Category Archives: Narrenkoning

De laatste groeispurt

Standbeeldenpark BoedapestIemand in mijn omgeving wist het ooit prachtig te verwoorden:

‘Bij elke groeispurt van mijn kinderen hoop ik revange te kunnen nemen op een jeugdtrauma.’

In die categorie maar dan minder poetisch gebeurde er gisteren iets vergelijkbaars (het wordt een klein beetje onsmakelijk maar niet dramatisch, dat beloof ik).

Het begon met een zakdoekje.

Al decennialang verbaas ik me over de afmetingen van gebruiksvoorwerpen. Stel dat van alle flessen die verkocht worden, de laatste drie centimeter in de hals ook afgevuld werden. Er zullen vast praktische problemen zijn maar toch: er wordt in het algemeen teveel niet gebruikt.

Een nog pertinenter voorbeeld was altijd het zakdoekje. Voor elke snotneus zo veel papier verbruiken, vreselijk! Waarschijnlijk daarom heb ik ze zelden zelf aangeschaft.

Mijn vreugde kon dan ook nauwelijks op toen ik het kindermaatje zakdoekjes ontdekte – ongeveer tweederde van de normale lengte. Eindelijk gerechtigheid! Enthousiast begonnen we met het gebruik ervan.

Tot er iets begon te haperen. Om elders weer te beklijven. In de auto, bijvoorbeeld, werd het hanteren van de zakdoekjes ineens een weerzinwekkende opgave. Vooral naarmate de tijd toenam die er verstreken was tussen het moment van gebruik en het moment van vastpakken.

Het muntje viel langzaam en genadig: klein is niet altijd fijn, maar wel vaak plakkerig.

Sindsdien kijk ik anders aan tegen het plafond waar we niet bij kunnen. Of de laatste centimeters van een potlood die we nooit zullen gebruiken. Een matras van twee meter tien. Een fietspad van anderhalve meter.

Ik bedoel maar. Groeien staat vrij maar de richting is te vaak gegeven.

Twee nieuwe dimensies

SpiderwebEr zijn er minstens vier, zoals bekend. Drie ruimtelijke plus de tijd. Dat zijn de primair fysieke dimensies.

Ik wil twee nieuwe dimensies voorstellen.

Eerste is de waarneming.

Tweede is de betekenis.

Neem de overwinning van Oranje op Spanje. Fotonen van een elektromagnetisch (of weet ik veel wat voor) scherm bombarderen uw netvlies en zoeken gemodificeerd een meer of minder relevant plekje in uw hersenen. En zitten daar nu nog steeds.

Het brein is werkelijk gretig, nietwaar?

Neem kiwiijs. Nooit gehad. Zal het ook nooit nemen. U wel?

Neem een spiegel.

Neem een mens.

Neem een mens dat u herkent.

Neem Adolf Hitler.

Voor een baby maakt het allemaal niets uit.

Die mist dus wat.

Vergeetwoorden AA

Aquaduct Mid-FryslanVraag een lezer naar een favoriet vergeetwoord en de kans is groot dat er meer dan één komt opborrelen. Niet zelden zijn dat woorden die u en ik of nog dagelijks gebruiken (verkneukelen, abusievelijk, verfomfaaid, dwarsbomen, aalbes, belendend), of die we helemaal niet kennen, laat staan gebruikt hebben of ooit nog zullen gebruiken (pertang, watjekouw, balsturig, kribbebijter).

Of neem uitlekstandaard. Weer stond ik even op het verkeerde been maar nu ik weet wat het zijn moet, lijkt me de behoefte aan deze vakterm buiten horeca-aangelegenheden (langzame advocaat) en ziekenhuizen (schrale plasjes) vrij gering.

Toch al met al een sympathieke actie, natuurlijk.

Andersom kan bijna iedereen ook wel een paar gebruikelijke verdachten noemen waar we graag van verlost zouden worden. De echte vergeetwoorden, zeg maar. Denkt u even mee? Ik noem napalm, gaskamer, hello kitty.

Het nomineren van bovenstaande woorden kostte nauwelijks tijd, dat bent u met me eens. Wel is er iets bijzonders aan de hand. Heeft u het ook gemerkt? Dit: er zitten verdacht veel a’s in die woorden. Zou daar niets mee te doen zijn? Wat zou er gebeuren als we alle woorden met twee a’s eruitgooien? Dat moet met de technologie van vandaag toch een fluitje van een cent zijn?

Neem nou een woord als, ik noem maar iets, appelsap. Als je daar goed naar kijkt, – luistert, het woord proeft, liefst, – dan is daar toch sowieso al iets niet helemaal mee in de haak? Of vergis ik me nu? Ik houd er in ieder geval diep van binnen echt een zeer onbestemd gevoel van verzakking aan over, net zoiets als, noem maar wat, lampendraad, bijvoorbeeld. In elke lamp zit wel draad, daar hoef je toch niet zo’n stampei om te maken? We zijn toch waarachtig geen Duitsers? Lampensnoer zou natuurlijk een heel ander geval zijn, dat begrijpt u!

“Trek het snoer er even uit!”

“Welk snoer?”

“Het lampensnoer!”

Dat werkt. Lampendraad, appelsap, dat werkt niet. Dat soort woorden vloekt als een boomappel. Sapappel zou eventueel dan weer wel kunnen maar daar is geen vraag naar, net als morellen. En het mag ook niet meer van Nelleke Noordervliet.

Als u het mij vraagt, dan riekt dat aparte woorden maken voor dat soort abjecte zaken te zeer naar gedans. En wel gedans naar de pijpen van iemand met belangen. Laakbaar doen we dus gewoon niet meer, abject voldoet uitstekend. En ook geen appelsap, geen lampendraad en sowieso geen apartheid meer (zo’n beetje het enige woord dat wij de wereld ingeslingerd hebben: kom op, zeg!) En van katten hielden we ook niet, dus doe die kattenwas ook maar retour afzender.

Maarreh: misschien dat 3 a’s weer wel kan. Zou Nelleke een kattenhater (ubersic!) zijn? Een kattenwasmachine klinkt namelijk wel weer veelbelovend.