Tag Archives: 1956

Gedachtengangsters: 1956 komt er aan

Nagy ImreIk ken een wat oudere man die van zichzelf denkt dat hij een held is geweest in 1956. Hij is er maar wat trots op en staat er graag mee in de aandacht. Verschillende mensen die hem kennen of kenden, die erbij waren, zijn het niet met hem eens. Niet dat hij per se ‘fout’ was, of zo, maar wat hij gedaan zou hebben – wapens over de Budapester bruggen smokkelen door controleposten heen, de koerier uithangen in het heetst van de strijd – dat is allemaal niet precies zo gegaan als hij het wel vertelt. Dat zei ook de heel wat timidere persoon met wiens veren hij uiteindelijk aan het pronken lijkt te zijn geslagen.

Het zij zo, oordelen hoeft niet. Er zit een luchtje aan maar dat zal na de Tweede Wereldoorlog in Nederland vaak niet veel anders zijn geweest: de grootste verzetshelden likten hun wonden en de kleinste muisjes krabbelden het snelste uit hun schuilplaatsen om vooraan mee te kunnen piepen. Omstandigheden en karakters spelen ons allemaal parten, om nog maar niet te hebben over ons geheugen.

De vraag is hoe we ermee om dienen te gaan in het heden dat ons gegeven is.

In 2006 was het vijftig jaar geleden dat de opstand plaatsvond. 2006 was het rampjaar van Gyurcsány – die zomer was de Öszödi speech ‘uitgelekt’ – en het werd een hete herfst. Alles ter rechterzijde leek zich in het centrum van Pest op te houden, vastberaden om munt te slaan uit de situatie. Radicale partijen en organisaties maar vanzelfsprekend ook Orbán met de Fidesz oppositie. De zetel van de Hongaarse staattelevisie werd bestormd – een meer dan symbolische daad – en daar werd bruut tegen opgetreden. De zachtmoedigeren waakten wekenlang bij de ‘Batthyány-örökmécses’ om Gyúrcsány’s vertrek af te dwingen, het leek nu of nooit. Hij vertrok niet maar zijn partij werd wel verslagen in de gemeentsraadsverkiezingen van dat najaar – maar dat is inmiddels geschiedenis.

Dit jaar, in 2016, wil de regering graag een wat feestelijker cachet aan de herdenkingen geven. Er is een nationaal lied gemaakt

en er wordt vanalles georganiseerd dat de ‘spirit’ van 1956 overeind moet houden. Een uitgelezen kans voor voor- en tegenstander van elkaar om zich te profileren.

In de MagyarIdők, bijvoorbeeld, wordt ingegaan op het bericht dat de VS een conferentie over 1956 afgelast heeft en dat de oorzaak van de afgelasting in de slepende, slechte verhouding zou liggen die laatste jaren tussen de Hongaarse regering en de VS is ontstaan.

De schrijver begint met vaststellen dat met deze actie de VS Hongarije als geheel schoffeert, al helemaal gezien de dubbele verantwoordelijkheid – in 1956 kwamen ze de Hongaren niet te hulp – waarover Amerika en andere westerse mogendheden nooit echt rekenschap hebben afgelegd. En omdat Orbán gekozen is door de bevolking, betreft een diplomatieke actie tegen Orbán een actie tegen hele Hongaarse bevolking. Zelfs – en nu wordt het interessant en ga ik vertalen – tegen de toenmalige vertegenwoordigers van het regime en hun afgezanten – de MSZP en geassocieerde landverraders, de ‘ballib’ schoothondjes van Soros, blabla. Vanaf hier:

Het gedrag van de Amerikanen is per slot een directe belediging van het hele land, als tenminste de berichten kloppen dat het hier gaat om een lesje voor de huidige Hongaarse regeringspolitiek. Inderdaad, beste ‘kameraden’, ook een belediging voor jullie, die deel hebben genomen aan het neerslaan van de opstand in 1956, in de schandelijke vergeldingen die erna plaatsvonden, en die er de reden voor zijn dat het land tot op de dag van vandaag zo ongelukking is.

U heeft namelijk de kans al gehad om uw niet bepaald verheffende verleden in de ogen te kijken, om in het kader van een gezamenlijke dialoog op weg te gaan op de niet bepaald makkelijke weg van de vergeving, om tezamen met de vernederden, de verstotenen, met de kinderen en de kleinkinderen van beide kampen voor eens en altijd de verzoening te verwezenlijken om daarna samen het land op te bouwen dat door u zo vaak op de rand van de afgrond is gebracht. Nu, aan de andere kant, is het mogelijk dat u denkt dat het een goed idee was om – tijdens de vijftigste verjaardag – de feestvierende massa uit elkaar te slaan, immers, in de tijd van Gyurcsány was er toch ook al een herdenkingsjaar in de VS, waarbij de titel van Minister van Buitenlandse zaken Condoleezza Rice’ speech was: “Hongarije als model voor de wereld”.

Ik kan de Orbán-fobicussen geruststellen: ook nu is Hongarije een model. Nu elke dag nieuwe bewijzen het daglicht zien hoe het lot van Europa met geld van George Soros door de zichzelf als globale ordebewaarder beschouwende VS wordt gemanipuleerd, is Hongarije een prachtig voorbeeld van hoe je zonder de bondgenootschappen te verslappen, toch weerstand kunt bieden en je kunt vermijden dat je je schikken moet naar de wensen van de sterkste. Hoezeer de provocateurs van Soros dat ook zouden willen!

Tegelijkertijd zal de globale Hongaarse gemeenschap, waaronder de succesvolle Hongaarse gemeenschap in de VS, het vreselijk jammer vinden als blijkt dat zelfs een buitengewone gelegenheid als de zestigste herdenking van 1956, niet genoeg aanleiding vormt voor het meest miniscule gebaar waarmee de superpower kan laten blijken dat het haar spijt dat ze er in 1956 niet was om te helpen, maar dat ze blij is, dat op dit moment de vruchten van de revolutie toch zijn gerijpt.

Vanzelfsprekend is met name de tweede paragraaf van belang en als relatiedeskundige stel ik hier vast dat er voor beide levenspartners – zij die of van de ene, of van de andere kant gemangeld werden tussen WO II en socialistisch regime – nog hoop op verzoening open lijkt te staan.

Waarbij ik er ontegenzeggelijk ook in kan komen dat men de vehementie en ostentativiteit van de argumentatie een beetje een …-luchtje vindt hebben: