Category Archives: Narrenkoning

De week van: DE WAARHEID

ongersman.nlWie heeft het nog over De Waarheid, deze tijden? De krant met die naam is al minstens een eeuw dood. De laatste claim op dit terrein raakte eind vorige eeuw zoek. Vandaag de dag zien we dat de realiteit wilder is dan de wildste fictie. En thuis heeft zelfs de hond haar eigen internetbubbel.

Wie laat ik me dan nog wat zeggen? Zo glad als een witte raaf, die waarheid. Als er al ergens over gemekkerd wordt, dan zijn dat hooguit feiten.

Wil je iets van belang onderzoeken, zo leren we van Baron von Münchhausen, dan dien je er eerst een paar keer omheen te cirkelen. Zo heeft satire twee kenmerken. Ten eerste dat de werkelijkheid grondig, maar geniepig, wordt verdraaid. Ten tweede dat het eigenlijk grappig hoort te zijn (maar dat staat of valt natuurlijk onder de eerste factor).

De eerste keer dat het blote facebook-verhaal langskwam bij Zondag met Lubach, dacht ik al dat het een parodie was. Toen het daarna bij Pauw verscheen, werd het vrijwel zeker. ‘Jeroentje’ Pauw opteert voor de overtref en wacht nu nog tot mijn muntje valt . Op zich wel fris en verheffend, zulke pogingen, maar – en mogelijk spreek ik ook voor u – als ik in de maling genomen word, wil ik daar graag wel zelf bij blijven.

DENK DUS MAAR NIET DAT WE DAT VERHAAL GAAN CONTROLEREN! WE HEBBEN WEL WAT BETERS TE DOEN!

Een ernstiger kwestie dan. De verdachte vliegtuigen van Kamerlid Pieter Omtzigt. Wat betekenen die sms’jes? Erste Viel Gut-gevoelen van ongersman: die kamerheer is – zoals doorgaans – wel goed bezig. Als Xander vd Wulp (aangeschoven bij dezelfde Pauw) dat ook vindt, dan moet het wel waar zijn.

DENK DUS MAAR NIET DAT WE JE LATEN VALLEN! WE ZITTEN HIER NIET IN RUSLAND!

Leermomentje deze week:

Waarheid bestaat nooit alleen en ondanks het alternatief is het lang zo gek nog niet.

Leestijd: enkele minuten

ongersman.nlBent u ook zo dol op lijstjes? Er komt er weer eentje aan en Ongersman kan er bijna niet van slapen. Waar zal Hongarije staan op de Legatum Prosperity Index 2017? Deze belangrijke, vergelijkende indicator voor landelijk welzijn wordt elk jaar in november gepubliceerd. Nog eventjes!

Tot die tijd dan: the making of …

Correspondenten, die een punt maken waaraan zijzelf of sommige lezers nog kunnen twijfelen, of juist één dat op het relaterende medium met overgrote regelmaat herhaald wordt en om die reden van tijd tot tijd een verse kwak fundering behoeft, nemen graag bekende, in het algemeen bewonderde en (of) anderszins buiten verdenking staande figuren in de arm om punt in kwestie te pitchen, helemaal als genoemde figuur grossiert in wat moeilijkere onderwerpen of glibberige doorkijkjes op hellende vlakken.

Michel Houellebecq, dus. Hij begint zijn essay over de Amerikaanse sci-fi schrijver HP Lovecraft met de opmerking dat mensen die boeken lezen, het vaak wel een beetje gehad hebben met de wereld. Een kernachtige uitspraak die, indien uitgebreid naar andere takken van kunst, waarschijnlijk op alleen lexicologische bezwaren zal stuiten.

Dergelijke grasduiners leggen rondom genoemde wereld dan zelf weer wel allerlei knellende verbanden – zij zullen dat inzicht of wijsheid noemen. In kort bestek tekens die ze om zich heen menen te herkennen en denken te kunnen lezen en accuraat in elkaar te kunnen passen. Neem wat ‘songtekst van eind jaren 80 popgroep’, wat ‘nieuwe schrijfster met rare blik’ en voeg daaraan toe ‘talkshow als iedereen voorbeeldig geroerd wordt door de blijk van (on) vermogen van een (on) ingewijde in dit of dat (on) geval’.

Het resultaat: zo objectief als zebra!

ongersman.nlEn gelukkig dat we zijn, even! Tot de Kraft of, voor mijn part, de cafeïne op is en de misere druppend aandringt. Want de ander had gisteren mogelijk ook wel een inzichtmoment – maar dan van andere snit! Met bijvoorbeeld ‘Messi’s moves’, ‘Manouche de buurkat’ en ‘Flipje van Tiel’ om het af te toppen. En zo parttime sharen we ons fantastische universum tot we allemaal een gelijk hebben.

Vlug terug naar Houellebecq, nu. Ongersman, voor één, houdt wel van mensen die zich elegant weten te onttrekken en aan durven te stippen dat het allemaal niet zo heel veel zou moeten uitmaken (of een ander fijn perspectief aan durven te dragen wat verlokkelijk mag heten; laat het svp wel – want daar gaat het misschien nou net om – iets zijn wat we zelf van binnen al weten of waarvan we op zijn minst vinden dat anderen het nog te weinig beseffen (voor de puristen onder ons)). Tenminste hier en nu. Voor ons en dusver, in elk geval.

ongersman.nl
Legatum Prosperity Index 2016:
Ranking bep. landen 2009 – 2016

De consensus lijkt namelijk te leren dat het vermijden van aan stress gerelateerde lichamelijke klachten van ambtenaren vooralsnog belangrijker wordt gevonden dan het opzetten van werkkampen voor andersdenkenden. Tenminste, onder ons en voor de meesten met wie we ons stukje waarheid nog pretenderen te delen.

Houellebecq heeft in 2016 in het openbaar niet gereageerd op de 18e plaats van Frankrijk op de landenranglijst van Prosperity.

Ongersman houdt het in de gaten.

 

Dark Ecology (f)or Dark Democracy

ongersman.nl
(link opent doc op de VPRO website)

Deze post wil aan de gang met de Dark Ecology van Timothy Morton. Daarvoor is echter geduld en een lange aanloop nodig, niet in de laatste plaats omdat ongersman het betreffende boek nog niet helemaal uit heeft. Vandaar dat we hier kunnen spreken van een tweedelig feuilletonnetje en ook nog eens één, waarvan nu al duidelijk is, dat het einde – deel 2 dus – nog volledig in mist gehuld is. Optimisten mogen dit alvast beschouwen als een oefening in Morton’s Object-Oriented Ontology maar dat hoeft niet per se.

De goede man zelf figureert als één van de nieuwe kunstenaars in de tv-documentaire van VPRO Tegenlicht: Cultuurbarbaren. Dat er veel meer aan bod lijkt te komen dan ‘alleen’ de rol van kunst en kunstenaars in de huidige wereld – zoals de leader het wil hebben – is een vette toegift. Wie de Cultuurbarbaren uit de doc uiteindelijk zijn mag u overigens helemaal zelf uitmaken.

Waar reflecteert kunst nog op als kunst zelf – in de eerste plaats als consumptie-artikel en wel gesponserd door Unilever of Heineken – volwassen bestandsdeel is gaan uitmaken van de primaire cultuur? Dan blijkt dat er naast de schatrijke en oervervelende kunstemakers er ook al legio interessante mensen rondlopen die waarachtig alternatief, actief en geengageerd werk leveren. En tussen die kunstenaars en performers verschijnt Timothy Morton met een trip naar Nikel, een troosteloos Russisch mijnplaatsje.

Dat deze plaats ontstaan is vanwege, en ook vanaf het begin al aangevreten wordt door de grondstoffenwinning ter plekke, lijkt nou net een mooi voorbeeld van de loops waar Morton wel pap van lust. Hoe de excursie nu kunst vormt, kon overtuigender maar linksom of rechtsom omvat zijn verhaal veel meer dan dat.

Waaronder de Dark Ecology, dus. Een stimulerende gedachtenstroom, de verslaglegging van een state of mind (zijn redacteur had hem wat korter kunnen houden) waarin betoogd wordt dat de plek die mensen innemen op de wereld (in het ecosysteem) structureel verkeerd wordt beschouwd, zodat alleen met een grondige verandering in de relatie tot de ons omringende wereld er een kans is dat de Zesde Massale Uitstervings-Gebeurtenis (waarvan naar alle waarschijnlijkheid wij ook substantieel deel zullen gaan uitmaken) zich niet zal voltrekken. Wat in concreto nodig is, is een overstijgen van de wij-zij denktrant. Veel elementen van zijn verhaal zijn niet (helemaal) nieuw maar het kader dat hij erbij geeft, maakt het tot een veel plezieriger uitdaging.

De analyse begint met de gedachtenval waarin we al zitten sinds de allereerste agrarische samenlevingsvormen (en de vorming van het schrift) in het 12.000 jaar oude Mesopotamie. Om zekerheid te creeren en plagen af te weren, zo vertelt hij, zijn de opportunistische jagers/verzamelaars langzaam overgegaan tot het controleren (en rubriceren, determineren, (de-)ontologiseren) van de landbouw-samenleving – waarna noodzakelijkerwijs de industriele samenleving ontstond. Kort gezegd: we hebben ons boven de ‘natuur’ geplaatst en proberen de ‘natuur’ buiten te houden.

De bijgeleverde filosofie zoals wij die kennen, inbegrepen de traditionele kritische theorie, was en is door en door antropocentrisch en in die zin onbruikbaar bij het inschatten van onszelf tov de ecologische toestand. Via het strippen van Kant’s waarnemingskunst en zijn subjectiviteitsbegrip (alles wat we waarnemen is gekleurd) en het pimpen van Marx’ materialistisch nutsbesef (de ijzeren economische en historische wetmatigheden) wil hij een lans breken voor een derde rail: die van protectie by proxy, waarbij de mensheid verantwoordelijk is/was voor de Zesde Massale Uitstervings-episode, en waarbij mensen eventueel nog iets kunnen betekenen bij het afwentelen van de gevolgen (maar zie onder).

Morton speelt veel met centrale begrippen om zijn publiek wakker te krijgen. Zo heeft hij oneindige problemen met het gebruik van het woord natuur en natuurlijk. Polemische redenaties – als zou elk nationaal park een vuilnisbelt moeten bouwen, want dan neemt de biodiversiteit (soorten per oppervlakte-eenheid) alleen maar nog meer toe – kenden we natuurlijk al uit de natuurbescherming. Dat natuur in het vervolg daarvan een hyperobject blijkt te zijn, – een (deel-) verzameling van entiteiten, gekleurd en wel, die – als er al zoiets bestaat – verre zal staan  van het fenomeen waaruit wij antropocentrische mensen menen dat het bestaat – is vervolgens ook wel een open deur. Natuurlijk weet in West Europa niemand nog zeker wat (oer-)natuur zou moeten zijn, laat staan welke daarvan ‘meer’ waard is en waarom. Dit is geen weten, dit zijn geen feiten maar behoort tot de esthetica. Een kwestie van smaak, boud gezegd.

Ecologie is een iets ander beest. Dat heeft meer te maken met processen. Met loops en netwerken, interactie, waar Morton zoals gezegd eveneens dol op is. Stam van het woord ecologie is natuurlijk Oikos, wat naar huis verwijst. Sinds jaar en dag staat ecologie in het dagelijks taalgebruik voor levensvormen, niet levende elementen en energiebronnen die in onderling verband staan, waarbij – elk volgens een eigen dynamiek – in hun gezamenlijke totaliteit een dynamisch evenwicht nagestreefd wordt of lijkt te worden (iets van dien aard). Ecologie als geavanceerde huishoudkunde. Waarbij de relaties weliswaar ten dele bekend of kenbaar zijn maar waarvoor in overgrote mate het tegendeel geldt.

Dark Ecology, dan, is daar de krakersversie van. Een revolutionaire vorm van eco-centrisme, donkerder dan deep, met meer loops dan welke de menselijke wetenschap kan pretenderen te overzien of op te lossen. Denk voor de gein aan een boot. En daarvan zijn wij mensen dan noch de kapitein, noch de lading, noch de vlag, maar slechts een plank in de romp (boven de waterlijn) of een stukje van de reling. Zonder essentieel te zijn, dus. Maar als we schipbreuk lijden, door ons toedoen, dan ligt die boot er binnenkort heel anders bij, en bij de eersten die jammerlijk overboord en kopje onder gaan, horen wijzelf. En onder elkaar gezegd en gezwegen, zijn wij degenen die daar het meest (bewust?) onder lijden. Als dat er toe mocht doen (zie onder).

Natuurlijk is het verleidelijk om bij een totaalombouwproject zoals Morton dat voorstelt, jezelf allerlei projecties toe te staan, alsof het verdwijnpunt wat het in feite slechts is, geinverteerd zou kunnen worden tot zenith. Net zo verleidelijk is het je af te vragen wie die Morton dan toch wel niet is, dat hij vrijwel als enige in de gaten lijkt te hebben dat al die mensen gevangen zitten in de agrilogistische fuik? Dat hij na 12.000 jaar nou net wel de deur heeft gevonden waardoor we onze grot uit zouden kunnen?

 

Zoals gezegd, het boek is nog niet uit. Ik stel me zo voor dat het in de tweede helft veel over politiek zal gaan. Over activisme, over uitdagingen en het oplossen van problemen. Wat is dan wel de juiste houding? Morton zegt nogal wat en dan schep je ook verwachtingen, nietwaar?

Want natuurlijk (ik probeer dat woord echt minder te gebruiken) lijkt de relevantie direct om ons heen aanwezig. Als je de dark ecology bril opzet, wordt de stap naar dark democracy een voor de hand liggende. Morton heeft ook al ergens gezegd dat geen enkele huidige bestuursvorm in staat is om te zorgen voor generaties die nog niet geboren zijn.

Wie ermee kwam de afgelopen weken weet ik niet meer maar iemand merkte op de televisie op dat over vijftig jaar ‘democracy – as WE know it NOW’ beschouwd zal worden als een uitermate sympathiek edoch in essentie wezensvreemde bestuursvorm (woordelijk iets anders gezegd, maar de strekking was ongeveer dat, ongersman).

Bij nieuwsuur slaan ze elkaar echter nog steeds enthousiast op de schouders als ze het erover eens zijn hoe fijn democratisch (in dit geval: tolerant) we bezig zijn. Zo had onderzoek aangetoond dat een begripvolle bejegening van schuldenaars een beter resultaat oplevert voor incassobureaus. In de studio: “Nou, daar kan Erdogan met zijn bodyguards nog wat van leren!”

Kijkersvraag: hebben ze een punt, ja of nee?

Want even later in dezelfde uitzending zitten we in Giethoorn, waar ‘op zich heel aardige’ Chinezen (toeristen?) wel eens de tuintjes van de mensen binnenstruikelen bij het fotograferen van dit voor hen bijzondere fenomeen (huisjes aan het water). Dan komen de bewoners om hen er vriendelijk weer uit te dirigeren – sommigen zetten al bordjes neer in het Manderijns. Stemming in de studio: “Ach ja, het zijn net kleine kinderen!”

Als volgens de internationale verhoudingen vandaag de dag, China de VS en Europa al jaren aan het lijntje heeft als het gaat om financiele macht, is dan een begrip als ‘eigendom’ niet langzaam aan herijking toe? Je kunt je afvragen of wij inmiddels niet allemaal Madurodammannetjes en -vrouwtjes zijn in een gigantische Chinese koekoeksklok. Zolang het nog duurt.

 

Even positief denken (over de Volkskrant)

Zoals bekend loopt ongersman vaak een beetje achter. Dat kan te maken hebben met de post en de trekschuitverbindingen to and fro maar dat is niet altijd zo. Liever zien we onszelf als de lebmaag van een koe (waar de daadwerkelijke vertering plaatsvindt).

Het Volkskrant Magazine van deze kerst, 2016 In Interviews, trof ons met een nieuwe insteek. Geen polemisch-confrontatief-pseudo-poesaardige benaderingen meer op de barricade van het volgend jaar. Daarvoor in de plaats mensen die over hun eigen, diepe, interne twijfels en strubbelingen praten terwijl ze dingen verrichten waar we allemaal belang bij hebben. Neem filosoof Awee Prins met zijn ‘dunne huid’, die geen Denker des Vaderlands wilde worden. Hij vindt namelijk elke dag wat anders en dat is uitermate lastig, want dan ben je ongeschikt voor DWDD. Clou van zijn verhaal: je moet de broosheid omarmen want alle gedachten zijn gemengde gedachten en alle gevoelens zijn gemengde gevoelens. Wees vooral ook toegewijd aan de plek waar je bent.

Of neem Liza Spit, debuutschrijfster, die haar demonen achteloos onderdrukt terwijl ze op volkomen natuurlijke wijze haar onzekerheid omarmt. Zij kijkt overigens op naar – de duvel speelt ermee – David van Reybrouck, waarvan je veel kunt zeggen maar niet dat hij geen DWDD materiaal is.

(Ongersman heeft grote bewondering voor de ideeën en het enthousiasme van van Reybrouck, daar gaat het niet om. Het gaat erom dat het bekeren van ‘domme mensen’ minder en minder aan de orde is. Het gaat meer en meer om een andere manier van communiceren. Maar dat weet hijzelf waarschijnlijk het beste.)

Een derde geïnterviewde, psycholoog Victor Lamme, heeft een fijne staat van dienst als het gaat om het ontmaskeren van groepspressie in de samenleving. Actueel, bijvoorbeeld, in de ‘marketing’ van vrijwillige euthanasie die deze tijden de aandacht trekt. Lamme gelooft namelijk niet in de vrije wil maar koerst op het behaviorisme en zet daarmee heel wat heilige huisjes op de helling. Volgens hem drijven angst en hebzucht (beloning) de mens waarna de kuddementaliteit het afmaakt. Niets meer en niets minder.

Onze omgang met elkaar is al met al een vrij toevallige resultante van toevallige preferenties in een toevallige werkelijkheid en hoe dat uitvalt, is de zaak van vele individuen tezamen. Dat gaat soms goed en soms fout – maar we zijn er allemaal bij.

Tegelijkertijd lijkt Positief denken aan een opkomst bezig. Zelfhulp boeken en -films als The Secret en van schrijvers als Eckhart Tolle vliegen over de toonbank. Enter de Law of Attraction: omdat we allemaal perfecte manifestaties zijn van kosmische energie (ontken dat maar eens) zou puur denken aan een zak geld in de lange ren neerkomen op … een zak geld. Idem voor gezondheid. Idem voor relaties. Of de wereld. Centraal staat dat energie aangetrokken kan worden. Of dat van die zak geld waar is moet nog blijken maar dat het een nagel in de doodskist is van de klassieke psychoanalyse ligt voor de hand.

In Nederland heb je dan nog verhalenverteller Willem de Ridder met zijn “fanclubs van jezelf” waar iedereen volle huiskamers kan trekken. Afgezien van het zelfvertrouwen dat hier gevormd kan worden zijn er diep-christelijke waarden te herkennen, zoals bijvoorbeeld het bestrijden van kwaad met goed. Binnen de fanclubs genereert men aandacht en een basis voor elkaar en jezelf, voor je eigen pad, je wensen en je ‘bestellingen’ (ook al aan het adres van de kosmos).

Kort-door-de-bocht-conclusie van het geurkaarsenfront is dan ook: als je de hele dag bezig bent met geluk, dan komt het vanzelf. En dus ook: hoe harder je ergens tegenin gaat, hoe groter het groeit (maar dat wisten we allang van de film The Fifth Element).

In een samenleving waar de top van de pyramide van Maslow zo’n beetje bereikt is, is er derhalve geen goede reden om gepikeerd te zijn. Als je bij het aangaan van nieuwe uitdagingen elkaar in openheid en twijfel kunt ontmoeten, groeit er meestal wel iets nieuws uit. Dat weten we eigenlijk allemaal, stuk voor stuk, uit voorbeelden bij de supermarkt en andere onverwachte momenten. En toch springen vooral de gevaren, de angsten, de tegenvoorbeelden, de sluiproutes in het oog waarom een dergelijke houding nooit uit zal groeien tot gemeengoed.

Denkt u even mee?

En weer dondert de mens uit het paradijs

ongersmanWie net als Ongersman in deze donkere dagen druk doende is met zijn midlife crisis, heeft nu en dan wel behoefte aan een relativerend perspectief. Het is geen makkie uit te zoeken welke dingen je je ouders allemaal zal dienen te vergeven en welke dingen je je kinderen of andere jongere aanverwanten alvast zou willen laten vergeten. Dan kan een schepje erbovenop, of zo u wilt, een treetje dieper in de ellende tijdelijk wel als geroepen komen. Om daarna opgelucht terug te kunnen keren, natuurlijk.

Het boek Onverklaarbaar bewoond, van Bert Keizer uit 2010 is een verslag over zijn ervaringen als gast en observant op de neurochirurgische afdeling van een Nederlands academisch ziekenhuis. Deze met levensvragen behepte man is in het dagelijks leven arts in een verpleeghuis. Zelf ziet hij zijn aanwezigheid (bijna hands-on) in de operatiezaal en daaromheen als een halve queeste, als een soort top-poging in de zoektocht naar de menselijke geest. Om, bij wijze van spreken met de bloedspetters op zijn witte jas, min of meer teleurgesteld toe te geven dat de genius loci niet gevonden is. Integendeel: het mysterie is weer gegroeid (een doel dat eigenlijk alle teksten zouden dienen te beogen). Op het einde van het boek bekent Keizer netjes dat hij stiekem had gehoopt de menselijke geest op het laatste moment weg te zien flitsen bij de komst van het chirurgenmes, maar helaas.

Het brein kun je observeren. Waar vinden de processen plaats? Hoe lopen de verbindingen? Je kunt er een beetje aan sleutelen als dat wenselijk wordt geacht. Maar waar gaat de ziel nou het brein binnen? (Een iets andere vraag is dan nog wanneer het brein gretig wordt. Bert Keizer gebruikt deze term nergens maar hier hebben wij het er al eens over gehad.)

Keizer wil de geest uit de fles hebben en stelt dat bewustzijn verkennen is, waarin brein, lichaam en wereld samen bezig zijn. Vandaar dat zien, een door onszelf als elementair beschouwde functie, alleen maar erg goed bij ons mensen en een paar andere dieren past. Omdat dat de beste manier is om een bewegende levenswijze te outilleren, met name. Verder niets bijzonders. Kun je nagaan hoeveel vormen van waarnemen we als soort nog niet ontdekt hebben en ook nooit zullen ontdekken. Hier op aarde, voor wezens van onze grootte, maar nog veel sterker in andere omgevingen, andere planeten, dimensies, met afwijkende tempo’s, ruimtelijke kaders en fysieke eigenschappen en andere dingen waar geen woorden voor zijn.

We krijgen info binnen en we verwerken en we gebruiken dat, wat we nodig hebben om ons zelf met ons lichaam in onze wereld te handhaven. Vindt ons brein. Dat onze geest wil. Of zoiets. Want het neurale vuurwerk op zich omsluit niets, zegt Keizer stellig. Daar moet een lichaam en een wereld bij.

Maar, vraagt Keizer zich af, wat maakt nu ‘smaak’ van het zintuig ‘smaak’? En is het ‘hebbes’- gevoel van de kameleon nu wel of niet nodig voor een goede vangst? Waarom is het voor een robot alleen maar mogelijk om dergelijk functies te benaderen? Te analyseren en na te spelen? Een robot kan het niet invullen, laat staan er naar verlangen. Tenminste, niet spontaan en niet op een individuele, unieke wijze. Of is dat echt alleen maar een kwestie van ‘nog niet’?

Misschien is de toekomst wel weggelegd voor varianten van de Penfield-ingreep, een methode van opereren waarvan Keizer nauwgezet verslag doet en waarbij een patiënt halverwege de operatie gewekt wordt om door middel van tests – gezicht, geheugen, taal, etc – te bepalen hoe ver de chirurg – op dat moment onder plaatselijke verdoving aan het snijden in de bewuste hersenpartij – nog kan gaan.  Vandaar dat dat ding zo gretig is, denk je dan (onwillekeurig?).

Resumerend: in hoeverre zijn wij mensen en andere levende wezens meer dan neuronen, impulsen, moleculen? In hoeverre toont het beschadigd raken van ons geestelijk leven door beschadigingen van hersenweefsel aan, dat wij hersenweefsel zijn?

Want de beschadiging ervan is natuurlijk maar één kant. Je kunt ook de opbouw ervan gaan bekijken. De groei, al of niet autonoom geacht. En de teleologische gerichtheid van dat wereld-lichaam-brein- complex. Waar blijft het boek de andere kant op – de tree terug uit de ellende – over oplossingen? Over (geestelijke) groei in het algemeen, spelen, de opvoeding? En over de helende kracht van de psycholoog – die door neurologisch relevante processen te doorlopen (van trauma-verwerking tot en met imprenting) het tegendeel hiervan aanstippen kan. Hoe kan de vorming van de geest uit de materie zichtbaar worden gemaakt? Live – implantatie van neuronenmateriaal? Dan wordt het pas echt wat met die zoektocht naar de ziel. Want in het boek van Keizer gaat het – een gegegeven in een neurochirurgische afdeling, waarschijnlijk – wel erg veel om kaarsjes die langzaam uitdoven.

Het blijft een uitermate bizarre gewaarwording, zoals ons brein zichzelf bestudeert. Vooral door ernaar te kijken, ook nog. Baron von Munchhausen zou zich optrekken uit zijn graf.

Had het anders gekund?

ongersmanSoms lijkt het wel alsof we nog nooit zo ver weg zijn geweest van onze oorsprong – en nog nooit zo dichtbij een nieuw begin. Soms lijkt het ook wel, alsof de wereld nog nooit zo bipolair is geweest als vandaag – en dat het laatste waarop gehoopt kan worden, enige vorm van synthese is. De Koude Oorlog is helemaal terug en de president van de VS wordt of een cowboy of een vierde golf feminist:  Zo werkt de Like-wijze wereld van vandaag. Goed dan, er is een uitweg: “Techies” uit Silicon Valley, trendgevoelig als ze daar zijn, speculeren openlijk over de apocalyps die eraan zit te komen en de wereldbevolking gaat decimeren, waarop zeesteden en marsvaarders de toekomst zullen maken.

Had het anders gekund? Had de doldrieste evolutie van de mens tot wezenlijk andere dingen kunnen leiden dan tot robotten, tot gesimuleerde werkelijkheden en voor de rest: vertwijfeling?

Wat is vooruitgang anders dan ontwikkeling? Wat erin zit, staat erop! En het zat er allemaal allang in! Natuurlijk, ongetwijfeld keek iets of iemand wel even vreemd op toen mensen met het wiel aankwamen! Een gotspe, want zo weinig voor de hand liggend! Maar al gauw werd het omgedraaid en verbaasden we ons erover, dat de natuur dergelijke oplossingen niet zelf had bewerkstelligd. En zo denderden we verder over evenzovele wegen naar Rome.

Leitmotif: nabootsen wat we denken, dat we voorstellen en wat we denken, dat er is.

– Wat is muziek anders dan geruststellende vogelgeluidjes en opwindende hartslagen?

– Wat is architectuur anders dan vertrouwenwekkende holenbouw en hofjesmakerij?

– Wat is een tuin anders dan de meest aantrekkelijke aspecten van de linksom of rechtsom verafgode natuur – wetmatigheden, weelde, zichzelf – in een trendy afgietsel van wat we op dat moment denken, hoe of dat het bedoeld is? Eerst verzamelend (botanische tuinen), dan beklemmend rechtlijnig en chaos-onderdrukkend (kasteeltuinen), later van kleurrijk en hypergevarieerd tot bevroren en geminimaliseerd, om weer later vanwege het gebrek eraan, wild en weer natuurlijk te worden (met als aantekening dat zelfs die natuur niet moet denken dat ze alles kan maken).

– Wat is een auto, tenslotte, anders dan een inventief vormenspel, een fetish als de laars, het summum van controle en extensie, misschien wel des te meer, vanwege die door ons uitgevonden wielen. Een stukje zelfoverwinning, dus, dat gevierd mag worden.

Blijven over tal van minder materiele zaken maar daarnaar bent u vast al niet meer nieuwsgierig. Volstaan wordt dan ook met opmerken dat de immateriele behoeften van mensen neerkomen op een combinatie van ervaringen en de verhalen eromheen.

(En dat losten de shamanen – voor zover dat in hun vermogen lag – eerst lokaal op: overwegend mondeling aan de hand van rituelen. Toen dat geen oplossing meer mocht vormen legden ze de lat wat hoger en begonnen met het uitbrengen van teksten – denk aan de Veda’s, de Tao Te Ching en de Bijbel. Weer later, toen inmiddels teveel mensen konden lezen en schrijven, was het tijd voor weer wat nieuws: de psychologie. En ook die loopt langzaam alweer op haar eindje wat universeel verhaalsrecht betreft.)

Gemeenschappelijk element in deze oplossingen blijft dat ze onuitroeibaar asymptotisch zijn en dientengevolge steeds weer naar zichzelf terug zullen verwijzen.

Misschien kan het wel niet anders.

En hadden we met dat wiel, gewoon even hulp van buiten.

 

Peptalk: Argumentum ex silentio

ongersman.nlAls het goed is zitten we op dit moment alweer in de nadagen van het klassieke postmodernisme, maar nog even voor de weinig concrete posthumane samenleving. Deze overgang biedt behalve de voorstelbare barensweeen van een hoe dan ook positieve verandering – postmodernisme was vooral erg veel niet of niet meer – ook de enorme opgave om het gezamenlijke begrippenkader en, in bredere context, ons complete expressieve bestaan tussen wens, wil en weeromstuit van binnenuit te herzien om een ander soort dialoog (foei!) te smeden (…) waar geijkte (auw!) vormen van gelijk (?) kunnen floreren. Of het gebrek eraan.

Zo moeilijk lijkt dit niet. Of wel? Natuurlijk hebben exponenten van het postmodernisme al decennialang geprobeerd om dit project – deconstructie en andere taalspelletjes voor gevorderden – aan te vangen. Met wisselend succes. Ikzelf heb nog steeds maar één manier om, ongeacht koortsdroom of migraine, een kopje melk te vragen aan mijn buurvrouw. Hoe ze reageert is weer een ander punt.

Politiek is echter overal.

Feit 1: Tieners in Engeland slaan een Poolse gastarbeider dood omdat hij een Poolse gastarbeider is.

Feit 2: Wilders staat in Heel Europa op de voorpagina’s met zijn anti-moslim boodschap, anti-vluchtelingenboodschap en anti-EU boodschap.

Feit 3: De ridderorde die pedagoog László Trencsényi in 2009 gekregen had, wordt door hem op de trappen van het Hongaarse parlement gegooid met de verklaring:

“A kereszt, amelyik a kegyelem és az áldozathozatal jelképe, Áder, Orbán és Bayer Zsolt szájából a megtorlás és a kegyetlenség heródesi jelképévé vált.”

Het kruis, dat het symbool is van genade en offerbereidheid, is uit de mond van Áder, Orbán en Bayer verworden tot het symbool van repressie en wreedheid a la Herodes.

Twee voorbeelden van een geinverteerde samenleving en één van een inadequate reactie daarop.

Ja, kom d’r maar in, Albert, bedankt!

Einstein ongersman.nlHet program van Wilders is natuurlijk ‘eng’, maar nou ook weer niet zo ‘eng’. Wat ik er nog van weet is dat een politiek program in Nederland een idealistische, visionaire toestand voorstelde die de betreffende partij zou willen verwezenlijken als ze het min of meer alleen voor het zeggen zouden hebben. Waarop je – als kiezer – kunt rekenen dat ze die toestand diep vanbinnen als een ideale samenleving zien, – waarbij de vertegenwoordiging van minderheidsbelangen voor iedereen een conditio sine qua non vormt. Hoe anachronistisch ook, in een gewaarborgde parlementaire democratie heeft elke partij wel rare dingen. Of had, in ieder geval.

In het huidige tijdsgewricht is het geval van PVV dus opmerkelijk, want iets zegt me dat de programma’s van PvdA en CDA, als die al als zodanig herkenbaar zijn, nog maar weinig zullen lijken op, respectievelijk, hun ‘gelijkheid voor iedereen’ en ‘God voor allen’ beginselen uit de jaren zeventig en tachtig.

Maar goed. In Hongarije denken ze bij partijprogramma’s, godbeterd, meer aan vijfjarenplannen. Als ik aan de macht kom, is dit het eerste wat er gaat gebeuren, dit het tweede, en zo verder. De ‘modernistische’ taal van het politiek program – bedoeld om wakker te schudden en te enthousiasmeren voor de langere termijn – lijkt door Wilders dus met succes opgevoerd. Die stoom moet er in ieder geval uit. Wat ervan overblijft is een ander verhaal.

Maar ik denk zelf dat het anders is, dan de meerderheidsposities die Fidesz zich heeft weten te verwerven en die ze nu tot op het bot weet uit te benen.

Het ene populisme is het ander niet. Populisme in de ‘oude’ democratien van Europa is succesvol omdat het leentjebuur is gaan spelen bij vigilantisme. Dat is het verschijnsel dat burgers zich ‘oplettend ende stoutmoedigh’ zijn gaan opstellen tegenover de grote boze buitenwereld. Aangemoedigd door computerspelletjes, zombiefilms, survival-weekeindjes en zelfverdedigingscursussen, heeft het individu invulling gegeven aan het postmoderne morele laagtij. Als volgt:

    • de grote verhalen-samenlevingen storten in;
    • bij gebrek aan oude structuren, waaronder familie, politie en ‘kasten’, grijpen doorsnee opportunisten en boefjes hun kans om aan de haal te gaan met hun eigen levens en hun omgeving;
    • of in ieder geval lijken die kans te grijpen omdat de berichtgeving andere accenten legt – niet meer de status quo handhaven en sussen wat gebruikelijk was in de verzorgingsmaatschappij maar de vraag bedienen en dus sensatie leveren;
    • de angst bij de burgerij groeit, over de teloorgang van respect en fatsoen heen, en culmineert in een belevingswereld waar het gelijk ver te zoeken lijkt terwijl het gevaar overal opduikt;
    • besef: het eigen gelijk is er nog
    • reactie: verwante gelijken vinden elkaar en stichten groepjes van vigilante burgers, die in hun rol als kiezer, blogger, burger, ouder en zo verder zelf in het gat springen waarin de gezamenlijke waarden en normen waren opgedroogd
    • waarbij ze vaak niet inzien dat het eigen gelijk meestal vrij ruw van aard is en dus snel schuurt met dat van anderen.

Reaguurders hebben hun eigen spiegelbeeld ontdekt, hun eigen impact bespeurd en geconstateerd dat de politiek, de sterke arm en zelfs de rechter begrip voor ze moet hebben, of bang voor ze kan zijn. Andersom is dat natuurlijk allang niet meer zo, want het sociaal contract wat we met elkaar hebben afgesloten heeft sinds het postmodernisme alle kenmerken van een voortdurende reeks offertes – eenzijdig en te ver onder de prijs – van ambierende machthebbers.

De diversifiering van de definitiemacht is in zichzelf geen slechte ontwikkeling. De druk die hiermee op de schouders van het traditionele journaille wordt gelegd, is echter enorm. Als je huiskrant of -journaal niet vertelt wat je horen wilt, en zoals je het horen wilt, dan surf, flip of zap je gewoon naar een ander. Met als uiterste consequentie de obscure hoekjes, die op internet uitzwellen tot enorme gevaren.

Hoe daarop te reageren, dus. Niet door nog harder te gaan betuttelen en bagataliseren. Niet door vliegen af te vangen en het gelijk te claimen van de democratische loser. Niet door honend op fouten te wijzen en superieur in de boom te blijven zitten. Niet door paternalistisch het wel even aan te zien om als het fout gaat of ze er niet meer uitkomen, het roer minzaam weer over te nemen vanuit de eeuwige gelijk van de eigen wijsheid.

Goedbeschouwd is de linkerflank van het politieke spectrum – in ieder geval in Hongarije – de conservatieve, behoudende kant geworden. Ook al weten we dat het niet haalbaar is, dat er discrepantie is tussen wens en uitvoering, toch willen we vasthouden aan zekere normen en fatsoen. We zijn bang, dat als ook wij uit onze onderbuik gaan spreken, we de controle verliezen. We zijn dus feitelijk behoudender en angstiger dan rechts.

Zou het?

Hoewel Herodus een wrede koning is geweest, heeft de kindermoord op de baby’s van Betlehem – waar iedereen hem van kent – waarschijnlijk nooit plaatsgevonden. Dus wat voor argument was dat eigenlijk, van die Trencsényi?

Ruim baan voor het Trauma-team!

rrh_08_by_drfaustusau-d8pwoum
© DrFaustusAU, Nick Cave and the Bad Seeds

Psychologische trauma’s zijn er in vele soorten en maten. Alledaagse gebeurtenissen die we onder elkaar gekscherend traumaatjes zouden noemen, zijn belangrijk voor ons menszijn en vormen een integraal onderdeel van ons leven en onze identiteit. Zonder dat ze ons meteen classificeren als psychiatrische gevallen, kennen we allemaal wel gebeurtenissen die ons als kind schokten of verontrustten, die ons confronteerden met vernieuwingen en belangrijke wendingen in ons leven, – denk aan bijvoorbeeld de eerste keer dat je gedwongen werd uien in je rode bieten te accepteren of dat je konijntje overleed. Veelal hebben die gebeurtenissen ons in de loop van ons leven gesensitiveerd op dat punt, waardoor onze unieke en essentiele voorkeuren ontstaan. Trauma’s en emoties horen bij elkaar als pek en veren, – en zonder emoties is er natuurlijk geen echt leven mogelijk.

Over sommige huis-tuin-en-keuken- trauma’s kun je derhalve heel fijn heen komen, hoe diep ze ook geworteld leken. Neem bijvoorbeeld tanden: Wie kent niet de angst voor uitvallende tanden?  Om te beginnen je mond – die je duizend keer beter meende te kennen dan je broekzak (en waaraan je in ieder geval duizend keer meer gehecht was) – die ten prooi leek te zijn gevallen aan kraters en kloven, grotten en afgronden van voorhistorische afmetingen?

Maar daaronder krioelen nog interessanter implicaties: vergeet de materie en daal af langs de traumaladder op zoek naar het algehele failliet van je gezondheid, je leven, of de grond onder je voeten – feilloos geillustreerd met dromen over je afbrokkelende elementen. Zelfs daar kom je weer overheen: na een paar keer goed geleden te hebben, kun je opeens weer naar de tandarts gaan zonder dat daarmee de wereld hoeft te vergaan. Het went, denk je dan en dat is goed zo.

Trauma’s zijn overal en op elk niveau. Of we nu denken aan het korte-termijn opportunisme van de meest succesvolle politici van deze tijd – Trump, Putin, Erdogan, Wilders, Orbán – of aan de angsten die we hoe dan ook allemaal delen – de angst voor wereldmacht China, voor terrorisme, voor het failliet van het humanistische project – het draait hier of linksom, of rechtsom, om kleine en grote, om werkelijke, historische en potentiele trauma’s.

Enter generatie X. (Of Y, Z van mijn part, al betwijfel ik of ze zichzelf zo lineair zouden inschalen). Even kort: Doelen opgeschort; ontwikkeling achterhaald want paternalistisch. Het is in ieder geval niet meer de bedoeling dat we met zijn allen naar een ideaal streven. Zichtbaar niet. Hoogstens managen we, zoiets. Maar verbeteren, of iets bereiken, dat mogen de volgende generaties wel weer uit gaan zoeken, mochten ze daar zin in krijgen. Let wel: per omgaande worden trauma’s in het huidige tijdsgewricht ook anders. Er is geen erkenning meer voor de klassieke trauma’s, omdat de klassieke levensloop er niet meer is. Net als waarheid zijn ook trauma’s ontploft in duizenden particuliere narratieven.

Gisteren vond ik mezelf tot mijn niet geringe verbazing terug aan een plastic tuintafel bij overigens zeer sympathieke mensen, terwijl ik de Holocaust aan het bewijzen was (of all things!) Het ging er vrij heftig aan toe, kan ik wel zeggen: “Mijn moeders vriendinnetje is toch echt weggehaald en nooit meer teruggekomen”, en: “Dus al die mensen die zeggen dat ze geen opa’s en oma’s hebben, die liegen?” – op dat niveau waren we bezig. Ik geloof en hoop dat het gelukt is mijn vrienden in te laten zien dat ze niet nog eens hun twijfels over de maximale capaciteit van crematoria als belangrijkste life-line moeten gebruiken bij het aangaan van dit soort discussies, of om het even welke twijfels dan ook, als we het er nog eens over hebben.

Het grootste trauma – bij de weg – is het trauma waarvan je niet weet dat je het hebt. Dat kan heel goed: een trauma is in essentie natuurlijk gewoon een wond. En als je niet met die wond bezig wil zijn, dan ga je ergens anders krabben. Op de ziel of het lichaam.

Volgens de Sloveense XYZ-filosoof Slavoj Žižek is: “ideology not only the world we live in, but also the wrong ways we try to escape”.

Escape what?

Wat zouden de juiste ways zijn?

Laat mij u namelijk als toetje nog het verhaal The Plagiarist van Hugh Howey aanbevelen en het trilemma van Nick Bostrom, dan kunnen we later verder praten over trauma’s en de mogelijkheden voor recovery.

 

 

To Whom It May Concern: de triffids komen (terug)!

triffidStel we accepteren dat ons brein gretig is. Dol op nieuwigheden, ook. Te allen tijde bereid zich verlengstukken aan te meten om zijn onstelpbare honger naar de buitenwereld – naar groei en beheersing daarvan – te bevredigen.

Neem de auto. Voor iemand met enige ervaring en bekendheid ter plekke is van A naar B rijden vaak een routineklus. Hoeven we niet meer bij stil te staan. Ons brein lost het vrijwel zelfstandig op, als ware de auto een volledig geintegreerd onderdeel van ons eigen lichaam. Zo kunnen we onderweg ons bewustzijn sparen en gebruiken voor belangrijkere zaken.

Waar zou die manie alles te incorporeren ergens ophouden? Eén op één gaat het verhaal mooi op voor de klassieke ‘dode’ hulpstukken, zoals een auto of een zwaard. Maar hoe zit dat met een computer, bijvoorbeeld? Of specifieker: het Internet?

Al surfend scheer je onmiskenbaar langs de werelden van anderen, langs een plethora aan bewustzijnsmanifestaties, waarvan je met goed fatsoen niet meer kunt volhouden dat jij dat allemaal ‘bent’ of ooit zult worden. Het woord ‘interactief’ komt opborrelen, aanduidend dat het gretige brein hier misschien wel op een fundamentele grens is gestuit.

Aan de andere kant is het internet onovertroffen als referentie, als vraagbaak, als ‘externe hard schijf’. Wat dat betreft past het juist weer prima in het plaatje. Zo ligt het voor de hand dat de lexicologische en sommige andere functies van ons brein zullen verminderen, nu we voor navigatie, voor feitenkennis, voor ontspanning en voor allerhande communicatiedoelen steeds makkelijker naar een beeldscherm turen. Het brein heeft allang in de gaten wat internet allemaal kan, – kijk maar naar de jongste generatie.

De vonk, dat zijn wij ergens nog wel maar de substantie, die vissen we uit het net (halen we uit de cloud).

Maar toen. Een houtshredder dichtbij zorgde voor enkele ongemakkelijke associaties. Wie nog weet wat een triffid is of was, kan daar misschien wel inkomen (vonk). Zoekend op internet naar een bevestigend plaatje van de bewuste triffids uit de film (die uit 1983, geloof ik), kwam ik weinig substantie tegen. De triffids die ik kon vinden hadden minder weg van de houtshredder dan ik me meende te herinneren. In het kort: de substantie was niet bij machte mijn vonk te belichamen. Wat ik wel vond, was een plaatje met, jawel, houtshredders op een rijtje, met daarbij de opmerking dat de triffids opgesteld stonden (of iets dergelijks). Uit Schotland, nota bene! Een pracht van een zeldzame vonk-vonk ervaring die ver uitsteeg boven het gekeutel van mijn gretige brein in concert met het google-syndicaat.

Twintig jaar werd ik teruggezet. Zwoegend en zwetend in Diablo’s onderwereld kwam toen in ene het fenomeen multiplayer game om de hoek kijken: een maatje! Lange tijd zwierven we samen rond, onuitgesproken gelukkig met elkaar. Maar natuurlijk brak het moment aan dat ik hem of haar toch echt moest achterlaten (of andersom, hou me ten goede).

Wat daar toen aan weemoed bij vrijkwam, zou het allergretigste brein nog overstelpt hebben. Geloof ik.

 

Goed gedacht, hard gewis

wolkenWat is kennis? Hoe bouw je kennis op? Is het encyclopedisch of zijn er patronen?

Zijn dat dan herhalingen, zijn er dan figuren die vaker worden gebruikt om ervaringen en gevolgtrekkingen op te slaan?

Wat is de invloed van belangrijke inzichten, de ‘kennistrauma’s’? Sturen die de perceptie? Kunnen dergelijke trauma’s zelf gestuurd en opgewekt worden?

Wat is vergeten? Hoe vergeet je? Is het willekeurig of zijn er patronen?

Zijn dat dan herhalingen, zijn er dan figuren die vaker worden gebruikt om ervaringen en gevolgtrekkingen te wissen?

Wat is de invloed van grote eliminaties, de ‘omissietrauma’s’? Sturen die de verblinding? Kunnen dergelijke trauma’s zelf gestuurd en opgewekt worden?