doe het alleen! Maar wie gelooft dat? Dat zijn 90 mensen, helemaal nieuw, die straks het land moeten gaan besturen …

KO: Wat is dan de toestand, hoe kan het wel? In 15 seconden graag!

TP: Er dient van buiten een verandering te komen, als de rest van Europa weer bijtrekt, dan komt de vraag – willen we naar het oosten of naar het westen kijken – vanzelf weer op tafel.

KO: Maar wie gaat de kar dan trekken?

TP: Als de poort opent, dan komt er vanzelf wel iemand, dat was – wat je ook van hem denkt (noot: Orbán) – in 1989 ook zo. De vraag is alleen: als de poort opengaat, is het land dan klaar om de stap te zetten?

Daar durf ik niet om te wedden.

———————————