Tag Archives: corruptie

Even Brussel bellen …

üzenjük brüsszelnek hogy scott me up beamy 444.huDe straten zullen binnenkort weer azuurblauw gaan kleuren met een nieuwe ronde demagogische propaganda van de Overheidspartij:

Laten we Brussel laten weten, opdat (zij het ook begrijpen),

– tussen haakjes de oorspronkelijke tekst. Eén en ander naar aanleiding van het aangekondigde referendum over de vluchtelingenquota. Het is alsof ze het ervoor gedaan hebben: zo’n inkoppertje haalt vast weer het beste aan ‘volkskunst’ uit de mensen naar boven. Extra fijne bijkomstigheid is dat vorig jaar de rechtbank van Pest geoordeeld had, dat het vernielen of vandaliseren van de plakaten – onder zekere omstandigheden – niet strafbaar gesteld hoeft te worden.

Maar wat zou Brussel eigenlijk ter ore dienen te komen? Officieel natuurlijk dat de Hongaren geen vluchtelingen wensen op te nemen. Niet ééntje! Niet zo! Niet! Nog niet! Weer niet. Iets niet.

Maar misschien is het wel veel eerder tijd om Brussel te vertellen dat de Magyar Nationale Bank nog steeds verre van ‘clean’ is wat betreft de discutabele geldstromen tussen MNB, MNB-stichtingen en diverse bedrijfjes? Dat er geen onderzoek naar Matolcsy’s (de rechtse figuur) handelen zal komen, als we dienen te geloven wat ‘s lands hoofdaanklager van justitie Polt Péter (de linkse) heeft verklaard? (Laat u evenwel niet door de vriendschappelijke verhoudingen van de wijs brengen: dat is geen vriendjespolitiek maar zal eerder te wijten zijn aan het feit dat Polt’s echtgenoot een hoge functie heeft bij de MNB.)

Dan was er in de HVG deze week ook nog de Fidesz hoofdideoloog Lánczi András, oorspronkelijk van denktank Századvég maar nu ook al rector van de Corvinus Universiteit. Al eerder kon hij betrapt worden op het doen van boude uitspraken over corruptie en Fidesz, – nu is schijnbaar de tijd rijp en de context geeigend voor een flink schepje erbovenop (lang leve de culturele (Fidesz-)revolutie!):

“Csak azt akartam ezzel jelezni, hogy az államosítást ebben az országban nem lopásnak hívták 1948 után, a privatizálást sem szabad rablásnak nevezni 1988 után. Most is van egy szisztéma, amit kritizálhatnak, hogy korrupció, de én azt állítom, hogy ez egy politikai elképzelés végrehajtása. Lehet, hogy van, akinek ez nem tetszik. Nekem sem tetszett a privatizáció. Lehet maffiaállamozni, de akkor ki fog nyílni a privatizációs doboz is, és fel lehet robbantani vele az egész huszonöt évet, amit rendszerváltásnak nevezünk.”

Ik wilde er alleen maar mee zeggen, dat de onteigeningen in 1948 geen diefstal worden genoemd; dat de privatisatie na 1988 geen vrij stelen mag worden genoemd. Ook nu is er een systeem dat kan worden bekritiseerd, dat het corrupt is, maar ik stel dat hier uitvoering wordt gegeven aan een politieke opvatting. Het kan zijn dat sommigen dat niet leuk vinden. Ik vond de privatisering ook niet leuk. Je kunt spreken van een maffia-staat, maar dan gaat de privatiseringsdoos ook open, en zal de hele periode van 25 jaar kunnen ontploffen, die we regime-wisseling noemen.

Dat de Fidesz partij van zins is om Hongarije ‘mores’ te leren, wordt nu op een hoger plan getild. De MNB stichtingen blijken daartoe zelfs expliciete opdracht te hebben. Dat is volledig OK, zeggen ze daar.

Op- en aanmerkingen van kritische pers en oppositiepartijen worden als volgt terzijde gelegd:

Eigenlijk verbaast het me nog dat nationale oetlul Szijártó weer op pad wordt gestuurd om tegen Bill Clinton te ageren, die zei dat de Hongaren – evenals de Polen – geen zin meer hadden in democratie en dus gekozen hebben voor een dictator.

Diep van binnen lijken ze nog steeds op erkenning te hopen, zou het niet?

Stadionuzenet
Vlnr: plakaat van Stadionbouwer WHB, eigendom van zakenvriend van Tiborcz István, schoonzoon van Viktor; plakaat van Fidesz, partij van Viktor; plakaat van ZÁÉV, nieuwe speler in concortia van bekende stadionbouwers; plakaat van CLH, nieuwste (milieu-) bedrijf van Mészáros Lőrinc, gasfitter van Viktor

Misschien dat we in die geest wat beters kunnen verzinnen, om aan Brussel te sturen.

Want de grauwe waarheid is al te opzichtig en lelijk.

 

 

 

 

De Hongaarse vuile was (achter de Panama Papers) – deel 2

Met dank aan / ©: 444.hu
© 444.hu

Deel 2 van het opniestuk over de economisch grondslagen van het Fidesz-systeem

door Kasnyik Márton / 444.hu

Er bestaan twee type sectoren in de Hongaarse economie: eentje die met regeringsassistentie leeggeroofd wordt, en eentje waar je niet aan mag komen

Als dat zo is, waarom hebben ze dan nog niet alles verduisterd, of – in de woorden van Lánczi – toebedeeld aan de Hongaarse ondernemers? Het antwoord is simpel: het heeft alleen zin om aan die sectoren te komen, waar de winst gegarandeerd wordt, waar niet hoeft te worden geconcurreerd, waar innoveren niet nodig is, waar je niet hard hoeft te werken. Al vanaf het begin heeft de twee-derde meerderheidsregering van Fidesz de Hongaarse economische sectoren in tweeen verdeeld: een deel waar verduisterd kan worden, en een deel waar niet verduisterd kan worden

Ongeveer zo:

verduisteren

 

De ervaringen van de afgelopen zes jaar laten zien dat in bepaalde sectoren de regering op diverse manieren haar doelen probeert te bereiken. 1) Door de regels voortdurend te veranderen houdt ze zelfs de meest goedgelovige marktspelers in chronische onzekerheid; 2) Andere spelers wordt ronduit de oorlog verklaard; 3) Weer andere worden verboden; 4) Sommige krijgen strafbelastingen opgelegd; en 5) Tenslotte zijn er ook die onder dwang weer staatseigendom worden gemaakt. Als het zo uitkomt, worden de meest kapitaalkrachtige, vaak buitenlandse spelers verjaagd of doodgebloed. De regering kan zich vrijwel alles permiteren en meteen duiken de makkelijk te identificeren ‘begunstigden’ op, die profteren van de ingrepen.  In enkele van deze sectoren is diefstal het hoofddoel geworden – met name de teveel in rekening gebrachte kosten bij EU-geld (niet 20 tot 25 procent, maar zelfs 100 tot 130 procent) – wegenbouw en railinfrastructuur zijn daarvoor goede voorbeelden.

In andere sectoren kunnen de marktspelers soms weer rustig hun gang gaan, een enkele keer worden de buitenlandse investeerders – die kapitaal en technologie inbrengen – zelfs helemaal in de watten gelegd. Dit zijn de zogenaamde productie-sectoren, die vastomlijnde en in het buitenland verkoopbare producten produceren. Zo vaak hij maar kan laat de minister-president horen hoezeer hij van dergelijke tastbare dingen houdt en van het “produceren” an sich. Ook hier krijgen bepaalde actoren voorkeursbehandelingen, ook hier worden sommigen geholpen en andere benadeeld, maar de bedrijven hoeven tenminste niet bang te zijn voor de regering. Er is geen dreiging dat plotseling een vriendje van de regering op de stoep staat om de business over te nemen. Garancsi István gaat echt geen suzuki’s of pompringen produceren!

Veel Hongaarse ondernemers worden helemaal koud van deze tweedeling. Als je aan de linkerkant van de streep staat, kun je erop wachten dat je vroeg of laat onmogelijk wordt gemaakt, in het beste geval kun je een plekje krijgen aan de kortste eindje van een verknipte markt. Behalve als je vazal bent geworden, als je het juiste achterdeurtje hebt gevonden waardoor je geld terug kunt plaatsen op de goede plek (wat, afgezien van corruptie, ook een nieuw soort belasting is geworden). Ook aan de andere kant kun je niet gerust zijn, want niets garandeert dat jou sector niet af zal glijden tussen de ‘verduisterbare’.

Het is niet voor niets dat de regering vooral in die sectoren bezig is, waarvan de markt in Hongarije ligt – niet in het buitenland – en waar een eventuele buitenlandse mededinger niet uit het land kan wegvluchten. Net als dat het geen toeval is dat de sectoren die het minst te lijden hebben van dit soort corruptie, de sectoren zijn die veel bijdragen aan de export, en/of de sectoren die makkelijk naar het buitenland kunnen vertrekken, mochten ze worden tegengewerkt. (Een energiebedrijf, een telecommuncatiebedrijf of een bank, met investeringen die niet kunnen worden meegenomen, kunnen niet zomaar vertrekken – niet verwonderlijk dat in deze sectoren de sector-belastingen vielen. Een autofabriek kan veel makkelijker naar, bijvoorbeeld, Roemenie of Polen verhuizen als de regering zou beginnen met tegenwerken.)

De oplossing is eenvoudig. Voor de balans heeft de regering tot op zekere hoogte succesvolle export-sectoren nodig. In de sectoren waar export geen rol speelt, – of wel, maar dan zonder dat de resultaten verslechteren als de buitenlanders worden weggejaagd – daar is het vrij stelen geblazen.

Er zijn nog enkele grensgevallen, zoals het toerisme – dat tot nu toe met rust werd gelaten maar nu ook dreigt te worden gecentralkiseerd – of de logistiek, waar al een sterk Hongaars bedrijf zat, dat echter nu met hulp van de Hongaarse staat in beton gegoten wordt. Zo ook in de landbouw en levensmiddelen: hier is de export redelijk belangrijk, maar de productiefactor land kan toch niet worden overgebracht naar elders. Verder kan er op worden gerekend dat de land-gebonden EU-subsidies blijven komen, zodat ook hier de overheid geen interesse heeft om de marktwerking toe te staan. Sterker nog, in de provincie Fejér (thuisbasis van Orbán Viktor en vazal Mészáros Lörincongersman) is het net of de feodale verhoudingen weer terug zijn gekeerd. De IT-sector is een grensgeval omdat de staat zeer veel aanbestedingen doet op dit terrein, wat vaak tot verduistering leidt; aan de andere zijn er bedrijven die voor buitenlandse markten werken en die met rust worden gelaten.

Het valt niet te ontkennen dat de sectoren waarin Simicska Lajos (in ongenade gevallen voormalige hoofdoligarch van Fidesz – ongersman) actief was, en waarin sindsdien de nieuwe, vervangende Fidesz-vazallen op hun beurt hun rijkjes hebben kunnen opbouwen – de bouw, media, landbouw, energie, openbare werken (verlichting), financieel, toerisme – alle in de verduisterbare sector zitten.

Maar toch: wanneer houdt het eens op?

In het ideologische frame van het Fidesz-systeem was het tot nu toe genoeg om – als iemand eens hardop vroeg waarom er werd gestolen, waarom het bepaalde economische actoren onmogelijk werd gemaakt – te zeggen:  we doen dit voor de nationale ondernemers en voor het versterken van het binnenlandse kapitaal. Als die steun aan de nationale ondernemers nou plaatsvond zonder de concurrentieposities te beinvloeden, dan had het nog geloofwaardig kunnen wezen, maar zo is het niet. Openlijk wordt er een eigen netwerk van vazallen vetgemest in de kleptocratie die er is ontstaan.

De kring van begunstigde Hongaarse ondernemers rond Fidesz zou in een open markteconomie niet kunnen overleven, dat kunnen ze alleen maar als de staat hen direct financiert of als de staat met regelgeving een omgeving creeert, waarin de premies zonder problemen kunnen worden uitgeteld.

Inefficiente, langzame en slechte economische modellen bloeien in de verduisterbare sectoren, en dit wordt erger en erger.

Wanneer gaat de hoofdideoloog van Fidesz eens inzien, dat nu, jaren en jaren na de volledige krach van de “ballib” politieke infratructuur, er in dit land niets meer is wat geevenaard, gecompenseerd, ‘overstolen’ dient te worden? Dat ze met deze acties de nationale ondernemers in werkelijkheid kwaad doen en dat ze in de praktijk slechts types in stelling brengen – die niet alleen internationaal, maar zelfs nationaal geen enkele concurrentiepositie zouden kunnen innemen, maar wel – met hun geheel op stelen gefocusde, ideeloze instelling – allang een last van nationaal gewicht vertegenwoordigen?

De Hongaarse vuile was (achter de Panama Papers) – deel 1

Met dank aan / ©: 444.hu
© 444.hu

Vrijwel elke poging om in beeld te brengen wat er nu werkelijk met de geldstromen in Hongarije gebeurt, blijft een krachteloze krabbel aan de oppervlakte. De commotie rond de Panama Papers belooft op termijn een doorkijkje te geven aan de achterkant van het ongelijk, – maar hoe pak je zo’n draak nou aan de voorkant, bij zijn vele koppen?

– Moeten we op de loer gaan liggen in Felcsút?
– Moeten we alle aanbestedingen volgen van de Ministeries?
– De budgetten van alle 3000 gemeentes screenen?
– De winnaars van EU-gelden opsommen?
– De rapporten van OLAF filteren?
– De facebook-vrienden van Fidesz onderzoeken?
– De nummerborden van de luxe-suv’s in de suburbs verzamelen?

Er is bijna geen beginnen aan. Terwijl de hoofdvraag duidelijk is: in een land waar verpleegsters en dokters nog steeds tussen de 400 en 800 euro bruto mee naar huis nemen, waar werklozen en plein public voor twee keer minder dagelijks worden vernederd, in dat land, wie zijn dat toch die in al die zwembaden liggen, in de plaza’s shoppen, wie zijn dat die twee vluchten per dag naar Dubai kunnen vullen? Wie zijn dat en waarom zij?

Natuurlijk, er bestaan ook gewoon succesvolle ondernemers. Die hard werken, een betrouwbare reputatie opgebouwd hebben en goede spullen leveren voor een faire prijs. Dat in die hoek geld wordt verdient is wat anders.

Maar van het tegendeel – slechte vakmensen, veel te hoge prijzen, slechte reputatie / onverdiende opdrachten – daarvan hoor je helaas nog veel vaker. Of dat altijd letterlijk corruptie is, is vaak maar de vraag. OLAF zal er niet direct wakker van liggen zolang het niet uitdrukkelijk verboden is. Het LMP gelukkig wel: Of een pak papier van 300 pagina’s met lettertjes bedrukte pagina’s – voor het Tudás-Park project – in anderhalve maand samengesteld door een éénmansbedrijfje aan het Balatonmeer, nou echt 22,67 miljoen forint moet kosten? Dat lijkt in ieder geval stelen van gemeenschapsgeld.

Vandaag had 444.hu er ook weer eens genoeg van en kwam met een poging tot overzicht van de corruptie en andere verdachte geldzaken in het openbare leven van Hongarije.

Met hun toestemming hier de vertaling van dat artikel – eerste deel.

Nu maar hopen dat ze er iets / niets van leren.

————————————————————————————–

Waarom stelen ze toch zo ongelooflijk VEEL?

Door Kasnyik Márton

De laatste tijd zijn er zoveel gevallen van verduistering, dat er geen tijd meer overblijft om over andere dingen te schrijven. Banken, bouwbedrijven en projectontwikkelaars, onroerend goed, aanbestedingen voor media, communicatie en consultancy, sappige energiecontracten – allemaal komen ze openlijk of via een omweggetje terecht bij mensen uit de omgeving van belangrijke politici, onder aansturing van de regering. Er gaan dagen voorbij dat er wel vier, vijf van dergelijke miljardenzaken zijn waarover gerapporteerd dient te worden.

Vlak voor de val kon zelf de ethisch en vakinhoudelijk al aan lager wal geraakte MSZP van Gyurcsány Ferenc slechts dromen van plunderingen op een dergelijk grote schaal.

Deze boevenstreken zijn meestal in wettelijk opzicht moeilijk aanhangig te maken zaken (hoewel er wel eens dingen gebeuren die thuishoren in detective-verhalen, zoals bijvoorbeeld de honderd zakken baargeld van Tarsoly Csaba (Quaestor-zaak)

Er zijn speciale, legale of half-legale, methodes ontwikkeld om bedrijven en eigenaren die door de politiek zijn uitverkoren in positie te brengen, waarbij de aan hun doelen aangepaste wetgeving onbelemmerde winsten garandeert.

Er hoeft niet te worden geconcurreerd, er hoeft niet te worden gestreden om de sympathie van de consument of de klanten door goedkoper dan de concurrent betere diensten of producten aan te bieden. De regering zorgt overal voor. Als er al problemen opdoemen op het legale vlak, dan zorgen de instituten die door de partij openlijk zijn ingenomen (Openbaar Ministerie, Belastingsdienst, financiele toezichthouders, etc)dat de zaken netjes worden weggepoetst in plaats van onderzocht. Maar geen zorgen: er werken genoeg snelle advocaten in Boedapest die met hun goede adviezen er prima voor kunnen zorgen dat het nooit tot een rechtszaak zal komen!

Wat is erbijvoorbeeld gebeurd bij de kansspelen? De overheid heeft de gokautomaten verboden en vervolgens aan enkele dichtbij-staande personen het monopolie toegespeeld over het uitbaten van casino’s. En de gokbelasting verlaagd. De opbrengst voor de betrokkenen is enorm en gegarandeerd. Bij de tabak hetzelfde bekende verhaal. De verkooppunten zijn toegevallen aan personen die door de regering zijn uitgezicht, en wat de groothandel betreft krijgen de regeringsvrienden alle wind in de rug, die ze maar nodig hebben. En dit zijn geen uitzonderingen.

Waar komt toch die onstilbare honger naar dievengeld vandaan?

Corruptie is het hoofdbestandeel van de Fidesz-politiek

Vorige week heeft Lánczi András, een belangrijk ideoloog van Fidesz, iets gezegd waarbij de meesten slechts hun schouders zouden ophalen.  De gedachte past prima in de overkill aan cynische verklaringen, waarover verstandige mensen allang besloten hebben zich niet meer voor niets op te winden. Toch is het iets om even bij stil te staan.

Wat door sommigen corruptie wordt genoemd, is feitelijk het belangrijkste element van Fidesz politiek. Daar bedoel ik mee, dat de regering doelen heeft bepaald zoals de opbouw van de binnenlandse ondernemers en de opbouw van de basis voor een sterk Hongarije op het platteland en wat industrie betreft. Elke buitenlander die wil produceren en investeren, wordt met open armen ontvangen. En dan zeggen ze “Dat is corruptie!” Dat is een politiek standpunt: wat hier gebeurt is het mystificeren van het woord corruptie. (…) Het woord corruptie heeft 13, 14 verschillende betekenissen in de sociaalwetenschappen. Maar daar zit niet bij dat als men uit nationaal belang iets doet, dat dat dan meteen corruptie zou zijn.”

Een fantastische retorische vondst: het is een nationaal belang, dat bepaalde landgenoten zonder daadwerkelijke inzet miljarden in de schoot geworpen krijgen. Daarna: boem, corruptie en de versterking van de industrie zijn in feite hetzelfde, stel je voor! Hier werd trouwens ook nog door Lánczi aangegeven, dat men niet over Maffia-staat kon raten, want er zijn geen lijken: (“Wie is er vermoord, dat zou ik willen vragen!“)

Dus: als de oppositie of – in bredere zin – critici van de regering, deze regering betichten van corruptie – het misbruiken van een machtspositie met geldelijk gewin als doel – dan nemen ze die regering feitelijk haar essentiele punt van beleid kwalijk, volgens de voorzitter van de denktank Századvég. Het belangrijkste beleidsdoel van de regering is, tenslotte, het overbrengen van de beschikbare financiele middelen naar de groep van binnenlandse ondernemers, gepaard gaande met het aanpassen van de regels opdat die groep van ondernemers nog verder versterken zal. Daarbij snappen we allemaal wel, dat het beter is dat ze rustig kunnen stelen, dan dat er ook doden bij zouden vallen.

Kerényi Imre, een andere partij-intelectueel, heeft het zo mogelijk nog duidelijker onder woorden gebracht een paar weken geleden:

Maar dat is toch vanzelfsprekend, dat vrienden en familie deelnemen aan het economische leven en het politieke leven. Daarom is er die politieke strijd, welke groep controleert de bestaansmiddelen. (…) Waar gaat de politieke strijd om? Waarom? Om het bezitten van de hulpbronnen. Natuurlijk, dat de partij gunsten verleend aan haar aanhangers bij het benutten van de hulpbronnen. Laten we wel wezen: dat is de essentie van het hele gedoe.”

Lánczi en Kerényi brengen hier perfect onder woorden, wat er om ons heen gebeurt. Fidesz heeft lange jaren gewerkt aan een gesloten systeem dat als doel heeft, dat de socialisten worden overstolen.

Op de één of andere manier is dit geworteld in de psychose van de Fidesz-leiding, na de regime-wisseling (van 1989). Tot aan de perikelen rond het partijgebouw van Fidesz, in 1993, had de partij helemaal geen achterban als het ging om economie en media. Intussen overtuigden ze zichzelf – en vervolgens de helft van het land – dat de communisten zich het hele nationale vermogen hadden toegeigend. Toen deze overtuiging uitkirstaliseerde in politieke kapitaal van een twee-derde meerderheid, was dit allang achterhaald. De ‘achterban’ van de socialisten verdampte snel en bestond in feite niet – zonder voortdurende stroom geld bleef er niets van overeind. Nu heeft de partij niet eens meer een partijgebouw. Desalniettemin is de overtuiging van Fidesz en haar sympatisanten nog rotsvast wat betreft het gebruik van alle middelen om het vermogen dat de partij dekt nog toe te laten nemen.

Orbán Viktor zelf heeft ook verschillende keren gerepliceerd – als de oppositie kritiek had op het systeem van de oligarchen, met name op Simicska Lajos, (hier bijvoorbeeld, in 2012 door Karácsony Gergely toenmalig LMP vertegenwoordiger) – dat daar toch niets mis mee is, het positioneren van de nationale vermogensbeheerders? Jullie werken toch niet voor buitenlands grootkapitaal? Wie verder iets weet dat tegen de wet is, die zegt het maar tegen de justitie die er wel achteraan zal gaan! – zo meende Orbán.

Wordt vervolgd.

 

Panama Papers Hungary: links doet nu ook mee

Panama Papers © The Guardian
Panama Papers © The Guardian

Terwijl het wereldwijde debat op gang begint te komen over de vraag in hoeverre offshore-activiteiten onwettig, onethisch en onwenselijk zijn en wat er dient te gebeuren met de mensen die voorkomen in de paperassen, is in Hongarije een tweede naam opgedoken.

Boldvai László was MSZP kamerlid van 1990 tot aan 2014 en ook daarna nog penningmeester en anderzins financieel betrokken bij de MSZP.

Met name zijn echtgenoot kwam onder vuur, genoemd als eigenaresse van twee offshore bedrijven waar met gebruikmaking van een Zwitserse bankrekening ‘meerdere honderd miljoenen forinten’ langs werden gesluisd. De twee stonden al langer in de schijnwerpers van kritische pers in verband met hun door de jaren op onverklaarbare wijze toegenomen vermogen (huis, spaargeld, auto’s). Ook kwam Boldvai’s naam op in verband met twee grote schandalen van de afgelopen jaren.

In de tweede helft van de negentiger jaren werd onder de naam Tocsik-zaak (Tocsik ügy)de behandeling en verkoop van gemeentegronden via het Staatsbedrijf voor Privatisering en Vermogensbeheer (ÁPV Rt), tegen het licht gehouden. Daarbij bleek dat de advocaat Tocsik Márta een sleutelrol had gespeeld bij bemiddeling bij de verkoop van onroerend goed en hierbij grote premies (meer dan 800 miljoen forint) heeft mogen opstrijken. Deze premies werden uiteindelijk de focus van de rechtzaak. Leidinggevenden van ÁPV Rt zijn veroordeeld voor mismanagement. Tocsik Márta zelf kwam er na tien jaar aan rechtzaken – strafzaak en burgerlijk – vanaf zonder straf maar ook zonder premie. Boldvai werd ook in staat van beschuldiging gesteld (van beinvloeding en speculatief handelen) maar uiteindelijk niet veroordeeld.

Een tweede geval waar de namen van de penningmeester en zijn vrouw opkwamen, betrof het K&H Equities broker-schandaal van Kulcsár Attila, dat in de periode 2003-2007 aan de oppervlakte kwam. Hun eventuele betrokkenheid – afgezien van het hebben van een rekening – werd toendertijd verder niet onderzocht. De hoofdverdachte Kulcsár Attila werd in dit schandaal berucht en gestraft voor de transacties die onder hem via dit onderdeel van de K&H bank werden uitgevoerd waarbij staatgelden – als baten van casino’s en autosnelwegen – gebruikt werden bij financieringen die ver buiten de competenties en doelstellingen van de staat vielen.

Boldvai László heeft na overleg met de leider van de MSZP, Tóbias József, zich teruggetrokken uit de partij. De oppositiepartij Jobbik heeft in verband met de zaak aangifte gedaan.

Daarnaast heeft vandaag Gréczy Zsolt, de woordvoerder van de oppositiepartij DK, alle Hongaarse politici met offshore-activiteiten opgeroepen deze te melden. Volgens hem hebben alle DK prominenten en parlementsleden al een verklaring ondertekend volgens welke noch zijzelf, noch hun partners dergelijke activiteiten hebben. Dit moet natuurlijk impliceren dat Gyurcsány Ferenc – leider van de DK – geen offshore-ridder zou zijn.

 

Panama Papers: ook deining aan de Hongaarse shores

 © The Guardian Panama Papers
Panama Papers © The Guardian

Voor Hongarije was de website 444.hu er gisteravond als één van de eerste bij om de eerste resultaten bekend te maken van het grote journalistieke onderzoek waaraan – namens Hongarije – het collectief direkt36.hu mee heeft gewerkt.

De tot nu toe enige Hongaarse betrokkene is Horváth Zsolt, een voormalig parlementslid voor Fidesz. Zijn bedrijf – op de Seychellen geregistreerd – werd in 2013 (toen hij nog parlementslid was) niet opgegeven op de verplichte verklaring over bezittingen die parlementsleden dienen af te geven.

Horváth Zsolt lijkt misschien wel geen grote vis in vergelijking met andere figuren op de lijst, de implicaties voor de Hongaarse politiek zijn er nu al. Fidesz heeft bij de verkiezingen aangegeven om de ‘offshore-ridders’ in de Hongaarse politiek hard aan te pakken. De kat-in-het nauw- reactie van de regeringswoordvoerder op de betrokkenheid van een Fidesz-oudgediende belooft in ieder geval een spannende periode.

Ongersman hoopt u op de hoogte te kunnen houden van de Panama Papers in Hongarije.

 

 

Fidesz is het toppunt van corruptie.

ss_Bp_act_4_fietskarmargit Eigenlijk wilde dit stuk alleen maar zo’n beetje over corruptie gaan. Over wat dat is, welke vormen het aanneemt en wanneer het echt problematisch wordt. Welke plaats Hongarije op de ranglijsten inneemt, wat dat betekent voor Hongarije en waarom dan. Dat soort dingetjes.

In de inleiding was dan waarschijnlijk vermeld dat corruptie eigenlijk misbruik maken is van macht of ambt, kortom, met altijd minstens één officiele functionaris erbij betrokken. Als bij een agent die steekpenningen aanneemt. De toezichthouder die bij de bouwvergunning een oogje dichtknijpt. Maar zeker ook het gekissebis en gedeal in en rondom besluitvormingsorganen over lucratieve opdrachten en bijbehorende geldstromen richting elkaar en trawanten.

Had ik dat gedaan, dan waren er tegen deze tijd waarschijnlijk wel wat bruikbare associaties ontstaan over vriendjespolitiek, kistjes wijn voor de voordeur of eventueel een ambtenaar die een envelop krijgt als een bedrijf mag gaan bouwen op een fijne locatie.

Zoveel was niet nieuw geweest. Het was, bijvoorbeeld, spannender geworden hadden we een meer holistische instelling gehad.

Met welwillende verbazing had u dan namelijk kunnen lezen dat het soms wel lijkt alsof de corruptie in Hongarije minder wordt. Het aantal met EU-geld gefinancierde aanbestedingen, waarover in Hongarije vraagtekens rijzen, neemt namelijk af.

Maar dat is natuurlijk alleen maar de stilte voor de storm. De opgang van de karretjes van de achtbaan, zeg maar, voordat deze razend de diepte in zullen duiken.

Als bruggetje staat er dan iets over de kritische Hongaarse kranten en portals – en het nieuws van RTL-klub of ATV – die elke dag bol staat van de corruptie-gevallen. OK, zeker, alleen de grotere en meest schokkende gevallen. Maar mogelijk tekent zich nu wel al zo’n beetje de allesbepalende omvang van dit verschijnsel in Hongarije af. Dat het geen mensen meer zijn, die het doen maar dat het een systeem is dat ertoe aanstuurt.

Dan eerst maar iets over de oppositiepartij LMP, die een wekelijkse anti-corruptie-bulletin wil gaan brengen en daarmee heel voortvarend bezig is!

Bij wijze van metafysisch grapje volgt het al wat oudere nieuwsfeit over de door de EU gefinancierde anti-corruptie maatregelen, die, hoe kan het anders, door corruptie geplaagd blijken te worden.

 

(Een netwerk van dure, schimmige edoch vast zeer elegante adviseurs en advocatenpartners in dito herenhuizen vlakbij de Budaanse Donau blijken onderling tot 2,4 miljard forint te hebben verdeeld die bestemd was voor anti-corruptie controle. De OLAF – financieel waakhond van de EU, – wil deze gelden in een verfrissend-boude stap simpelweg terug hebben. Natuurlijk, opsporingsbevoegdheid hebben ze bij de OLAF niet, dus de Hongaarse overheid zal er ‘werk’ van maken. Het heeft er dus alle schijn van dat de voormalig staatssecretaris van Economische Zaken – bij de zaak betrokken als advocatenpartner en adviseur uit één van de herenhuizen  – zijn borst nat kan gaan maken (dit was een sarcastische opmerking).)

Om nog even bij de LMP te blijven hangen, waar Ákos Hadházy zich lijkt te gaan ontpoppen tot een ware anti-corruptie held. Hierbij een registratie van een Szekszárdi zitting van Fidesz politici, een paar jaar geleden, waaruit verschillende dingen blijken:

1) Dat de gemeente – hoewel ze wel zonder kritiek alle ingediende voorstellen in klinkende munt wil omzetten – niet van zins is ook maar een forint bij te dragen aan de 85% door de EU-gefinancierde projecten  – dat dient de aanvrager dus zelf te doen, bij voorkeur uit ‘overprijsde’ subsidieaanvragen.

2) Dat er – als zwervende circussen – een keur aan landelijk opererende consultant-bedrijven bestaat, die graag alles uit handen nemen van de aanvrager, niet in de laatste plaats hun geld.

3) Dat Hadházy zelf ooit Fidesz vertegenwoordiger is geweest, waarop – altijd bereid tot een flauw geintje – commentaren komen dat hij derhalve medeplichtig is aan fraude, daar hij het niet eerder gemeld heeft. (Dit was een bijna overbodige opmerking)

Uit kamervragen van de LMP blijkt, inmiddels, wat er speelt rondom de gelden bestemd voor energiebesparende woningrenovaties in Hongarije (waarvoor de EU 450 miljard forint – 1,5 miljard euro – betalen wil).

 

Volgens Lázár kan dat niet: “we gaan niet mensen geld geven voor niets” en meer vaag gedoe dat geschikt is (volgens hem) om als argument te dienen voor zijn geniale (volgens hem, waarschijnlijk) plan om het EU geld dan maar voor overheidsgebouwen te gaan bestemmen. Daarmee lijkt hij (volgens boze tongen, die er niet ver naast zullen zitten) feitelijk de status-quo in stand te willen blijven houden volgens welke Fidesz populair is omdat ze altijd op de hoge rezsi-kosten (gas-water-licht) hamerden en hameren, die, doordat ze nu (voor altijd?) hoog zullen blijven, nog steeds als slogan kunnen voldoen zodat ook in de toekomst de populariteit van Fidesz gegarandeerd wordt (of daaromtrent: niet alle kiezers volgen  natuurlijk precies de logica van LMP).

Als het niet zo intriest was, had ik vervolgens weer even of uren door kunnen gaan met laten zien dat corruptie slechts één van de vele radertjes is in de grote geld- en machtmachine die Fidesz heet. Kent u Kishantos nog, van de bio-boeren? Met grof geweld en ongegrond van het door hen bewerkte land verdreven, waarna de nieuwe onrechtmatige ‘pachter’ de jarenlang opgebouwde biologische status van de akkers in een oogwenk teniet heeft gedaan? Alle andere zogenaamde ‘boeren’ in den lande, die aan de goede arm van de Fidesz fruitmachine wisten te schudden? Of feitelijk alle openbare aanbestedingen, waarbij – door de bank genomen – snelle consultants zichzelf onmiddelijk onmisbaar maakten en maken, mocht je ooit iets willen binnenhalen. Of hoort u liever wat avonturen van excuus-zigeuner Florián Farkas, Lungo-Drom baas en politieke Roma-vertegenwoordiger annex Fidesz-vergroeiing, die jaren de vrije hand had (en nog steeds lijkt te hebben) bij het verdelen van (EU-) subsidies voor hulpbehoeftige en andere Roma’s?

En maar pompen!

Hongarije, Fidesz is niet gewoon corrupt. Fidesz is de vlag op een systeem, door de jaren geperfectioneerd en inmiddels op volle sterkte in gang gezet met als doel elk grassprietje dat in Hongarije groeit, van een (nieuwe, goedgekeurde) eigenaar te voorzien.

 

 

 

 

Always follow the money

SneeuwbalNatuurlijk is het niet echt sexy om zo vlak voor kerstavond met dit soort dingen bezig te zijn. Hadden ze het maar niet nu bekend moeten maken! Hoe dan ook: als Nieuwjaar eraankomt, moeten de rekeningen worden vereffend.

Het nieuws is de 60 miljard forint (190 miljoen Euro) aan EU steun waarover is besloten. Het gaat om het GINOP- programma voor economische ontwikkeling en innovatie tbv micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.

De lijst met winnaars ligt niet echt op straat maar portfolio had een link naar een voorlopige opsomming. Het leuke is dat daar ook winnaars van eerdere rondes en van andere programma’s op te vinden zijn. Voer voor samenzweerders, natuurlijk! Als het waar is dat de regering corrupt is, dan moet het hier ergens staan, hier tussen de zwart op witte regels.

Op het eerste gezicht schommelen de meeste wat grotere gemeentes zo tussen 5 – 10 gehonoreerde aanvragen, met wisselende omvang van de bedragen: van 10 miljoen of minder voor representatiekosten tot 50-, 100- of hier en daar zelfs uitschieters tot 500 miljoen of meer voor daadwerkelijke investeringen. De provincie-hoofdsteden zitten meestal rond de 15-20 winnaars. Debrecen (ongeveer 35 subsidies) en Székesfehérvár (ongeveer 40) steken het verst boven het gemiddelde uit, zowel in aanvragen als in geld gemeten. Győr, Kecskemét en Nyíregyháza zitten er ook wel warmpjes bij. Pécs, Veszprém en Miskolc zitten comfortabel in de middenmoot. De rest – Szolnok, Eger, Nagykanizsa, Tatabanya, Szombathely en Zalaegerszeg – lijkt wat minder goed te scoren, ook als hun grootte in aanmerking wordt genomen. Van de niet-Fidesz gemeenten scoort met name Békéscsaba zeer belabberd met maar 2 gehonoreerde projecten, voor één en dezelfde firma (een drukker). Salgótarján (ook geen Fidesz) heeft er 8, merendeels kleintjes rond de 10 miljoen. Szeged (de 3e hoofdstad die niet in handen van Fidesz is) lijkt zich evenwel behoorlijk in de middenmoot te handhaven.

Wat kleinere stadjes, dan: Hódmezővásárhely, thuisbasis van Lázár János, boert goed. Er zijn 13 winnaars. Het is ook wel een aardig grote plaats – 50.000 inwoners – maar dat zijn de sommen die ernaartoe gaan ook: meestal wel boven de doorsnee van ongeveer 30-60 miljoen.

De gemeentes rond Budapest – Vác, Dunakeszi, Ráckeve, Százhallombata, Gödöllő, Sülysáp, Monor, etc vallen consequent buiten de boot, waarschijnlijk staat er in de voorwaarden iets als ‘geen aanvragen uit Centraal Hongarije mogelijk’, of zo. Desalniettemin behoren enkele van deze gemeentes toch zeker tot de “inner-periferie”. Bicske, net over de grens met Fehér, heeft 4 projecten zien goedkeuren.

Zoals bekend zijn er maar enkele gemeentes in het land waar Fidesz niet de burgemeester heeft geleverd. Die lijken inderdaad minder succes te hebben gehad: Siklos 1, Edelény 1 (en dan nog riolering – geen GINAP, niet eens ontwikkeling), Oroszlány: 1 (maar wel groot), Kiskunmajsa: 1, Tiszavasvári: 3, waarvan 2 voor dezelfde indiener; Tapolca: 1; Dombóvár: 2; Ózd: 4. Het zijn vaak maar plaatsjes van 10-20.000 inwoners maar wel vaak plaatsen die het extra hard nodig hebben.

Nagyatád aan de andere kant, is ook een geval apart. Hier zit een onafhankelijke burgemeester maar wel ééntje die ruzie maakt met de baas van Somogyért, de regionale belangenpartij. Die baas was ooit minister onder de MSZP. Het bedrijf dat twee nette bedragen binnen heeft gehaald, staat op al langer zijn rondjes op de pr-rol van Fidesz: een gereedschappenleverancier waarvan de EU + regering al eerder 11 aanvragen heeft gehonoreerd, waaronder een productiehal van 270 miljoen forint. Er werken 240 mensen, da’s natuurlijk niet niets.

Alles bij elkaar is het wat het altijd is, met statistieken: je kunt er vanalles in lezen en mee verklaren. En natuurlijk zijn er ook tegenvoorbeelden, zoals Szarvas, waar een hele fijne Fidesz burgemeester zit maar waar toch geen enkel project is goedgekeurd. Ontegenzeggelijk verdient het thema nader onderzoek of op zijn minst een overzichtelijke presentatie. Een uitsplitsing naar achtergebleven gebieden, om maar wat te noemen, zou zeer waarschijnlijk aan het licht brengen dat die nu nog verder zullen achterblijven.

Maar: het is een feit dat nergens in de lijst staat, dat ‘dit geld is toegekend omdat betrokkene een zwager is van die of die’.

En daar houden we het even op.