Lezersvraag – Hungarian Dark Democracy: fractal of ouroboros?

ongersman.nlNa een maand relatieve afstand is ongersman in no-time weer helemaal verstrikt geraakt in de loops van de Dark Democracy. Zo zeer zelfs, dat het onvermijdelijk wordt geacht de hulp van de trouwe lezers in te roepen om weer enige vat op de zaak te krijgen.

De vraag: is de Hongaarse politieke werkelijkheid nu een manifestatie van het Babuschka-effect of van het Droste-effect?

Om bij het begin te beginnen: men neme de plakaat-wet. Deze vorige week door president Áder ondertekende wet is volgens boze tongen namelijk een duidelijk 3D grensgeval. Op het eerste en tweede gezicht van een type ‘de schaamte voorbij’ wettelijke knip-en-plakmaatregel, bedoeld om de niet-regeringsgezinde plakaatplakplaatsen – natuurlijk gaat het hier over de Jobbik en de herboren anti-fidesz mediamogul Simicska – te beperken met het oog op toekomstige tegencampagnes. Jobbik maakt dan ook heel bijzondere plakaten die, hoe meer modder ertegenaan gaat, des te scherper lijken te worden. Koekje van eigen deeg, noemen ze dat in Brussel, maar de opperste Fidesz wil geen polonaise in de keuken.

Volgens 444.hu zijn er serieuze argumenten de wet voor normcontrole terug te sturen naar het grondwettelijk gerechtshof. Zo zouden aangelegenheden van partij-financiering grondwettelijk gezien thuishoren in de categorie ‘tweederde meerderheidsbesluitvorming’ (noot: een meerderheid die Fidesz niet meer heeft). En laat de plakaatkwestie nou opgelost zijn met wetgeving bedoeld voor bescherming van stadsaangezicht.  Hoezo de schaamte geloosd?

Enfin. Nu wilde Jobbik deze zomer een plakaatcampagne beginnen. Tegen het Fidesz-bewind, tegen corruptie, voor eenheid in het land, voor alternatieven voor de zittende macht, voor de toekomst. Kortom:  alles wat er maar op zo’n plakaat mocht passen. Maar dat wordt ze nu extra lastig gemaakt. Ze mogen namelijk nog maar twee weken hangen, die plakaten – daarna worden ze vast lelijk, of zo.

En zo, dames en heren, komen we bij de hamvraag van deze keer. Is het gebruiken van democratische verworvenheden om democratische verworvenheden tegen te gaan, nu een voorbeeld van een:

 

 

 

 

Babuschka-effect of Droste-effect?

View Results

Loading ... Loading ...

 

 

 

 

 

Dark Ecology (f)or Dark Democracy

ongersman.nl
(link opent doc op de VPRO website)

Deze post wil aan de gang met de Dark Ecology van Timothy Morton. Daarvoor is echter geduld en een lange aanloop nodig, niet in de laatste plaats omdat ongersman het betreffende boek nog niet helemaal uit heeft. Vandaar dat we hier kunnen spreken van een tweedelig feuilletonnetje en ook nog eens één, waarvan nu al duidelijk is, dat het einde – deel 2 dus – nog volledig in mist gehuld is. Optimisten mogen dit alvast beschouwen als een oefening in Morton’s Object-Oriented Ontology maar dat hoeft niet per se.

De goede man zelf figureert als één van de nieuwe kunstenaars in de tv-documentaire van VPRO Tegenlicht: Cultuurbarbaren. Dat er veel meer aan bod lijkt te komen dan ‘alleen’ de rol van kunst en kunstenaars in de huidige wereld – zoals de leader het wil hebben – is een vette toegift. Wie de Cultuurbarbaren uit de doc uiteindelijk zijn mag u overigens helemaal zelf uitmaken.

Waar reflecteert kunst nog op als kunst zelf – in de eerste plaats als consumptie-artikel en wel gesponserd door Unilever of Heineken – volwassen bestandsdeel is gaan uitmaken van de primaire cultuur? Dan blijkt dat er naast de schatrijke en oervervelende kunstemakers er ook al legio interessante mensen rondlopen die waarachtig alternatief, actief en geengageerd werk leveren. En tussen die kunstenaars en performers verschijnt Timothy Morton met een trip naar Nikel, een troosteloos Russisch mijnplaatsje.

Dat deze plaats ontstaan is vanwege, en ook vanaf het begin al aangevreten wordt door de grondstoffenwinning ter plekke, lijkt nou net een mooi voorbeeld van de loops waar Morton wel pap van lust. Hoe de excursie nu kunst vormt, kon overtuigender maar linksom of rechtsom omvat zijn verhaal veel meer dan dat.

Waaronder de Dark Ecology, dus. Een stimulerende gedachtenstroom, de verslaglegging van een state of mind (zijn redacteur had hem wat korter kunnen houden) waarin betoogd wordt dat de plek die mensen innemen op de wereld (in het ecosysteem) structureel verkeerd wordt beschouwd, zodat alleen met een grondige verandering in de relatie tot de ons omringende wereld er een kans is dat de Zesde Massale Uitstervings-Gebeurtenis (waarvan naar alle waarschijnlijkheid wij ook substantieel deel zullen gaan uitmaken) zich niet zal voltrekken. Wat in concreto nodig is, is een overstijgen van de wij-zij denktrant. Veel elementen van zijn verhaal zijn niet (helemaal) nieuw maar het kader dat hij erbij geeft, maakt het tot een veel plezieriger uitdaging.

De analyse begint met de gedachtenval waarin we al zitten sinds de allereerste agrarische samenlevingsvormen (en de vorming van het schrift) in het 12.000 jaar oude Mesopotamie. Om zekerheid te creeren en plagen af te weren, zo vertelt hij, zijn de opportunistische jagers/verzamelaars langzaam overgegaan tot het controleren (en rubriceren, determineren, (de-)ontologiseren) van de landbouw-samenleving – waarna noodzakelijkerwijs de industriele samenleving ontstond. Kort gezegd: we hebben ons boven de ‘natuur’ geplaatst en proberen de ‘natuur’ buiten te houden.

De bijgeleverde filosofie zoals wij die kennen, inbegrepen de traditionele kritische theorie, was en is door en door antropocentrisch en in die zin onbruikbaar bij het inschatten van onszelf tov de ecologische toestand. Via het strippen van Kant’s waarnemingskunst en zijn subjectiviteitsbegrip (alles wat we waarnemen is gekleurd) en het pimpen van Marx’ materialistisch nutsbesef (de ijzeren economische en historische wetmatigheden) wil hij een lans breken voor een derde rail: die van protectie by proxy, waarbij de mensheid verantwoordelijk is/was voor de Zesde Massale Uitstervings-episode, en waarbij mensen eventueel nog iets kunnen betekenen bij het afwentelen van de gevolgen (maar zie onder).

Morton speelt veel met centrale begrippen om zijn publiek wakker te krijgen. Zo heeft hij oneindige problemen met het gebruik van het woord natuur en natuurlijk. Polemische redenaties – als zou elk nationaal park een vuilnisbelt moeten bouwen, want dan neemt de biodiversiteit (soorten per oppervlakte-eenheid) alleen maar nog meer toe – kenden we natuurlijk al uit de natuurbescherming. Dat natuur in het vervolg daarvan een hyperobject blijkt te zijn, – een (deel-) verzameling van entiteiten, gekleurd en wel, die – als er al zoiets bestaat – verre zal staan  van het fenomeen waaruit wij antropocentrische mensen menen dat het bestaat – is vervolgens ook wel een open deur. Natuurlijk weet in West Europa niemand nog zeker wat (oer-)natuur zou moeten zijn, laat staan welke daarvan ‘meer’ waard is en waarom. Dit is geen weten, dit zijn geen feiten maar behoort tot de esthetica. Een kwestie van smaak, boud gezegd.

Ecologie is een iets ander beest. Dat heeft meer te maken met processen. Met loops en netwerken, interactie, waar Morton zoals gezegd eveneens dol op is. Stam van het woord ecologie is natuurlijk Oikos, wat naar huis verwijst. Sinds jaar en dag staat ecologie in het dagelijks taalgebruik voor levensvormen, niet levende elementen en energiebronnen die in onderling verband staan, waarbij – elk volgens een eigen dynamiek – in hun gezamenlijke totaliteit een dynamisch evenwicht nagestreefd wordt of lijkt te worden (iets van dien aard). Ecologie als geavanceerde huishoudkunde. Waarbij de relaties weliswaar ten dele bekend of kenbaar zijn maar waarvoor in overgrote mate het tegendeel geldt.

Dark Ecology, dan, is daar de krakersversie van. Een revolutionaire vorm van eco-centrisme, donkerder dan deep, met meer loops dan welke de menselijke wetenschap kan pretenderen te overzien of op te lossen. Denk voor de gein aan een boot. En daarvan zijn wij mensen dan noch de kapitein, noch de lading, noch de vlag, maar slechts een plank in de romp (boven de waterlijn) of een stukje van de reling. Zonder essentieel te zijn, dus. Maar als we schipbreuk lijden, door ons toedoen, dan ligt die boot er binnenkort heel anders bij, en bij de eersten die jammerlijk overboord en kopje onder gaan, horen wijzelf. En onder elkaar gezegd en gezwegen, zijn wij degenen die daar het meest (bewust?) onder lijden. Als dat er toe mocht doen (zie onder).

Natuurlijk is het verleidelijk om bij een totaalombouwproject zoals Morton dat voorstelt, jezelf allerlei projecties toe te staan, alsof het verdwijnpunt wat het in feite slechts is, geinverteerd zou kunnen worden tot zenith. Net zo verleidelijk is het je af te vragen wie die Morton dan toch wel niet is, dat hij vrijwel als enige in de gaten lijkt te hebben dat al die mensen gevangen zitten in de agrilogistische fuik? Dat hij na 12.000 jaar nou net wel de deur heeft gevonden waardoor we onze grot uit zouden kunnen?

 

Zoals gezegd, het boek is nog niet uit. Ik stel me zo voor dat het in de tweede helft veel over politiek zal gaan. Over activisme, over uitdagingen en het oplossen van problemen. Wat is dan wel de juiste houding? Morton zegt nogal wat en dan schep je ook verwachtingen, nietwaar?

Want natuurlijk (ik probeer dat woord echt minder te gebruiken) lijkt de relevantie direct om ons heen aanwezig. Als je de dark ecology bril opzet, wordt de stap naar dark democracy een voor de hand liggende. Morton heeft ook al ergens gezegd dat geen enkele huidige bestuursvorm in staat is om te zorgen voor generaties die nog niet geboren zijn.

Wie ermee kwam de afgelopen weken weet ik niet meer maar iemand merkte op de televisie op dat over vijftig jaar ‘democracy – as WE know it NOW’ beschouwd zal worden als een uitermate sympathiek edoch in essentie wezensvreemde bestuursvorm (woordelijk iets anders gezegd, maar de strekking was ongeveer dat, ongersman).

Bij nieuwsuur slaan ze elkaar echter nog steeds enthousiast op de schouders als ze het erover eens zijn hoe fijn democratisch (in dit geval: tolerant) we bezig zijn. Zo had onderzoek aangetoond dat een begripvolle bejegening van schuldenaars een beter resultaat oplevert voor incassobureaus. In de studio: “Nou, daar kan Erdogan met zijn bodyguards nog wat van leren!”

Kijkersvraag: hebben ze een punt, ja of nee?

Want even later in dezelfde uitzending zitten we in Giethoorn, waar ‘op zich heel aardige’ Chinezen (toeristen?) wel eens de tuintjes van de mensen binnenstruikelen bij het fotograferen van dit voor hen bijzondere fenomeen (huisjes aan het water). Dan komen de bewoners om hen er vriendelijk weer uit te dirigeren – sommigen zetten al bordjes neer in het Manderijns. Stemming in de studio: “Ach ja, het zijn net kleine kinderen!”

Als volgens de internationale verhoudingen vandaag de dag, China de VS en Europa al jaren aan het lijntje heeft als het gaat om financiele macht, is dan een begrip als ‘eigendom’ niet langzaam aan herijking toe? Je kunt je afvragen of wij inmiddels niet allemaal Madurodammannetjes en -vrouwtjes zijn in een gigantische Chinese koekoeksklok. Zolang het nog duurt.

 

Follow-up: EU Parlement haalt Artikel 7 uit de koelkast voor Hongarije

ongersman.nl

In hoeverre dit buitenlands nieuws blijft – conform het bijgesloten Híradó-plaatje van de nationale televisie, is maar de vraag. Hongarije kan zich hoe dan ook voorbereiden op het in gang zetten van de uitvoering van de procedure naar de beslissing volgens Artikel 7, waarmee – let wel: in de long run – lidstaten hun stemrecht kan worden ontnomen.

Verder roept het parlement Hongarije op drie wetten terug te trekken: 1) de wet die de CEU onmogelijk dreigt te maken, 2) de wet die de civiele organisaties onmogelijk dreigt te maken, en 3) wetgeving aangaande de behandeling van vluchtelingen in de transitzone aan de EU (/Hongaarse) grens.

De Commissie dient verder de besprekingen over de gewraakte wetgeving voort te zetten en de uitgaven van Hongarije streng te controleren op corruptie. Dit alles vanuit de bezorgheid over de negatieve ontwikkelingen in Hongarije aangaande de rechtstaat, de democratie en de verbreiding van corruptie – en dat dit initiatief een test vormt hoe de EU zichzelf kan beschermen tegen een lidstaat dat de basiswaarden van de EU bedreigt.

Het voorstel werd gesteund door 393 parlementsleden, er waren 221 stemmen tegen en 64 onthoudingen.

Vanzelfsprekend moet er nog heel wat water door de Yangzhe voordat het daadwerkelijk zover zal komen dat Hongarije eruitgeknikkerd wordt maar het signaal is redelijk duidelijk. Waarbij dat van die test misschien nog wel het meest interessant wordt.


ongersman.nl

Verder buitenlands nieuws, dan:

– Bij het bezoek van Viktor Orbán aan de Oosterse top voor zijdekoopmannen en cyberpiraten begin deze week, bleek dat hij zijn mannetje ook prima staat tussen ervaren dictatoren en overige nestvlieders …

 

 

Breking: Szél (Westenwind) Bernadett en Bayer (Bromsnor) Zsolt aan de koffie!

ongersman.nlEn taart! Een waarachtig live en gedenkwaardige gebeurtenis voor allen die de polarisering van Hongarije afkeuren.

Vandaag bleek dat de wonderen de Hongaarse wereld ook nog niet uit zijn. Vrijwel alle media – van links naar rechts en onder tot boven – waren dan ook van de partij. De aanleiding was – in het kort – gelegen in enkele opzienbarende uitspraken en gebeurtenissen van de afgelopen weken. Eerst was er de al of niet geoorloofde aanwezigheid van civiele organsaties bij de bespreking van het betreffende wetsvoorstel in de parlementaire commissie. Toen kwam er een typische uitspraak van Orbán dat “de handen beginnen te jeuken”, met daarop de vertaling (lees: concretisering) van die uitspraak door Zsolt Bayer op zijn blog. Met als klap op de vuurpijl – al dan niet als oorzakelijke gevolg – enkele geweldadige incidenten die gericht waren tegen (vermeende) immigranten en demonstranten.

Wie er nu precies verantwoordelijk is voor de totstandkoming van het evenement is wat vaag. Bayer had al zijn excuses aangeboden voor zijn ruige uitspraken en heeft volgens index het initiatief genomen, terwijl Tasz ook deed alsof ze het georganiseerd hebben. Maar dat doet er allemaal niet heel erg toe. In kort bestek ging het behoorlijk geciviliseerde gesprek over de polarisering van het maatschappelijke en het politieke leven. Aan tafel zaten mensen van de mensenrechtenorganisatie Tasz, de geridderde Zsolt Bayer, het kamerlid van de LMP Bernadett Szél, activist Márton Gulyás (kwam later, moest blijven staan) en enkele ‘linkse’ en ‘rechtse’ journalisten.

Kort door de bocht lijkt het een nuttig evenement te zijn geweest. Natuurlijk was er sprake van het typische terug-verwijtgedrag (“… maar jullie zijn ook verkeerd bezig …!”) Bayer had bijvoorbeeld zijn lijstje bij zich met citaten die hij te ver vond gaan (niet zijn eigen, natuurlijk). Ook bij de oppositie zitten namelijk stemmingmakers. Szél trapte echter niet in de praatjes van Bayer over ’emoties die zo hoog oplopen tijdens het typen’: ze zou hem wel degelijk aan gaan klagen.

Tussen twee haakjes: we kunnen het niet laten, sorry. Cruciaal verschil tussen beide ‘kampen’ is natuurlijk wel dat Bayer, Fideszlid met een laag rangnummer, zoals dat zo mooi heet – a) zelf die dingen schrijft, b) in het regeringskamp/ op het pluche zelf zit, c) voortdurend die dingen produceert. Te goedkoop om dan de aanwezigen in de hoek te willen manoevreren waar zij a) in naam van de ‘oppositie’ verantwoordelijkheid zouden moeten aanvaarden voor allerlei dingen die zij niet zelf geschreven hebben, b) die daarentegen meer kans maken door waarachtig en terecht gefrustreerde oppositiebloggers en journalisten te zijn geschreven, c) terwijl zijzelf meestal zich in weten te houden.Maar nou laat Ongersman zichzelf weer polariseren, – haakjes sluiten …

Na anderhalf uur zweten en vooral water drinken was het einde daar. Echt schokkende dingen gebeurden er verder niet, maar er komt wel een wetsvoorstel waarin LMP voorstelt om opruiende uitspraken in de Hongaarse politiek en in tweede instantie in de samenleving voortaan sterker tegen te gaan. Gezamenlijk. Om het debat te behouden. En Bayer’s medewerking wordt daarbij gevraagd om dit bij ‘zijn’ partij Fidesz-KDNP aan te kaarten en te propageren.

Petje af voor allen! Nou ja, bijna.

CEU in Brussels: Weg met die leuzen en one-liners!

ongersman.nl

Het wordt spannend vandaag. Om 15.30 zal het Europese Parlement een plenaire bijeenkomst houden over Hongarije, waarbij EU Commissaris Frans Timmermans zich met Viktor Orbán gaat onderhouden.

Het eerste wapenfeit is al binnen. Vanochtend heeft de Europese Commissie besloten om de Lex CEU aan te gaan pakken. De besluitvorming is niet conform EU regels geweest, zo oordeelde de Commissie. Vanmiddag zal er verder worden gepraat over – naar verwachting – de NGO wet (mensenrechten, basiswaarden EU), over de anti-EU campagne van afgelopen weken en over zekere uitspraken van de regering Orbán, welke lijnrecht indruisten tegen EU opvattingen (felicitaties aan Erdogan, uitspraken over Macedonie).


UPDATE

– in stukjes het verslag en de verschillende toespraken tijdens het debat: hier

Impressie: Hoewel er hier en daar harde woorden klonken – van Timmermans, Verhofstadt en anderen – was het verweer voor Orbán redelijk makkelijk en kreeg hij ook parlementariers achter zich (en niet alleen Fidesz-soldaten). Het lukte hem verder behoorlijk om de bal terug te kaatsen met vluchtelingenrethoriek en doordat het debat allerlei zijwegen ging bewandelen. Verschillende keren werd hij opgeroepen de keus te maken voor of tegen Europa, waarop hij braaf vertelde een echte Europeaan te zijn en dat Hongaren erg van Europa houden. Ook schijnt hij dol te zijn op dialoog. Hongaren zijn wel trots, en gewoon een beetje anders, dat moet Brussel wel begrijpen. Timmermans nam vervolgens de handschoen op en stelde  door te willen gaan met samenwerken.

Citaten:

“My question is: how far will you go? What will be the next thing? Burning books on the Kossuth square?” – Verhofstadt

“With lack of arguments, we only get insults” – Timmermans

“Ik denk vanalles over Soros, maar niet, dat hij ervanuit gaat dat als hij iemand een beurs geeft, hij voor de rest van zijn leven op diens loyaliteit kan rekenen” – Orbán

“Vergeet niet: De nettobetalers aan de Europese Unie zijn ook degenen die het meeste profijt ervan hebben” – Orbán

Stemming – standpuntbepaling EP: 1 mei


Daaromheen slingert dan nog het conflict dat Orbán heeft met zijn peers van de Europese Volkspartij, de fractie waartoe Fidesz-KDNP in Brussel behoort. Ook daar werden harde woorden geuit, met als doel de terugkeer van Fidesz, democratische kampioen van weleer, tot de Europese moederborst. Volgens een brief, gisteren nog uitgezonden door Fidesz aan het partijbestuur en door Népszava besproken, wil Fidesz dat best. Sterker nog: ze kunnen het hele misverstand nog uitleggen ook.

Het zal wel.

Brian Dooley schrijft tijdens een in The Guardian gevoerde discussie:

“Orbán and his apologists can call what’s happening in Hungary what they like, but if it looks and swims and quacks like a government undermining democracy, it probably is.”

Het spel dat gespeeld wordt, is niet simpelweg meer een gevalletje van eb-en-vloed. Het gaat hier niet om een klassieke vorm van politiek bedrijven, van een hoog-ingezette maatregel die na voorspelbare weerstand gereduceerd kan worden – tot ieders grote tevredenheid – tot een wat minder extreme maatregel.

Orbán heeft op hoog niveau leren schaken, van Arthur Finkelstein. Deze mediaschuwe, in negatieve campagne gespecialiseerde politiek adviseur (inmiddels op leeftijd) heeft generaties conservatief Amerika en rechtse regeringen over de hele wereld van advies gediend. De Hongaarse verdeel- en heerstrucjes, de campagne tegen de kritische groeperingen in de samenleving – tot en met het anti-Sorosdenken en het beschimpen van de term liberal aan toe: al deze dingen zijn al eerder uitgevoerd op vergelijkbare wijze, op de Balkan, in Israel en, natuurlijk, in Rusland (hoewel ze daar waarschijnlijk geen hulp van Finkelstein nodig hadden).

Negatieve campagne, dus. Finkelstein zegt ergens in het Youtube filmpje, dat

“people get elected for the silliest reasons”

en vervolgens pakt hij uit hoe succesvol hij is als het erom gaat die ‘silly reasons’ te creeren.

Zijn cynisme, ook niet onbekend in Hongarije, is weerzinwekkend. Het doet denken aan foute sf-films, aan parasieten, vermolmde structuren, eendagsvliegen en terminale toestanden.

Maar voor Fidesz is de conclusie dat het elke dag van het jaar campagne-dag is. Negatieve campagne-dag.

“Daar is het gras groener!”

Het weigeren van de uitgestoken hand is typisch gedrag voor regeringen met identiteitsproblemen. Iedereen in een straal van 2000 kilometer rond Brussel weet dat Europa het moeilijk gaat krijgen de komende decennia, dus wat is dat dan voor een weekdier dat, na het leegeten van de ruif, het bos invlucht met achterlating van de rekeningen en de afwas? Of beter gezegd: het volk het bos instuurt, want zelf hebben ze hun zaakjes – en hun kinderen – allang op het droge, nietwaar?

Misschien moeten we Marx één ding meegeven. Hij was een goed pedagoog, want in het oostblok hebben zowel voor– als tegenstanders het goed begrepen: de praktijk is het enige criterium voor waarheid.

Goede vraag wat Brussel nu zou moeten doen. Begrijpt een regering die zelf, thuis, alleen macht erkent en inzet, elders de waarde van dialoog? Of is het alleen maar tijdrekken, tot de volgende verkiezingen? Feit is dat Hongarije kwetsbaar is. Trump kwam, maar kon niet worden overtuigd. Wilders en Le Pen moeten zich vooralsnog nog bewijzen en het hart van Europa komt langzaam wat tot rust. Tijd om constructief te worden.

Maar zonder dictators.

Central European University (CEU) strandt in illiberale wateren

ongersman.nlIn de jaren negentig was de Central European University een natuurlijk kenniscentrum voor (naar toenmalige maatstaven) progressieve Hongaren en andere oost-Europeanen. En dan hoefde je niet eens in de schoolbankjes te gaan zitten. Ze hadden er stapels boeken over de geschiedenis van Hongarije en over de toekomst. Er waren manuals en pilots over het opzetten van participatieve democratie in de stugge post-socialistische landen. Je werd er wijzer over de transitie naar een markteconomie en je kreeg er materiaal over nieuwe wetgeving op allerlei terreinen (alle wetten moesten namelijk op de schop). De CEU was gewoon de plek om mensen tegen het lijf te lopen die met dezelfde problemen (“uitdagingen”) bezig waren als jij, en het leek alsof vrijwel heel oostelijk Europa toen met dezelfde dingen bezig was.

Dat de CEU de toetreding tot de EU mede mogelijk heeft gemaakt, lijkt me een understatement. Mensen uit tientallen landen (de “CEEC”) van de Baltische staten tot aan Georgie, maar bijvoorbeeld ook uit Nederland – haalden er een prestigieuze maar vooral nuttige masters-opleiding. Elk jaar werden er nieuwe bestuurders, advocaten en wetenschappers klaargestoomd om hun thuislanden – na het uiteenvallen van het oostblok en de USSR – onder handen te nemen.

Leve de Amerikanen!

Over wat de CEU de afgelopen tien jaar heeft beziggehouden, weet ik minder te vertellen. Het heeft er alle schijn van dat ze voort zijn gegaan, op Karl Popper’s koers in de richting van de Open Society.

De CEU zal zich in die zin ongetwijfeld verder hebben gepositioneerd als centrum van vrij denken en communiceren, als een bastion tegen oprukkend populisme. Wie kan dat ze kwalijk nemen?

Dat Fidesz de universiteit de wacht aan wil zeggen heeft alles te maken met George Soros. De Open Society is zijn geesteskindje. Fidesz is overduidelijk al enige tijd zo ver, dat ze zich permitteren zichzelf illiberaal te noemen. Om zich als proto-facistische partij te kunnen handhaven, bestempelt Fidesz steeds openlijker haar ‘eigen’ kernwaarden – conservatief, nationaal, gezin, geloof – als de enige zinvolle, waardevolle waarden die in Hongarije getolereerd kunnen worden. Academische vrijheid, vrijheid van pers, opleiden tot kritisch denken passen daar niet bij.

Vandaag zal de wet waar wereldwijd tegen geprotesteerd wordt, door Fidesz in een versnelde procedure in het parlement in stemming worden gebracht. Daarmee wordt het de CEU – middels enkele regeltjes en trucjes – onmogelijk gemaakt in Hongarije te blijven functioneren.

Ik geloof dat dit laatste signaal – laatste in een steeds toenemende reeks van alarmerende signalen die Fidesz nu al 7 jaar afgeeft – werkelijk allerlei grenzen van betamelijkheid overschrijdt. Grenzen die door een gezonde democratische Europese gemeenschap, een pluriforme samenleving, nog als zodanig herkend dienen te worden.

De Fidesz-partij berokkent de parlementaire democratie al jaren ernstige schade. Niet alleen door de geinstitutionaliseerde corruptie en door het eigenmachtig optreden van incompetente bestuurders die grossieren in beoordelingsfouten en onjuiste afhandeling van verantwoordelijkheden, maar zeker ook door te zagen aan het beginsel van de scheiding der machten. In deze laatste fase spelen ze meer en meer voor eigen rechter en treffen daarbij steeds minder tegenstanders tegenover zich. Het uitschakelen van de CEU is daarbij een dubbele slag omdat de CEU één van de weinige plaatsen was waar nog tegengeluiden vandaan kwamen.

Hierna volgt nog een belangrijke wet – die op de civiele organisaties. Deze zullen zich voortaan dienen te registreren en ook zullen ze openheid moeten geven over hun achtergronden, doelen en bronnen. Het had positief uitgelegd kunnen worden, deze volgende geplande maatregel, maar Fidesz lijkt dat station – het voordeel gunnen van de twijfel – nu definitief opgeblazen te hebben.

Het gaat echt de verkeerde kant op in Hongarije.

 

 

 

Nationaal insult – tweede ronde

ongersman.nl
social-consciousness.com

Voor de binnenlandse Hongaarse politiek zijn het weer bewogen tijden! Enerzijds wordt de Central European University – na de Val van de Muur het toefje slagroom op de liberale taart ter plekke, zeg maar – in haar bestaan bedreigd door een wetsvoorstel dat as maandag (!) besproken gaat worden (lees: aangenomen gaat worden).

Anderzijds kregen miljoenen brave staatsburgers hun nationale consultatie- oproep in de brievenbus (kosten: 1,2 miljard forint). Dit inmiddels ‘beproefde’ procedé voorziet in een aantal vragen waarop antwoord verwacht wordt en zal de geschiedenis ingaan als de steppe-poesta-pact-variant op de participatieve samenleving zoals ook Viktor die ooit bestudeerd moet hebben.

Lees en huiver!


Laten we Brussel stoppen!

Gelieve de vragenlijst in te vullen!

1. Brussel maakt zich klaar voor een gevaarlijke stap. Ze willen ons dwingen om de overhead-kosten-vermindering (rezsi-csökkenés) terug te dringen.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. We moeten de overheadkosten-vermindering beschermen. We moeten eraan vasthouden dat Hongarije de Hongaarse energiekosten kan bepalen.
b. Laten we het plan van Brussel accepteren en het aan de grote bedrijven overlaten wat er met de energieprijzen dient te gebeuren.

2. De afgelopen periode is Europa opgeschrokken door een golf van terreuraanvallen. Toch wil Brussel Hongarije dwingen om illegale emigranten binnen te laten.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. In het belang van de veiligheid van de Hongaarse mensen dienen de illegale emigranten onder toezicht te worden gesteld, totdat de autoriteiten besloten hebben wat er met hen gebeuren moet.
b. Laten we toestaan dat de illegale emigranten vrij door Hongarije kunnen bewegen.

3. Het is gebleken dat – naast de mensensmokkelaars – bepaalde internationale organisaties de illegale emigranten ook tot onwettige activiteiten aanzetten.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. Illegale activiteiten – mensensmokkel zowel als het propageren van illegale emigratie – dienen bestraft te worden.
b. Laten we accepteren dat er internationale organisaties zijn die zonder consequenties kunnen oproepen tot het ontduiken van de Hongaarse wetgeving.

4. Er zijn steeds meer vanuit het buitenland ondersteunde organisaties in Hongarije actief met het doel om op ondoorzichtige wijze in binnenlandse aangelegenheden te interfereren. Dergelijke activiteiten brengen de onafhankelijkheid in gevaar.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. Laten we hen verplichten zich te laten registreren, en zich er openlijk over uit te spreken in opdracht van welk land of welke organisatie en met welk doel ze actief zijn.
b. Laten we ze ongecontroleerd hun risicovolle activiteiten laten vervolgen.

5. Hongarije is de afgelopen jaren succesvol geweest op het gebied van werkgelegenheidsverschaffing omdat we onze eigen weg vervolgden. Brussel valt echter onze werkgelegenheidsmaatregelen aan.
Wat moet Hongarije doen?
a. Over de Hongaarse economie zullen ook in de toekomst wij, Hongaren, zelf dienen te beslissen.
b. Laat Brussel beslissen wat er moet gebeuren met de economie.

6. Hongarije heeft zich ten doel gesteld de belastingen te verlagen. Brussel valt ons ook daarop aan.
Wat moet Hongarije doen volgens u?
a. Laten we eraan vasthouden dat wij, Hongaren, beslissen wat er moet gebeuren met de belastingverlagingen.
b. Laten we accepteren dat Brussel bepaalt wat er moet gebeuren met de belastingen.

Terugsturen van de vragenlijst is gratis. Terugsturen voor 20 mei.


 

Het Orbán-systeem door Péter Tölgyessy, interview met Olga Kálmán

ongersman.nl

Tölgyessy Péter was te gast bij het nieuwe programma van Kálmán Olga, Egyenes. Tölgyessy was gedurende de Omwenteling in Hongarije, 1989, lid van het Ronde Tafel-genootschap, werd later belangrijk politicus van de SZDSZ, voorzitter van die partij en kamerlid tot 1996, toen hij partij verliet uit onvrede met de koers. Van 1998 tot en met 2006 was hij kamerlid voor Fidesz. In 2006 stelde hij zich niet meer verkiesbaar en trok zich terug uit de actieve politiek. Als medewerker van de Hongaarse Academie voor de Wetenschappen, MTA, houdt hij zich bezig met de grondwettelijke continuiteit sinds de Omwenteling en andere gerechtspolitieke onderwerpen.

Hier volgt een verslag van het gesprek.

——————————————

Kálmán Olga: Na de verkiezing van de president van de republiek, gisteren, verklaarden de verliezende politiek partijen dat ze eigenlijk uit symboliek achter de tegenkandidaat stonden, klopt dat, Péter?

Tölgyessy Péter: De president zegt weinig maar als hij wat zegt, dan heeft dat gewicht. Sinds 2010 werkt het niet meer zo, men lijkt het idee te volgen dat ‘Hongarije maar klein is’, zodat ‘één slim persoon genoeg is’. De Ministerpresident wil vaak ook de symbolische leider zijn van het land. Schmidt Pál was geschikt voor die ondergeschikte rol. Áder János, de volgende, is een oude makker van Orbán, die zich op zich wel identificeert met het systeem, maar regelmatig, al is het met kleine gebaren, laat zien dat hij het niet helemaal eens is met de gang van zaken. Wat dat betreft klopt het dat er sprake van was dat Orbán hem wilde omruilen. Maar dat heeft hij niet gedaan, hij leert zo zijn eigen systeem ook kennen. Door de acties van Áder wordt het systeem intelligenter, dat heeft Orbán ingezien. Hij krijgt terugkoppeling en daarbij krijgt het systeem ook een menselijk gezicht.

KO: Wat is dat systeem van Orbán?

TP: In Hongarije heeft de overgangseconomie gefaald. De hoop van 1989 is niet ingelost. We zijn als land gefrustreerd en vol met haat. De deelname aan de verkiezingen bij ons was veel lager dan in de ons omringende landen met vergelijkbare achtergronden. Vanaf het begin af aan al en dat is er niet veel beter op geworden. De participatie van de kiezers ging achteruit tot 43% in 2002. In 2006 begaf, zoals we weten (noot: rellen rondom Gyurcsány) de politiek zich op straat. Orbán heeft vanalles veranderd aan de grondwet en staatsinrichting, veel doet niet ter zake, maar de essentie is dat het systeem nu in beton gegoten is.

KO: Kunnen we dat zo zeggen?

TP: Er zijn twee succesvolle cycli geweest en als we de aanwijzingen mogen geloven – de peilingen, de toestand van de oppositie – dan zien we dat een volgende cyclus waarschijnlijk is. Maar niets is zeker, natuurlijk en Orbán weet dat hij elk moment gevaar loopt eruit te verdwijnen. Het spant er voortdurend om, want als er ooit weer een nieuwe regering komt, dan komt er ook weer een nieuw systeem. Het komt vaker voor dat leiders in deze streken met helicopters moeten vluchten. Orbán bouwt geconcentreerd zijn regeringsperiode op, naar de volgende verkiezingen, met inbegrip van de economische omstandigheden. Op het einde komt natuurlijk alles fijn bij de kiezers terecht. Hij geeft geen kans weg, hij houdt voortdurend de oppositie en de pers onder de knoet, want hij voelt dat hij weliswaar niet lijkt te kunnen worden afgelost, maar als het toch eens mocht gebeuren, wat dan?

KO: De participatie is laag en dat geeft aan dat het land niet democratisch werkt. Betekent dat nu dat Orbán dat heeft ingezien en bedacht heeft dat de slachtoffers van de situatie met zijn mooie woorden voor zich heeft kunnen winnen of heeft hij ingezien dat de situatie slecht was en wilde hij daar vervolgens echt iets aan doen?

TP: Waarschijnlijk denkt hij zelf het laatste, maar wat er gebeurd is, is dat hij vooral wilde slagen. Hij wilde succesvol worden. Al vanaf het begin werd de toestand in de gaten gehouden. In 1989 was hij progressiever dan de LMP nu. Toen kwam het trauma van 1994. Volgens de peilingen zou Fidesz gaan regeren. Alles wees erop. En toch hebben ze de verkiezingen toen verloren. Hij kwam tot de conclusie dat het westerse model, het consensusmodel, niet toepasbaar was. Dit land heeft figuren nodig als Horn (noot: toenmalige politiek leider van MSZP). Dat heeft hij ingezien. Wat we nu het Orbánisme noemen, hebben het land en Orbán samen gedaan. In 2009 hebben Amerikanen in de hele regio gemeten wat mensen vonden van hun situatie. Bij ons was de teleurstelling het hoogst. Op dat moment wist Orbán nog niet hoe zijn systeem eruit zou zien maar hij had wel overduidelijk in de gaten dat het westerse voorbeeld gefaald had. Hongarije was achtergebleven, er was iets anders nodig en dat heeft hij gedaan. Met dat alternatief heeft hij succes bereikt. Twee verkiezingen op rij is het succes geprolongeerd. Het was het resultaat van een vruchtbare interactie met de kiezers, dat is het geheim van zijn succes. Hij heeft een beeld aangereikt hoe dit land eruit moet gaan zien, een omvattend beeld, hoe Hongarije kan slagen. En dat zo, dat wij zelf niet schuldig zijn eraan –

KO: Dus hij was op zoek naar een zondebok?

TP: Ja, maar dan met enorme doorwerking. 25 jaar lang kwamen ze geen stap verder dus hij heeft twee dingen geleverd:

  • een verantwoordelijke aangewezen
  • de mythos, het verleden om kracht uit te putten

Het is niet voor niets dat sport zo’n fijn alternatief is. Dat ze massaal stadions zijn gaan bouwen. Denk aan het succes tijdens het EB vorig jaar. Heel het land was happy. En dat kan veel goedkoper dan het reorganiseren van de gezondheidszorg.

KO: Maar als Orbán steeds iemand anders aanbiedt als zondebok – de EU, Gyurcsány, Soros, immigranten – dan komt de kiezer daar toch een keer achter?

TP: Niet direct. Er zijn ook resultaten. Fidesz heeft het een en ander bereikt. Vorige leiders zaten voortdurend onder het juk van internationale leningen. Orbán heeft dat afgelost en is onder het juk vandaan gekomen. Met als resultaat autonomie. Klopt dat er daardoor minder geld beschikbaar is. Horn leefde nog heel erg op de pof en moest dan ook buigen voor het IMF. Orbán hoeft dat niet meer. Bokros (noot: oudpremier uit 90’er jaren) heeft dat ook geprobeerd, maar bij hem ging het fout. Te veel weerstand en onvrede. Orbán gaat intussen verder met het uitdelen van geld, maar dan anders dan voorheen. Hij gebruikt niet zozeer overheidsgeld om te verdelen, maar geeft liever het geld van ‘anderen’ aan de ‘goeden’. Het geld van nutsbedrijven aan de mensen (Rezsicsökkenés, verminderen van vaste lasten). Het geld van banken aan mensen (Devizacsökkenés, verminderen van aflossingstarieven), arbeiders krijgen geld van hun bazen. Ik heb daar nog eens een eclatant voorbeeld van meegemaakt. Er was overeenstemming bereikt tussen de werkgevers en werknemers – 6% loonsverhoging, komt ineens de regering ertussendoor: 25% verhoging. Het systeem heeft niet alleen altijd een zondebok paraat, maar ook manieren om vermogen van ‘slechten’ naar ‘goeden’ te sluizen. Daar horen ook bedrijven, persorganen, noem maar op bij, die afwisselend heen en weer worden geschoven, afgeremd of ondersteund. Liefst ten bate van een van de ‘onzen’ van Fidesz, maar het kan ook aan de rest van de bovenste middenklasse. Aan het eind van de cyclus krijgt arm Hongarije ook wat, maar dorpsbewoners hebben natuurlijk niet veel gasverbruik. Er wordt overal geld verdeeld.

KO: De armsten krijgen niet veel, hoe kan het dat het kamp van ontevredenen niet groeit, er zijn veel armen in het land?

TP: Armen zijn zelfs achteruit gegaan. Maar ze leggen het politieke verband niet. Ze gaan niet stemmen of ze kunnen worden gekocht met wat brandhout of etenswaren. Klinkt cynisch maar zo werkt het. En ze geloven dat het goed is voor hen, dat krijgen ze continu op tv te zien. Straks krijgen zij het ook beter, geloven ze. Maar het systeem is alleen geinteresseerd de upper 15% aan te laten sluiten bij het westers leefniveau.

KO: Want zij laten hun stem horen …

TP: Ja. Ons onsuccesvolle land kent een afwijkende economische cyclus. Toen het westerse model werd geintroduceerd volgde al snel de mislukking. Toen volgde een tegengestelde reactie met ander beleid, andere verdeelsleutels en interne steun aan de groepsleden. Dat waren reflexen, maar er zitten ook innovatieve en creatieve elementen in. Orbán is in hoge mate in staat het land te verdelen. Volgens zijn volgelingen is hij groter dan Kossuth, meer van het kaliber Sint Stefan. Tegenstanders zien dat precies omgekeerd. Maar buitenstanders erkennen dat wat hij doet, uiterst intelligent is.  Veel intelligenter dan hoe ze het in Polen doen, bijvoorbeeld. Orbán wil politieke stabiliteit bieden. Dat is gelukt. Afgelopen eeuw zijn bij ons (in Hongarije) de succesvolle systemen, meestal systemen geweest die politieke stabiliteit boden. Maar dat deelsucces ging vrijwel nooit gepaard met een goed resultaat, met een succesvol doel dat bereikt kon worden; hun opvattingen leiden zogezegd nergens toe. Dat Orbán op basis van vriendjespolitiek en niet op competentie mensen benoemd, bijvoorbeeld, dat werkt niet. De boodschap die daar vanuit gaat is ook verkeerd: je hoeft niet te voldoen aan economische wetten, maar aan die van de hierarchie. Maar je ziet het niet aan de resultaten: Hongarije heeft precies een anticyclische economische ontwikkeling laten zien. Eerst was de economische groei laag onder het juiste model, nu is het beter geworden – zij het onder een totaal ongeschikt model. Dus het effect is niet zichtbaar geworden voor de kiezer. Dat is een mazzeltje voor ze en Fidesz kan zich het huidige resultaat toerekenen.

KO: Als het zo cyclisch is en blijft, hoe lang houdt zo’n systeem stand en wat kan het omgooien?

TP: Meestal gebeurt dat door een internationale trend, vooral voor de Hongaarse werkelijkheid. Onze werkelijkheid was dat er een oppositie was, dat de macht niet kon worden gewisseld, etc de oppositie heeft maar één keer gewonnen van de politieke tegenstader en die afgelost zonder diepgaande veranderingen in de structuur: dat was in 1905. Dat is dus geen model voor ons. Hier verdwijnt een systeem in zijn geheel, op instigatie van internationale gebeurteniseen, met de oppositie samen. Ze horen bij elkaar, netjes afwisselen komt niet voor. Misschien dat het nu anders wordt, maar aangezien Orbán nu heel stevig zit, en positieve terugkoppeling krijgt in Europa en ook de VS, lijkt het erop dat dit behoorlijk massief zal blijken te zijn.

OV is heel slim, en brengt de twee tegengestelde tradities voortdurend in conflict. Hij cultiveert de tegenstelling, de zogenaamde ‘kurucus’ weerstand van weleer. Hij zegt vaak: Hongaren zijn altijd ontevreden, die woede projecteert hij op anderen, op externe partijen. Het volk denkt een krachtig leider nodig te hebben. Hij laat het volk buigen voor hem (noot: hier lijkt hij een mengsel van angst en ontzag te bedoelen) – en de oppositie heeft geen kracht iets daar tegenover te stellen.  De oppositie is daarbij ook onderdeel van het systeem zelf. Als een soort ‘over de band spelen’ bij biljarten. Hier geldt ‘verdeel en heers’, ook als het gaat om pers, de functie blijft intact en hij gebruikt de tegenkrachten, als een goed tuinman: als iets of iemand te gevaarlijk wordt, dan het mes erin en dan worden die hulpbronnen naar iemand anders toegespeeld.

Hier is links ten dele ook verantwoordelijk voor, want die heeft de jonge instroom veronachtzaamd, die zitten nu in het kamp van Jobbik, eventueel bij de LMP. Het is gelukt om de linkse krachten te demoniseren. Links is de satan, maar die kan wel worden overwonnen. Links versterkt dus met haar aanwezigheid het Fidesz-kamp, en dat ze fantastisch, meespelen in de Fidesz spelletjes.

Maar het systeem is nerveus en reageert erg snel, soms te heftig. Van Kádár, in 1988, dacht ook iedereen dat die vastgeklonken zat in de macht. Maar binnen een jaar was hij helemaal verdwenen.

KO: Wanner kan worden verwacht dat het zaakje op de helling gaat?

TP: Dat zullen internationale ontwikkelingen moeten worden. In 2010 heeft Orbán enorm veel risico gelopen. Het was niet zeker dat het zou gaan lukken wat hij wilde. Hij had gedurende zijn hele carriere opgelet, dingen geleerd in de lokale politiek en tijdens de jaren daarvoor, maar het was niet zeker dat dat wat hij had geleerd in het dorp, bij wijze van spreken, ook daarbuiten aan zou slaan. De EU was sceptisch, de VS golden toen nog als uitgesproken kritisch naar zijn bewind, het kwam er echt op aan of zijn politieke intuitie klopte. Maar inderdaad, die heeft geklopt. En de trends sindsdien hebben hem alleen maar nog meer rugwind gegeven.

KO: welke trends?

TP: Dat de middenklasse – mondiaal – erop achteruit gaat. Vroeger leefde iedere nieuwe generatie beter dan haar ouders. Dat is het geheim van het Amerikaanse wonder. Nu is dat minder geworden, de samenlevingen groeien uit elkaar, de tegenstelling tussen rijk en arm neemt toe. Middenstanders worden onzeker. En dan komen er politici die zeggen:? ‘Jullie hebben gelijk!’ De rol van de media is ook veranderd, natuurlijk, maar waar het op aankomt is dat wat de meerderheid leuk vindt, dat dat ook waar is. Veranderingen zijn onzeker. Het basisprobleem is dat de middenklasse dient te worden opgelift.

KO: Kan een nieuwe partij mogelijk de ontwikkelingen doorbreken?

TP: Nee, alleen Orbán heeft een sluitend narratief te bieden. De rest heeft niets met algemene geldigheid waar in geloofd kan worden. De rest is of gebaseerd op hele oude gedachten en tijden – a la Bokros – of een copie van Orbán’s aanpak met wat cosmetische veranderingen. Jobbik wil graag naar het midden toe bewegen, heeft het hele gedoe met de Garda en zo wat achter zich gelaten. Maar dat kan ook averechts werken. Dat Fidesz kan profiteren van die opschuiving.

Van Fidesz uit bezien, heb je links Satan en rechts het schooltje en de honingpot in één. De honing wordt verzameld in het Jobbik-kamp, totdat Fidesz de val opstelt en de aanval opent. Jobbik raakt beschadigd en de stemmen gaan naar Fidesz. Momentum is sympathiek maar geen ijsbreker. Jongeren zijn wel boos, maar dat is niet afdoende om succesvol te zijn. Ze staan ver van de kiezers. En de vraag of ze nu moeten samenwerken of niet? Momentum heeft gekozen: ik ga winnen, ik doe het alleen! Maar wie gelooft dat? Dat zijn 90 mensen, helemaal nieuw, die straks het land moeten gaan besturen …

KO: Wat is dan de toestand, hoe kan het wel? In 15 seconden graag!

TP: Er dient van buiten een verandering te komen, als de rest van Europa weer bijtrekt, dan komt de vraag – willen we naar het oosten of naar het westen kijken – vanzelf weer op tafel.

KO: Maar wie gaat de kar dan trekken?

TP: Als de poort opent, dan komt er vanzelf wel iemand, dat was – wat je ook van hem denkt (noot: Orbán) – in 1989 ook zo. De vraag is alleen: als de poort opengaat, is het land dan klaar om de stap te zetten?

Daar durf ik niet om te wedden.

———————————

Heineken is een dictator of zoiets, zegt Lázár János (zelf volksvertegenwoordiger)

ongersman.nlVandaag is er door Lázár János en Semjén Zsolt een wetsvoorstel ingediend dat ertoe dient te leiden, dat de symbolen als de swastika (hakenkruis), het pijlenkruis (aangepaste swastika van Hongaarse fascisten), en de sikkel en hamer en de rode vijfpuntige ster van de communisten – alle symbolen van dictatoriale politieke systemen dus – verboden worden voor commercieel gebruik.

Gebruik van de symbolen van de regimes en de geassocieerde politieke systemen, als symbool van de regimes en de geassocieerde politieke systemen, was al verboden, alleen is bij deze het gebruik op commerciele producten – Heineken bier (bijvoorbeeld?) – dus ook verboden. In het vooruitzicht gestelde straffen lopen van 500.000 tot max 2 miljard forint voor de onderneming (5% jaaromzet), terwijl er strafrechtelijk ook nog twee jaar gevangenis op staat.

Na de vorige toestanden verbaast dit ons natuurlijk nauwelijks, hoewel de gekunsteldheid en de onbeschoftheid die van Erdogan even lijkt te willen overstijgen.

Dit zijn de belangrijkste paragrafen:
1.§
1) Het is verboden in Hongarije het hakenkruis, SS-teken, pijlenkruis, “sikkel en hamer”, vijfpuntige rode ster of deze afbeeldende symbolen (vanaf nu: dictatoriale symbolen) met als doel winst te maken te:
a) gebruiken
b) laten zien, of
c) goederen of diensten aan te bieden met dergelijke dictatoriale symbolen.
2) Het gestelde onder 1) geldt niet voor documentaires, educatieve, wetenschappelijke doeleinden waarbij de met de symbolen geassocieerde historische gebeurtenissen worden afgebeeld, noch voor doeleinden waarbij de geschiedenis of de huidige gebeurtenissen worden belicht met als doel voorlichting, verschijning of verkoop.
2.§
1) De regering kan per decreet – volledig of ten dele – ontheffing geven van het onder 1. § (1) gestelde verbod, als de aanvrager kan bewijzen, dat aan gebruik van het dictatoriale symbool een speciaal te billijken belang verbonden is, dat de door het dictatoriale symbool betrokken maatschappelijke groepering niet wordt gekwetst en dat het niet gebruiken van het symbool een onevenredig groot verlies oplevert voor aanvrager
(2) Op zichzelf is het feit dat de aanvrager de rechtmatige eigenaar is van het dictatoriale symbool als trademark, nog niet afdoende om te kwalificeren als een speciaal te billijken belang, noch – zonder nadere onderbouwing – voor het kunnen beroepen op onevenredig groot verlies.
(noot ongersman: je hoort ze gewoon nadenken, he?)
1.§
(1) Tilos Magyarországon horogkeresztet, SS-jelvényt, nyilaskeresztet, sarló-kalapácsot,
ötágú vöröscsillagot vagy ezeket ábrázoló jelképet (a továbbiakban: önkényuralmi jelkép) haszonszerzés céljából
a) felhasználni,
b)megjeleníteni vagy
c) önkényuralmi jelképpel ellátott árut vagy szolgáltatást értékesíteni.
(2) Az (1) bekezdésben foglalt tilalom nem vonatkozik az ismeretterjesztő, oktatási, tudományos, az önkényuralmi jelképekhez kötődő történelmi eseményeket ábrázoló művészeti célú, valamint a történelem, illetve a jelenkor eseményeiről szóló tájékoztatás
céljából történőfelhasználás, megjelenítés vagy értékesítés esetére.
2.§
(1) A Kormány egyedi határozatával — teljes vagy részleges — felmentést adhat az
. 1. § (1)bekezdésében foglalt tilalom alól, ha a kérelmező bizonyítja, hogy az önkényuralmi jelképhasználatához olyan különös méltánylást érdemlő
magánérdeke fűződik, amely azönkényuralmi jelkép által érintett társadalmi csoport érzékenységét nem sérti, továbbá a jelkép használatától való tartózkodás súlyos és aránytalan érdeksérelmet jelent a számára.

(2) Önmagában az a tény, hogy a kérelmező önkényuralmi jelképet tartalmazó védjegy jogosultja, nem minősül sem különös méltánylást érdemlő magánérdeknek, valamint — külön indokolás nélkül — nem jogosít az aránytalan érdeksérelemre történő hivatkozásra sem.

 

De Republiek is dood, Leve de Republiek!

ongersman.nlVandaag is Fidesz president Áder János door het Fidesz Parlement gekozen voor een tweede termijn als Fidesz President van de Fidesz Republiek Hongarije.

Daarom brengen wij hier de vertaling van de speach van zijn enige tegenkandidaat, de verliezer, dus, in vertaling:

Dr Májtényi László:

————————————————————————————————–

Geachte Heren en Dames afgevaardigden, leden van diplomatieke verbonden, beste gasten, geachte pers – waaronder ook de uit het parlement geweerde journalisten,

Mijn programma voor het presidentschap is in één opmerking samen te vatten: om het even wat onze opvattingen zijn, om het even op welke partij we stemmen, voor ons allemaal is het beter als we leven onder de macht van instituties, dan onder de macht van mensen. Mensen zijn wispelturig, daarom is onder mensen ons leven minder voorspelbaar, dan als instituties regeren. Als ik mijn dank uitspreek voor de partijen die mij genomineerd hebben, spreek ik daarbij ook mijn dank uit voor de steun die ze daarmee betuigen aan mijn gepubliceerde presidentsprogramma. En omdat mijn programma kritisch is naar het politieke systeem, dank ik vervolgens dat zij hun geloof in de inhoud daarvan, uit hebben gesproken. Dank verder gedurende de afgelopen maanden voor de mensen die me hebben geholpen, mijn familie, echtgenote, Székely Sándor, Gulyás Balázs, Krasztev Péter en Mellár Tamás.

Laten we het preidenstprogramma nu bekijken:
Met het realiseren van totale democratische openbaarheid, het garanderen van mensenrechten, vrije en eerlijke verkiezingen verzekeren dat staatsburgers waarachtige mogelijkheden krijgen om van tijd tot tijd de regerende macht af te wisselen. De armoede is ondraaglijk. De Hongaarse Republiek dient ervoor te zorgen, dat elk lid in menselijke omstandigheden kan leven. De corruptie heeft de staat eronder gekregen. De door de burgers gecontroleerde staat zal met de strengst mogelijke middelen strijden tegen de corruptie, speciaal tegen de vorm die staatsinstituties gebruikt.

Daar komt nog bij, dat duurzame ontwikkeling en de bescherming van toekomstige generaties een belangrijk onderdeel is van de principes die de werking van de staat bepalen. Velen denken dat de vragen rond de rechtstaat ver staan van de dagelijkse zorgen van de mensen. Dat zie ik anders. Of het nou de armoede is die aan de derde wereld doet denken, het gestolen vermogen van het staatspensioenfonds, de trafiks (rookwarenwinkels), Kishantos (noot: gesjoemel met landbouwgrond van ecologische cooperatie) of om het even welk ander stuk ‘rechtmatig’ gestolen landbouwgrond, de gekortwiekte persvrijheid en leermiddelenkeuzevrijheid, de culturele vrijheid of welke andere geconfiskeerde fysieke of geestelijke bezittingen of verworvenheden, we dienen in te zien dat tegenover de persoonlijke zelfzuchtigheid van de machtigen, we alleen op bescherming door onafhankelijke instituties kunnen vertrouwen.
Met correcties, de schulden achter ons latend en de fouten van de Derde Republiek verbeterend, moeten we zo snel mogelijk terugkeren naar de waarden van de grondwettelijke beweging van 1989-1990, in het kort naar de parlementaire democratie. Want het is hoog tijd de macht te beperken van de machtigen tegenover de machtelozen en die van de rijken tegenover de armen, net zo goed als de zelfzuchtigheid dient te worden beperkt van de gezonden tegenover de zieken, de mannen tegenover de vrouwen, de nationale meerderheid tegenover de minderheid, en verder de huidige generatie tegenover de volgende generaties. We willen een vrij en solidair Hongarije. In mijn overtuiging zo min mogelijk staat en zo veel mogelijk solidariteit. We krijgen onze rechten niet van de staat. Die vallen ons toe, omdat we als mens geboren zijn. We willen een land, aan welk elke burger even lief is, of die nou in het politieke midden zit, of aan één van de randen, zelfs extremen. De staat dient dus elke burger in elke zaak met waardigheid en op een gelijke manier te behandelen. Gelijke waardigheid, bedoel ik. Daar volgt uit, dat in het geval van de vluchtelingen moreel en rechtmatig alleen een politiek kan worden getolereerd, die de van hun geboortegrond verdrevenen beschouwt als mensen met een waardigheid die gelijk is aan die van ons. Het enige goede vluchtelingenbeleid is gebaseerd op de morele en rechtmatige verwachtingen van de mensheid. Tegelijkertijd is niet elke vorm van vluchtelingenbeleid goed beleid, gezien dat de kunst van de politiek nou juist is dat veel gezichtspunten dienen te worden verenigd.

Maatschappelijke tegenstellingen vormen het voorportaal van dictatorschap. Het is alsof anderen ook aan Machiavelli’s advies denken “De wijze heerser dient, zo snel daar een mogelijkheid toe is, zichzelf tegenstanders te verzekeren, zo, dat daarmee onbeperkt de macht kan worden vergroot.” Als de heerser vijanden zoekt, dan was dat gisteren de emigrant, vandaag de slechte oligarch, morgen Soros en overmorgen Jij!

Landen kunnen alleen groeien in vrede. Interne tegenstellingen leggen de grondvesten voor oorlogspsychosen, en dat is de grootste barricade die je ontwikkeling kunt opwerpen. Tijdens de verjaardag van de Overeenkomst (noot: Ausgleich tussen Habsburg-Oostenrijk en Hongaars Koningrijk, 1866), die ongevenaarde ontwikkeling en culturele groei heeft gebracht, is dat een gedachte om even bij stil te staan.
We dienen eindelijk die meer dan honderd jaar oude tegenstelling tussen de aanhangers van het historische en die van het moderne Hongarije te doorbreken, waar honderd jaar geleden misschien nog een grote betekenis aan kon worden gehecht, maar die tegenwoordig de grond van het conflict helemaal kwijt is geraakt, het debat is verkild, en een nieuwe Overeenkomst kan worden gerealiseerd als we inzien dat het nationale samenwerkingsmodel allebei de partijen heeft verraden.

Als ik aan maatschappelijke vrede denk, dan denk ik altijd aan Babits Mihály, die zei: “O vrede, vrede / laat het vrede zijn / laat het geleden zijn!” Er zitten echter culturele voorwaarden aan de vrede: er kan geen vrede worden gesloten met armoe, met corruptie, met bedreigingen, met onderdrukking, met milieuvernietiging. Vrede is ook niet stil, bij vrede hoort een voortdurend debat, een dialoog. Zolang de reuzenplakaten en de ophitsende media slechts één mening verkondigen, zal het nooit vrede worden.

Volgens de grondwet van de rechtstaat drukt de president van de republiek de eenheid van het land uit. Volgens mij is die omschrijving niet precies genoeg.  Hij dient de nationale eenheid niet uit te drukken, maar te dienen. De woorden van de president, diens acties en gebaren kunnen de nationale eenheid vooruithelpen maar ook schade berokkenen. Het is hoe dan ook niet goed, als we in termen denken van twee Hongarije’s, ik stel voor altijd een verenigd Hongarije voor ogen te hebben. Tweehonderd jaar geleden is Arany János geboren, zonder wie, als we er al zouden zijn, we hoe dan ook niet diegenen zouden zijn, die we zijn. Vraag ik u, hoe zit dat met Berzsenyi, Radnóti, Pilinszky en vele anderen, hebben die ons niet gevormd tot wat we zijn? En, sprekend met Márai Sándor, zijn we nu niet juist vanwege de mooie en oosterse taal verenigd? En als een strenge Arany ons wijst op de moderne ruzies met hun wrange nasmaak: “Velen houden van ons land / maar haten iedereen / als op grote momenten / niet oprijst een grote, als hijzelf” (noot: ongeveer, denk ik „Sokan szeretnék a hazát;/De gyűlölik minden fiát,/ Ha népszerű alkalmakon/ Oly nagyot, mint ők, nem kiált.”)

Hiermee ben ik aangeland bij de gewenste rol van de president. Ik heb twee voorbeelden voor ogen: Göncz Árpád en Sólyom László. Vanuit persoonlijke autonomie zijn beiden waardige voorbeelden. De nieuwsgierigheid van Göncz Árpád naar iedereen die een moeder had gehad, mocht ik zeer. De juridsche strengheid van Solyóm László is ook navolgenswaardig. De ideale – niet-bestaande – president zou deze twee dingen verenigen. Twee citaten om mijn woorden te onderstrepen, de eerste van Göncz: “Als ik iemand wil dienen, wil ik diegenen dienen, die geen dienaar hebben, de onbeschermden”. Solyóm zei: “Zowel de oppositie als de regering, als de burgers hebben de plicht om aan zekere basisnormen te voldoen. En als deze normen dreigen te vervagen, als één van hen probeert om het overtreden ervan te rechtvaardigen, dan heeft de president de verplichting om op te treden.”

Ik verkoop geen kat in de zak. Als ik word gekozen, zal ik niet langer dan een half uurtje mijn dank betuigen voor de partijen die mij hebben gekozen, want de president van de republiek dient de rechtmatigheid te bewaken en dankbetuigingen behoren niet tot een categorie van rechtmatigheid. Praten we nog even over de personen! Wie alle macht heeft verworven, zal logischerwijze ook alles weer verliezen. Diens weg leidt dan ook, politiek gezien, tot niets. In die betekenis, verricht elk onafhankelijk instituut die persoon, wiens macht wordt beperkt, een enorme dienst. Als gekozen president zal ik niet een glimlachend mannetje worden en ook geen uitgestreken sfinx. In situaties dat het grondwettelijk herstel op het spel staat, is de rol van de president bij uitstek groot. Dit gaat gepaard met de verantwoordlijkheid om alle volgens de grondwet hem ten dienste staande middelen, zo uitputtend mogelijk uit te buiten. Als president zal ik dezelfde middelen toepassen als mijn voorgangers.

In aanmerking genomen dat in de lente van 2013 de grondwettelijke basis van Hongarije is verminkt, zullen er onorthodoxe middelen moeten worden ingezet. Er zijn er twee die ik wil inzetten. Het ene is de vrijwel onbeperkte spreekruimte van de president, waar waarschijnlijk velen van jullie niet van onder de indruk zullen zijn. Maar! Na zes jaar ombudsman te zijn geweest, weet ik dat overtuigende, eerlijke praat soms, ook bij de halsstarrige overheidsorganen, deuren kan ontsluiten waarvan men dacht dat ze niet konden worden geopend. Spreken over de waarheid is nooit zonder impact. Tenminste, in de 17e eeuw dacht men dat de waarheid in een open discussie het nooit zou kunnen afleggen tegen leugens en onwaarachtigheid.
Een tweede aspect dat nog niet is gebruikt, is de mogelijkheid voor de president om onbeperkt wetsvoorstellen in te dienen bij het parlement.
Ook die mogelijkheid wil ik gaan toepassen, sterker nog, regelmatig inzetten. Het parlement hoeft de voorstellen natuurlijk niet aan te nemen maar dient er wel over te debatteren.
Gezien het naderen van 15 maart zou een van mijn eerste in te dienen wetsvoorstellen over de persvrijheid gaan, nu één voor één de bastions van het vrije woord verdwijnen en we misschien niet eens meer zo ver verwijderd zijn van de toestand die Ady Endre in 1901 als mogelijk toekomstbeeld schetste: “Het duurt niet lang meer, of iedere gedrukte regel is verdacht, want ze hebben het op durven schrijven”. Ik zou graag een nieuwe wet uitwerken voor het hoogste gerechtshof, een sociale wet, een hoger en een middelbaar onderwijswet, en een wet tegen de corruptie.

Ik wil opmerken, dat minder laster, leugens, praten over Soros en vreemde agenten misschien beter zou zijn. In het licht van de afgelopen weken zou ik zelfs kunnen vragen, dat, als er hier partijen zijn waarvan de leiders steun hebben ontvangen van Soros, dat die vandaag op mij stemmen. Maar dat vraag ik niet. Als een malafide paardenkoopman met modder gaat gooien, dan zeg ik daar wat van, zoals Arany zei: “niet alleen houd ik mijn mond niet, maar ik ga ook klagen bij Kennis (“nemcsak hogy nem fogom be pörös számat, de a tudásnál teszek panaszt”).
Samenvattend: terugkerend naar onze grondrechtelijke tradities dient de republiek te worden hersteld waarin onafhankelijke instituten de grondwettelijke beperkingen van de machtsuitoefening en onze rechten, garanderen. Een grondwet is nodig, die door een referendum wordt gesteund, die de gedeelde waarden uitdrukt van de groepen die in het maatschappelijk debat actief zijn en die vrede kan stichten.