Tag Archives: Klein Hongarije feuilleton

Gezocht: cursusleiders teerling werpen

ongersmanTien dagen verder. De Hongaarse meerderheid plukt nog wat aan haar eigen en elkanders wonden. Bij de LMP breekt de pleuris uit en wordt de zero-gewelds-tolerantie regel grof getackeld. Bij de Jobbik bieden de wolven aan om de ‘volkspartij’ weer naar huis te brengen. De rest van de oppotente impositie staat eigenlijk al te dringen voor de ingang van het parlement, – oh nee, voor de beroepscommissie van de Nationale Verkiezingsraad, – oh nee, voor de achteringang van het parlement (wat nu met de vers gekozen Tordai Bence (MSZP-Párbeszéd) die vorig jaar nog voor eeuwig door kamervoorzitter Kövér verbannen was uit dat parlement waar het volk hem toch zo graag stickers zou willen zien plakken, voor wat het waard is?).

Orbán en  zijn houten paard Illiberal krijgen dan misschien wel een schop hier en een por daar – van Macron uit Brussel, van 100.000 demonstranten, van (Semi-)intellectuelen die Opgestelde brieven van contra-Revolutionairen Ondertekenen zodat ze ook eens op een lijSt terechtkomen, van mondiale kranten, van u, van Ongersman, enz. – maar hiervan dringt slechts bitter weinig door tot de bovenkamertjes van hem en zijn vriendjes. Big daddy schijnt er juist twee keer zoveel zin in te hebben gekregen om er nu hard in te gaan (tegen wie er gevoelig voor is), getuige dit testosteronfilmpje met in de onbetwiste hoofdrol een uberfitte Orbán als narcistische spits die net 6-2 heeft gescoord maar het natrappen niet kan laten.

De Nationale Kiesraad van Patyi – inderdaad, degene die in het hierboven aangehaalde filmpje door het slijk wordt gehaald  – meldt nu net dat er 150 bezwaren zijn ingediend. Vooral in districten in Miskolc (Jobbik) en in Pest (LMP) wordt er door de oppositie op nieuwe verkiezingen aangedrongen en het zou in ieder geval wat zijn, als dat de tweederde meerderheid zou kunnen gaan kosten.

Los daarvan zijn de electorale feiten nu definitief ingedaald. Het systeem helpt Fidesz enorm en als er fouten worden gemaakt, dan werken die in de regel in het voordeel van de grootste. Maar alles bij elkaar heeft Fidesz gewonnen. Zij zijn de slimste geweest in het spel dat ze zelf hebben verzonnen, waarvoor ze zelf de regels hebben opgesteld, dat ze zelf leiden en controleren en, indien nodig, veranderen: maar nog steeds mag ook dit een vorm van winnen heten.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Kunnen we de koffers nu echt pakken? Hoe schrap dienen we ons nu te zetten om vier jaar hernieuwd getreiter te overvleugelen?

Of is er ‘hoop’, voor, bijvoorbeeld, de verkiezingen voor de gemeenteraden en voor het Europees Parlement, volgend jaar?

Onze hulp in donkere dagen, Ungváry Krisztián, onderscheidt de volgende vier wielen aan de Fidesz-kar:

  • Er zijn de sekte-leden – de onverbetelijke aanhangers;
  • Er zijn de afhankelijken – met name in achtergestelde gebieden, die weinig toegang tot informatie hebben;
  • Er zijn de vertrouwelingen – de NER-ridders, die in hoge mate profiteren van het systeem;
  • En er zijn diegenen die niet tot bovengenoemde drie groepen behoren, wel degelijk toegang hebben tot alternatieve informatie maar toch op Fidesz stemmen.

De tweede en de vierde groep lijken hiervan de grootste groepen te zijn. Dat er in de dorpen de afgelopen tijd niets is gedaan om een alternatief geluid te laten doorklinken, is inmiddels breed uitgemeten. Er zijn echter (categorie vier) dan nog hele volksstammen die een onoverkomelijke weerzin voelen bij het stemmen op de oude garnituur (MSZP en DK, met name) of die – als puntje bij paaltje komt – er niet in kunnen geloven dat een andere partij dan Fidesz op dit moment een functionerende regering zou kunnen leveren.

En deze notie is op de reservebank minder makkelijk te verteren. De politici en politieke partijen dienen derhalve nog een paar tandjes harder aan het werk te gaan als ze hun beloftes ook buiten campagnetijd een voedingsbodem willen verschaffen. Niet iedereen is bereid tot een proteststem in het luchtledige. En wie daar de beste papieren voor hadden, in de tussenliggende jaren, dat waren toch echt Jobbik en Momentum.

Bouwen aan een alternatief. De meerderheid wil best!

 

 

 

 

Verkiezingen 2018: Onder de loep – Ferenc Gyurcsány (DK)

ongersmanDe figuur Gyurcsány Ferenc houdt de gemoederen in politiek Hongarije al langer bezig dan goed voor hem kan zijn. We zien in allerlei uitlatingen langskomen dat zowel de LMP als de Jobbik de grootste weerstand voelen bij samenwerking (in wat voor vorm dan ook) met hem en zijn DK-partij, -in feite nog veel meer dan met de aloude MSZP. Wat zit daar toch achter? Tijd voor een kleine special.

Directe aanleiding voor deze post was dit artikel in de Magyar Nemzet. Strekking hier is dat Gy. F. een standbeeld verdient. Tenminste, ooit zal volgens de schrijver het establishment (wie dat precies is of zijn, moet nog blijken) er haast zeker wel eentje voor hem oprichten.

Ferenc Gyurcsány heeft al een lange staat van dienst. Hij was ministerpresident van twee – of eigenlijk twee halve – regeringen. Van 2004 toen hij halverwege de cyclus van Péter Medgyessy de MSZP-SZDSZ regering overnam en vervolgens van 2006 (in de herfst van dat jaar braken de rellen uit) tot halverwege de termijn in 2009 toen uiteindelijk een motie van wantrouwen hem de das om deed en Bajnai Gordon namens de regerende MSZP / SZDSZ de cyclus afmaakte. Im 2011 begon Gyurcsány zijn eigen partij, DK, waarmee hij er altijd wel in slaagde om in ieder geval zichzelf in het parlement te krijgen.

Hierboven, in een tijd toen een sinaasappel nog een sinaasappel was (1989), noemde Viktor Orbán Gyurcsány nog (of al?) de enige politieke concurrent die iets te betekenen had. Wat een compliment van Orbán betekenen moet en wat voor soort band dat zou scheppen gaat ongersman natuurlijk ver boven de pet. Genoeg is het te noteren dat het met zo’n lange gemeenschappelijke geschiedenis nooit echt pluis kan zijn tussen die twee. Denk aan Kain en Abel, of Puma en Adidas.

Maar wat maakt Gyurcsány nu zo’n succesvol politicus (wat succesvol precies is, moet nog blijken)? Ten eerste is Gyurcsány erg goed met oude dametjes. Hij is de ongekroonde koning der schoonzonen. Mensen die niet beter kijken en luisteren, vallen voor zijn danspasjes en zijn honingzoete toespraken. Hoewel het, opnieuw volgens MNO, al vanaf 2002 de verdienste van Gyurcsány was om de MSZP, bij gebrek aan externe tegenkrachten, van binnenuit aan diggelen te slaan (waarin hij uiteindelijk met de Öszödi-klap-op-de-toespraak-vuurpijl grandioos is geslaagd).

Je zou hem bijna tragikomisch gaan vinden – als hij niet zo glad was als een rat en vrijwel net zo vasthoudend. Als zakenman niet minder dan als politicus. Als ex-leider van de KISZ, zat hij zo dicht bij de privatisering van het nationaal vermogen dat zijn bedje gespreid was. Waarom gaat hij dan niet gewoon golfen?

Hoge bomen vangen veel wind. Zo kwam hij onder vuur te liggen in de nasleep van de onderzoeken naar het management van de MAL Zrt, een belangrijke aluminiumfabrikant en verantwoordelijk voor de “Vörösiszap” -rode-moddercatastrofe met het opvangbekken in de Bakony, in 2010. Verklaringen van de eigenaren van MAL leidden tot verhalen over de enorme winsten die Gyurcsány gemaakt zou hebben met zijn transacties in vergelijkbare fabrieken.

Een ander geruchtmakende zaak speelde rond het Velence-meer en de zogenaamde percelenuitruil (zie het kaartje en je snapt het meteen: de staat had grond nodig voor de aanleg van de M4 ergens op de poesta en Gyurcsány en bepaalde vriendjes hadden hun zinnen gezet op de lap staatsgrond in Sukoró aan het Velence-meer om daar een hotel en casino te plaatsen. Of dat niet even tegen elkaar kon worden weggestreept?) In 2009 werd dit plan door Bajnai Gordon en later onder de tweede regering Orbán helemaal stopgezet maar het duurde nog vrij lang voordat er mensen in de gevangenis terechtkwamen. Maar niet Gyurcsány zelf – ook al zijn, naar eigen zeggen en met een pathos dat weer doet denken aan de Öszödi speech – die mensen in zijn plaats de gevangenis in gegaan. Omdat ze geen valse getuigenis hebben afgelegd (tegen Gyurcsány). Gyurcsány blijft verder vinden dat zijn regering toendertijd juist heeft gehandeld.

Het lijken een beetje oude koeien – zeker in dit internet tijdperk is er vrijwel niets meer te vinden hierover – maar misschien wel juist daarom: hoe kan het dat deze man, die zo makkelijk met financiele of strafrechtelijke middelen helemaal uitgegumd zou kunnen worden (om over politieke middelen maar niet te beginnen), die zo intens gehaat en veracht wordt door een groot deel van de Hongaren, dat die man nog steeds op kan treden als ‘uitdager’ van het regime van Orbán?

Zelfs al mocht hij geen te bewijzen dubbele, door Fidesz ingelepelde agenda hebben, dan nog valt het moeilijk te ontkennen dat er iets heel vreemds met hem aan de hand moet zijn. Nu is zijn nieuwste wapenfeit dat hij de zoveelste haatcampagne (volgens index.hu) begonnen is, ditmaal tegen de buitengrenzelijke Hongaren die stemrecht hebben en massaal op Fidesz zullen gaan stemmen. Met een verslag ter plaatse van het caliber ‘Lázár János in Wenen’, zo is te zien op Facebook.

Natuurlijk is hij niet de enige met problemen in deze voor de oppositie verwarrende tijden. De Jobbik laat bijvoorbeeld doorschemeren dat Hódmezővásárhely hoogstwaarschijnlijk een one-night-stand was. In die zin dat Jobbik niet blij is dat de kersverse burgemeester van Hódmezővásárhely nu te pas en te onpas – ook in Veszprém – op camgagne is om de zaak van de (linkse) coalitie te bespoedigen. Jobbik wil in Veszprém namelijk zelf aan de bak. Dus die burgermeester kan – in ietwat bedektere termen, dan – beter oprotten naar huis.

Maar de Jobbik heeft altijd al gezegd dat ze voorzichtig zijn en geen innige samenwerking aan zullen gaan. Gyurcsány daarentegen, zwabbert als een dronken torretje door medialandschap en infecteert zijn en andere zwevende kiezers zonder dat hij zich weet te gedragen.

En dat in de wetenschap dat de historische pendant van “verdeel en heers”, nog steeds is: “één voor één, alles voor niets”.

Verkiezingen Hongarije op 8 april 2018: de dunne rode lijn

ongersman.nlDe datum voor de Hongaarse Parlementsverkiezingen is door president János Áder vastgesteld op zondag 8 april 2018. Heel fijn natuurlijk maar wordt het ook wat?

Waarom eigenlijk niet? Uiteindelijk kan dat kruisje overal terechtkomen, toch?

Maar waarschijnlijk verandert er niets. De ‘voorsprong’ van Fidesz is torenhoog en zelfs in deze tijden van relatieve vrede weet de Fidesz-machinerie de oppositie zonder moeite in bedwang te houden. Wat zou er gebeuren als Orbán zich echt bedreigd zou voelen?

En wat zou de oppositie kunnen doen?

Oppositie valt in twee groepen uiteen. Eeuwenoude groepen, zeer herkenbaar wellicht. Hebben bijvoorbeeld lijntjes naar het historisch materialisme. Of, voor de kijkers thuis: burgemeester in oorlogstijd. Waarom? Omdat er twee basishoudingen bestaan tegenover verandering. Radicaal en geleidelijk. (Als verandering tenminste nog steeds nodig mocht zijn en me dunkt dat je daar in Hongarije wel volmondig ja op kunt zeggen.)

Mensen, samenlevingen, politieke systemen kunnen niet voortdurend onder druk staan. In crisistoestand bestaan. Hongarije staat al minstens 100 jaar (always remember “Trianon”) onder druk en het einde is nauwelijks in zicht. Dan is op gegeven moment toch echt de referentie weg en komt het moment dat alles gaat glijden.

Vandaar dat sommige slimme koppen stellen dat voor Hongarije de veranderingen altijd van buiten moeten komen. Wat er binnenshuis gebeurt, is en blijft gerommel in de marge. Zelfbevrediging over groezelige porno.

De symptomen zijn zichtbaar bij kritische volgers van het overheidsbeleid. Wat valt er zoal te beluisteren:

    • niveau 1: Er komt een volksopstand. In kringen van Jobbik-aanhangers, onder hen die gezegend zijn met een ongezonde dosis zelfoverschatting, komt deze reactie tamelijk veel voor.
    • niveau 2: Er verandert niets. De situatie is door en door hopeloos, volgens linksere kringen die netjes bijhouden waar en hoe Fidesz overal de fout in gaat, waarom fout fout is en waarom daarop toch maar geen normaal antwoord mogelijk lijkt.
    • niveau 3: …

Ja, wat zou niveau 3 eigenlijk zijn?

Even terug naar de arena. Kunnen we zeggen dat er ontwikkeling in zit? Zijn we getuige van een leerproces?

Wat Fidesz momenteel uitvoert, is in hoge mate anders dan alles wat ervoor is gepresenteerd. Toch heeft het steeds minder te maken met het de vrije, open en tolerante rechtstaat, die groeien kan door ruimte te bieden aan dissonante geluiden, zoals die bij gebrek aan beter in Europa nog immer gehanteerd wordt als second best.

Fidesz is niet geneigd tot het democratisch gerechtvaardigd nemen en bekleden van de verantwoordelijkheid voor een volledige samenleving. Wat er aan het Kossuth tér en in de ministeries en restaurants eromheen gebeurt, lijkt weinig meer op het voeren van brede maatschappelijk debatten over lopende zaken. De nieuwe weg van Fidesz ontsluit een parodie, gegrondvest op machtsverhoudingen en puttend uit angst – van twee kanten, van de medestanders en de tegenstanders; verder op het onderdrukken van communicatie, van tolerantie, van afwijkend gedrag en – denken, van mogelijkheden voor constructieve bijdragen en van kritiek uitgeoefend door om het even wat voor denkbare overige partijen, politiek of in bredere zin maatschappelijk.

Als we even inzoomen wordt het alleen maar schrijnender. Onder het mom van ‘politieke’ mening morrelen regeringsleden en prominente partijbonzen met provocerende verklaringen openlijk aan de grondwettelijke garanties van democratische besluitvorming (denk aan het uit proberen te sluiten van oppositie uit nationale veiligheidscommissie); is machtsmisbruik schering en inslag (denk aan het verbod van de plakaten van Jobbik op basis van wet op stadsaangezicht en de decennialange geheimhouding van de documenten rond Paks). Nog steeds krijgen dergelijke acties de soms vruchtbare aandacht van het grondwettelijk hof maar steeds vaker doemt onwilekeurig de vraag op hoe lang dat nog zo blijft.

Vertegenwoordigers van Fidesz spreiden een schijnbaar historisch bepaalde arrogantie ten toon en voelen zich niet meer verplicht zich te verdedigen. Voorop natuurlijk hun  ministerpresident, die al tijden geen interviews en vragenuurtjes meer geeft. In deze samenleving is machtsmisbruik regel geworden, worden zonder zelfreflectie de meest idiote politiek en financieel gemotiveerde gelegenheidswetjes in elkaar geschroefd, beginnen (onafhankelijke) staatsorganen politiek gemotiveerde acties of laten juist dingen ongestoord varen.

Kortom: Slash and burn.

En dat gaat al zo sinds de Turken hier rondliepen. Mogelijk nog langer.

Is er een derde weg?

 

 

Translated 444.hu video: Hungarian-style (political) stage building

In two episodes, 444.hu eloquently summarizes the past and present state of Hungarian politics and beyond. Scroll for English translation the box under the video.

First Episode – The Cult of the West
2054:
—The governing West and Development Association fell because of the bitcoin crisis. Tens of thousands of protesters turn to the streets, the Strong Mustache Party stated that after emerging into power, they will end the corruption and bring order to the country. Young people have had enough of the past eighty years, they don’t believe in any of the political parties. Meanwhile, the government entered into a strategic agreement for tax advantage with a German producer of dream simulators.

2017
When we look at the promises and the objectives of the government, we can debate about whether these were successful or not. There is, however, one issue they definitely managed to follow up on. This:

VISUAL
Today, we think a lot about other forms of state. Systems that are not necessarily western, not necessarily liberal democracies, probably not even democracies, but even so successful in achieving the goals of the population. So the new state we are building in Hungary, is a il-liberal state, not-liberal state.Some people start worrying hearing this, others applaud, what is certain, is that Hungary is not pursuing the western model of development any more.

VISUAL:
– It is estimated that the wealth of Lőrinc Mészáros increased by 200 million forint per day during the previous year.
– I think it was just about time the Népszabadság (critical newspaper) ceased existing unsuspectingly.

– What was the topic for the public referendum initiative that you just filed?
– I don’t know what you are talking about.

– Németh Szilárd about civil organizations:
– These organizations should be pushed back by all means and, if you ask me, eradicated.

– Origo goes to Matolcsy Ádám:
– Overnight, the son of National Bank chief Matolcsy became an influential media mogul

But why? A lot of people ask themselves the question how did it get so far. Of course, we can blame Orbán, and Gyurcsány, or even, for that matter, Kádár the party leader in the previous socialist system, – all justified, but not enough. It is simply not true, that by changing the political elite, the puppets, we immediately and magically solve the problems. In the first part, we will talk about the reasons the present situation came into existence, in the second part, we will discuss the question whether it is true what the system says about itself. In the end, we will see why it appears a necessary thing that over and over again the same type of situation evolves.

Part 1 – The Cult of the West

The elections of 2010 were called revolutionary by Viktor Orbán, but at that time it was not entirely certain what kind of system it was that changed.

VISUAL:
– today, a revolution took place in the voting booth
– and this is how it happened, the armed revolution of 1956, the constitutional revolution of 1990 and the two-thirds majority revolution of 2010
– which opened the possibility for a new political, a new economical, a new cultural, in general a new set up to be achieved

Now we know, that the ideology that got demolished, was the ideology of the post-socialist period since 1990.

What was that ideology again?

During the 15 – 20 years that passed after the 1990’s system change, the politicians and intellectuals talking about the future of the country had one main message. Hungary should be more like the West. The people here need higher wages too, more possibilities to spend that money on consumer goods, better participation in politics and relief from the eternal lies of the state apparatus they were hearing all the time. This desire actually materialized, partly.

VISUAL:

– Do you know how you can tell whether a piece of equipment is Elektra? It is written on it! Here, and here, of course! Elektra VCR’s and television sets, Elektra for superior quality and affordable price!
– I like it!

OK, but how can we be just like the West?

VISUAL
– The speed of privatization or dismantling of state companies is too slow, also according to the government, even when taking in consideration that the size and type of the Hungarian transition is entirely different from a functioning western economy.

In that times, the dominant recipe to do it was clear. To achieve this, follow the directions of western advisers unconditionally: quickly dismantle the socialist state and hurriedly privatize the state enterprises, open the gates for western companies and ready is capitalism!

VISUAL:
– The task is still the same, from the approximately 2200 Hungarian state enterprises, only about 100 should remain in state ownership.

But not just that they wanted to speed up privatization. It was necessary as well, since the country was highly indebted due to the loan burden accumulated under the socialist Kádár regime.

VISUAL:
– The prime minister declared that, during the 70’s and the 80’s, the official figures presented to describe the Hungarian debt situation were inaccurate. The explanation for this was, that the leadership was afraid further loans would be withheld and the country would collapse financially. In the mean time, we lived as if nothing threatened our existence, leading to the doubling of the country’s debt in 1987.

And how to make money quickly? By selling the state companies. Politicians of that era talked about that as if it were the natural good thing to do, because only then the super fast capitalist development would start.

VISUAL:
– Work is calling, load is stressing
machine is running, production growing
turn your back to the world
for a fight will be a fight

However, this didn’t happen. More so. Almost the opposite happened.

VISUAL:
– Good evening, I am Gábor Kapuvári. I can’t remember this kind of bad situation. The price increases immediately forecast the type of season we can await. People claiming to see the light at the end of tunnel, are definitely too optimistic.
– I am from Mogyoród. A widow with pension for my own account. 11160 forint. I want to ask you. I have 2455 forint from which to eat. How can I live from that?

Following the western example brought the expected increase of life standards only for the elite and the upper middle-class Hungarians, approximately 8-10% of the population. The size of the Hungarian economy decreased by 20% between 1990 and 1993 – implying a crisis more than two times the size of the 2008 economical crisis. After 1989, an enormous amount of people, nearly 1.5 million, lost their jobs.

This figure was incredibly high even in comparison to the other Eastern European countries. The governments of the time subtly pushed the losses of the system change into the social sphere, for instance by means of lowering the retiring age. Towards the increasingly disgruntled state citizens, the uncritical followers of western approximation just continued to explain that these are only temporary teething problems, after which all will be well.

It is easy to be a liberal in ideological respect. Especially when taking into account the victorious path of liberalism during the past 15 years. During these past 15 years almost all of the large left wing and right wing parties adhered to the liberal principles.

To gain a better understanding of this logical train of thoughts, it may help to distance ourselves from Hungary in the 90’s both in time and space, to Melanesia in the 1940’s.

– Sorry? Where to?

To Melanesia in the Pacific Ocean. During WW II the Americans built temporary airbases. The local people got acquainted with a lot of new things. The arrivals supplied them with clothing, medicines, food and similar. Thus, the concept of airbase became similar to these goodies. Towards the end of the war the Americans moved away and the flow of goods dried up. The Melanesians were disappointed. To lure the goodies back, they started to imitate the circumstances needed for supplies to arrive. They made landing strips with stones and wood, raised a flight tower and even built a life size model of a plane. And waited for new supplies to arrive. This became known as the supply-cult.

Something like that represented the ideology of the Hungarian elite after the system change: we produced the decors and props for capitalism – we have private ownership, free market, even exchange market – and all we have to do is wait for the arrival of welfare like the Austrian or Dutch already have. But they are only props.

But why? To understand that, we need to comprehend what the basic difference is between rich and poor countries: rich countries are rich basically because they produce products and services that can be sold expensively throughout the world. In our case only a few successful companies exist, which is not surprising since after the transition there were hardly any private Hungarian people left with enough capital to re-start large companies. Thus these went over to foreign ownership.

VISUAL:
– Prime minister Antall József declared: thanks to the Opel factory we receive America’s and German’s most modern technology and become further part of the global economic system.

Towards the second half of the nineties, Hungary became one of the world’s most open economies.

In itself this doesn’t have to be a problem, we will not start shouting against multinational companies, now. Without a doubt, multinationals created many job opportunities in Hungary. Still, when the majority of production is in foreign ownership, this will have an important effect on the long-term economic development of a country. And that effect is not necessarily positive.

Suzuki production line
working in the Suzuki factory
polishing the cars until i am free

For starters, Austrian or French companies pay little taxes, while the profits flow back to the motherland. Later more about that.

Furthermore: if the expensive consumer goods are produced by foreign companies, what remains there for the Hungarian companies?

Simplified: we try to sell cheap things while we buy expensive goods from abroad.

Thirdly: foreign companies predominantly outplace the simple, lower added value type of production abroad. Not hard to imagine that with production that can be done almost in every neighboring country, it is hard to be booming.

While the Hungarian economical policy aimed at being attractive for foreign capital, Hungarian companies were neglected. On stage, the impression was projected that Hungary is moving towards the West unstoppably, in reality, the foundations for the country to become successful were entirely absent.

VISUAL:
– I did not have a choice. I did not become entrepreneur because I wanted to leave the Videoton company were I worked. I was forced, please understand. I did not want to be entrepreneur from the beginning on, or something like that. No. I needed two years to find out that I am an entrepreneur. Only during the past few months I finally understood what it really means, to be an entrepreneur.

For historical reasons, Hungary stayed out of the loop when it came to technological development and there never was enough capital to substitute the lack of development overnight. This means that we can not develop ourselves sustainably, we require foreign technology for that. In itself, this would not have to be a problem. However, previously, we saw that the uncontrolled inflow of foreign companies hampers the development of Hungarian companies. Foreign loans, for that matter, have the tendency to crash unexpectedly.

Let’s hear what Antall József, prime minister of that time, had to say about it in 1990.

– Real democracy can only work in situations where the parliamentary democracy can build on a wide central layer and a prosperous, broad middle class. Where substantial parts of the population are embittered and impoverished, parliamentary democracy can not prosper.

We already talked about it that the western living standards were reached by only few Hungarians. And then the problems really started. In the beginning the wages grew a little, but not as much as in similar countries. And what do people in this kind of situation do? They take out loans! Between 1999 and 2006 the debt levels increased tenfold, with not much later the valuta-crisis as a result. The state also became indebted dangerously, so in 2008, the country and part of the population almost went bankrupt together.

The global economic crisis came to Hungary and met the political crisis.

Around that time, the majority of the people finally lost their remaining faith in the ideology of free market and unrestricted openness. It was clear that western living standards were not to be expected anywhere soon – so much so, that in 2009 the Hungarians’ opinion about capitalism was the worst in the region.

In the same period Orbán Viktor started deliberately addressing the responsibility of the left-liberal economical policy, while a little later he pronounced the voting ballot revolution.

– Everywhere I come, whomever I talk to, the message is clear: this has to stop. The people decided this can not go on.
– The person of the prime minister is secondary. What is important, is in what direction the country’s economy will develop further.
– By removing the economical self-defense rules, the foxes were allowed into the henhouse, in order to have free competition. Nobody seems to be able to help that the foxes are winning every time.

What this revolution did was wiping out the notion that for obtaining western living standards, nothing should be done at all. Instead, features like the unorthodox economical politics followed suit, aiming at the banks

– With clear heads, it is unacceptable that the banks are considered holy cows, even while at the same time we experience a global crisis, caused by the banks themselves.

And no longer is it unheard of for the government to assist homegrown companies

– If Hungarian companies want to achieve a competitive position in the European and world economical sphere, the state should not act as a restrictive force on development – as was the case during the past two decades – but in terms of a resource.

And indeed, speaking out about issues that weren’t really part of the political palette until now:

– We were the first to start the revolution when we sent the IMF home, we started to charge the banks, tax the multinational companies and consolidate the loans in foreign currencies.

This is all very important, because these issues are one of the cornerstones of the present political system, as much as Orbán Viktor charisma or the political games of Fidesz. And because that system is right in acting out against the uncritical western consensus that brought disappointment for the majority of Hungarians.

Now what, so Fidesz was right all the time? Not exactly. Because at the same time other benefits of the transition got thrown out with the bath water: free press, the constitutional state and solidarity, to be replaced by illiberalism. This is not necessary. Bank tax was introduced in Austria as well, but without undermining the constitutional state. Furthermore, the real root causes for the Hungarian state of dependence were not addressed; under the flag of freedom fighting, they started something entirely different. The next episode will be looking into that deeper.

SECOND EPISODE – The War-of-Independence Cult

3112

The Colony of the Galactic Hungarian Order guided the country poorly. After the Solar System loan crisis reached us, their support crumbled, the presumed winner of the coming elections being the Comet Society, promising closer ties to the Sun and more open politics. Young people are fed up with the past 1200 years, lost faith in politics entirely. In the mean time, the leaders of the Colony negotiate tax breaks with the intergalactic consortium of Brainwave Hyperdrive producers.

2017:

In the previous part we mentioned that the System of National Co-operation was an answer to a real problem. Orbán Viktor often stated he intended to counter the economical dependence of Hungary.

– After 2002, the people were not aware that they were given easy loans, used to cook us slowly.
– The primary goals of our economical policy is regaining our independence, or, freeing ourselves from the debt trap the Hungarian government is in at the moment.

So that was why Orbán proclaimed the economical war of independence in 2010: first against government debt, second against the influence of multinational companies, at the same time stimulating certain Hungarians companies.

Part 2: the cult of the Independence War

Let’s start with the national debt. Indeed, since 2010, the state debt decreased by approximately 6%, large part of which was the debt in strong currencies. In itself this is a nice result, but not the entire picture.

– For starters, a strong nation, a strong country doesn’t live to the expense of others.

But still we will be needing foreign money. The difference is, that nowadays this amount is primarily EU money. This year a profound study, ordered by the office of the prime minister, noted that without EU support there would not have been economical growth between 2006 and 2015, moreover, the Hungarian economy would have shrunk.

Another issue: it seems that the money from the EU will become considerably less in the close future. The government started to look around for other financing opportunities, with one of the best examples being the incredibly large loans requested in connection with the Paks nuclear power plant.

– Without doubt, the international economical situation of Hungary improved considerably during the past period, but we have an agreement with Russia, a good agreement, and we don’t want to risk that agreement but we intend to follow up on that and execute the agreement. We can’t wait for the work to begin, what kind of nuclear plant is that what we are only talking about without having seen it at all.

So, regardless the claims of Orbán Viktor, Hungary is still living on the expense of others, even though these others are not the same as the previous others.

But let’s look at the ‘War of Independence’ other main front. The System of National Co-operation promised to counter the grip of multinationals.
– The case is, ladies and gentlemen, that this money will be taken from the multinationals. I might as well say that I will take it from them, because apart from me, in the beginning, there were not many people believing in this promising possibility.
– Communication is an important feature of politics, but it cannot overrule the truth. The truth is always on the first place.

The truth is, that the present government treats the multinationals often kinder than previous governments. Sounds strange? Let’s take a look at some statistics. Part of the EU money should be spend on economical development. How much support went to Hungarian companies? 34%. The remaining 66% is divided among multinationals. This rate is quite low even when compared to Poland or the Czech Republic. This concerns the EU resources. Apart from that, the Hungarian government provides immense financial support to large companies to persuade them to open factories in the country. Of these sums, 25% is reserved for Hungarian companies. The Fidesz governments gave, in the war against the multinationals, almost two times as much non-refundable money as the previous socialist governments.

– You are the light, in the night,
come and work, in the lamp factory

After all these serious setbacks, the multinational companies must be praying for their lives. But only then Fidesz finishes them off entirely: next to the free money, tax exemptions are offered as well. Last year, the government lowered the tax on profits – from 19% to 9% – making Hungary the country with the lowest tax in the EU.

Summarizing: the result of the Independence War has been that the multinationals received more money and pay less tax than before.

– We will not be colony!

The international economic dependence of Hungary, in the sense that Hungary functions as a cheap assembly factory of foreign companies, is not decreased but has grown under the War of Independence. Even the government seems to realize this is contradictory.

– For me, when somebody says ‘look how much profit this company is making in Hungary’, for me this is not bad news, but I am happy about it, because this company will invest more, this company will bring work, will pay decent wages, and the Hungarian people will be able to support their own families. So, all the critics of the opposition, all the things they say about how much money we give foreign companies, I will say them: ‘should we not be giving money to make them stay here and invest money? Should they be going to Slovakia? – That happens! – Yes, it happens. The politician of the opposition should be going to Győr to the Audi factory and say to the people over there: ‘it is not good that Audi is here, they should not be supported, the factory should not be here!’

And now, let’s hear what the most honest Fidesz member of parliament said:

– Freedom, freedom. There is no freedom. There never was. If somebody uses that word, it is theater. That’s not serious politics.

– I like girls, I laugh crying, what would Brussels say? / I make crosses, I fire arrows backwards, what would Brussels say?

All of this has serious consequences.

We can understand why the European Union did not go beyond a few scratches when Hungary’s illiberal politics openly denounced some major basic principles considered to be holy. Worries about the constitution and free press? The companies of the core EU countries keep profiting from the Hungarian economy. Western companies drown in advantages and Western companies receive the bigger part of the EU money for construction projects.

– I ask you, respect here well / old Europe, beautiful woman

Leading politicians in Europe are not interested in getting tough on Hungary, because that would harm the interests of their own companies and economy. Basically, the German commissioner Günther Oettinger acknowledged that.

OK, but what is the situation on the other front in the War of Independence, raising large Hungarian companies? This would be even more important than the previous theme, because the problem is not the multinational companies, but the lack of Hungarian companies. Orbán Viktor has often said that a main goal is the creation of a national capitalist class.

– We need successful entrepreneurs with large amounts of money, if not, everything in this country will be taken by the foreigners. In my opinion, when you speak out against the Hungarian rich class, you are guilty of collaborator policy.

The War of Independence has a demarcation line. It is possible to divide the economical sectors in two areas: one in which independence is to be achieved, and one which is to be left alone.
In sectors producing for the Hungarian market and thus unable to go abroad – for example media, advertising, retail or road construction – the government is brave enough to challenge the foreign companies. We can see the companies enriching themselves.

– I did not add up everything, how much it is. I have wealth, of course, but I can’t judge how much that is.
– Last year Mészáros Lőrinc did even better: his worth of 8.4 billion almost tripled last year, reaching 23.8 billion forint according to estimations, making him the 31st richest Hungarian.
– Mészáros Lőrinc and family increased their wealth 5-fold last year. He appeared in the hotel business, in the media, increased his real estate worth number of construction companies, his wife and children bought over 1500 hectares, what’s more, the worth of the gas fitter and mayor of Felcsút will reach 120 billion forint.

Automobile industry, chemicals or electronics are different. These plants can leave the country anytime to set up shop in Romania or China. They are not primarily producing for the Hungarian market, which is why the government will not touch these sectors at all. Instead, like we saw earlier, they are treated very well.

So this is a war of independence that does not deal with the real roots of the dependence, but instead uses the war ideology to help a small circle prosper enormously.

Not surprisingly, the new system required the demolition of the constitutional state, because the redivision of wealth would probably fall short on first inspection. Without public prosecution, there are no limits anymore.

Bechtel scandal, Vizoviczki scandal, the Roma self government financial scandals and the MNB foundations. No word about these issues by public prosecutor Polt Péter, who stated to only talk about the proceedings of the 2015 report.

– I state that the public prosecution fully fulfilled the expectations as held in the constitutional state.

Familiar? A Hungarian system builds the props of something but happens to forget to introduce the main part? Let’s return to Melanisa!

This was the topic of the previous part. The western concensus built the requirements for capitalist growth and waited for the results. The next system – denouncing the previous one – built a set of new props – the War of independence – and waits. But every system has losers, and both systems need an ideology to explain the masses to hold on and wait for better times. After the transition, the ideology was as follows: liberalization is the only way to freedom and democracy. Accordingly, the situation was explained to the people by the elite. This narrative finally lost persuasive power during 2008, the frustration and anger of that period proved to be fertile ground for the 2010 overhaul. Although it is true that even in the of Orbán Viktor system things take place without consent of everybody, still the new ideology successfully pushes the view forward that this political system is the only collateral for retaining the Hungarian way of life.

– We don’t need fences, let people come in as they please. Later, they will take away everything, anyway. That isn’t a problem either, if only the power would remain, the country, our beautiful Hungarian country, our faith, our houses, wives, everything, it doesn’t matter to them, only power, but
we have our opinion and that is: don’t be afraid, don’t be afraid, look each other bravely in the eyes

So that is the situation repeating itself over and over.

– Of course, there will always be people who don’t like it. But what can we do about it? A system that everybody likes, is impossible to make. What is liked by Weis Manfred, is disliked by the working camerad in the Csepel factory.

– We came from a society where they told us for years that capitalism, and socialism and everything, we believed that, and now here is the end and we don’t know what is happening and who we are. You think you are in a swamp and we have to go somewhere, but where do we go? What direction? Who lied to us? When did they lie to us and why? How could they lie to us? Let them give an answer!

– After four years, we can now clearly see that in 2010 a real system change took place. The second in 20 years. We changed the political and economical system that was build after communism. Moreover, let’s be honest: we replaced the system that we ourselves have helped to build.

These ever changing new systems bring along new props that, in the beginning at least, always look essential. They counter real disappointments and truly felt frustrations, building on the total denial of all of the previous systems. Every one of them promises the Hungarian society that things now really are going to change for the better. And this will take until the circumstances change again and the next collapse will follow.
This doesn’t mean that all of these systems are equal in value and worth. Neither does it mean that the respective politicians have to be excused.
And most importantly, mentioning outside circumstances does not imply that there is a world wide conspiracy against Hungary formed and enacted. It does not mean that an external power is responsible for the problems of Hungary, but instead it means that Hungary in the global economy is like a boat in open see. The storm doesn’t crush the boat because the storm is evil, but simply because that is what happens to boats that are not strong enough – regardless what the actual commanding captain is just screaming.

There is a huge chance that the next system will have the same basic fault. If we can not break out of this loop, future generations of people will be having the same problem, asking themselves the same question we asks ourselves now: how did we end up like this?

5376: Support for the Apocalypse Survivors’ Tribe collapsed, after the prolongation of the drinking water plasma crisis. The Alliance for Order after World’s End prepares to take over control. Young people have enough after 3000 years, rejecting every political party. The Tribe leaders offer the transtribal hunting society tax exemption on certain inner organs of the community.

 

KHf extra 2: onverwachte draai aan retoriek grote leider (maar niet heus)

citadelHeeft U wel eens het vragenuurtje gezien van kormány-info (min of meer elke donderdagmiddag rond 2- 3 uur op MTV1)? Niet de standpunten van de regering, niet de verklaringen, de bakladingen met eigengereidheid die in het eerste deel over het volk wordt gestort. Nee: het vragenuurtje. Dat is leuk (en niet meer terug te vinden): de antwoorden van kabinetsminister Lázár János en woordvoerder Kovács Zoltán op de gerichte vragen van vriend en vijand.

Om te beginnen doet Lázár dat best bewonderenswaardig. Je hebt witte pingpongballetjes die je al van verre aan kunt zien komen: de inkoppertjes, de fijne vragen van bijvoorbeeld de Magyar Hirlap, Magyaridök en dergelijke. Goed voor nog wat extra spierballentaal, wat fijne quotes en een aai over de regeringsbol. En dan zijn er de zwarte pingpongballetjes, die beter maar niet teveel door de ether kunnen vliegen. Kritische vragen. Waarschijnlijk zijn ook die wel van tevoren aangemeld, maar toch.

Hoe ze gepareerd worden levert best mooi toneelwerk op. En: het gaat er alles bij elkaar best gemoedelijk aan toe. Met gevlei en wat feitenkennis weet Lázár soms zelfs het perspectief van de kritische kranten – ‘de regering is een boevenbende en elk streep rook is vuur’ – een draai te geven. Lázár gaat zelfs in debat – met zichzelf en een paar linkse stereotiepen, maar toch. Bijvoorbeeld over de vraag waarom Hongarije geen kunst zou mogen kopen, of de Nationale Bank dat niet zou mogen doen. Dat doen ze in Oostenrijk en in de VS toch ook! En hij bluft zich vrij, trekt zich aan een ongekend feitje door de branding het droge op, sleurt de belager langszij en hakt de gladste aal in stukjes om ze af te serveren met een knapperig korstje van humor en/of vergevingsgezindheid. Prachtige machinator, die man!

Het voordeel van de twijfel. Zullen we hem dan maar even volgen?

De precieze opmerking van Lázár kan ik dus niet meer vinden maar het kwam erop neer dat het westen nog kan leren van de Hongaarse mediawet. Iets met rectificaties die door een Zweedse krant niet werden toegestaan en een Belgische uitgever die aan censuur doet. Dit laatste geval gaat als volgt: een Franse tekst van een professor aan Sorbonne gaat inderdaad over het uit de winkels halen van een publicatie waarin de Hongaarse minister van Justitie, Trocsányi, voorkomt. Er is een lange inleiding over het belang van vrije meningsuiting en het gevaar van censuur en dan een dik eropgelegde veroordeling van de achterliggende ‘geveinsde’ en de achterliggende ‘vermeende’ motivatie. Geveinsd: status wetswetenschapper + minister/politicus is niet verenigbaar. Vermeend: Hongaarse minderheidsstandpunt tov verplichte strekking van EU-beslissingen is te explosief om te verspreiden.

Het geheel doet sterk denken aan een storm in het glas water, temeer daar onderaan het artikel wordt vermeld dat de keuze van de uitgever al is bijgesteld. Toch klimt Magyaridő, die andere spreekbuis van de regering, op de barricades en gaat ook het kritische portal 24.hu aan de haal met het verhaal met een eigen cynische ‘die vervelende westerse kranten toch, foei!’, dit weer op basis van de uitlatingen van Lázár zelf.

Een klucht, dus. Mooi beeld van de eeuwige vliegen die links en rechts elkaar – genetisch bepaald lijkt het wel – af moeten vangen. Waarbij ze allebei zeker weten dat zij het zijn die in het verdomhoekje zitten en niet de andere kant en daarnaast hebben ze allebei ook nog eens het grootste gelijk van de wereld.

Je hebt dus politieke elites – die het altijd met elkaar oneens zullen zijn. Je hebt vertolkers en spreekbuizen in de pers en in functie, die het altijd oneens met elkaar zullen zijn. En je hebt mensen zoals U, ik en het Hongaarse stemvee.

En je zou een vloeibare samenleving moeten hebben. Waarin het middenveld van intermediairs (of hier) verdwijnt omdat de burger wilsbekwaam zou zijn geworden.

De Nederlandse pers functioneerde decennialang met hoor en wederhoor als leidend principe. Bij die pers komen alle betrokkenen aan bod, of het nou om ontslagen in de zorg gaat, om problemen met een voetbalclub of om de plofkippen: vakbonden, klanten, leveranciers, werknemers, belangengroepen, overheid. Hoe verzuild de pers ook was, meestal konden zij – en hun lezers – best hun eigen perspectief scheiden van de grotere politieke ontwikkelingen en verhoudingen. Dat was een mooie mijlpaal en die kan nu inderdaad langzaam overboord. Nieuwsuur dat nog pretendeert bovenop (al) het nieuws van de dag te zitten, dat is een beetje achterhaald in onze flitsende info-maatschappij met al die dwarsverbindingen en alternatieve pressie-middelen. Puur als je kijkt naar de historische noodzakelijkheid en mogelijke verdere ontwikkelingsstappen, bedoel ik dan even.

Kijk naar de vluchtelingen. Er zijn burgerinitiatieven, mensen die zich op de radio en in de kranten van hun juiste instelling kwijten en rondbazuinen dat ‘we er wel uit komen’, en hulpverleners die zich zorgen mogen maken omdat vluchtelingen in hun nieuwe onderkomens niet behoorlijk kunnen koken zoals een normaal gezin betaamd.

De crux ligt in dat betamen. Daar kun je over praten. Vloeibaar of niet.

In Hongarije – waar ze geen geld verdienen, maar geld zoeken – liggen de kooltjes allemaal in het vuur, denkt men. En de enige die ze eruit mag halen is de regering. Die weet bijvoorbeeld dat er niemand, nog geen 1294 mensen, dit jaar binnen zullen komen. Die weet hoe je bij een referendum de vraag zo moet stellen, dat het goede antwoord eruit komt. Die weet dat, als je streng bent, je een signaal afgeeft dat begrepen zal worden. Die weet dat humanistische project afgelopen is en dat respect tegenwoordig afgedwongen wordt met autoriteit. Die weet dat vluchtelingen – echte vluchtelingen, juist: die drie met die paardenkop die mogen blijven – net zoveel steun verdienen als de normale mensen in Hongarije – en ze dus moeten werken (want, laten we wel wezen: ze verdienen geen steun, maar ze zoeken het). En iedereen moet werken. Zo is het toch, meneer Lázár?

Szijjártó Péter, de nationale oetlul, zegt dat Hongarije vorig jaar 400.000 vluchtelingen heeft opgevangen, dat die eten hebben gekregen etc. en dat het niet waar is dat ze geen hulp hebben gekregen, maar ze verdienen het toch ook niet want het zijn geen vluchtelingen, maar economische emigranten. En dat mag hij zeggen. Kan gewoon. Hij kent ze namelijk allemaal. En de TEK ook. Al die verrekte kooltjes in het vuur. Het merendeel van de onwetende Hongaarse stemmers kent misschien één of twee donkere mensen. Van heel vroeger, uit de tijd van socialistische broederregimes en uitwisselingsstudenten. Noem ze met een gerust hart opportuun-racistische mensen (van de xenofobie zien we voorbeelden genoeg). En hoewel de halve kudde regeringsleden gestudeerd heeft in het buitenland – niet zelden gefinancieerd door aartsvijand Soros – zijn het toch deze ‘hardwerkende’ mannen met hun grote gezinnen die middels hun toegewijde spreekbuizen Viktor’s Volk de angst en het ontzag inboezemen die hij verdient.

De polarisering van Hongarije is natuurlijk al heel oud. Sinds 1989 werkt vooral één kant heel hard eraan: Fidesz. Decennialang is er structureel en nauwgezet gekoerst op de twee-partijstaat. Fidesz heeft KDNP geannexeerd, de MDF geannihileerd, de Kisgazdapárt (eventjes) voorop de bumper gehad (weet u nog: Torgyán als mogelijke president?) en voor alles categorisch het recht geclaimd te allen tijde te doen wat ze willen, omdat de tegenstanders ‘fout’ zijn. De totale politisering van links naar rechts (of eigenlijk niet politisering, maar partificatie).

Waar in Nederland wordt samengewerkt, voor zover mogelijk samen beslist, en men gevoelig is voor elkaars posities en gevoeligheden – voor zover die niet gericht zijn op totale uitsluiting van andere meningen en oplossingen (extreem tolerant of juist totaal vreemdelingwerend), heeft in Hongarije heeft bij voorbaat een extreme visie de overhand – vanwege de Partij – en wordt zelfstandig denkende, fatsoenlijke burgers met gevoelens van compassie en medemenselijkheid in de richting van de hulpbehoevende, van overheidswege te verstaan gegeven dat ze zich moeten schamen.

Ungváry Rudolf zegt dat Viktor Orbán een dictator is en het nodig heeft dat mensen hem liefhebben, zoals alle dictators. Daarom worden mensen die hem niet genegen zijn, en andersom, uitgesloten. Soms met sociale stickers, verwaarlozing en discriminatie, soms letterlijk door de atmosfeer die te drukkend wordt om te blijven.

Wat zal het worden, vandaag? Als honden konden bidden zou het kluiven regenen …

 

 

 

KHf extra: Onverwachte draai aan retoriek grote leider (1)

haaiOm te beginnen is er het laatste boek van Umberto Eco, Numero Zero. Een loser-journalist laat daarin zijn talenten los op een (fictieve) dagbladformule waarbij projecties uit de onderbuik, via insinuaties en verdraaiingen, achterklap en roddelpraat tot journalistiek worden verheven. Hierbij komen vanzelfsprekend allerlei methodes aan bod, van geavanceerde technieken voor associatieve, manipulatieve nieuwspresentatie tot en met het optimaal uitspinnen van dubbele ontkenningen van uitspraken die om te beginnen al in de mond waren gelegd (of zelfs geheel verzonnen).

In de praktijk niets nieuws, natuurlijk. Zowel in Nederland als in Hongarije stralen krantenkoppen van links naar rechts vooringenomenheid uit. Verhogen we de inzet: de inhoud van het nieuws is één ding waarover te steggelen valt. De toon van het nieuws is weer een heel ander geval.

Kétfarku kútyapárt piro3
Foto: Kétfarkú Kutya Párt

De Kétfarku Kutyapárt, een onnavolgbare satirische klub (nu ook al partij – voor een staaltje van hun kunnen klik op de foto hiernaast) heeft vorig jaar zomer een alternatieve editie (link is een pdf document) van Magyar Hirlap uitgebracht. Een ‘goed nieuws’ editie. Welke coulisse (goed nieuws voor wie?) er nu precies verschoven is, is niet helemaal duidelijk: sommige fictieve artikelen komen over met een heftigheid die de Magyar Hirlap gewoon is maar verkondigen precies de feiten-versie die de Hirlap niet graag zou zien. Omgedraaid komt ook voor: lief nieuws dat niemand kwaad doet, – een beetje zoals het jeugdjournaal, vroeger.

De website Mediavadasz positioneert zichzelf als het weerwoord op de wijdverspreide links-liberale ‘vuilnissites’ (szennyoldalak) op het web. Onderwerpen en gebeurtenissen worden er besproken met als doel het gepretendeerde gelijk van ‘links’ te de-bunken. Zo stellen ze concreet over de plakaat-affaire van vorig jaar – de kritiek op de overheidsplakaten (die voortkwamen uit en aanleiding gaven tot stemmingmakerij rond de vluchtelingen), dat de reclameboodschappen van het Kétfarku Kutya-partij/Vastagbőr- verband die daarop ten antwoord verschenen (met o.a. ‘Sorry for our prime-minister’) en de verwijzingen naar bijvoorbeeld de bijbel (‘vluchtelingen zult U voeden’) hoogst verwerpelijk zijn. Want dat zou het aankweken van schuldgevoel zijn.

Wat denkt de KKP wel van christenen? Dat het een sukkelige, zelfopofferende liefdadigheidsinstelling is? Of dat ze de inbreker in huis binnenlaten, geld in diens zakken stoppen en ook nog eens het mes op de eigen keel zetten? De linksliberalen rekenen het de Hongaarse conservatieve christenen aan dat ze niet genoeg christelijk zouden zijn? Absurd!

Polemiek wil altijd gelijk hebben, als het even kan voor 100%. Polemisten zijn er vaak op uit elkaar helemaal onmogelijk te maken, liever nog met één enkele voltreffer dan op ‘punten’. De schrijver heeft schijnbaar niet door dat satire geen polemiek is – in die zin dat satire niet voor 100% gelijk kan hebben omdat het gebruik maakt van originele bronnen waarop satire zichzelf botviert (en dientengevolge voor alles wijst op hypocrisie).

Hij die zonder zonden is, werpe de eerste steen is in Hongarije opgewaardeerd tot een verlammende alles of niet toestand met alleen nog maar schreeuwers aan beide zijden. Als je kritiek durft te hebben, dan moet je ook meteen klaar staan om alle politieke associaties die via die kritiek in je ‘eigen nest’ te leggen zijn, te weerleggen. Als je tegen de verkeerde zegt: ‘Viktor verrijkt zichzelf’, dan krijg je terug dat die-en-die zich nog veel meer verrijken of verrijkt hebben, of de multi’s, of wat dan ook. Een vraag met een wedervraag beantwoorden, kritiek met een schep erbovenop.

Kijkend naar foto’s van Amerikaanse moordenaars haal ik het ‘slechte’ in de mens er niet altijd uit. Is het objectief zichtbaar, dat iemand een ‘slecht mens’ is – niet dom, of lelijk, maar echt slecht? Vaker lukt dit niet, dan wel. Vanaf een nieuwsportaal, een verzamelportal waar nieuws van allerlei bronnen verwerkt is, komt het ook wel eens voor dat je niet één-twee-drie weet wat het nieuws dat je leest, nu wil zeggen. En net als je je aan het opwinden bent over de kop en de stemmingmakende paragrafen, blijkt dat het stuk de ‘goede kant’ op wil. Of andersom. Op het verkeerde been staan bij het lezen van een story – of dat nu fictie is of non-fictie – kan heel heilzaam zijn.

Nog iets raars, tenslotte. Uitleggen is in het dagelijks Hongaars magyarázni. Uitleggen zou op die fiets in het Nederlands (ver-?)nederlandsen worden. Waarheid gebaseerd op identiteit en niet op logica.

Volgende keer: de vloeibare samenleving, kormany-info vragenuurtje en de vraag of Belgie en Nederland nog iets kunnen leren van de Hongaarse media-wet (volgens Lázar wel)

 

 

Er is een roos ontsprongen …

En de veteranen rollen over elkaar met veel gezucht, deskundige adviezen en meewarige waarschuwingen:

  • wat dapper
  • wat een clown
  • waar zitten de gaatjes in het Fidesz pantser voor deze pijl?
  • maar goed dat ze geen ‘verleden’ heeft
  • maar ze heeft wel een heden – ze werkt voor een stichting met politieke doelen
  • maar dat is ongehoord
  • maar wel logisch
  • laten we haar maar snel weer vergeten
  • dit is het laatste onderwijsproduct dat de Fidesz nog schade toe kan brengen
  • etc

veel van hetzelfde van alle kanten maar dan om net iets anders.

Overeind staat dat dit meisje niet minder is dan een belofte. Iets waarop velen zaten te wachten. Maakt niet uit of ze de nieuwe uitdager van OV wordt. Misschien vinden ze weer iets om het tij te keren. Heeft ze wel hamsters gemarteld of klasgenootjes afgeperst. Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat hier even een vergezicht geboden is, dat ons niet alleen confronteert met haar en wat ze voorstelt maar ook met onszelf en wat we positief – naar omstandigheden – voor kunnen stellen.

Als het stemmetje dat zegt: Waarom ook niet? Het zou best kunnen …

Je hoort wel eens dat Fidesz misschien wel verre van ideaal is maar dat niemand anders in aanmerking komt om het land bij elkaar te houden. Een sterke hand krijgt nog altijd meer gedaan dan slappe hap. Persoonlijk geloof ik dat niet, want ik heb ooit het optimisme gezien – in andere tijden – maar bovenal heb ik de structurele afbraak gezien die Fidesz de afgelopen jaren meende te moeten verzetten.

Het wordt hoog tijd dat er getimmerd gaat worden. Demo’s en burgelijke ongehoorzaamheid, tussentijdse overwinningen in lokale verkiezingen en fijne, mediagenieke meiden zijn allemaal leuk en aardig voor momentum maar een echte vuist tegen de afbraak is vaak ook een hand naar de medemens.

Want Fidesz, die houden we zelf overeind. Met onze angsten, onze aversies, onze rethoriek. Allemaal, samen, tegen elkaar.

Tijd voor vervelling!

Hungarikum je ook? Groots en meeslepend ga ik ten onder

Gevangenis
Who controls the past controls the future: who controls the present controls the past (George Orwell)

Nergens is de stammenstrijd – of de klassenstrijd – die in Hongarije gaande is, zo duidelijk aanwezig als in het verleden. Bijvoorbeeld in de omgang met de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan: wie is er verantwoordelijk voor wat er precies gedaan is in naam van het Hongaarse volk? Wanneer precies? En wie was dat volk?

Weer is er één en ander te doen rondom dat verleden. Een standbeeld voor een slachtoffer van de showtribunalen van het naoorlogse Hongaarse socialisme na, EN (let op de en, want die is dus belangrijk) een antisemitische, rascistische volksvertegenwoordiger ten tijde van de oorlog. En dat terwijl er volgens onze inmiddels bekend veronderstelde vriend, Ungváry Krisztián, ook genoeg hoogstaande slachtoffers te vinden waren geweest zonder zo’n EN op hun cv.

De retoriek spat er van alle kanten af. En de tragiek, dat andere onmisbare onderdeel bij een dergelijk thema. Niet verrassend, in aanmerking genomen dat dat zo ongeveer het laatste is dat je ter beschikking staat, als je zeker meent te weten dat je land ergens tussen nazi’s en joden, communisten en grootkapitaal (mutatis mutandis) uitgedrukt wordt als een zwerende pukkel. Of geschild als een ui?

Donáth György, politicus voor de Boerenpartij en leider van een overkoepelende organisatie voor ‘Echte Hongaren’ werd in 1947, op de socialistische voorplecht OF de democratische valreep, verdacht van landverraad (en daaromtrent). Feitelijk werd hij natuurlijk uit de weg geruimd zodat weinig de politieke opmars van de MSZMP meer in de weg zou staan. In zijn zes uur durende slotwoord heeft hij onder andere dit gezegd over de ten laste gelegde beinvloeding (één van de punten waarop hij ter dood veroordeeld werd):

“A befolyásolás nemcsak megengedett, hanem szinte kötelező eszköze a politikának. Nem tudom, hogy jól értettem-e, amit az ügyész úr mondott, tehát megismétlem. (…) A befolyásolást azért nem fogadja el eszköznek, mert az állam vezetői a demokráciában nem saját elgondolásukat valósítják meg, hanem a népét. Méltóztassék megengedni, hogy megálljak ennél a gondolatnál. Száz százalékig magamévá teszem azt, amit az ügyész úr mondott, mert nagyon érdekes konzekvencia adódik belőle. Mikor tudja megmondani a nép, hogy az állam vezetőitől mit akar? (…) Gyakorlatilag ez a választásokon nyilvánul meg. (…) Tehát ismétlem: nem a demokratikus rend, nem a demokratikus életforma megváltoztatására törekedtünk. Ellenkezőleg, éppen a közösségben magunkba szívott és vérünkké vált népi politikai felfogásunkat akartuk uralkodóvá tenni nemcsak a papíron, hanem a valóságos életben is. (…) Befolyásolni akartuk a magyar politikai életet, természetesen a mi ideológiánk jegyében. Ez az ideológia azonban minden államformát elbír, és elbír minden életformát, ami – magyar. (…) de olyan eszközökkel, amelyek minden civilizált államban elfogadhatók.”

Beinvloeding is niet alleen toegestaan, het is zelfs een verplicht middel om politiek te bedrijven. Ik weet niet of ik het goed begrijp, wat de aanklager zegt, dus ik herhaal het maar. Beinvloeding wordt door hem niet geaccepteerd als middel, omdat de staat in een democratie niet volgens de eigen overtuigingen handelt, maar volgens die van het volk. Sta me toe even stil te staan bij deze gedachte. Ik ben het 100% eens met wat de aanklager zegt, want er zit een bijzonder interessante consequentie aan vast. Wanneer kan het volk zeggen wat het volk wil van de leiders? (…) In de partijk gebeurt dat tijdens de verkiezingen. (…) Ik herhaal: wij wilden niet de demorcratische orde niet de democratische levenshouding veranderen. Integendeel, wij wilden juist onze volkse politieke opvattingen, die we opgesnoven hebben in de gemeenschap en die ons in ons bloed zitten, niet alleen op papier, maar ook in het echte leven laten gelden. (…) We wilden het Hongaarse politieke leven beinvloeden, vanzelfsprekend naar onze eigen ideologie. En die ideologie, die houdt staande in elke staatsvorm, en in elke levenshouding, die Hongaars is. (…) met middelen die in elke geciviliseerde staat acceptabel zijn.

Als dit verhaal vervolgens weer op de één of andere manier teruggevoerd moet worden naar Fidesz en het Hongarije van nu – de vice-voorzitter van Fidesz en oudpremier Boross Péter waren aanwezig om hun respect te tonen voor de man die mee heeft gewerkt aan het wegzuiveren van honderdduizenden medeburgers, joden EN Duitsers – dan lijkt me dit twee elementen te onderstrepen die ons smeulende dossier rokend houden:

  1. links en rechts, over en weer, vertrouwt men elkaar in Hongarije al zo enorm en ontzettend niet meer, dat retoriek naar willekeur rondgepompt kan worden: de objectieve waarheid is namelijk de eerste die sneuvelt, ver voor de waarachtigheid; de juistheid, daarentegen, was al geen onderdeel van het gezamenlijke discours en de verwachting dat ze dat ooit nog zal kunnen worden mag eenieder zelf op merites beoordelen
  2. democratie zoals we het kennen is uit (maar dat wisten we eigenlijk ook al)