Tag Archives: democratie

Bericht uit het laatste huiselijke (gemeente-)huis

ongersman.nlOngersman komt graag in Budaörs. Kent u dat? Het ligt aan de M1-snelweg vanuit Boedapest naar het Westen en inderdaad is het daar een beetje alsof je al in Europa bent. Echt een beschaafd stadje, alles in aanmerking genomen (beschaving heb je in Ongersman’s Woordenboek – wel gejat, natuurlijk – als het verschil tussen voorschrift en werkelijkheid klein is); aardige mensen, beetje Swabisch wellicht, fijne zelfstandige burgemeester, met, natuurlijk, een hele hoop geld vanwege de ondernemingen daar. Maar dat geld wordt ook zichtbaar verdeeld onder de bewoners in de gemeente.

Enfin. Die gemeente, dus. Dat bruggehoofd. Zo’n burgemeester.

Met dit facebook-bericht:


Vrijdagochtend werken we in het gemeenthuis en één van mijn collega’s wijst me op iets vreemds buiten. Drie schilders zijn daar net klaar met een roller. Het overgeschilderde plakaat was er één van de Jobbik. Ik hoef, geloof ik, niet uit te leggen hoe ver de ideeen van die partij en die van mij uit elkaar liggen. Echter, wat hier gebeurt, werpt ons terug in de meest miezerige dagen van de “Komcsi” periode. Van ons geld (de schilders zouden nuttiger dingen kunnen schilderen), aangestuurd door een dame van het overheidsagentschap en onder toezicht van twee agenten (de politie daarvoor gebruiken is helemaal het toppunt) brengt de macht een politieke organisatie tot zwijgen.

“Ik ben het met geen enkel woord van u eens maar zal tot mijn laatste adem strijden opdat u uw mening zult kunnen blijven verkondigen” (Voltaire)


(Péntek délelőtt dolgozunk a hivatalban, s egy munkatársam hívja fel a figyelmem, az iroda ablakán keresztül látható furcsa dologra. Azonnal lementem, mert nem hittem a szememnek. Egy festőhengerrel épp végzett három festő. A lefestett plakát a jobbiké.
Gondolom, nem kell magyaráznom, súlyos távolság van a nevezett párt és az én nézeteim között. Ami azonban itt történt, az a legócskább “komcsi” időszakot idézi. A mi pénzünkön (a festők végezhetnének hasznosabb munkát) a kormányhivatalos hölgy instrukciói mentén kirendelt rendőrök felügyeletével (őket meg ilyenre felhasználni végképp gyalázat!) fojtja bele a szót a hatalom az egyik politikai szervezetbe.
„Egyetlen szavával sem értek egyet, de utolsó leheletemig harcolni fogok azért, hogy véleményét szabadon elmondhassa”. /Voltaire/


Het heeft allemaal te maken met die plakaatwet van enige tijd geleden. Nee, niet vanwege al die grauwe Soros-plakaten die dit jaar de kerst lijken te moeten gaan inluiden. Ze moeten juist al die plakaten hebben die je niet kunt zien. Die arme kleine ongeboren plakaatjes, die! Die paar dozijn die over heel Boedapest verspreid hangen (of hingen: die van Momentum werden volgens de HVG.hu al snel gemold – maar dan zonder assistentie van politie).

En Soros zag dat het slecht was.

 

Lezersvraag – Hungarian Dark Democracy: fractal of ouroboros?

ongersman.nlNa een maand relatieve afstand is ongersman in no-time weer helemaal verstrikt geraakt in de loops van de Dark Democracy. Zo zeer zelfs, dat het onvermijdelijk wordt geacht de hulp van de trouwe lezers in te roepen om weer enige vat op de zaak te krijgen.

De vraag: is de Hongaarse politieke werkelijkheid nu een manifestatie van het Babuschka-effect of van het Droste-effect?

Om bij het begin te beginnen: men neme de plakaat-wet. Deze vorige week door president Áder ondertekende wet is volgens boze tongen namelijk een duidelijk 3D grensgeval. Op het eerste en tweede gezicht van een type ‘de schaamte voorbij’ wettelijke knip-en-plakmaatregel, bedoeld om de niet-regeringsgezinde plakaatplakplaatsen – natuurlijk gaat het hier over de Jobbik en de herboren anti-fidesz mediamogul Simicska – te beperken met het oog op toekomstige tegencampagnes. Jobbik maakt dan ook heel bijzondere plakaten die, hoe meer modder ertegenaan gaat, des te scherper lijken te worden. Koekje van eigen deeg, noemen ze dat in Brussel, maar de opperste Fidesz wil geen polonaise in de keuken.

Volgens 444.hu zijn er serieuze argumenten de wet voor normcontrole terug te sturen naar het grondwettelijk gerechtshof. Zo zouden aangelegenheden van partij-financiering grondwettelijk gezien thuishoren in de categorie ‘tweederde meerderheidsbesluitvorming’ (noot: een meerderheid die Fidesz niet meer heeft). En laat de plakaatkwestie nou opgelost zijn met wetgeving bedoeld voor bescherming van stadsaangezicht.  Hoezo de schaamte geloosd?

Enfin. Nu wilde Jobbik deze zomer een plakaatcampagne beginnen. Tegen het Fidesz-bewind, tegen corruptie, voor eenheid in het land, voor alternatieven voor de zittende macht, voor de toekomst. Kortom:  alles wat er maar op zo’n plakaat mocht passen. Maar dat wordt ze nu extra lastig gemaakt. Ze mogen namelijk nog maar twee weken hangen, die plakaten – daarna worden ze vast lelijk, of zo.

En zo, dames en heren, komen we bij de hamvraag van deze keer. Is het gebruiken van democratische verworvenheden om democratische verworvenheden tegen te gaan, nu een voorbeeld van een:

 

 

 

 

Babuschka-effect of Droste-effect?

View Results

Loading ... Loading ...

 

 

 

 

 

Dark Ecology (f)or Dark Democracy

ongersman.nl
(link opent doc op de VPRO website)

Deze post wil aan de gang met de Dark Ecology van Timothy Morton. Daarvoor is echter geduld en een lange aanloop nodig, niet in de laatste plaats omdat ongersman het betreffende boek nog niet helemaal uit heeft. Vandaar dat we hier kunnen spreken van een tweedelig feuilletonnetje en ook nog eens één, waarvan nu al duidelijk is, dat het einde – deel 2 dus – nog volledig in mist gehuld is. Optimisten mogen dit alvast beschouwen als een oefening in Morton’s Object-Oriented Ontology maar dat hoeft niet per se.

De goede man zelf figureert als één van de nieuwe kunstenaars in de tv-documentaire van VPRO Tegenlicht: Cultuurbarbaren. Dat er veel meer aan bod lijkt te komen dan ‘alleen’ de rol van kunst en kunstenaars in de huidige wereld – zoals de leader het wil hebben – is een vette toegift. Wie de Cultuurbarbaren uit de doc uiteindelijk zijn mag u overigens helemaal zelf uitmaken.

Waar reflecteert kunst nog op als kunst zelf – in de eerste plaats als consumptie-artikel en wel gesponserd door Unilever of Heineken – volwassen bestandsdeel is gaan uitmaken van de primaire cultuur? Dan blijkt dat er naast de schatrijke en oervervelende kunstemakers er ook al legio interessante mensen rondlopen die waarachtig alternatief, actief en geengageerd werk leveren. En tussen die kunstenaars en performers verschijnt Timothy Morton met een trip naar Nikel, een troosteloos Russisch mijnplaatsje.

Dat deze plaats ontstaan is vanwege, en ook vanaf het begin al aangevreten wordt door de grondstoffenwinning ter plekke, lijkt nou net een mooi voorbeeld van de loops waar Morton wel pap van lust. Hoe de excursie nu kunst vormt, kon overtuigender maar linksom of rechtsom omvat zijn verhaal veel meer dan dat.

Waaronder de Dark Ecology, dus. Een stimulerende gedachtenstroom, de verslaglegging van een state of mind (zijn redacteur had hem wat korter kunnen houden) waarin betoogd wordt dat de plek die mensen innemen op de wereld (in het ecosysteem) structureel verkeerd wordt beschouwd, zodat alleen met een grondige verandering in de relatie tot de ons omringende wereld er een kans is dat de Zesde Massale Uitstervings-Gebeurtenis (waarvan naar alle waarschijnlijkheid wij ook substantieel deel zullen gaan uitmaken) zich niet zal voltrekken. Wat in concreto nodig is, is een overstijgen van de wij-zij denktrant. Veel elementen van zijn verhaal zijn niet (helemaal) nieuw maar het kader dat hij erbij geeft, maakt het tot een veel plezieriger uitdaging.

De analyse begint met de gedachtenval waarin we al zitten sinds de allereerste agrarische samenlevingsvormen (en de vorming van het schrift) in het 12.000 jaar oude Mesopotamie. Om zekerheid te creeren en plagen af te weren, zo vertelt hij, zijn de opportunistische jagers/verzamelaars langzaam overgegaan tot het controleren (en rubriceren, determineren, (de-)ontologiseren) van de landbouw-samenleving – waarna noodzakelijkerwijs de industriele samenleving ontstond. Kort gezegd: we hebben ons boven de ‘natuur’ geplaatst en proberen de ‘natuur’ buiten te houden.

De bijgeleverde filosofie zoals wij die kennen, inbegrepen de traditionele kritische theorie, was en is door en door antropocentrisch en in die zin onbruikbaar bij het inschatten van onszelf tov de ecologische toestand. Via het strippen van Kant’s waarnemingskunst en zijn subjectiviteitsbegrip (alles wat we waarnemen is gekleurd) en het pimpen van Marx’ materialistisch nutsbesef (de ijzeren economische en historische wetmatigheden) wil hij een lans breken voor een derde rail: die van protectie by proxy, waarbij de mensheid verantwoordelijk is/was voor de Zesde Massale Uitstervings-episode, en waarbij mensen eventueel nog iets kunnen betekenen bij het afwentelen van de gevolgen (maar zie onder).

Morton speelt veel met centrale begrippen om zijn publiek wakker te krijgen. Zo heeft hij oneindige problemen met het gebruik van het woord natuur en natuurlijk. Polemische redenaties – als zou elk nationaal park een vuilnisbelt moeten bouwen, want dan neemt de biodiversiteit (soorten per oppervlakte-eenheid) alleen maar nog meer toe – kenden we natuurlijk al uit de natuurbescherming. Dat natuur in het vervolg daarvan een hyperobject blijkt te zijn, – een (deel-) verzameling van entiteiten, gekleurd en wel, die – als er al zoiets bestaat – verre zal staan  van het fenomeen waaruit wij antropocentrische mensen menen dat het bestaat – is vervolgens ook wel een open deur. Natuurlijk weet in West Europa niemand nog zeker wat (oer-)natuur zou moeten zijn, laat staan welke daarvan ‘meer’ waard is en waarom. Dit is geen weten, dit zijn geen feiten maar behoort tot de esthetica. Een kwestie van smaak, boud gezegd.

Ecologie is een iets ander beest. Dat heeft meer te maken met processen. Met loops en netwerken, interactie, waar Morton zoals gezegd eveneens dol op is. Stam van het woord ecologie is natuurlijk Oikos, wat naar huis verwijst. Sinds jaar en dag staat ecologie in het dagelijks taalgebruik voor levensvormen, niet levende elementen en energiebronnen die in onderling verband staan, waarbij – elk volgens een eigen dynamiek – in hun gezamenlijke totaliteit een dynamisch evenwicht nagestreefd wordt of lijkt te worden (iets van dien aard). Ecologie als geavanceerde huishoudkunde. Waarbij de relaties weliswaar ten dele bekend of kenbaar zijn maar waarvoor in overgrote mate het tegendeel geldt.

Dark Ecology, dan, is daar de krakersversie van. Een revolutionaire vorm van eco-centrisme, donkerder dan deep, met meer loops dan welke de menselijke wetenschap kan pretenderen te overzien of op te lossen. Denk voor de gein aan een boot. En daarvan zijn wij mensen dan noch de kapitein, noch de lading, noch de vlag, maar slechts een plank in de romp (boven de waterlijn) of een stukje van de reling. Zonder essentieel te zijn, dus. Maar als we schipbreuk lijden, door ons toedoen, dan ligt die boot er binnenkort heel anders bij, en bij de eersten die jammerlijk overboord en kopje onder gaan, horen wijzelf. En onder elkaar gezegd en gezwegen, zijn wij degenen die daar het meest (bewust?) onder lijden. Als dat er toe mocht doen (zie onder).

Natuurlijk is het verleidelijk om bij een totaalombouwproject zoals Morton dat voorstelt, jezelf allerlei projecties toe te staan, alsof het verdwijnpunt wat het in feite slechts is, geinverteerd zou kunnen worden tot zenith. Net zo verleidelijk is het je af te vragen wie die Morton dan toch wel niet is, dat hij vrijwel als enige in de gaten lijkt te hebben dat al die mensen gevangen zitten in de agrilogistische fuik? Dat hij na 12.000 jaar nou net wel de deur heeft gevonden waardoor we onze grot uit zouden kunnen?

 

Zoals gezegd, het boek is nog niet uit. Ik stel me zo voor dat het in de tweede helft veel over politiek zal gaan. Over activisme, over uitdagingen en het oplossen van problemen. Wat is dan wel de juiste houding? Morton zegt nogal wat en dan schep je ook verwachtingen, nietwaar?

Want natuurlijk (ik probeer dat woord echt minder te gebruiken) lijkt de relevantie direct om ons heen aanwezig. Als je de dark ecology bril opzet, wordt de stap naar dark democracy een voor de hand liggende. Morton heeft ook al ergens gezegd dat geen enkele huidige bestuursvorm in staat is om te zorgen voor generaties die nog niet geboren zijn.

Wie ermee kwam de afgelopen weken weet ik niet meer maar iemand merkte op de televisie op dat over vijftig jaar ‘democracy – as WE know it NOW’ beschouwd zal worden als een uitermate sympathiek edoch in essentie wezensvreemde bestuursvorm (woordelijk iets anders gezegd, maar de strekking was ongeveer dat, ongersman).

Bij nieuwsuur slaan ze elkaar echter nog steeds enthousiast op de schouders als ze het erover eens zijn hoe fijn democratisch (in dit geval: tolerant) we bezig zijn. Zo had onderzoek aangetoond dat een begripvolle bejegening van schuldenaars een beter resultaat oplevert voor incassobureaus. In de studio: “Nou, daar kan Erdogan met zijn bodyguards nog wat van leren!”

Kijkersvraag: hebben ze een punt, ja of nee?

Want even later in dezelfde uitzending zitten we in Giethoorn, waar ‘op zich heel aardige’ Chinezen (toeristen?) wel eens de tuintjes van de mensen binnenstruikelen bij het fotograferen van dit voor hen bijzondere fenomeen (huisjes aan het water). Dan komen de bewoners om hen er vriendelijk weer uit te dirigeren – sommigen zetten al bordjes neer in het Manderijns. Stemming in de studio: “Ach ja, het zijn net kleine kinderen!”

Als volgens de internationale verhoudingen vandaag de dag, China de VS en Europa al jaren aan het lijntje heeft als het gaat om financiele macht, is dan een begrip als ‘eigendom’ niet langzaam aan herijking toe? Je kunt je afvragen of wij inmiddels niet allemaal Madurodammannetjes en -vrouwtjes zijn in een gigantische Chinese koekoeksklok. Zolang het nog duurt.

 

Central European University (CEU) strandt in illiberale wateren

ongersman.nlIn de jaren negentig was de Central European University een natuurlijk kenniscentrum voor (naar toenmalige maatstaven) progressieve Hongaren en andere oost-Europeanen. En dan hoefde je niet eens in de schoolbankjes te gaan zitten. Ze hadden er stapels boeken over de geschiedenis van Hongarije en over de toekomst. Er waren manuals en pilots over het opzetten van participatieve democratie in de stugge post-socialistische landen. Je werd er wijzer over de transitie naar een markteconomie en je kreeg er materiaal over nieuwe wetgeving op allerlei terreinen (alle wetten moesten namelijk op de schop). De CEU was gewoon de plek om mensen tegen het lijf te lopen die met dezelfde problemen (“uitdagingen”) bezig waren als jij, en het leek alsof vrijwel heel oostelijk Europa toen met dezelfde dingen bezig was.

Dat de CEU de toetreding tot de EU mede mogelijk heeft gemaakt, lijkt me een understatement. Mensen uit tientallen landen (de “CEEC”) van de Baltische staten tot aan Georgie, maar bijvoorbeeld ook uit Nederland – haalden er een prestigieuze maar vooral nuttige masters-opleiding. Elk jaar werden er nieuwe bestuurders, advocaten en wetenschappers klaargestoomd om hun thuislanden – na het uiteenvallen van het oostblok en de USSR – onder handen te nemen.

Leve de Amerikanen!

Over wat de CEU de afgelopen tien jaar heeft beziggehouden, weet ik minder te vertellen. Het heeft er alle schijn van dat ze voort zijn gegaan, op Karl Popper’s koers in de richting van de Open Society.

De CEU zal zich in die zin ongetwijfeld verder hebben gepositioneerd als centrum van vrij denken en communiceren, als een bastion tegen oprukkend populisme. Wie kan dat ze kwalijk nemen?

Dat Fidesz de universiteit de wacht aan wil zeggen heeft alles te maken met George Soros. De Open Society is zijn geesteskindje. Fidesz is overduidelijk al enige tijd zo ver, dat ze zich permitteren zichzelf illiberaal te noemen. Om zich als proto-facistische partij te kunnen handhaven, bestempelt Fidesz steeds openlijker haar ‘eigen’ kernwaarden – conservatief, nationaal, gezin, geloof – als de enige zinvolle, waardevolle waarden die in Hongarije getolereerd kunnen worden. Academische vrijheid, vrijheid van pers, opleiden tot kritisch denken passen daar niet bij.

Vandaag zal de wet waar wereldwijd tegen geprotesteerd wordt, door Fidesz in een versnelde procedure in het parlement in stemming worden gebracht. Daarmee wordt het de CEU – middels enkele regeltjes en trucjes – onmogelijk gemaakt in Hongarije te blijven functioneren.

Ik geloof dat dit laatste signaal – laatste in een steeds toenemende reeks van alarmerende signalen die Fidesz nu al 7 jaar afgeeft – werkelijk allerlei grenzen van betamelijkheid overschrijdt. Grenzen die door een gezonde democratische Europese gemeenschap, een pluriforme samenleving, nog als zodanig herkend dienen te worden.

De Fidesz-partij berokkent de parlementaire democratie al jaren ernstige schade. Niet alleen door de geinstitutionaliseerde corruptie en door het eigenmachtig optreden van incompetente bestuurders die grossieren in beoordelingsfouten en onjuiste afhandeling van verantwoordelijkheden, maar zeker ook door te zagen aan het beginsel van de scheiding der machten. In deze laatste fase spelen ze meer en meer voor eigen rechter en treffen daarbij steeds minder tegenstanders tegenover zich. Het uitschakelen van de CEU is daarbij een dubbele slag omdat de CEU één van de weinige plaatsen was waar nog tegengeluiden vandaan kwamen.

Hierna volgt nog een belangrijke wet – die op de civiele organisaties. Deze zullen zich voortaan dienen te registreren en ook zullen ze openheid moeten geven over hun achtergronden, doelen en bronnen. Het had positief uitgelegd kunnen worden, deze volgende geplande maatregel, maar Fidesz lijkt dat station – het voordeel gunnen van de twijfel – nu definitief opgeblazen te hebben.

Het gaat echt de verkeerde kant op in Hongarije.

 

 

 

Peptalk: Argumentum ex silentio

ongersman.nlAls het goed is zitten we op dit moment alweer in de nadagen van het klassieke postmodernisme, maar nog even voor de weinig concrete posthumane samenleving. Deze overgang biedt behalve de voorstelbare barensweeen van een hoe dan ook positieve verandering – postmodernisme was vooral erg veel niet of niet meer – ook de enorme opgave om het gezamenlijke begrippenkader en, in bredere context, ons complete expressieve bestaan tussen wens, wil en weeromstuit van binnenuit te herzien om een ander soort dialoog (foei!) te smeden (…) waar geijkte (auw!) vormen van gelijk (?) kunnen floreren. Of het gebrek eraan.

Zo moeilijk lijkt dit niet. Of wel? Natuurlijk hebben exponenten van het postmodernisme al decennialang geprobeerd om dit project – deconstructie en andere taalspelletjes voor gevorderden – aan te vangen. Met wisselend succes. Ikzelf heb nog steeds maar één manier om, ongeacht koortsdroom of migraine, een kopje melk te vragen aan mijn buurvrouw. Hoe ze reageert is weer een ander punt.

Politiek is echter overal.

Feit 1: Tieners in Engeland slaan een Poolse gastarbeider dood omdat hij een Poolse gastarbeider is.

Feit 2: Wilders staat in Heel Europa op de voorpagina’s met zijn anti-moslim boodschap, anti-vluchtelingenboodschap en anti-EU boodschap.

Feit 3: De ridderorde die pedagoog László Trencsényi in 2009 gekregen had, wordt door hem op de trappen van het Hongaarse parlement gegooid met de verklaring:

“A kereszt, amelyik a kegyelem és az áldozathozatal jelképe, Áder, Orbán és Bayer Zsolt szájából a megtorlás és a kegyetlenség heródesi jelképévé vált.”

Het kruis, dat het symbool is van genade en offerbereidheid, is uit de mond van Áder, Orbán en Bayer verworden tot het symbool van repressie en wreedheid a la Herodes.

Twee voorbeelden van een geinverteerde samenleving en één van een inadequate reactie daarop.

Ja, kom d’r maar in, Albert, bedankt!

Einstein ongersman.nlHet program van Wilders is natuurlijk ‘eng’, maar nou ook weer niet zo ‘eng’. Wat ik er nog van weet is dat een politiek program in Nederland een idealistische, visionaire toestand voorstelde die de betreffende partij zou willen verwezenlijken als ze het min of meer alleen voor het zeggen zouden hebben. Waarop je – als kiezer – kunt rekenen dat ze die toestand diep vanbinnen als een ideale samenleving zien, – waarbij de vertegenwoordiging van minderheidsbelangen voor iedereen een conditio sine qua non vormt. Hoe anachronistisch ook, in een gewaarborgde parlementaire democratie heeft elke partij wel rare dingen. Of had, in ieder geval.

In het huidige tijdsgewricht is het geval van PVV dus opmerkelijk, want iets zegt me dat de programma’s van PvdA en CDA, als die al als zodanig herkenbaar zijn, nog maar weinig zullen lijken op, respectievelijk, hun ‘gelijkheid voor iedereen’ en ‘God voor allen’ beginselen uit de jaren zeventig en tachtig.

Maar goed. In Hongarije denken ze bij partijprogramma’s, godbeterd, meer aan vijfjarenplannen. Als ik aan de macht kom, is dit het eerste wat er gaat gebeuren, dit het tweede, en zo verder. De ‘modernistische’ taal van het politiek program – bedoeld om wakker te schudden en te enthousiasmeren voor de langere termijn – lijkt door Wilders dus met succes opgevoerd. Die stoom moet er in ieder geval uit. Wat ervan overblijft is een ander verhaal.

Maar ik denk zelf dat het anders is, dan de meerderheidsposities die Fidesz zich heeft weten te verwerven en die ze nu tot op het bot weet uit te benen.

Het ene populisme is het ander niet. Populisme in de ‘oude’ democratien van Europa is succesvol omdat het leentjebuur is gaan spelen bij vigilantisme. Dat is het verschijnsel dat burgers zich ‘oplettend ende stoutmoedigh’ zijn gaan opstellen tegenover de grote boze buitenwereld. Aangemoedigd door computerspelletjes, zombiefilms, survival-weekeindjes en zelfverdedigingscursussen, heeft het individu invulling gegeven aan het postmoderne morele laagtij. Als volgt:

    • de grote verhalen-samenlevingen storten in;
    • bij gebrek aan oude structuren, waaronder familie, politie en ‘kasten’, grijpen doorsnee opportunisten en boefjes hun kans om aan de haal te gaan met hun eigen levens en hun omgeving;
    • of in ieder geval lijken die kans te grijpen omdat de berichtgeving andere accenten legt – niet meer de status quo handhaven en sussen wat gebruikelijk was in de verzorgingsmaatschappij maar de vraag bedienen en dus sensatie leveren;
    • de angst bij de burgerij groeit, over de teloorgang van respect en fatsoen heen, en culmineert in een belevingswereld waar het gelijk ver te zoeken lijkt terwijl het gevaar overal opduikt;
    • besef: het eigen gelijk is er nog
    • reactie: verwante gelijken vinden elkaar en stichten groepjes van vigilante burgers, die in hun rol als kiezer, blogger, burger, ouder en zo verder zelf in het gat springen waarin de gezamenlijke waarden en normen waren opgedroogd
    • waarbij ze vaak niet inzien dat het eigen gelijk meestal vrij ruw van aard is en dus snel schuurt met dat van anderen.

Reaguurders hebben hun eigen spiegelbeeld ontdekt, hun eigen impact bespeurd en geconstateerd dat de politiek, de sterke arm en zelfs de rechter begrip voor ze moet hebben, of bang voor ze kan zijn. Andersom is dat natuurlijk allang niet meer zo, want het sociaal contract wat we met elkaar hebben afgesloten heeft sinds het postmodernisme alle kenmerken van een voortdurende reeks offertes – eenzijdig en te ver onder de prijs – van ambierende machthebbers.

De diversifiering van de definitiemacht is in zichzelf geen slechte ontwikkeling. De druk die hiermee op de schouders van het traditionele journaille wordt gelegd, is echter enorm. Als je huiskrant of -journaal niet vertelt wat je horen wilt, en zoals je het horen wilt, dan surf, flip of zap je gewoon naar een ander. Met als uiterste consequentie de obscure hoekjes, die op internet uitzwellen tot enorme gevaren.

Hoe daarop te reageren, dus. Niet door nog harder te gaan betuttelen en bagataliseren. Niet door vliegen af te vangen en het gelijk te claimen van de democratische loser. Niet door honend op fouten te wijzen en superieur in de boom te blijven zitten. Niet door paternalistisch het wel even aan te zien om als het fout gaat of ze er niet meer uitkomen, het roer minzaam weer over te nemen vanuit de eeuwige gelijk van de eigen wijsheid.

Goedbeschouwd is de linkerflank van het politieke spectrum – in ieder geval in Hongarije – de conservatieve, behoudende kant geworden. Ook al weten we dat het niet haalbaar is, dat er discrepantie is tussen wens en uitvoering, toch willen we vasthouden aan zekere normen en fatsoen. We zijn bang, dat als ook wij uit onze onderbuik gaan spreken, we de controle verliezen. We zijn dus feitelijk behoudender en angstiger dan rechts.

Zou het?

Hoewel Herodus een wrede koning is geweest, heeft de kindermoord op de baby’s van Betlehem – waar iedereen hem van kent – waarschijnlijk nooit plaatsgevonden. Dus wat voor argument was dat eigenlijk, van die Trencsényi?

Zwarte Vrijdag (voor de democratie): 20 uur!

DrosteOp het gevaar af dat u volledig vastgeroest bent (hier of daar), toch even deze vraag: hoeveel tijd kost het u nou eigenlijk, dat autoritje van Hongarije naar Nederland of Belgie? Juist! Dat valt feitelijk best mee. Afgelopen vrijdag deed ik het echter in maar liefst 20 uur! Zonder substantiele pauzes (behalve tanken). Hoe kon dat? Wat was dat?

Natuurlijk is het iemands schuld. En we weten allemaal dat Turkije op dit moment erg de schijn tegen heeft. De rafelrandjes van de beschaving, waar de vijand van je vijand je vriend is, dat is de plek waar geschiedenis gemaakt – of gebroken – wordt. En nu wil Turkije dan weer vriendjes worden met Rusland, blijkens de excuus-brief van Erdogan. En houden ze zich niet aan de afspraken over de behandeling van ‘onze’ Syrische vluchtelingen – tegen de verwachtingen van Brussel in. En zijn er nog zaken als het neerslaan van dissidente geluiden uit de pers in Turkije, of juist het ronselen van Turkse staatsburgers in den vreemde als sociale media-soldaten (verklikkers) voor het glorieuze vaderland. Alles bij elkaar krijg je er jeuk van! Zelfs voor geschiedenisprogramma OVT is het genoeg om met zevensmijlslaarzen op de wij-zij –toer te gaan met de volgende stelling: “Turkije is weer een gevaar voor Europa!”

Nou, ik doe mee! Want ik heb ze gezien! Het waren hordes! Zwermen! Honderdduizenden! Als sprinkhanen. Nu toevallig de goede kant op, maar praat me er niet van! Vanaf Keulen naar beneden van begin tot eind tussen de impulsieve euro-zuiderburen in (ooit) blitse Audi’s en BMW’s, of zwarte mercedessen – maar vooral in heel grote Alhambra’s en Sharans in Duitse en Belgische, later ook Zwitserse en Franse nummerborden. Twee auto’s hadden geplastificeerde handtekeningen van Ataturk op de achterruit. Hoe verder we kwamen, hoe erger het werd: allemaal stroomden ze samen naar die ene hoofdslagader door Europa: Regensburg-Passau-Wenen-Boedapest en verder naar hun beloofde land …

Allemaal goed en aardig, denkt u wellicht, maar dan hoeft het toch nog geen 20 uur te duren, wel? Zoveel kunnen het er nou toch ook weer niet zijn geweest? Jawel, zeg ik dan onverzettelijk, want ze houden links. Ze manoevreren zich massaal op de linkerweghelft, vormen kolonnes van honderden meters geduldig uitrijdende afvalbakken die nog langzamer gaan dan de twee vrachtwagens op de rechterhelft, helemaal vooraan. En maar spookfiles veroorzaken! Want ze zijn zo ontzettend hypernerveus, de Turken. Ze remmen voor elke scheet van elke weggebruiker voor, achter, naast of onder hen. We hebben meerdere keren minutenlang achter elkaar he-le-maal stil-gestaan voor een wegversmalling – een paar honderd meter verderop! Van twee rijstroken naar één! Hoe dat kon, was echt het raadsel van de nacht. Ritsen?

Niets anders dan wat in Nederland vaste prik is, zegt u? Dat waag ik te betwijfelen! Ten eerste was dit in Duitsland en ik heb het gezien: de Autobahnmoral was totaal weggespoeld (onderweg zegge en schrijve één politiewagen gezien heb die ergens langs de weg stond te koekeloeren om een oogje in het zeil te houden). Dan zijn ze ineens geen Duitsers meer! Dan gedragen ze zich ineens weer alsof ze thuis zijn, alsof er op de bewuste rechterhelft nog karren, onverlichte koeien en – wie weet? – tanks rijden of staan. Of, net zo aannemelijk, alsof hun libido zwaar gekwetst raakt als ze zich ooit eens per ongeluk op die bewuste rechterweghelft mochten durven vertonen …

(Bij wegwerkzaamheden in nachtelijk Oostenrijk gingen ‘ze’ allemaal de kleine linkerbaan op, natuurlijk. De vrachtwagen die rechts moest houden, een paar verdwaalde Oosterijkers en enkele echte buitenlanders (waaronder ik dus) reden het rechterbaanvak in en daar haalden we er gedurende 8 kilometer wel honderden in. Het mooiste moment van de nacht.)

Erdogan schijnt te hebben gezegd dat democratie een bus is waar ze in kunnen stappen op weg naar het doel en weer uit kunnen stappen als ze er zijn. Mijn eerste neiging was dan altijd om het om te draaien maar dat is in dit soort aangelegenheden bij lange na niet genoeg meer!

 

 

Koopt Hongaarse sinaasappels!

paardjes_smallCBA-winkels ontwijk ik van nature. De verkeerd-intieme, dorps-stoffige sfeer die daar hangt. De uitgezakte cassieres die daar al sinds de wende van 1989 zitten. Verschrompelde appeltjes (Daar zit juist smaak aan!) Winkelen daar was nooit een vreugdevolle ervaring en dat is er – sinds de coming-out van de PonyBoys-uit-Lajosmizse – zeker niet beter op geworden.

De laatste keer dat ik er kwam moest ik een Magyar Narancs hebben. Want die ligt daar nog wel. Op het omslag prijkte de foto van Orbán met het Hitlersnorretje van prikkeldraad. Wat er allemaal door me heen ging toen de cassiere haar woordenloze afkeuring liet blijken, weet ik eigenlijk nog steeds niet. Feit is dat ze me daar sowieso al nauwelijks groetten, dat zal nu wel helemaal gedaan zijn (tijdens de handtekeningen-campagne tegen vluchtelingen-quota, vlak voor de winkel, lieten ze me ook al helemaal links lopen: ze kunnen schijnbaar zien dat ik niet uit het juiste hout ben gesneden).

Waarom heb ik die Magyar Narancs daar gehaald? Misschien was er in mijn favoriete winkel – ja, die ja – geen meer voorradig? Misschien was het ook wel een daad van democratie – avant la lettre! Want dat schijnt nog te bestaan: de Magyar Narancs zegt het later zelf, in het redactioneel. Het komt erop neer, dat, ook al is er geen politiek alternatief voor de partij die nu ons leven beheerst, er wel een alternatief is voor niets doen. Dat is de vrije meningsuiting, de kritische instelling, de bewuste keuze. Dat zijn de dokters die protesteren tegen de omstandigheden in de gezondheidszorg, de psychologen die in het geweer komen tegen de ongefundeerde en vrouwonvriendelijke uitspraken van een vakgenoot, initiatieven  rond (benoemingen in) het onderwijs in Miskolc (Herman Ottó Gimnázium) en Kecskemét (Bányai Júlia Gimnázium).

“Het is zichtbaar dat verschillende vakgebieden niet alleen de problemen ervaren, maar ook dat ze bereid zijn ertegen te demonstreren, als dat mogelijk is met waardigheid en zonder partij-politieke connotaties. Desalniettemin is dit  – het afwijzen van schimmige onderhandelingen en het afwijzen van directieven, het aangaan van het open debat en het manifesteren van professionele inzichten wel degelijk politiek. Het bericht dat er vanuit gaat is dat we in een democratie leven en dat de overheid nog steeds niet alles kan uithalen.”

(Mancs)

Belachelijk eigenlijk dat dit nog opgeschreven dient te worden. Triest dat de Magyar Narancs dit nu al jaren moet voorhouden aan een – wie weet – steeds minder vatbaar publiek. Maar hoe mooi, eigenlijk, dat een blad dat zo’n achterhoedegevecht voert,  daarnaast nog steeds in staat is meer dan de helft van de kolommen voor positieve thema’s (trends in de samenleving, boeiende mensen, kunst, etc) in te ruimen. Want dat is haast net zo belangrijk als de participatieve, de ‘echte’ democratie: je niet laten vergiftigen.

Het schijnt dat de functie van propaganda niet het kweken van een alternatieve waarheid is maar het verdoezelen van de scherpe blik.

Hulde!