Category Archives: Narrenkoning

Ruim baan voor het Trauma-team!

rrh_08_by_drfaustusau-d8pwoum
© DrFaustusAU, Nick Cave and the Bad Seeds

Psychologische trauma’s zijn er in vele soorten en maten. Alledaagse gebeurtenissen die we onder elkaar gekscherend traumaatjes zouden noemen, zijn belangrijk voor ons menszijn en vormen een integraal onderdeel van ons leven en onze identiteit. Zonder dat ze ons meteen classificeren als psychiatrische gevallen, kennen we allemaal wel gebeurtenissen die ons als kind schokten of verontrustten, die ons confronteerden met vernieuwingen en belangrijke wendingen in ons leven, – denk aan bijvoorbeeld de eerste keer dat je gedwongen werd uien in je rode bieten te accepteren of dat je konijntje overleed. Veelal hebben die gebeurtenissen ons in de loop van ons leven gesensitiveerd op dat punt, waardoor onze unieke en essentiele voorkeuren ontstaan. Trauma’s en emoties horen bij elkaar als pek en veren, – en zonder emoties is er natuurlijk geen echt leven mogelijk.

Over sommige huis-tuin-en-keuken- trauma’s kun je derhalve heel fijn heen komen, hoe diep ze ook geworteld leken. Neem bijvoorbeeld tanden: Wie kent niet de angst voor uitvallende tanden?  Om te beginnen je mond – die je duizend keer beter meende te kennen dan je broekzak (en waaraan je in ieder geval duizend keer meer gehecht was) – die ten prooi leek te zijn gevallen aan kraters en kloven, grotten en afgronden van voorhistorische afmetingen?

Maar daaronder krioelen nog interessanter implicaties: vergeet de materie en daal af langs de traumaladder op zoek naar het algehele failliet van je gezondheid, je leven, of de grond onder je voeten – feilloos geillustreerd met dromen over je afbrokkelende elementen. Zelfs daar kom je weer overheen: na een paar keer goed geleden te hebben, kun je opeens weer naar de tandarts gaan zonder dat daarmee de wereld hoeft te vergaan. Het went, denk je dan en dat is goed zo.

Trauma’s zijn overal en op elk niveau. Of we nu denken aan het korte-termijn opportunisme van de meest succesvolle politici van deze tijd – Trump, Putin, Erdogan, Wilders, Orbán – of aan de angsten die we hoe dan ook allemaal delen – de angst voor wereldmacht China, voor terrorisme, voor het failliet van het humanistische project – het draait hier of linksom, of rechtsom, om kleine en grote, om werkelijke, historische en potentiele trauma’s.

Enter generatie X. (Of Y, Z van mijn part, al betwijfel ik of ze zichzelf zo lineair zouden inschalen). Even kort: Doelen opgeschort; ontwikkeling achterhaald want paternalistisch. Het is in ieder geval niet meer de bedoeling dat we met zijn allen naar een ideaal streven. Zichtbaar niet. Hoogstens managen we, zoiets. Maar verbeteren, of iets bereiken, dat mogen de volgende generaties wel weer uit gaan zoeken, mochten ze daar zin in krijgen. Let wel: per omgaande worden trauma’s in het huidige tijdsgewricht ook anders. Er is geen erkenning meer voor de klassieke trauma’s, omdat de klassieke levensloop er niet meer is. Net als waarheid zijn ook trauma’s ontploft in duizenden particuliere narratieven.

Gisteren vond ik mezelf tot mijn niet geringe verbazing terug aan een plastic tuintafel bij overigens zeer sympathieke mensen, terwijl ik de Holocaust aan het bewijzen was (of all things!) Het ging er vrij heftig aan toe, kan ik wel zeggen: “Mijn moeders vriendinnetje is toch echt weggehaald en nooit meer teruggekomen”, en: “Dus al die mensen die zeggen dat ze geen opa’s en oma’s hebben, die liegen?” – op dat niveau waren we bezig. Ik geloof en hoop dat het gelukt is mijn vrienden in te laten zien dat ze niet nog eens hun twijfels over de maximale capaciteit van crematoria als belangrijkste life-line moeten gebruiken bij het aangaan van dit soort discussies, of om het even welke twijfels dan ook, als we het er nog eens over hebben.

Het grootste trauma – bij de weg – is het trauma waarvan je niet weet dat je het hebt. Dat kan heel goed: een trauma is in essentie natuurlijk gewoon een wond. En als je niet met die wond bezig wil zijn, dan ga je ergens anders krabben. Op de ziel of het lichaam.

Volgens de Sloveense XYZ-filosoof Slavoj Žižek is: “ideology not only the world we live in, but also the wrong ways we try to escape”.

Escape what?

Wat zouden de juiste ways zijn?

Laat mij u namelijk als toetje nog het verhaal The Plagiarist van Hugh Howey aanbevelen en het trilemma van Nick Bostrom, dan kunnen we later verder praten over trauma’s en de mogelijkheden voor recovery.

 

 

To Whom It May Concern: de triffids komen (terug)!

triffidStel we accepteren dat ons brein gretig is. Dol op nieuwigheden, ook. Te allen tijde bereid zich verlengstukken aan te meten om zijn onstelpbare honger naar de buitenwereld – naar groei en beheersing daarvan – te bevredigen.

Neem de auto. Voor iemand met enige ervaring en bekendheid ter plekke is van A naar B rijden vaak een routineklus. Hoeven we niet meer bij stil te staan. Ons brein lost het vrijwel zelfstandig op, als ware de auto een volledig geintegreerd onderdeel van ons eigen lichaam. Zo kunnen we onderweg ons bewustzijn sparen en gebruiken voor belangrijkere zaken.

Waar zou die manie alles te incorporeren ergens ophouden? Eén op één gaat het verhaal mooi op voor de klassieke ‘dode’ hulpstukken, zoals een auto of een zwaard. Maar hoe zit dat met een computer, bijvoorbeeld? Of specifieker: het Internet?

Al surfend scheer je onmiskenbaar langs de werelden van anderen, langs een plethora aan bewustzijnsmanifestaties, waarvan je met goed fatsoen niet meer kunt volhouden dat jij dat allemaal ‘bent’ of ooit zult worden. Het woord ‘interactief’ komt opborrelen, aanduidend dat het gretige brein hier misschien wel op een fundamentele grens is gestuit.

Aan de andere kant is het internet onovertroffen als referentie, als vraagbaak, als ‘externe hard schijf’. Wat dat betreft past het juist weer prima in het plaatje. Zo ligt het voor de hand dat de lexicologische en sommige andere functies van ons brein zullen verminderen, nu we voor navigatie, voor feitenkennis, voor ontspanning en voor allerhande communicatiedoelen steeds makkelijker naar een beeldscherm turen. Het brein heeft allang in de gaten wat internet allemaal kan, – kijk maar naar de jongste generatie.

De vonk, dat zijn wij ergens nog wel maar de substantie, die vissen we uit het net (halen we uit de cloud).

Maar toen. Een houtshredder dichtbij zorgde voor enkele ongemakkelijke associaties. Wie nog weet wat een triffid is of was, kan daar misschien wel inkomen (vonk). Zoekend op internet naar een bevestigend plaatje van de bewuste triffids uit de film (die uit 1983, geloof ik), kwam ik weinig substantie tegen. De triffids die ik kon vinden hadden minder weg van de houtshredder dan ik me meende te herinneren. In het kort: de substantie was niet bij machte mijn vonk te belichamen. Wat ik wel vond, was een plaatje met, jawel, houtshredders op een rijtje, met daarbij de opmerking dat de triffids opgesteld stonden (of iets dergelijks). Uit Schotland, nota bene! Een pracht van een zeldzame vonk-vonk ervaring die ver uitsteeg boven het gekeutel van mijn gretige brein in concert met het google-syndicaat.

Twintig jaar werd ik teruggezet. Zwoegend en zwetend in Diablo’s onderwereld kwam toen in ene het fenomeen multiplayer game om de hoek kijken: een maatje! Lange tijd zwierven we samen rond, onuitgesproken gelukkig met elkaar. Maar natuurlijk brak het moment aan dat ik hem of haar toch echt moest achterlaten (of andersom, hou me ten goede).

Wat daar toen aan weemoed bij vrijkwam, zou het allergretigste brein nog overstelpt hebben. Geloof ik.

 

Goed gedacht, hard gewis

wolkenWat is kennis? Hoe bouw je kennis op? Is het encyclopedisch of zijn er patronen?

Zijn dat dan herhalingen, zijn er dan figuren die vaker worden gebruikt om ervaringen en gevolgtrekkingen op te slaan?

Wat is de invloed van belangrijke inzichten, de ‘kennistrauma’s’? Sturen die de perceptie? Kunnen dergelijke trauma’s zelf gestuurd en opgewekt worden?

Wat is vergeten? Hoe vergeet je? Is het willekeurig of zijn er patronen?

Zijn dat dan herhalingen, zijn er dan figuren die vaker worden gebruikt om ervaringen en gevolgtrekkingen te wissen?

Wat is de invloed van grote eliminaties, de ‘omissietrauma’s’? Sturen die de verblinding? Kunnen dergelijke trauma’s zelf gestuurd en opgewekt worden?

De laatste groeispurt

Standbeeldenpark BoedapestIemand in mijn omgeving wist het ooit prachtig te verwoorden:

‘Bij elke groeispurt van mijn kinderen hoop ik revange te kunnen nemen op een jeugdtrauma.’

In die categorie maar dan minder poetisch gebeurde er gisteren iets vergelijkbaars (het wordt een klein beetje onsmakelijk maar niet dramatisch, dat beloof ik).

Het begon met een zakdoekje.

Al decennialang verbaas ik me over de afmetingen van gebruiksvoorwerpen. Stel dat van alle flessen die verkocht worden, de laatste drie centimeter in de hals ook afgevuld werden. Er zullen vast praktische problemen zijn maar toch: er wordt in het algemeen teveel niet gebruikt.

Een nog pertinenter voorbeeld was altijd het zakdoekje. Voor elke snotneus zo veel papier verbruiken, vreselijk! Waarschijnlijk daarom heb ik ze zelden zelf aangeschaft.

Mijn vreugde kon dan ook nauwelijks op toen ik het kindermaatje zakdoekjes ontdekte – ongeveer tweederde van de normale lengte. Eindelijk gerechtigheid! Enthousiast begonnen we met het gebruik ervan.

Tot er iets begon te haperen. Om elders weer te beklijven. In de auto, bijvoorbeeld, werd het hanteren van de zakdoekjes ineens een weerzinwekkende opgave. Vooral naarmate de tijd toenam die er verstreken was tussen het moment van gebruik en het moment van vastpakken.

Het muntje viel langzaam en genadig: klein is niet altijd fijn, maar wel vaak plakkerig.

Sindsdien kijk ik anders aan tegen het plafond waar we niet bij kunnen. Of de laatste centimeters van een potlood die we nooit zullen gebruiken. Een matras van twee meter tien. Een fietspad van anderhalve meter.

Ik bedoel maar. Groeien staat vrij maar de richting is te vaak gegeven.

Twee nieuwe dimensies

SpiderwebEr zijn er minstens vier, zoals bekend. Drie ruimtelijke plus de tijd. Dat zijn de primair fysieke dimensies.

Ik wil twee nieuwe dimensies voorstellen.

Eerste is de waarneming.

Tweede is de betekenis.

Neem de overwinning van Oranje op Spanje. Fotonen van een elektromagnetisch (of weet ik veel wat voor) scherm bombarderen uw netvlies en zoeken gemodificeerd een meer of minder relevant plekje in uw hersenen. En zitten daar nu nog steeds.

Het brein is werkelijk gretig, nietwaar?

Neem kiwiijs. Nooit gehad. Zal het ook nooit nemen. U wel?

Neem een spiegel.

Neem een mens.

Neem een mens dat u herkent.

Neem Adolf Hitler.

Voor een baby maakt het allemaal niets uit.

Die mist dus wat.

Vergeetwoorden AA

Aquaduct Mid-FryslanVraag een lezer naar een favoriet vergeetwoord en de kans is groot dat er meer dan één komt opborrelen. Niet zelden zijn dat woorden die u en ik of nog dagelijks gebruiken (verkneukelen, abusievelijk, verfomfaaid, dwarsbomen, aalbes, belendend), of die we helemaal niet kennen, laat staan gebruikt hebben of ooit nog zullen gebruiken (pertang, watjekouw, balsturig, kribbebijter).

Of neem uitlekstandaard. Weer stond ik even op het verkeerde been maar nu ik weet wat het zijn moet, lijkt me de behoefte aan deze vakterm buiten horeca-aangelegenheden (langzame advocaat) en ziekenhuizen (schrale plasjes) vrij gering.

Toch al met al een sympathieke actie, natuurlijk.

Andersom kan bijna iedereen ook wel een paar gebruikelijke verdachten noemen waar we graag van verlost zouden worden. De echte vergeetwoorden, zeg maar. Denkt u even mee? Ik noem napalm, gaskamer, hello kitty.

Het nomineren van bovenstaande woorden kostte nauwelijks tijd, dat bent u met me eens. Wel is er iets bijzonders aan de hand. Heeft u het ook gemerkt? Dit: er zitten verdacht veel a’s in die woorden. Zou daar niets mee te doen zijn? Wat zou er gebeuren als we alle woorden met twee a’s eruitgooien? Dat moet met de technologie van vandaag toch een fluitje van een cent zijn?

Neem nou een woord als, ik noem maar iets, appelsap. Als je daar goed naar kijkt, – luistert, het woord proeft, liefst, – dan is daar toch sowieso al iets niet helemaal mee in de haak? Of vergis ik me nu? Ik houd er in ieder geval diep van binnen echt een zeer onbestemd gevoel van verzakking aan over, net zoiets als, noem maar wat, lampendraad, bijvoorbeeld. In elke lamp zit wel draad, daar hoef je toch niet zo’n stampei om te maken? We zijn toch waarachtig geen Duitsers? Lampensnoer zou natuurlijk een heel ander geval zijn, dat begrijpt u!

“Trek het snoer er even uit!”

“Welk snoer?”

“Het lampensnoer!”

Dat werkt. Lampendraad, appelsap, dat werkt niet. Dat soort woorden vloekt als een boomappel. Sapappel zou eventueel dan weer wel kunnen maar daar is geen vraag naar, net als morellen. En het mag ook niet meer van Nelleke Noordervliet.

Als u het mij vraagt, dan riekt dat aparte woorden maken voor dat soort abjecte zaken te zeer naar gedans. En wel gedans naar de pijpen van iemand met belangen. Laakbaar doen we dus gewoon niet meer, abject voldoet uitstekend. En ook geen appelsap, geen lampendraad en sowieso geen apartheid meer (zo’n beetje het enige woord dat wij de wereld ingeslingerd hebben: kom op, zeg!) En van katten hielden we ook niet, dus doe die kattenwas ook maar retour afzender.

Maarreh: misschien dat 3 a’s weer wel kan. Zou Nelleke een kattenhater (ubersic!) zijn? Een kattenwasmachine klinkt namelijk wel weer veelbelovend.