Tag Archives: Fidesz

Verkiezingen 2018: het jachtseizoen is NU geopend!

ongersman.nlDe afgelopen week werd bekend dat de Jobbik, vanwege ongeoorloofde campagne-financieringen, een boete opgelegd heeft gekregen van 662 miljoen forint (ruim 2 miljoen euro), zonder mogelijkheid tot beroep. De ÁSz, zeg maar de Rekenkamer, had bepaald dat de steun die de partij ontvangen heeft tijdens de vorige verkiezingscampagne in 2009/2010, de regels heeft overschreden. Het gaat over de reclame-diensten die Lajos Simicska ter beschikking heeft gesteld. De boete, zo stelt het Jobbik bestuur, kan de partij ten gronde richten. Er is dan ook een inzamelingsactie begonnen die na vijf dagen 27 miljoen heeft opgeleverd.

Op as vrijdag (15 december) volgt er een ‘pro-Jobbik’ demonstratie in Boedapest, tegelijkertijd een belangrijke test voor de bereidheid tot samenwerking onder de oppositie: in hoeverre dienen ze deze partij te steunen. Iedereen lijkt wel wat anders te zeggen, waarbij de één stelt met het meedemonstreren niet zozeer voor Jobbik, maar vooral voor naleven van rechtsstaatprincipes te demonstreren (a la Voltaire en vrije meningsuiting voor iedereen), de ander wonderwel juist in dit geval de regels van de rechtsstaat meent te moeten eerbiedigen en de acties van Simicska niet ongestrafd meent te willen laten (Kétfarkú Kutyapárt). Momentum en LMP gaan overigens wel, MSZP, DK en PM gaan niet demonstreren aan de zijde van Jobbik.

Even terug naar wie er van de partij zal zijn in 2018:

Van de MSZP zei de vorige MSZP-lijsttrekker László Botka bij zijn afscheid dus dat er buiten en binnen de partij krachten zijn die Orbán helemaal niet wensen te verwijderen. Oftewel: interne strubbelingen en achterklap tieren welig over, door en benevens de oeroude onderonsjes en eentweetjes van de politieke machtsblokken van weleer. Toch blijft de MSZP – met de Jobbik – één van de grootste oogsters van anti-Fidesz sentiment op het platteland. Maar misschien dat er nu echt een frisse tegenwind opsteekt voor Orbán: Lijsttrekker voor de MSZP, zo is recent bekend geworden, wordt de outsider Gergely Karácsony, afkomstig van de partij Párbeszéd (Dialoog) en de huidige burgemeester van het Boedapest stadsdeel Zugló, dat als één van de weinige qua burgemeester niet in handen is van Fidesz.

In 2014 behaalde Összefogás 2014, de alliantie van MSZP en vier kleinere linkse partijen, 38 zetels (29 voor MSZP). De overige partijen waren de volgende:

  • DK is de partij van coulissenstuk Ferenc Gyurcsány, die maar niet lijkt te snappen dat het oprollen van een systeem niet door het systeem zelf kan gebeuren
  • Együtt, de partij van Gordon Bajnai en van Péter Juhász, de laatste één van de grootste critici van het beleid in Boedapest
  • Párbeszéd, de partij van Gergely Karácsony
  • En de MLP, de Hongaarse Liberale partij van oudgediende Gábor Fodor (ex-Fidesz, ex- SzDSz)

De LMP is al sinds 2009 een volwaardige alternatieve partij die een frisse wind probeert te laten waaien. Kopstukken zijn de onvermoeide Bernadett Szél en de anti-corruptie-held (ook ex-Fidesz, geen slechte combinatie) Ákos Hadházy. Ook PM’ers Gergely Karácsony, Timea Szabó en Rebeka Szabó, en Együtt-kopstuk Péter Juhász behoorden ooit tot LMP; András Schiffer is in juni 2016 als leider van de LMP gestopt. Mogelijk vanwege dit roerige verleden staat het LMP bestuur niet erg te trappelen om nauwe samenwerking aan te gaan met andere partijen: ze hebben hun kieslijst al ingeleverd. Echter, zolang het de Fidesz lukt deze partij in de hoek van de hashkikkers en van vluchtelingen- en transgenderknuffelaars te duwen, hoeven ze hun tong alleen in het parlement te vrezen – en dat haalt de televisie toch maar zelden.

Momentum, tenslotte, is een interessante nieuwkomer deze keer met als leider András Fekete-Győr. Een zeer jonge, op Europa gerichte beweging en partij waarbij Fidesz flink moeite heeft ze aan te pakken. Hun voorlopige hoogtijdagen beleefden ze begin 2017 rond het referendum over de Olympische Spelen, waarbij ruim de benodigde hoeveelheid handtekeningen (266 duizend) op werd gehaald voor het houden van een referendum – wat op zichzelf al een behoorlijke presatie is – waarna de regering de eer aan zichzelf hield en verkoos af te zien van het willen houden van de Olympische Zomerspelen 2024. Sindsdien versterkt Momentum de regionale en lokale basis en hebben ze aangekondigd mee te willen doen aan de verkiezingen in 2018.

ongersman.nl
Bron: Republikon / 24.hu

Hoe zit het met de populariteit van de diverse politieke partijen? Volgens 24.hu staat de oppositie er helemaal niet rooskleurig op. Onder de stemmers met partijvoorkeur groeit de populariteit van Fidesz alleen maar. De overige partijen wisselen wat zetels, Jobbik verliest. Maar uiteindelijk moet natuurlijk de grote overgebleven groep van zwevende kiezers – 40% – de doorslag gaan geven.

Geen wonder dat de campagne dus hard gespeeld gaat worden.

  • Jobbik gebruikt nu merkwaardig genoeg de in wezen diep anti-fascistische slogan “Vandaag zijn wij aan de beurt, morgen jullie!”
  • Fidesz is hard bezig om Gergely Karácsony (zie onder) in de zeik te zetten (bij Origo verscheen een tape-opname waarin hij stelt dat hij ‘het kan missen als kiespijn’, die lijsttrekkersrol)
  • LMP heeft een lijst uitgedeeld met de criminele activiteiten waarvoor de Fidesz-coryfeeen vervolgd zullen gaan worden, na de verkiezingen

Blijft over de vraag hoe de oppositie nu de meeste kans heeft om een klap uit te delen, straks over een maand of vier.

Volgende keer: campagne voeren in tijden van cynisme.

Hongaarse verkiezingen 2018: oude zakken OK – goede wijn ver te zoeken

In het voorjaar van 2018 – precieze datum nog onbekend – is het weer zover. Hongarije mag naar de stembus. De grote vraag is natuurlijk of de parlementaire hegemonie van Fidesz-KDNP deze keer wel gebroken kan worden, en hoe dan? Tijd om de balans op te maken en de kaarten te schudden!

Echt overzichtelijk is het speelveld momenteel niet. Waar Fidesz-KDNP vanuit een relatief comfortable positie zich al heeft gepermitteerd een weinig opzienbarende kieslijst in te dienen, lijken bij de oppositie de gelederen slechts in één opzicht gesloten: Orbán moet weg. Hoe, dat is dan natuurlijk vers twee.

Hoe zat het ook al weer met die verkiezingen?

Zoals bekend begon de echte opmars van Fidesz-KDNP in het jaar 2010. In dat bewuste revolutie-jaar, zoals Fidesz het graag betiteld, behaalde de partij 53 % van de stemmen en 68 % van de zetels. Dat was nog met het oude twee-rondes systeem, dat ook toen al trekjes had van the winner takes it all.  Zo populair is Fidesz in ieder geval sindsdien niet meer geweest, al zul je dat aan hun zetels niet snel merken.

De tweederde meerheid heeft Fidesz in de eerste jaren effectief ingezet om, onder andere, het kiesstelsel grondig te renoveren. De twee rondes werden afgeschafd, het totaal aantal zetels ging van 386 naar 199, de verhouding tussen direct verkozenen van districtlijsten en de toegevoegde zetels van de landelijke (compensatie-) lijsten veranderde en al met al werd het nieuwe stelsel er één met het oog op ‘de gevestigde macht houdt het all‘. Lang is er gedokterd, vooral, ophet optimale aantal en de optimale vorm en samenstelling van de kiesdistricten.

In 2014 haalde Fidesz met 45% van de stemmen dan ook nog steeds 67% van de zetels tegen de overige partijen met 55 % van de stemmen dus 33%. De tweederde meerderheid in het parlement raakte Fidesz-KDNP in 2015 echter kwijt, vanwege plaatselijke verkiezingen voor twee tussentijds vrijgekomen zetels. De zetels gingen allebei naar de Jobbik.

En dan nu wat over het wat nu menu!

Om Fidesz KDNP te kunnen verslaan is derhalve meer nodig dan veel splinterpartijtjes met mooie namen. Zeker gezien de extra complicatie dat de kiesdrempel voor een enkele partij op 5% ligt, maar bij lijstverbindingen van 2 alweer op 10%, en van drie dus op 15%. Pogingen tot het maken van lijstverbindingen en andere samenwerkingsverbanden zijn dan ook al zo oud (en vaak onvruchtbaar) als slechte wijn zelf. Verder ligt de lat nu ook hoger: niet alleen de poppetjes van Fidesz dienen te worden verslagen maar ook het stelsel van bovengenoemde electorale loopgraven waar Fidesz zich zo comfortabel in heeft weten te nestelen.

MSZP, DK, Együtt PM en de Liberalen hadden in 2014 de Összefogás 2014. Deze lijstverbinding kon toen rekenen op flinke belangstelling van de kiezers – een kwart van de stemmen en eenvijfde van de zetels. Na de verkiezingen viel het verband weliswaar weer uit elkaar maar de wil om samen te werken blijft aanwezig. Puntje van aandacht met deze club is wel, dat er bij de overige oppositiepartijen hardnekkige twijfels blijven over de daadwerkelijke bereidheid offers te brengen om het systeem te veranderen. We hebben het hier natuurlijk wel, o.a., over de MSZP, de opvolger van de oude communistisch-socialistische partij van weleer en de DK, de kloon-partij van diens favoriete kroonprins Ferenc Gyúrcsány. Corruptie onder MSZP-gelieerde regeringen was vroeger ook zeker niet onbekend. En een naar en uiterst besmettelijk aspect van het aloude ping-pongmodel van de Hongaarse politiek blijft nu eenmaal het fenomeen dat policiti van beider pluimage geleerd hebben om de oppositie mee te laten delen in de (corruptie-) opbrengsten, bijvoorbeeld om toekomstige bijltjesdagen te voorkomen. Dat de partijen van Összefogás 2014 het roer graag over zouden willen nemen zal best maar strafrechtelijke vervolging voor de enorme verduisteringen en malversaties die er de afgelopen acht jaar zijn opgetreden staat niet erg hoog in hun vaandel.

Hoezeer Fidesz ook haar best doet om het tegendeel te bewijzen, een dergelijke erfsmet lijkt minder van toepassing op de Jobbik. Natuurlijk is ideologisch niet elke partij ervoor te porren maar het belang van Jobbik bij het omverwerpen van het door Fidesz opgebouwde systeem is ontegenzeggelijk cruciaal. De partij staat aan rechterzijde van Fidesz en melkt aldaar de publieke weerzin tegen de omvangrijke corruptie en de onverkorte verpatsing en uitverkoop van het ‘vaderland’. Jobbik had in 2014 in absolute getallen iets minder dan de helft van het aantal kiezers dat Fidesz had en is in het parlement op dit moment de grootste oppositiepartij met 24 van de 199 zetels. Jobbik is als een pitbull die geen gelegenheid onbenut laat om de Hongaarse bevolking erop te wijzen hoe corrupt en hypocriet Fidesz bezig is. En met de afvallige ex-Fidesz media-tycoon Lajos Simicska (Magyar Nemzet Online, Hir TV) aan hun zijde hebben ze ook nog eens een aardig bereik bij de kiezers. Feitelijk is dit Fidesz’s meest gevreesde tegenstander.

In kort bestek ligt de wei dus helemaal open voor een twee-flanken aanval. Bijvoorbeeld, aangaande vluchtelingenbeleid. 1) Wie dol is op vluchtelingen of ze gewoon als mensen zou willen zien, die kan weg bij Fidesz en stemt voor een linkse partij; 2) Wie niet houdt van de dubbele moraal van Fidesz als het gaat om buitenlanders/vluchtelingen – rijke vreemdelingen (tegen betaling) wel toelaten, maar ook feitelijk naar Brusselse maatstaven ook meer asielzoekers toelaten dan je op basis van de bombastische zelfreclame zou geloven (dit is het hypocrisie-stukje, dus) die kan dus ook weg want die kan naar Jobbik! Zo simpel kan het gaan.

Vandaar dat ook Jobbik’s Gábor Vóna er regelmatig bij betrokken wordt als het gaat om strategische samenwerking om Fidesz van de troon te stoten. Prominente vertegenwoordigers van alle betrokken oppositiepartijen spelen al tijden openlijk en minder openlijk met de gedachte en de noodzaak tot nadere samenwerking. MSZP, PM en andere linkse partijen hebben alweer afspraken gemaakt. DK is wat voorzichtiger, terwijl het erop lijkt dat de echte vernieuwers op linkerzijde – de LMP en Momentum – het meest te lijden zouden kunnen hebben van al te innige samenwerking.

Maar daarover de volgende keer meer.

Central European University (CEU) strandt in illiberale wateren

ongersman.nlIn de jaren negentig was de Central European University een natuurlijk kenniscentrum voor (naar toenmalige maatstaven) progressieve Hongaren en andere oost-Europeanen. En dan hoefde je niet eens in de schoolbankjes te gaan zitten. Ze hadden er stapels boeken over de geschiedenis van Hongarije en over de toekomst. Er waren manuals en pilots over het opzetten van participatieve democratie in de stugge post-socialistische landen. Je werd er wijzer over de transitie naar een markteconomie en je kreeg er materiaal over nieuwe wetgeving op allerlei terreinen (alle wetten moesten namelijk op de schop). De CEU was gewoon de plek om mensen tegen het lijf te lopen die met dezelfde problemen (“uitdagingen”) bezig waren als jij, en het leek alsof vrijwel heel oostelijk Europa toen met dezelfde dingen bezig was.

Dat de CEU de toetreding tot de EU mede mogelijk heeft gemaakt, lijkt me een understatement. Mensen uit tientallen landen (de “CEEC”) van de Baltische staten tot aan Georgie, maar bijvoorbeeld ook uit Nederland – haalden er een prestigieuze maar vooral nuttige masters-opleiding. Elk jaar werden er nieuwe bestuurders, advocaten en wetenschappers klaargestoomd om hun thuislanden – na het uiteenvallen van het oostblok en de USSR – onder handen te nemen.

Leve de Amerikanen!

Over wat de CEU de afgelopen tien jaar heeft beziggehouden, weet ik minder te vertellen. Het heeft er alle schijn van dat ze voort zijn gegaan, op Karl Popper’s koers in de richting van de Open Society.

De CEU zal zich in die zin ongetwijfeld verder hebben gepositioneerd als centrum van vrij denken en communiceren, als een bastion tegen oprukkend populisme. Wie kan dat ze kwalijk nemen?

Dat Fidesz de universiteit de wacht aan wil zeggen heeft alles te maken met George Soros. De Open Society is zijn geesteskindje. Fidesz is overduidelijk al enige tijd zo ver, dat ze zich permitteren zichzelf illiberaal te noemen. Om zich als proto-facistische partij te kunnen handhaven, bestempelt Fidesz steeds openlijker haar ‘eigen’ kernwaarden – conservatief, nationaal, gezin, geloof – als de enige zinvolle, waardevolle waarden die in Hongarije getolereerd kunnen worden. Academische vrijheid, vrijheid van pers, opleiden tot kritisch denken passen daar niet bij.

Vandaag zal de wet waar wereldwijd tegen geprotesteerd wordt, door Fidesz in een versnelde procedure in het parlement in stemming worden gebracht. Daarmee wordt het de CEU – middels enkele regeltjes en trucjes – onmogelijk gemaakt in Hongarije te blijven functioneren.

Ik geloof dat dit laatste signaal – laatste in een steeds toenemende reeks van alarmerende signalen die Fidesz nu al 7 jaar afgeeft – werkelijk allerlei grenzen van betamelijkheid overschrijdt. Grenzen die door een gezonde democratische Europese gemeenschap, een pluriforme samenleving, nog als zodanig herkend dienen te worden.

De Fidesz-partij berokkent de parlementaire democratie al jaren ernstige schade. Niet alleen door de geinstitutionaliseerde corruptie en door het eigenmachtig optreden van incompetente bestuurders die grossieren in beoordelingsfouten en onjuiste afhandeling van verantwoordelijkheden, maar zeker ook door te zagen aan het beginsel van de scheiding der machten. In deze laatste fase spelen ze meer en meer voor eigen rechter en treffen daarbij steeds minder tegenstanders tegenover zich. Het uitschakelen van de CEU is daarbij een dubbele slag omdat de CEU één van de weinige plaatsen was waar nog tegengeluiden vandaan kwamen.

Hierna volgt nog een belangrijke wet – die op de civiele organisaties. Deze zullen zich voortaan dienen te registreren en ook zullen ze openheid moeten geven over hun achtergronden, doelen en bronnen. Het had positief uitgelegd kunnen worden, deze volgende geplande maatregel, maar Fidesz lijkt dat station – het voordeel gunnen van de twijfel – nu definitief opgeblazen te hebben.

Het gaat echt de verkeerde kant op in Hongarije.

 

 

 

Het Orbán-systeem door Péter Tölgyessy, interview met Olga Kálmán

ongersman.nl

Tölgyessy Péter was te gast bij het nieuwe programma van Kálmán Olga, Egyenes. Tölgyessy was gedurende de Omwenteling in Hongarije, 1989, lid van het Ronde Tafel-genootschap, werd later belangrijk politicus van de SZDSZ, voorzitter van die partij en kamerlid tot 1996, toen hij partij verliet uit onvrede met de koers. Van 1998 tot en met 2006 was hij kamerlid voor Fidesz. In 2006 stelde hij zich niet meer verkiesbaar en trok zich terug uit de actieve politiek. Als medewerker van de Hongaarse Academie voor de Wetenschappen, MTA, houdt hij zich bezig met de grondwettelijke continuiteit sinds de Omwenteling en andere gerechtspolitieke onderwerpen.

Hier volgt een verslag van het gesprek.

——————————————

Kálmán Olga: Na de verkiezing van de president van de republiek, gisteren, verklaarden de verliezende politiek partijen dat ze eigenlijk uit symboliek achter de tegenkandidaat stonden, klopt dat, Péter?

Tölgyessy Péter: De president zegt weinig maar als hij wat zegt, dan heeft dat gewicht. Sinds 2010 werkt het niet meer zo, men lijkt het idee te volgen dat ‘Hongarije maar klein is’, zodat ‘één slim persoon genoeg is’. De Ministerpresident wil vaak ook de symbolische leider zijn van het land. Schmidt Pál was geschikt voor die ondergeschikte rol. Áder János, de volgende, is een oude makker van Orbán, die zich op zich wel identificeert met het systeem, maar regelmatig, al is het met kleine gebaren, laat zien dat hij het niet helemaal eens is met de gang van zaken. Wat dat betreft klopt het dat er sprake van was dat Orbán hem wilde omruilen. Maar dat heeft hij niet gedaan, hij leert zo zijn eigen systeem ook kennen. Door de acties van Áder wordt het systeem intelligenter, dat heeft Orbán ingezien. Hij krijgt terugkoppeling en daarbij krijgt het systeem ook een menselijk gezicht.

KO: Wat is dat systeem van Orbán?

TP: In Hongarije heeft de overgangseconomie gefaald. De hoop van 1989 is niet ingelost. We zijn als land gefrustreerd en vol met haat. De deelname aan de verkiezingen bij ons was veel lager dan in de ons omringende landen met vergelijkbare achtergronden. Vanaf het begin af aan al en dat is er niet veel beter op geworden. De participatie van de kiezers ging achteruit tot 43% in 2002. In 2006 begaf, zoals we weten (noot: rellen rondom Gyurcsány) de politiek zich op straat. Orbán heeft vanalles veranderd aan de grondwet en staatsinrichting, veel doet niet ter zake, maar de essentie is dat het systeem nu in beton gegoten is.

KO: Kunnen we dat zo zeggen?

TP: Er zijn twee succesvolle cycli geweest en als we de aanwijzingen mogen geloven – de peilingen, de toestand van de oppositie – dan zien we dat een volgende cyclus waarschijnlijk is. Maar niets is zeker, natuurlijk en Orbán weet dat hij elk moment gevaar loopt eruit te verdwijnen. Het spant er voortdurend om, want als er ooit weer een nieuwe regering komt, dan komt er ook weer een nieuw systeem. Het komt vaker voor dat leiders in deze streken met helicopters moeten vluchten. Orbán bouwt geconcentreerd zijn regeringsperiode op, naar de volgende verkiezingen, met inbegrip van de economische omstandigheden. Op het einde komt natuurlijk alles fijn bij de kiezers terecht. Hij geeft geen kans weg, hij houdt voortdurend de oppositie en de pers onder de knoet, want hij voelt dat hij weliswaar niet lijkt te kunnen worden afgelost, maar als het toch eens mocht gebeuren, wat dan?

KO: De participatie is laag en dat geeft aan dat het land niet democratisch werkt. Betekent dat nu dat Orbán dat heeft ingezien en bedacht heeft dat de slachtoffers van de situatie met zijn mooie woorden voor zich heeft kunnen winnen of heeft hij ingezien dat de situatie slecht was en wilde hij daar vervolgens echt iets aan doen?

TP: Waarschijnlijk denkt hij zelf het laatste, maar wat er gebeurd is, is dat hij vooral wilde slagen. Hij wilde succesvol worden. Al vanaf het begin werd de toestand in de gaten gehouden. In 1989 was hij progressiever dan de LMP nu. Toen kwam het trauma van 1994. Volgens de peilingen zou Fidesz gaan regeren. Alles wees erop. En toch hebben ze de verkiezingen toen verloren. Hij kwam tot de conclusie dat het westerse model, het consensusmodel, niet toepasbaar was. Dit land heeft figuren nodig als Horn (noot: toenmalige politiek leider van MSZP). Dat heeft hij ingezien. Wat we nu het Orbánisme noemen, hebben het land en Orbán samen gedaan. In 2009 hebben Amerikanen in de hele regio gemeten wat mensen vonden van hun situatie. Bij ons was de teleurstelling het hoogst. Op dat moment wist Orbán nog niet hoe zijn systeem eruit zou zien maar hij had wel overduidelijk in de gaten dat het westerse voorbeeld gefaald had. Hongarije was achtergebleven, er was iets anders nodig en dat heeft hij gedaan. Met dat alternatief heeft hij succes bereikt. Twee verkiezingen op rij is het succes geprolongeerd. Het was het resultaat van een vruchtbare interactie met de kiezers, dat is het geheim van zijn succes. Hij heeft een beeld aangereikt hoe dit land eruit moet gaan zien, een omvattend beeld, hoe Hongarije kan slagen. En dat zo, dat wij zelf niet schuldig zijn eraan –

KO: Dus hij was op zoek naar een zondebok?

TP: Ja, maar dan met enorme doorwerking. 25 jaar lang kwamen ze geen stap verder dus hij heeft twee dingen geleverd:

  • een verantwoordelijke aangewezen
  • de mythos, het verleden om kracht uit te putten

Het is niet voor niets dat sport zo’n fijn alternatief is. Dat ze massaal stadions zijn gaan bouwen. Denk aan het succes tijdens het EB vorig jaar. Heel het land was happy. En dat kan veel goedkoper dan het reorganiseren van de gezondheidszorg.

KO: Maar als Orbán steeds iemand anders aanbiedt als zondebok – de EU, Gyurcsány, Soros, immigranten – dan komt de kiezer daar toch een keer achter?

TP: Niet direct. Er zijn ook resultaten. Fidesz heeft het een en ander bereikt. Vorige leiders zaten voortdurend onder het juk van internationale leningen. Orbán heeft dat afgelost en is onder het juk vandaan gekomen. Met als resultaat autonomie. Klopt dat er daardoor minder geld beschikbaar is. Horn leefde nog heel erg op de pof en moest dan ook buigen voor het IMF. Orbán hoeft dat niet meer. Bokros (noot: oudpremier uit 90’er jaren) heeft dat ook geprobeerd, maar bij hem ging het fout. Te veel weerstand en onvrede. Orbán gaat intussen verder met het uitdelen van geld, maar dan anders dan voorheen. Hij gebruikt niet zozeer overheidsgeld om te verdelen, maar geeft liever het geld van ‘anderen’ aan de ‘goeden’. Het geld van nutsbedrijven aan de mensen (Rezsicsökkenés, verminderen van vaste lasten). Het geld van banken aan mensen (Devizacsökkenés, verminderen van aflossingstarieven), arbeiders krijgen geld van hun bazen. Ik heb daar nog eens een eclatant voorbeeld van meegemaakt. Er was overeenstemming bereikt tussen de werkgevers en werknemers – 6% loonsverhoging, komt ineens de regering ertussendoor: 25% verhoging. Het systeem heeft niet alleen altijd een zondebok paraat, maar ook manieren om vermogen van ‘slechten’ naar ‘goeden’ te sluizen. Daar horen ook bedrijven, persorganen, noem maar op bij, die afwisselend heen en weer worden geschoven, afgeremd of ondersteund. Liefst ten bate van een van de ‘onzen’ van Fidesz, maar het kan ook aan de rest van de bovenste middenklasse. Aan het eind van de cyclus krijgt arm Hongarije ook wat, maar dorpsbewoners hebben natuurlijk niet veel gasverbruik. Er wordt overal geld verdeeld.

KO: De armsten krijgen niet veel, hoe kan het dat het kamp van ontevredenen niet groeit, er zijn veel armen in het land?

TP: Armen zijn zelfs achteruit gegaan. Maar ze leggen het politieke verband niet. Ze gaan niet stemmen of ze kunnen worden gekocht met wat brandhout of etenswaren. Klinkt cynisch maar zo werkt het. En ze geloven dat het goed is voor hen, dat krijgen ze continu op tv te zien. Straks krijgen zij het ook beter, geloven ze. Maar het systeem is alleen geinteresseerd de upper 15% aan te laten sluiten bij het westers leefniveau.

KO: Want zij laten hun stem horen …

TP: Ja. Ons onsuccesvolle land kent een afwijkende economische cyclus. Toen het westerse model werd geintroduceerd volgde al snel de mislukking. Toen volgde een tegengestelde reactie met ander beleid, andere verdeelsleutels en interne steun aan de groepsleden. Dat waren reflexen, maar er zitten ook innovatieve en creatieve elementen in. Orbán is in hoge mate in staat het land te verdelen. Volgens zijn volgelingen is hij groter dan Kossuth, meer van het kaliber Sint Stefan. Tegenstanders zien dat precies omgekeerd. Maar buitenstanders erkennen dat wat hij doet, uiterst intelligent is.  Veel intelligenter dan hoe ze het in Polen doen, bijvoorbeeld. Orbán wil politieke stabiliteit bieden. Dat is gelukt. Afgelopen eeuw zijn bij ons (in Hongarije) de succesvolle systemen, meestal systemen geweest die politieke stabiliteit boden. Maar dat deelsucces ging vrijwel nooit gepaard met een goed resultaat, met een succesvol doel dat bereikt kon worden; hun opvattingen leiden zogezegd nergens toe. Dat Orbán op basis van vriendjespolitiek en niet op competentie mensen benoemd, bijvoorbeeld, dat werkt niet. De boodschap die daar vanuit gaat is ook verkeerd: je hoeft niet te voldoen aan economische wetten, maar aan die van de hierarchie. Maar je ziet het niet aan de resultaten: Hongarije heeft precies een anticyclische economische ontwikkeling laten zien. Eerst was de economische groei laag onder het juiste model, nu is het beter geworden – zij het onder een totaal ongeschikt model. Dus het effect is niet zichtbaar geworden voor de kiezer. Dat is een mazzeltje voor ze en Fidesz kan zich het huidige resultaat toerekenen.

KO: Als het zo cyclisch is en blijft, hoe lang houdt zo’n systeem stand en wat kan het omgooien?

TP: Meestal gebeurt dat door een internationale trend, vooral voor de Hongaarse werkelijkheid. Onze werkelijkheid was dat er een oppositie was, dat de macht niet kon worden gewisseld, etc de oppositie heeft maar één keer gewonnen van de politieke tegenstader en die afgelost zonder diepgaande veranderingen in de structuur: dat was in 1905. Dat is dus geen model voor ons. Hier verdwijnt een systeem in zijn geheel, op instigatie van internationale gebeurteniseen, met de oppositie samen. Ze horen bij elkaar, netjes afwisselen komt niet voor. Misschien dat het nu anders wordt, maar aangezien Orbán nu heel stevig zit, en positieve terugkoppeling krijgt in Europa en ook de VS, lijkt het erop dat dit behoorlijk massief zal blijken te zijn.

OV is heel slim, en brengt de twee tegengestelde tradities voortdurend in conflict. Hij cultiveert de tegenstelling, de zogenaamde ‘kurucus’ weerstand van weleer. Hij zegt vaak: Hongaren zijn altijd ontevreden, die woede projecteert hij op anderen, op externe partijen. Het volk denkt een krachtig leider nodig te hebben. Hij laat het volk buigen voor hem (noot: hier lijkt hij een mengsel van angst en ontzag te bedoelen) – en de oppositie heeft geen kracht iets daar tegenover te stellen.  De oppositie is daarbij ook onderdeel van het systeem zelf. Als een soort ‘over de band spelen’ bij biljarten. Hier geldt ‘verdeel en heers’, ook als het gaat om pers, de functie blijft intact en hij gebruikt de tegenkrachten, als een goed tuinman: als iets of iemand te gevaarlijk wordt, dan het mes erin en dan worden die hulpbronnen naar iemand anders toegespeeld.

Hier is links ten dele ook verantwoordelijk voor, want die heeft de jonge instroom veronachtzaamd, die zitten nu in het kamp van Jobbik, eventueel bij de LMP. Het is gelukt om de linkse krachten te demoniseren. Links is de satan, maar die kan wel worden overwonnen. Links versterkt dus met haar aanwezigheid het Fidesz-kamp, en dat ze fantastisch, meespelen in de Fidesz spelletjes.

Maar het systeem is nerveus en reageert erg snel, soms te heftig. Van Kádár, in 1988, dacht ook iedereen dat die vastgeklonken zat in de macht. Maar binnen een jaar was hij helemaal verdwenen.

KO: Wanner kan worden verwacht dat het zaakje op de helling gaat?

TP: Dat zullen internationale ontwikkelingen moeten worden. In 2010 heeft Orbán enorm veel risico gelopen. Het was niet zeker dat het zou gaan lukken wat hij wilde. Hij had gedurende zijn hele carriere opgelet, dingen geleerd in de lokale politiek en tijdens de jaren daarvoor, maar het was niet zeker dat dat wat hij had geleerd in het dorp, bij wijze van spreken, ook daarbuiten aan zou slaan. De EU was sceptisch, de VS golden toen nog als uitgesproken kritisch naar zijn bewind, het kwam er echt op aan of zijn politieke intuitie klopte. Maar inderdaad, die heeft geklopt. En de trends sindsdien hebben hem alleen maar nog meer rugwind gegeven.

KO: welke trends?

TP: Dat de middenklasse – mondiaal – erop achteruit gaat. Vroeger leefde iedere nieuwe generatie beter dan haar ouders. Dat is het geheim van het Amerikaanse wonder. Nu is dat minder geworden, de samenlevingen groeien uit elkaar, de tegenstelling tussen rijk en arm neemt toe. Middenstanders worden onzeker. En dan komen er politici die zeggen:? ‘Jullie hebben gelijk!’ De rol van de media is ook veranderd, natuurlijk, maar waar het op aankomt is dat wat de meerderheid leuk vindt, dat dat ook waar is. Veranderingen zijn onzeker. Het basisprobleem is dat de middenklasse dient te worden opgelift.

KO: Kan een nieuwe partij mogelijk de ontwikkelingen doorbreken?

TP: Nee, alleen Orbán heeft een sluitend narratief te bieden. De rest heeft niets met algemene geldigheid waar in geloofd kan worden. De rest is of gebaseerd op hele oude gedachten en tijden – a la Bokros – of een copie van Orbán’s aanpak met wat cosmetische veranderingen. Jobbik wil graag naar het midden toe bewegen, heeft het hele gedoe met de Garda en zo wat achter zich gelaten. Maar dat kan ook averechts werken. Dat Fidesz kan profiteren van die opschuiving.

Van Fidesz uit bezien, heb je links Satan en rechts het schooltje en de honingpot in één. De honing wordt verzameld in het Jobbik-kamp, totdat Fidesz de val opstelt en de aanval opent. Jobbik raakt beschadigd en de stemmen gaan naar Fidesz. Momentum is sympathiek maar geen ijsbreker. Jongeren zijn wel boos, maar dat is niet afdoende om succesvol te zijn. Ze staan ver van de kiezers. En de vraag of ze nu moeten samenwerken of niet? Momentum heeft gekozen: ik ga winnen, ik doe het alleen! Maar wie gelooft dat? Dat zijn 90 mensen, helemaal nieuw, die straks het land moeten gaan besturen …

KO: Wat is dan de toestand, hoe kan het wel? In 15 seconden graag!

TP: Er dient van buiten een verandering te komen, als de rest van Europa weer bijtrekt, dan komt de vraag – willen we naar het oosten of naar het westen kijken – vanzelf weer op tafel.

KO: Maar wie gaat de kar dan trekken?

TP: Als de poort opent, dan komt er vanzelf wel iemand, dat was – wat je ook van hem denkt (noot: Orbán) – in 1989 ook zo. De vraag is alleen: als de poort opengaat, is het land dan klaar om de stap te zetten?

Daar durf ik niet om te wedden.

———————————

Heel Hongarije? Nee, een klein dorpje …

ongersman.nlHet zou zo maar kunnen zijn dat de EU zoals die is, haar langste tijd heeft gehad. Dat we met vernieuwd elan op zoek dienen te gaan naar sprankelende, lokale initiatieven om de weerbarstige 21e eeuw het hoofd te kunnen bieden. Een rondje langs de (bleek-)veldjes.

Biodorpen als Gyűrűfű en Gömörszőlős bestonden al in de tijd dat reizigers tussen Nederland en Hongarije nog reizigers waren. De penetrante buslucht ontvluchtend stonden ze te stampvoeten in de nacht op Rasthoff Haidt of Jura. Iets verderop werden taktieken ontwikkeld om niet door de mand te vallen op de schragen van de douane, straks. Met als gevolg dat de buslucht nog penetranter werd.

Hoe is het met die dorpen? Eerlijk gezegd weet ik het niet precies, maar ik vrees het ergste. Gezonde natuur- en milieubescherming is meer iets dat hoorde bij de verhoudingen van vroeger, bij de check ‘n’ balances in de structuren rond de MSZP, SZDSZ, MDF, en de oude Fidesz partij. Daarbij pasten zaken als de burgerinitiatieven tegen de Nagymaros-Gabcikovo dam – eind jaren 80. Later kwamen er vermetele Nationale Parken en een keur aan actieve en zelfstandige milieugroeperingen (grotendeels gefinancierd uit de milieuheffing). Je had good old SAPARD (plattelandsontwikkeling) voor wijdvertakte, edoch van een afstandje aangenaam egalitaire pogingen het grauwige platteland in een groene richting te ontsluiten en te stimuleren met extensieve landbouw, dorpstoerisme, telehuizen en fietspaden. Biodorpen pasten daar heel behoorlijk in, als pilots voor een betere wereld.

In vergelijking met die periode is wat er op dit moment gebeurt op het gebied van rurale ontwikkeling op zijn best eclectisch te noemen, op zijn slechtst niet meer dan gerommel in de marge. In Hongarije worden onder het huidige gesternte subsidies voor energiebesparing die (door de EU, wie anders) bedoeld zijn voor burgers, met voortvarendheid toegerekend aan de overheidsinstellingen (of voor altijd ontbeert). Ook nu al loopt Hongarije netjes achteraan als het gaat om subsidie voor electrische auto’s (alleen de registratie-belasting en de maandelijkse lasten worden minder, aanschafsubsidie is er niet) of zonnepanelen.

OK. Dus in het milieu hoeven we het niet te zoeken. What’s next?

Érpatak. Eén van de weinige gemeentes in Hongarije met een Jobbik (of Jobbik-gezinde) tamelijk extreem-rechtse burgemeester.

Boeiend stukje film. Officieel een trailer van een ruim 70 minuten durende film uit 2014, gemaakt door de Nederlandse Benny Brunner. Kleine noot: tewerkstelling heb je tegenwoordig overal, dat is niet zijn verdienste. Los daarvan is het beangstigend wat daar gebeurt. Behalve beelden van het optreden van de modieuze burgemeester en zijn (SS-ige) trawanten, komt ook Soros György (bij verstek al veroordeeld) even langs, alsmede de alarmerende speech van Orbán (Tusnádfürdő, juli 2014) die daar het begrip ‘illiberalis’ op de Europese (of in ieder geval Hongaarse) politieke kaart heeft gezet. Een vijand van Fidesz is al snel een vriend, maar dit dorp met zijn veldwachter/burgervader is er toch duidelijk ééntje uit de ho-ho categorie.

Stel je voor dat je woont ergens in een gemeenschap in de heuvels, niet ver van het boze buitenland (front, dmz) en dan begint zo’n eigengereide kerel de dienst uit te maken (al sinds 2008). Ga maar verhuizen! En dat lijkt ook duidelijk het plan. Nieuwe berichten spreken van een grootschalige opkoop en ontfutseling van onroerend goed (vijftig woningen) door deze burgemeester en zijn (liefdadigheids-(!)) stichtingen, zodat de range van druk- en machtsmiddelen die kan worden ingezet worden tegen de bewoners alleen maar toeneemt. Hier is één persoon wetgevende, uitvoerende en controlerende macht.

Tenslotte, dan. Om positief te kunnen eindigen wilde ik u toch een voorbeeld geven van een dorp waar de kar wel getrokken wordt door bekwame mensen. Juist!

Een fijne vlucht gewenst!

Waarschuwing: dit is geen treintafel!

 

 

 

De Hongaarse vuile was (achter de Panama Papers) – deel 1

Met dank aan / ©: 444.hu
© 444.hu

Vrijwel elke poging om in beeld te brengen wat er nu werkelijk met de geldstromen in Hongarije gebeurt, blijft een krachteloze krabbel aan de oppervlakte. De commotie rond de Panama Papers belooft op termijn een doorkijkje te geven aan de achterkant van het ongelijk, – maar hoe pak je zo’n draak nou aan de voorkant, bij zijn vele koppen?

– Moeten we op de loer gaan liggen in Felcsút?
– Moeten we alle aanbestedingen volgen van de Ministeries?
– De budgetten van alle 3000 gemeentes screenen?
– De winnaars van EU-gelden opsommen?
– De rapporten van OLAF filteren?
– De facebook-vrienden van Fidesz onderzoeken?
– De nummerborden van de luxe-suv’s in de suburbs verzamelen?

Er is bijna geen beginnen aan. Terwijl de hoofdvraag duidelijk is: in een land waar verpleegsters en dokters nog steeds tussen de 400 en 800 euro bruto mee naar huis nemen, waar werklozen en plein public voor twee keer minder dagelijks worden vernederd, in dat land, wie zijn dat toch die in al die zwembaden liggen, in de plaza’s shoppen, wie zijn dat die twee vluchten per dag naar Dubai kunnen vullen? Wie zijn dat en waarom zij?

Natuurlijk, er bestaan ook gewoon succesvolle ondernemers. Die hard werken, een betrouwbare reputatie opgebouwd hebben en goede spullen leveren voor een faire prijs. Dat in die hoek geld wordt verdient is wat anders.

Maar van het tegendeel – slechte vakmensen, veel te hoge prijzen, slechte reputatie / onverdiende opdrachten – daarvan hoor je helaas nog veel vaker. Of dat altijd letterlijk corruptie is, is vaak maar de vraag. OLAF zal er niet direct wakker van liggen zolang het niet uitdrukkelijk verboden is. Het LMP gelukkig wel: Of een pak papier van 300 pagina’s met lettertjes bedrukte pagina’s – voor het Tudás-Park project – in anderhalve maand samengesteld door een éénmansbedrijfje aan het Balatonmeer, nou echt 22,67 miljoen forint moet kosten? Dat lijkt in ieder geval stelen van gemeenschapsgeld.

Vandaag had 444.hu er ook weer eens genoeg van en kwam met een poging tot overzicht van de corruptie en andere verdachte geldzaken in het openbare leven van Hongarije.

Met hun toestemming hier de vertaling van dat artikel – eerste deel.

Nu maar hopen dat ze er iets / niets van leren.

————————————————————————————–

Waarom stelen ze toch zo ongelooflijk VEEL?

Door Kasnyik Márton

De laatste tijd zijn er zoveel gevallen van verduistering, dat er geen tijd meer overblijft om over andere dingen te schrijven. Banken, bouwbedrijven en projectontwikkelaars, onroerend goed, aanbestedingen voor media, communicatie en consultancy, sappige energiecontracten – allemaal komen ze openlijk of via een omweggetje terecht bij mensen uit de omgeving van belangrijke politici, onder aansturing van de regering. Er gaan dagen voorbij dat er wel vier, vijf van dergelijke miljardenzaken zijn waarover gerapporteerd dient te worden.

Vlak voor de val kon zelf de ethisch en vakinhoudelijk al aan lager wal geraakte MSZP van Gyurcsány Ferenc slechts dromen van plunderingen op een dergelijk grote schaal.

Deze boevenstreken zijn meestal in wettelijk opzicht moeilijk aanhangig te maken zaken (hoewel er wel eens dingen gebeuren die thuishoren in detective-verhalen, zoals bijvoorbeeld de honderd zakken baargeld van Tarsoly Csaba (Quaestor-zaak)

Er zijn speciale, legale of half-legale, methodes ontwikkeld om bedrijven en eigenaren die door de politiek zijn uitverkoren in positie te brengen, waarbij de aan hun doelen aangepaste wetgeving onbelemmerde winsten garandeert.

Er hoeft niet te worden geconcurreerd, er hoeft niet te worden gestreden om de sympathie van de consument of de klanten door goedkoper dan de concurrent betere diensten of producten aan te bieden. De regering zorgt overal voor. Als er al problemen opdoemen op het legale vlak, dan zorgen de instituten die door de partij openlijk zijn ingenomen (Openbaar Ministerie, Belastingsdienst, financiele toezichthouders, etc)dat de zaken netjes worden weggepoetst in plaats van onderzocht. Maar geen zorgen: er werken genoeg snelle advocaten in Boedapest die met hun goede adviezen er prima voor kunnen zorgen dat het nooit tot een rechtszaak zal komen!

Wat is erbijvoorbeeld gebeurd bij de kansspelen? De overheid heeft de gokautomaten verboden en vervolgens aan enkele dichtbij-staande personen het monopolie toegespeeld over het uitbaten van casino’s. En de gokbelasting verlaagd. De opbrengst voor de betrokkenen is enorm en gegarandeerd. Bij de tabak hetzelfde bekende verhaal. De verkooppunten zijn toegevallen aan personen die door de regering zijn uitgezicht, en wat de groothandel betreft krijgen de regeringsvrienden alle wind in de rug, die ze maar nodig hebben. En dit zijn geen uitzonderingen.

Waar komt toch die onstilbare honger naar dievengeld vandaan?

Corruptie is het hoofdbestandeel van de Fidesz-politiek

Vorige week heeft Lánczi András, een belangrijk ideoloog van Fidesz, iets gezegd waarbij de meesten slechts hun schouders zouden ophalen.  De gedachte past prima in de overkill aan cynische verklaringen, waarover verstandige mensen allang besloten hebben zich niet meer voor niets op te winden. Toch is het iets om even bij stil te staan.

Wat door sommigen corruptie wordt genoemd, is feitelijk het belangrijkste element van Fidesz politiek. Daar bedoel ik mee, dat de regering doelen heeft bepaald zoals de opbouw van de binnenlandse ondernemers en de opbouw van de basis voor een sterk Hongarije op het platteland en wat industrie betreft. Elke buitenlander die wil produceren en investeren, wordt met open armen ontvangen. En dan zeggen ze “Dat is corruptie!” Dat is een politiek standpunt: wat hier gebeurt is het mystificeren van het woord corruptie. (…) Het woord corruptie heeft 13, 14 verschillende betekenissen in de sociaalwetenschappen. Maar daar zit niet bij dat als men uit nationaal belang iets doet, dat dat dan meteen corruptie zou zijn.”

Een fantastische retorische vondst: het is een nationaal belang, dat bepaalde landgenoten zonder daadwerkelijke inzet miljarden in de schoot geworpen krijgen. Daarna: boem, corruptie en de versterking van de industrie zijn in feite hetzelfde, stel je voor! Hier werd trouwens ook nog door Lánczi aangegeven, dat men niet over Maffia-staat kon raten, want er zijn geen lijken: (“Wie is er vermoord, dat zou ik willen vragen!“)

Dus: als de oppositie of – in bredere zin – critici van de regering, deze regering betichten van corruptie – het misbruiken van een machtspositie met geldelijk gewin als doel – dan nemen ze die regering feitelijk haar essentiele punt van beleid kwalijk, volgens de voorzitter van de denktank Századvég. Het belangrijkste beleidsdoel van de regering is, tenslotte, het overbrengen van de beschikbare financiele middelen naar de groep van binnenlandse ondernemers, gepaard gaande met het aanpassen van de regels opdat die groep van ondernemers nog verder versterken zal. Daarbij snappen we allemaal wel, dat het beter is dat ze rustig kunnen stelen, dan dat er ook doden bij zouden vallen.

Kerényi Imre, een andere partij-intelectueel, heeft het zo mogelijk nog duidelijker onder woorden gebracht een paar weken geleden:

Maar dat is toch vanzelfsprekend, dat vrienden en familie deelnemen aan het economische leven en het politieke leven. Daarom is er die politieke strijd, welke groep controleert de bestaansmiddelen. (…) Waar gaat de politieke strijd om? Waarom? Om het bezitten van de hulpbronnen. Natuurlijk, dat de partij gunsten verleend aan haar aanhangers bij het benutten van de hulpbronnen. Laten we wel wezen: dat is de essentie van het hele gedoe.”

Lánczi en Kerényi brengen hier perfect onder woorden, wat er om ons heen gebeurt. Fidesz heeft lange jaren gewerkt aan een gesloten systeem dat als doel heeft, dat de socialisten worden overstolen.

Op de één of andere manier is dit geworteld in de psychose van de Fidesz-leiding, na de regime-wisseling (van 1989). Tot aan de perikelen rond het partijgebouw van Fidesz, in 1993, had de partij helemaal geen achterban als het ging om economie en media. Intussen overtuigden ze zichzelf – en vervolgens de helft van het land – dat de communisten zich het hele nationale vermogen hadden toegeigend. Toen deze overtuiging uitkirstaliseerde in politieke kapitaal van een twee-derde meerderheid, was dit allang achterhaald. De ‘achterban’ van de socialisten verdampte snel en bestond in feite niet – zonder voortdurende stroom geld bleef er niets van overeind. Nu heeft de partij niet eens meer een partijgebouw. Desalniettemin is de overtuiging van Fidesz en haar sympatisanten nog rotsvast wat betreft het gebruik van alle middelen om het vermogen dat de partij dekt nog toe te laten nemen.

Orbán Viktor zelf heeft ook verschillende keren gerepliceerd – als de oppositie kritiek had op het systeem van de oligarchen, met name op Simicska Lajos, (hier bijvoorbeeld, in 2012 door Karácsony Gergely toenmalig LMP vertegenwoordiger) – dat daar toch niets mis mee is, het positioneren van de nationale vermogensbeheerders? Jullie werken toch niet voor buitenlands grootkapitaal? Wie verder iets weet dat tegen de wet is, die zegt het maar tegen de justitie die er wel achteraan zal gaan! – zo meende Orbán.

Wordt vervolgd.

 

Hungarikum je ook? Groots en meeslepend ga ik ten onder

Gevangenis
Who controls the past controls the future: who controls the present controls the past (George Orwell)

Nergens is de stammenstrijd – of de klassenstrijd – die in Hongarije gaande is, zo duidelijk aanwezig als in het verleden. Bijvoorbeeld in de omgang met de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan: wie is er verantwoordelijk voor wat er precies gedaan is in naam van het Hongaarse volk? Wanneer precies? En wie was dat volk?

Weer is er één en ander te doen rondom dat verleden. Een standbeeld voor een slachtoffer van de showtribunalen van het naoorlogse Hongaarse socialisme na, EN (let op de en, want die is dus belangrijk) een antisemitische, rascistische volksvertegenwoordiger ten tijde van de oorlog. En dat terwijl er volgens onze inmiddels bekend veronderstelde vriend, Ungváry Krisztián, ook genoeg hoogstaande slachtoffers te vinden waren geweest zonder zo’n EN op hun cv.

De retoriek spat er van alle kanten af. En de tragiek, dat andere onmisbare onderdeel bij een dergelijk thema. Niet verrassend, in aanmerking genomen dat dat zo ongeveer het laatste is dat je ter beschikking staat, als je zeker meent te weten dat je land ergens tussen nazi’s en joden, communisten en grootkapitaal (mutatis mutandis) uitgedrukt wordt als een zwerende pukkel. Of geschild als een ui?

Donáth György, politicus voor de Boerenpartij en leider van een overkoepelende organisatie voor ‘Echte Hongaren’ werd in 1947, op de socialistische voorplecht OF de democratische valreep, verdacht van landverraad (en daaromtrent). Feitelijk werd hij natuurlijk uit de weg geruimd zodat weinig de politieke opmars van de MSZMP meer in de weg zou staan. In zijn zes uur durende slotwoord heeft hij onder andere dit gezegd over de ten laste gelegde beinvloeding (één van de punten waarop hij ter dood veroordeeld werd):

“A befolyásolás nemcsak megengedett, hanem szinte kötelező eszköze a politikának. Nem tudom, hogy jól értettem-e, amit az ügyész úr mondott, tehát megismétlem. (…) A befolyásolást azért nem fogadja el eszköznek, mert az állam vezetői a demokráciában nem saját elgondolásukat valósítják meg, hanem a népét. Méltóztassék megengedni, hogy megálljak ennél a gondolatnál. Száz százalékig magamévá teszem azt, amit az ügyész úr mondott, mert nagyon érdekes konzekvencia adódik belőle. Mikor tudja megmondani a nép, hogy az állam vezetőitől mit akar? (…) Gyakorlatilag ez a választásokon nyilvánul meg. (…) Tehát ismétlem: nem a demokratikus rend, nem a demokratikus életforma megváltoztatására törekedtünk. Ellenkezőleg, éppen a közösségben magunkba szívott és vérünkké vált népi politikai felfogásunkat akartuk uralkodóvá tenni nemcsak a papíron, hanem a valóságos életben is. (…) Befolyásolni akartuk a magyar politikai életet, természetesen a mi ideológiánk jegyében. Ez az ideológia azonban minden államformát elbír, és elbír minden életformát, ami – magyar. (…) de olyan eszközökkel, amelyek minden civilizált államban elfogadhatók.”

Beinvloeding is niet alleen toegestaan, het is zelfs een verplicht middel om politiek te bedrijven. Ik weet niet of ik het goed begrijp, wat de aanklager zegt, dus ik herhaal het maar. Beinvloeding wordt door hem niet geaccepteerd als middel, omdat de staat in een democratie niet volgens de eigen overtuigingen handelt, maar volgens die van het volk. Sta me toe even stil te staan bij deze gedachte. Ik ben het 100% eens met wat de aanklager zegt, want er zit een bijzonder interessante consequentie aan vast. Wanneer kan het volk zeggen wat het volk wil van de leiders? (…) In de partijk gebeurt dat tijdens de verkiezingen. (…) Ik herhaal: wij wilden niet de demorcratische orde niet de democratische levenshouding veranderen. Integendeel, wij wilden juist onze volkse politieke opvattingen, die we opgesnoven hebben in de gemeenschap en die ons in ons bloed zitten, niet alleen op papier, maar ook in het echte leven laten gelden. (…) We wilden het Hongaarse politieke leven beinvloeden, vanzelfsprekend naar onze eigen ideologie. En die ideologie, die houdt staande in elke staatsvorm, en in elke levenshouding, die Hongaars is. (…) met middelen die in elke geciviliseerde staat acceptabel zijn.

Als dit verhaal vervolgens weer op de één of andere manier teruggevoerd moet worden naar Fidesz en het Hongarije van nu – de vice-voorzitter van Fidesz en oudpremier Boross Péter waren aanwezig om hun respect te tonen voor de man die mee heeft gewerkt aan het wegzuiveren van honderdduizenden medeburgers, joden EN Duitsers – dan lijkt me dit twee elementen te onderstrepen die ons smeulende dossier rokend houden:

  1. links en rechts, over en weer, vertrouwt men elkaar in Hongarije al zo enorm en ontzettend niet meer, dat retoriek naar willekeur rondgepompt kan worden: de objectieve waarheid is namelijk de eerste die sneuvelt, ver voor de waarachtigheid; de juistheid, daarentegen, was al geen onderdeel van het gezamenlijke discours en de verwachting dat ze dat ooit nog zal kunnen worden mag eenieder zelf op merites beoordelen
  2. democratie zoals we het kennen is uit (maar dat wisten we eigenlijk ook al)

Fidesz is het toppunt van corruptie.

ss_Bp_act_4_fietskarmargit Eigenlijk wilde dit stuk alleen maar zo’n beetje over corruptie gaan. Over wat dat is, welke vormen het aanneemt en wanneer het echt problematisch wordt. Welke plaats Hongarije op de ranglijsten inneemt, wat dat betekent voor Hongarije en waarom dan. Dat soort dingetjes.

In de inleiding was dan waarschijnlijk vermeld dat corruptie eigenlijk misbruik maken is van macht of ambt, kortom, met altijd minstens één officiele functionaris erbij betrokken. Als bij een agent die steekpenningen aanneemt. De toezichthouder die bij de bouwvergunning een oogje dichtknijpt. Maar zeker ook het gekissebis en gedeal in en rondom besluitvormingsorganen over lucratieve opdrachten en bijbehorende geldstromen richting elkaar en trawanten.

Had ik dat gedaan, dan waren er tegen deze tijd waarschijnlijk wel wat bruikbare associaties ontstaan over vriendjespolitiek, kistjes wijn voor de voordeur of eventueel een ambtenaar die een envelop krijgt als een bedrijf mag gaan bouwen op een fijne locatie.

Zoveel was niet nieuw geweest. Het was, bijvoorbeeld, spannender geworden hadden we een meer holistische instelling gehad.

Met welwillende verbazing had u dan namelijk kunnen lezen dat het soms wel lijkt alsof de corruptie in Hongarije minder wordt. Het aantal met EU-geld gefinancierde aanbestedingen, waarover in Hongarije vraagtekens rijzen, neemt namelijk af.

Maar dat is natuurlijk alleen maar de stilte voor de storm. De opgang van de karretjes van de achtbaan, zeg maar, voordat deze razend de diepte in zullen duiken.

Als bruggetje staat er dan iets over de kritische Hongaarse kranten en portals – en het nieuws van RTL-klub of ATV – die elke dag bol staat van de corruptie-gevallen. OK, zeker, alleen de grotere en meest schokkende gevallen. Maar mogelijk tekent zich nu wel al zo’n beetje de allesbepalende omvang van dit verschijnsel in Hongarije af. Dat het geen mensen meer zijn, die het doen maar dat het een systeem is dat ertoe aanstuurt.

Dan eerst maar iets over de oppositiepartij LMP, die een wekelijkse anti-corruptie-bulletin wil gaan brengen en daarmee heel voortvarend bezig is!

Bij wijze van metafysisch grapje volgt het al wat oudere nieuwsfeit over de door de EU gefinancierde anti-corruptie maatregelen, die, hoe kan het anders, door corruptie geplaagd blijken te worden.

 

(Een netwerk van dure, schimmige edoch vast zeer elegante adviseurs en advocatenpartners in dito herenhuizen vlakbij de Budaanse Donau blijken onderling tot 2,4 miljard forint te hebben verdeeld die bestemd was voor anti-corruptie controle. De OLAF – financieel waakhond van de EU, – wil deze gelden in een verfrissend-boude stap simpelweg terug hebben. Natuurlijk, opsporingsbevoegdheid hebben ze bij de OLAF niet, dus de Hongaarse overheid zal er ‘werk’ van maken. Het heeft er dus alle schijn van dat de voormalig staatssecretaris van Economische Zaken – bij de zaak betrokken als advocatenpartner en adviseur uit één van de herenhuizen  – zijn borst nat kan gaan maken (dit was een sarcastische opmerking).)

Om nog even bij de LMP te blijven hangen, waar Ákos Hadházy zich lijkt te gaan ontpoppen tot een ware anti-corruptie held. Hierbij een registratie van een Szekszárdi zitting van Fidesz politici, een paar jaar geleden, waaruit verschillende dingen blijken:

1) Dat de gemeente – hoewel ze wel zonder kritiek alle ingediende voorstellen in klinkende munt wil omzetten – niet van zins is ook maar een forint bij te dragen aan de 85% door de EU-gefinancierde projecten  – dat dient de aanvrager dus zelf te doen, bij voorkeur uit ‘overprijsde’ subsidieaanvragen.

2) Dat er – als zwervende circussen – een keur aan landelijk opererende consultant-bedrijven bestaat, die graag alles uit handen nemen van de aanvrager, niet in de laatste plaats hun geld.

3) Dat Hadházy zelf ooit Fidesz vertegenwoordiger is geweest, waarop – altijd bereid tot een flauw geintje – commentaren komen dat hij derhalve medeplichtig is aan fraude, daar hij het niet eerder gemeld heeft. (Dit was een bijna overbodige opmerking)

Uit kamervragen van de LMP blijkt, inmiddels, wat er speelt rondom de gelden bestemd voor energiebesparende woningrenovaties in Hongarije (waarvoor de EU 450 miljard forint – 1,5 miljard euro – betalen wil).

 

Volgens Lázár kan dat niet: “we gaan niet mensen geld geven voor niets” en meer vaag gedoe dat geschikt is (volgens hem) om als argument te dienen voor zijn geniale (volgens hem, waarschijnlijk) plan om het EU geld dan maar voor overheidsgebouwen te gaan bestemmen. Daarmee lijkt hij (volgens boze tongen, die er niet ver naast zullen zitten) feitelijk de status-quo in stand te willen blijven houden volgens welke Fidesz populair is omdat ze altijd op de hoge rezsi-kosten (gas-water-licht) hamerden en hameren, die, doordat ze nu (voor altijd?) hoog zullen blijven, nog steeds als slogan kunnen voldoen zodat ook in de toekomst de populariteit van Fidesz gegarandeerd wordt (of daaromtrent: niet alle kiezers volgen  natuurlijk precies de logica van LMP).

Als het niet zo intriest was, had ik vervolgens weer even of uren door kunnen gaan met laten zien dat corruptie slechts één van de vele radertjes is in de grote geld- en machtmachine die Fidesz heet. Kent u Kishantos nog, van de bio-boeren? Met grof geweld en ongegrond van het door hen bewerkte land verdreven, waarna de nieuwe onrechtmatige ‘pachter’ de jarenlang opgebouwde biologische status van de akkers in een oogwenk teniet heeft gedaan? Alle andere zogenaamde ‘boeren’ in den lande, die aan de goede arm van de Fidesz fruitmachine wisten te schudden? Of feitelijk alle openbare aanbestedingen, waarbij – door de bank genomen – snelle consultants zichzelf onmiddelijk onmisbaar maakten en maken, mocht je ooit iets willen binnenhalen. Of hoort u liever wat avonturen van excuus-zigeuner Florián Farkas, Lungo-Drom baas en politieke Roma-vertegenwoordiger annex Fidesz-vergroeiing, die jaren de vrije hand had (en nog steeds lijkt te hebben) bij het verdelen van (EU-) subsidies voor hulpbehoeftige en andere Roma’s?

En maar pompen!

Hongarije, Fidesz is niet gewoon corrupt. Fidesz is de vlag op een systeem, door de jaren geperfectioneerd en inmiddels op volle sterkte in gang gezet met als doel elk grassprietje dat in Hongarije groeit, van een (nieuwe, goedgekeurde) eigenaar te voorzien.