Tag Archives: Klein Hongarije feuilleton

KHf extra 2: onverwachte draai aan retoriek grote leider (maar niet heus)

citadelHeeft U wel eens het vragenuurtje gezien van kormány-info (min of meer elke donderdagmiddag rond 2- 3 uur op MTV1)? Niet de standpunten van de regering, niet de verklaringen, de bakladingen met eigengereidheid die in het eerste deel over het volk wordt gestort. Nee: het vragenuurtje. Dat is leuk (en niet meer terug te vinden): de antwoorden van kabinetsminister Lázár János en woordvoerder Kovács Zoltán op de gerichte vragen van vriend en vijand.

Om te beginnen doet Lázár dat best bewonderenswaardig. Je hebt witte pingpongballetjes die je al van verre aan kunt zien komen: de inkoppertjes, de fijne vragen van bijvoorbeeld de Magyar Hirlap, Magyaridök en dergelijke. Goed voor nog wat extra spierballentaal, wat fijne quotes en een aai over de regeringsbol. En dan zijn er de zwarte pingpongballetjes, die beter maar niet teveel door de ether kunnen vliegen. Kritische vragen. Waarschijnlijk zijn ook die wel van tevoren aangemeld, maar toch.

Hoe ze gepareerd worden levert best mooi toneelwerk op. En: het gaat er alles bij elkaar best gemoedelijk aan toe. Met gevlei en wat feitenkennis weet Lázár soms zelfs het perspectief van de kritische kranten – ‘de regering is een boevenbende en elk streep rook is vuur’ – een draai te geven. Lázár gaat zelfs in debat – met zichzelf en een paar linkse stereotiepen, maar toch. Bijvoorbeeld over de vraag waarom Hongarije geen kunst zou mogen kopen, of de Nationale Bank dat niet zou mogen doen. Dat doen ze in Oostenrijk en in de VS toch ook! En hij bluft zich vrij, trekt zich aan een ongekend feitje door de branding het droge op, sleurt de belager langszij en hakt de gladste aal in stukjes om ze af te serveren met een knapperig korstje van humor en/of vergevingsgezindheid. Prachtige machinator, die man!

Het voordeel van de twijfel. Zullen we hem dan maar even volgen?

De precieze opmerking van Lázár kan ik dus niet meer vinden maar het kwam erop neer dat het westen nog kan leren van de Hongaarse mediawet. Iets met rectificaties die door een Zweedse krant niet werden toegestaan en een Belgische uitgever die aan censuur doet. Dit laatste geval gaat als volgt: een Franse tekst van een professor aan Sorbonne gaat inderdaad over het uit de winkels halen van een publicatie waarin de Hongaarse minister van Justitie, Trocsányi, voorkomt. Er is een lange inleiding over het belang van vrije meningsuiting en het gevaar van censuur en dan een dik eropgelegde veroordeling van de achterliggende ‘geveinsde’ en de achterliggende ‘vermeende’ motivatie. Geveinsd: status wetswetenschapper + minister/politicus is niet verenigbaar. Vermeend: Hongaarse minderheidsstandpunt tov verplichte strekking van EU-beslissingen is te explosief om te verspreiden.

Het geheel doet sterk denken aan een storm in het glas water, temeer daar onderaan het artikel wordt vermeld dat de keuze van de uitgever al is bijgesteld. Toch klimt Magyaridő, die andere spreekbuis van de regering, op de barricades en gaat ook het kritische portal 24.hu aan de haal met het verhaal met een eigen cynische ‘die vervelende westerse kranten toch, foei!’, dit weer op basis van de uitlatingen van Lázár zelf.

Een klucht, dus. Mooi beeld van de eeuwige vliegen die links en rechts elkaar – genetisch bepaald lijkt het wel – af moeten vangen. Waarbij ze allebei zeker weten dat zij het zijn die in het verdomhoekje zitten en niet de andere kant en daarnaast hebben ze allebei ook nog eens het grootste gelijk van de wereld.

Je hebt dus politieke elites – die het altijd met elkaar oneens zullen zijn. Je hebt vertolkers en spreekbuizen in de pers en in functie, die het altijd oneens met elkaar zullen zijn. En je hebt mensen zoals U, ik en het Hongaarse stemvee.

En je zou een vloeibare samenleving moeten hebben. Waarin het middenveld van intermediairs (of hier) verdwijnt omdat de burger wilsbekwaam zou zijn geworden.

De Nederlandse pers functioneerde decennialang met hoor en wederhoor als leidend principe. Bij die pers komen alle betrokkenen aan bod, of het nou om ontslagen in de zorg gaat, om problemen met een voetbalclub of om de plofkippen: vakbonden, klanten, leveranciers, werknemers, belangengroepen, overheid. Hoe verzuild de pers ook was, meestal konden zij – en hun lezers – best hun eigen perspectief scheiden van de grotere politieke ontwikkelingen en verhoudingen. Dat was een mooie mijlpaal en die kan nu inderdaad langzaam overboord. Nieuwsuur dat nog pretendeert bovenop (al) het nieuws van de dag te zitten, dat is een beetje achterhaald in onze flitsende info-maatschappij met al die dwarsverbindingen en alternatieve pressie-middelen. Puur als je kijkt naar de historische noodzakelijkheid en mogelijke verdere ontwikkelingsstappen, bedoel ik dan even.

Kijk naar de vluchtelingen. Er zijn burgerinitiatieven, mensen die zich op de radio en in de kranten van hun juiste instelling kwijten en rondbazuinen dat ‘we er wel uit komen’, en hulpverleners die zich zorgen mogen maken omdat vluchtelingen in hun nieuwe onderkomens niet behoorlijk kunnen koken zoals een normaal gezin betaamd.

De crux ligt in dat betamen. Daar kun je over praten. Vloeibaar of niet.

In Hongarije – waar ze geen geld verdienen, maar geld zoeken – liggen de kooltjes allemaal in het vuur, denkt men. En de enige die ze eruit mag halen is de regering. Die weet bijvoorbeeld dat er niemand, nog geen 1294 mensen, dit jaar binnen zullen komen. Die weet hoe je bij een referendum de vraag zo moet stellen, dat het goede antwoord eruit komt. Die weet dat, als je streng bent, je een signaal afgeeft dat begrepen zal worden. Die weet dat humanistische project afgelopen is en dat respect tegenwoordig afgedwongen wordt met autoriteit. Die weet dat vluchtelingen – echte vluchtelingen, juist: die drie met die paardenkop die mogen blijven – net zoveel steun verdienen als de normale mensen in Hongarije – en ze dus moeten werken (want, laten we wel wezen: ze verdienen geen steun, maar ze zoeken het). En iedereen moet werken. Zo is het toch, meneer Lázár?

Szijjártó Péter, de nationale oetlul, zegt dat Hongarije vorig jaar 400.000 vluchtelingen heeft opgevangen, dat die eten hebben gekregen etc. en dat het niet waar is dat ze geen hulp hebben gekregen, maar ze verdienen het toch ook niet want het zijn geen vluchtelingen, maar economische emigranten. En dat mag hij zeggen. Kan gewoon. Hij kent ze namelijk allemaal. En de TEK ook. Al die verrekte kooltjes in het vuur. Het merendeel van de onwetende Hongaarse stemmers kent misschien één of twee donkere mensen. Van heel vroeger, uit de tijd van socialistische broederregimes en uitwisselingsstudenten. Noem ze met een gerust hart opportuun-racistische mensen (van de xenofobie zien we voorbeelden genoeg). En hoewel de halve kudde regeringsleden gestudeerd heeft in het buitenland – niet zelden gefinancieerd door aartsvijand Soros – zijn het toch deze ‘hardwerkende’ mannen met hun grote gezinnen die middels hun toegewijde spreekbuizen Viktor’s Volk de angst en het ontzag inboezemen die hij verdient.

De polarisering van Hongarije is natuurlijk al heel oud. Sinds 1989 werkt vooral één kant heel hard eraan: Fidesz. Decennialang is er structureel en nauwgezet gekoerst op de twee-partijstaat. Fidesz heeft KDNP geannexeerd, de MDF geannihileerd, de Kisgazdapárt (eventjes) voorop de bumper gehad (weet u nog: Torgyán als mogelijke president?) en voor alles categorisch het recht geclaimd te allen tijde te doen wat ze willen, omdat de tegenstanders ‘fout’ zijn. De totale politisering van links naar rechts (of eigenlijk niet politisering, maar partificatie).

Waar in Nederland wordt samengewerkt, voor zover mogelijk samen beslist, en men gevoelig is voor elkaars posities en gevoeligheden – voor zover die niet gericht zijn op totale uitsluiting van andere meningen en oplossingen (extreem tolerant of juist totaal vreemdelingwerend), heeft in Hongarije heeft bij voorbaat een extreme visie de overhand – vanwege de Partij – en wordt zelfstandig denkende, fatsoenlijke burgers met gevoelens van compassie en medemenselijkheid in de richting van de hulpbehoevende, van overheidswege te verstaan gegeven dat ze zich moeten schamen.

Ungváry Rudolf zegt dat Viktor Orbán een dictator is en het nodig heeft dat mensen hem liefhebben, zoals alle dictators. Daarom worden mensen die hem niet genegen zijn, en andersom, uitgesloten. Soms met sociale stickers, verwaarlozing en discriminatie, soms letterlijk door de atmosfeer die te drukkend wordt om te blijven.

Wat zal het worden, vandaag? Als honden konden bidden zou het kluiven regenen …

 

 

 

KHf extra: Onverwachte draai aan retoriek grote leider (1)

haaiOm te beginnen is er het laatste boek van Umberto Eco, Numero Zero. Een loser-journalist laat daarin zijn talenten los op een (fictieve) dagbladformule waarbij projecties uit de onderbuik, via insinuaties en verdraaiingen, achterklap en roddelpraat tot journalistiek worden verheven. Hierbij komen vanzelfsprekend allerlei methodes aan bod, van geavanceerde technieken voor associatieve, manipulatieve nieuwspresentatie tot en met het optimaal uitspinnen van dubbele ontkenningen van uitspraken die om te beginnen al in de mond waren gelegd (of zelfs geheel verzonnen).

In de praktijk niets nieuws, natuurlijk. Zowel in Nederland als in Hongarije stralen krantenkoppen van links naar rechts vooringenomenheid uit. Verhogen we de inzet: de inhoud van het nieuws is één ding waarover te steggelen valt. De toon van het nieuws is weer een heel ander geval.

Kétfarku kútyapárt piro3
Foto: Kétfarkú Kutya Párt

De Kétfarku Kutyapárt, een onnavolgbare satirische klub (nu ook al partij – voor een staaltje van hun kunnen klik op de foto hiernaast) heeft vorig jaar zomer een alternatieve editie (link is een pdf document) van Magyar Hirlap uitgebracht. Een ‘goed nieuws’ editie. Welke coulisse (goed nieuws voor wie?) er nu precies verschoven is, is niet helemaal duidelijk: sommige fictieve artikelen komen over met een heftigheid die de Magyar Hirlap gewoon is maar verkondigen precies de feiten-versie die de Hirlap niet graag zou zien. Omgedraaid komt ook voor: lief nieuws dat niemand kwaad doet, – een beetje zoals het jeugdjournaal, vroeger.

De website Mediavadasz positioneert zichzelf als het weerwoord op de wijdverspreide links-liberale ‘vuilnissites’ (szennyoldalak) op het web. Onderwerpen en gebeurtenissen worden er besproken met als doel het gepretendeerde gelijk van ‘links’ te de-bunken. Zo stellen ze concreet over de plakaat-affaire van vorig jaar – de kritiek op de overheidsplakaten (die voortkwamen uit en aanleiding gaven tot stemmingmakerij rond de vluchtelingen), dat de reclameboodschappen van het Kétfarku Kutya-partij/Vastagbőr- verband die daarop ten antwoord verschenen (met o.a. ‘Sorry for our prime-minister’) en de verwijzingen naar bijvoorbeeld de bijbel (‘vluchtelingen zult U voeden’) hoogst verwerpelijk zijn. Want dat zou het aankweken van schuldgevoel zijn.

Wat denkt de KKP wel van christenen? Dat het een sukkelige, zelfopofferende liefdadigheidsinstelling is? Of dat ze de inbreker in huis binnenlaten, geld in diens zakken stoppen en ook nog eens het mes op de eigen keel zetten? De linksliberalen rekenen het de Hongaarse conservatieve christenen aan dat ze niet genoeg christelijk zouden zijn? Absurd!

Polemiek wil altijd gelijk hebben, als het even kan voor 100%. Polemisten zijn er vaak op uit elkaar helemaal onmogelijk te maken, liever nog met één enkele voltreffer dan op ‘punten’. De schrijver heeft schijnbaar niet door dat satire geen polemiek is – in die zin dat satire niet voor 100% gelijk kan hebben omdat het gebruik maakt van originele bronnen waarop satire zichzelf botviert (en dientengevolge voor alles wijst op hypocrisie).

Hij die zonder zonden is, werpe de eerste steen is in Hongarije opgewaardeerd tot een verlammende alles of niet toestand met alleen nog maar schreeuwers aan beide zijden. Als je kritiek durft te hebben, dan moet je ook meteen klaar staan om alle politieke associaties die via die kritiek in je ‘eigen nest’ te leggen zijn, te weerleggen. Als je tegen de verkeerde zegt: ‘Viktor verrijkt zichzelf’, dan krijg je terug dat die-en-die zich nog veel meer verrijken of verrijkt hebben, of de multi’s, of wat dan ook. Een vraag met een wedervraag beantwoorden, kritiek met een schep erbovenop.

Kijkend naar foto’s van Amerikaanse moordenaars haal ik het ‘slechte’ in de mens er niet altijd uit. Is het objectief zichtbaar, dat iemand een ‘slecht mens’ is – niet dom, of lelijk, maar echt slecht? Vaker lukt dit niet, dan wel. Vanaf een nieuwsportaal, een verzamelportal waar nieuws van allerlei bronnen verwerkt is, komt het ook wel eens voor dat je niet één-twee-drie weet wat het nieuws dat je leest, nu wil zeggen. En net als je je aan het opwinden bent over de kop en de stemmingmakende paragrafen, blijkt dat het stuk de ‘goede kant’ op wil. Of andersom. Op het verkeerde been staan bij het lezen van een story – of dat nu fictie is of non-fictie – kan heel heilzaam zijn.

Nog iets raars, tenslotte. Uitleggen is in het dagelijks Hongaars magyarázni. Uitleggen zou op die fiets in het Nederlands (ver-?)nederlandsen worden. Waarheid gebaseerd op identiteit en niet op logica.

Volgende keer: de vloeibare samenleving, kormany-info vragenuurtje en de vraag of Belgie en Nederland nog iets kunnen leren van de Hongaarse media-wet (volgens Lázar wel)

 

 

Er is een roos ontsprongen …

En de veteranen rollen over elkaar met veel gezucht, deskundige adviezen en meewarige waarschuwingen:

  • wat dapper
  • wat een clown
  • waar zitten de gaatjes in het Fidesz pantser voor deze pijl?
  • maar goed dat ze geen ‘verleden’ heeft
  • maar ze heeft wel een heden – ze werkt voor een stichting met politieke doelen
  • maar dat is ongehoord
  • maar wel logisch
  • laten we haar maar snel weer vergeten
  • dit is het laatste onderwijsproduct dat de Fidesz nog schade toe kan brengen
  • etc

veel van hetzelfde van alle kanten maar dan om net iets anders.

Overeind staat dat dit meisje niet minder is dan een belofte. Iets waarop velen zaten te wachten. Maakt niet uit of ze de nieuwe uitdager van OV wordt. Misschien vinden ze weer iets om het tij te keren. Heeft ze wel hamsters gemarteld of klasgenootjes afgeperst. Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat hier even een vergezicht geboden is, dat ons niet alleen confronteert met haar en wat ze voorstelt maar ook met onszelf en wat we positief – naar omstandigheden – voor kunnen stellen.

Als het stemmetje dat zegt: Waarom ook niet? Het zou best kunnen …

Je hoort wel eens dat Fidesz misschien wel verre van ideaal is maar dat niemand anders in aanmerking komt om het land bij elkaar te houden. Een sterke hand krijgt nog altijd meer gedaan dan slappe hap. Persoonlijk geloof ik dat niet, want ik heb ooit het optimisme gezien – in andere tijden – maar bovenal heb ik de structurele afbraak gezien die Fidesz de afgelopen jaren meende te moeten verzetten.

Het wordt hoog tijd dat er getimmerd gaat worden. Demo’s en burgelijke ongehoorzaamheid, tussentijdse overwinningen in lokale verkiezingen en fijne, mediagenieke meiden zijn allemaal leuk en aardig voor momentum maar een echte vuist tegen de afbraak is vaak ook een hand naar de medemens.

Want Fidesz, die houden we zelf overeind. Met onze angsten, onze aversies, onze rethoriek. Allemaal, samen, tegen elkaar.

Tijd voor vervelling!

Hungarikum je ook? Groots en meeslepend ga ik ten onder

Gevangenis
Who controls the past controls the future: who controls the present controls the past (George Orwell)

Nergens is de stammenstrijd – of de klassenstrijd – die in Hongarije gaande is, zo duidelijk aanwezig als in het verleden. Bijvoorbeeld in de omgang met de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan: wie is er verantwoordelijk voor wat er precies gedaan is in naam van het Hongaarse volk? Wanneer precies? En wie was dat volk?

Weer is er één en ander te doen rondom dat verleden. Een standbeeld voor een slachtoffer van de showtribunalen van het naoorlogse Hongaarse socialisme na, EN (let op de en, want die is dus belangrijk) een antisemitische, rascistische volksvertegenwoordiger ten tijde van de oorlog. En dat terwijl er volgens onze inmiddels bekend veronderstelde vriend, Ungváry Krisztián, ook genoeg hoogstaande slachtoffers te vinden waren geweest zonder zo’n EN op hun cv.

De retoriek spat er van alle kanten af. En de tragiek, dat andere onmisbare onderdeel bij een dergelijk thema. Niet verrassend, in aanmerking genomen dat dat zo ongeveer het laatste is dat je ter beschikking staat, als je zeker meent te weten dat je land ergens tussen nazi’s en joden, communisten en grootkapitaal (mutatis mutandis) uitgedrukt wordt als een zwerende pukkel. Of geschild als een ui?

Donáth György, politicus voor de Boerenpartij en leider van een overkoepelende organisatie voor ‘Echte Hongaren’ werd in 1947, op de socialistische voorplecht OF de democratische valreep, verdacht van landverraad (en daaromtrent). Feitelijk werd hij natuurlijk uit de weg geruimd zodat weinig de politieke opmars van de MSZMP meer in de weg zou staan. In zijn zes uur durende slotwoord heeft hij onder andere dit gezegd over de ten laste gelegde beinvloeding (één van de punten waarop hij ter dood veroordeeld werd):

“A befolyásolás nemcsak megengedett, hanem szinte kötelező eszköze a politikának. Nem tudom, hogy jól értettem-e, amit az ügyész úr mondott, tehát megismétlem. (…) A befolyásolást azért nem fogadja el eszköznek, mert az állam vezetői a demokráciában nem saját elgondolásukat valósítják meg, hanem a népét. Méltóztassék megengedni, hogy megálljak ennél a gondolatnál. Száz százalékig magamévá teszem azt, amit az ügyész úr mondott, mert nagyon érdekes konzekvencia adódik belőle. Mikor tudja megmondani a nép, hogy az állam vezetőitől mit akar? (…) Gyakorlatilag ez a választásokon nyilvánul meg. (…) Tehát ismétlem: nem a demokratikus rend, nem a demokratikus életforma megváltoztatására törekedtünk. Ellenkezőleg, éppen a közösségben magunkba szívott és vérünkké vált népi politikai felfogásunkat akartuk uralkodóvá tenni nemcsak a papíron, hanem a valóságos életben is. (…) Befolyásolni akartuk a magyar politikai életet, természetesen a mi ideológiánk jegyében. Ez az ideológia azonban minden államformát elbír, és elbír minden életformát, ami – magyar. (…) de olyan eszközökkel, amelyek minden civilizált államban elfogadhatók.”

Beinvloeding is niet alleen toegestaan, het is zelfs een verplicht middel om politiek te bedrijven. Ik weet niet of ik het goed begrijp, wat de aanklager zegt, dus ik herhaal het maar. Beinvloeding wordt door hem niet geaccepteerd als middel, omdat de staat in een democratie niet volgens de eigen overtuigingen handelt, maar volgens die van het volk. Sta me toe even stil te staan bij deze gedachte. Ik ben het 100% eens met wat de aanklager zegt, want er zit een bijzonder interessante consequentie aan vast. Wanneer kan het volk zeggen wat het volk wil van de leiders? (…) In de partijk gebeurt dat tijdens de verkiezingen. (…) Ik herhaal: wij wilden niet de demorcratische orde niet de democratische levenshouding veranderen. Integendeel, wij wilden juist onze volkse politieke opvattingen, die we opgesnoven hebben in de gemeenschap en die ons in ons bloed zitten, niet alleen op papier, maar ook in het echte leven laten gelden. (…) We wilden het Hongaarse politieke leven beinvloeden, vanzelfsprekend naar onze eigen ideologie. En die ideologie, die houdt staande in elke staatsvorm, en in elke levenshouding, die Hongaars is. (…) met middelen die in elke geciviliseerde staat acceptabel zijn.

Als dit verhaal vervolgens weer op de één of andere manier teruggevoerd moet worden naar Fidesz en het Hongarije van nu – de vice-voorzitter van Fidesz en oudpremier Boross Péter waren aanwezig om hun respect te tonen voor de man die mee heeft gewerkt aan het wegzuiveren van honderdduizenden medeburgers, joden EN Duitsers – dan lijkt me dit twee elementen te onderstrepen die ons smeulende dossier rokend houden:

  1. links en rechts, over en weer, vertrouwt men elkaar in Hongarije al zo enorm en ontzettend niet meer, dat retoriek naar willekeur rondgepompt kan worden: de objectieve waarheid is namelijk de eerste die sneuvelt, ver voor de waarachtigheid; de juistheid, daarentegen, was al geen onderdeel van het gezamenlijke discours en de verwachting dat ze dat ooit nog zal kunnen worden mag eenieder zelf op merites beoordelen
  2. democratie zoals we het kennen is uit (maar dat wisten we eigenlijk ook al)

Oorlog is zo vreselijk!

Babaakocsiban_smallDeze dagen is het 72 jaar geleden dat Boedapest onder vuur lag van de Russen, of, zo u wilt, de Hongaren bevrijd werden. Hoe dan ook een bittere pil.

Onze vriend Krisztián Úngváry, historicus met een prachtige naam, acht derhalve de tijd rijp voor een kijkje achter de toenmalige schermen. Zoals waarschijnlijk wel bekend hebben in de eerste weken van 1944 Duitse en Hongaarse legereenheden pogingen gedaan om uit te breken naar het Westen, tegen de directe orders van Hitler in. De Hongaarse verliezen als gevolg van de uitbraak waren enorm, vertelt Úngváry, groter bijvoorbeeld dan de Amerikaanse verliezen op Omaha Beach rond D-Day. Toch worden de gevechten rond Boedapest door ‘de instanties’ al jarenlang genegeerd, terwijl bepaalde andere elementen de uitbraak juist zien als een weliswaar tragische, maar toch ook als een heldhaftige daad.

Dit laatste, zo zegt Úngváry, kan snel met statistieken worden ontkracht. Van de uitbrekers overleefde slechts een fractie de oorlog. Hij zet dan ook vraagtekens bij de herinneringstochten van een ‘actiegroep’ voor de Börzsöny, waarbij de toenmalige routes van de wanhopige opa’s en hun Duitse collega’s na kunnen worden gelopen. ‘Prestatietocht’ heet het nu. Compleet met ijzeren kruizen en in Duitse, Hongaarse en Russische uniformen gestoken nepsoldaten langs de route die de stempelkaarten van de door de bossen krioelende jongeren hanteren.

Úngváry, zelf actief bij de padvinderij, keurt de activiteiten van deze ‘actiegroep’ niet af maar staat wel stil bij het grote aantal deelnemers, inmiddels duizenden per jaar. Alsof hij zeggen wil dat het niet in de haak is dat er meer mensen op komen draven voor een sportfestijn met een extreemrechts bijsmaakje, dan – om maar iets te noemen – dat er komen protesteren terwijl het land in puin ligt. Hij hoopt in ieder geval dat de deelnemers van nu, wat het gedachtengoed van toen betreft – het verdedigen van Europa tegen de verschrikking uit het oosten – inmiddels wel inzien dat dat een misvatting is geweest (zie Auschwitz, dat van binnen kwam).

Ik denk, dat Úngváry wil zeggen dat geen van bovenstaande benaderingen tot een gezonde verwerking van het verleden kan leiden. Wat er van 1945 tot 1989 gebeurd is met de nagedachtenis, is natuurlijk slecht. In die legers zaten natuurlijk ook dienstplichtige militairen en misleide zielen en natuurlijk is je grootvader je grootvader, ook al is hij gesneuveld in een anonieme en hopeloze slag aan wat officieel de ‘verkeerde kant’ werd.

Helaas hebben we aan Úngváry’s stuk verder niet zo heel veel meer want die gaat in zijn (prachtige) bronnenmateriaal op zoek naar de wederwaardigheden van een specifiek groepje Duitse soldaten. Zijn polemische benadering blijft daarmee dubbelzinnig in de modder vastzitten: “OK, er was een uitbraak, die was ook nog eens verboden door Hitler en die werd uiteindelijk nog fataler dan als ze waren blijven zitten. En dat is fout. Toch? Eh …, fout vanwege de Nazi’s? Nee, ja, …, toch? Oh ….”

Als dit de manier is om te zeggen dat mensen die in hun eigen vlees snijden, dan ook de pijn zullen voelen, waarom dan toch net dat groepje uit de duizenden uitbrekers gepikt, die het hebben overleefd?

Want daarmee zijn we in één klap terug bij Hollywood.

En daar wordt een mens nooit veel wijzer van.

KHF-X: Bid voor vadertje terreurstaat!

Sümegi vár1. Een vrouw, een dame van over de 70 jaar vertelt over het verleden. Haar schoonvader – voor, tijdens en na de laatste oorlog – was inventief, succesvol en onverzettelijk. Was altijd al voortvarend bezig geweest en op zijn manier onmisbaar, zelfs min of meer gedoogd door de Partij. Tot de onvermijdelijke breuk op een principekwestie. Vanaf dat moment speelt zijn leven – en dus dat van zoonlief en de rest – zich af in de slagschaduw van de vernietiging (maar dan letterlijk, nietig maken; het woord is eigenlijk verontmogelijking maar dat kennen wij niet op die manier). Dan de decennia van onvervulde lotsbeschikkingen en carrieres waar de volgende generatie niet aan kan ontkomen, laat staan aan voldoen. Buiten kijf dat de derde generatie opgroeit met een miniem intern moreel kompas en – de omstandigheden in aanmerking genomen – een gezonder gevoel voor eigenbelang. Echter: die twee dingen samen pakken nooit goed uit.

2. Weet u nog hoe het eraan toe ging ten tijde van de wegwerkzaamheden aan de M7, alweer enige jaren geleden? Die verbreding naar drie rijstroken? Je mocht hoogstens 60 km per uur op een stuk van wel zo’n 40 km lang. Dat zie je in Duitsland alleen als er werkelijk nog maar een rijstrook over is van minder dan 136,523 cm, of als er een brug is ingestort en je door de bedding moet waar beschermde vissen wonen. Zestig kilometer per uur! Wie toen op de M7 die snelheid aanhield werd al snel aartsvijand van de medeweggebruikers en kon bier of langos (afhankelijk van welke richting) op zijn achterraam tegemoetzien; wie de snelheid echter niet aanhield, kon een boete krijgen.

3. Zoals de Amerikanen eigenlijk Old Shatterhand in het Witte Huis zouden willen zien en de Russen naar vadertje tsaar blijven verlangen, zoeken Hongaren evengoed naar een geschikt kielzog. Het momentum is ongunstig: van groot naar klein (Trianon), en nog kleiner (WOII), naar grenzenloos (EU). Als de flux naar binnen – multinationals en vluchtelingen – de baten de andere kant op begint te overstemmen, dan gaan andere deuren weer op slot. Angst is een slechte raadgever, je angst inleveren bij politici is ronduit katastrofaal.

Jarenlang heeft Fidesz gezegd dat het systeem vergiftigd was. Met wortel en tak dienden de overgebleven functionarissen uit het oude regime – met hun gedachtengoed – te worden uitgeroeid. Een tijdlang kon dit streven nationaal en internationaal worden geaccepteerd en zelfs aangemoedigd, als een rigoreuze, pijnlijke maar begrijpelijke actie. Maar met het badwater vlogen en vliegen steeds meer kinderen  het raam uit.

“Ik zal je aangeven” gold vroeger als een enorm dreigement. Maakte niet uit bij wie of waarvoor, een onderzoek leverde altijd wel wat op. Iedereen had vuile was. De koning van de vuile was schijnt Sándor Pintér te zijn. Als politiecommissaris onder het regime heeft volgens de geruchten niemand zoveel (belastende) informatie verzameld over iedereen die telt in Hongarije. Vandaar dat deze innemelijk figuur op de achtergrond zonder morren telkens de relevante ministerspost van Binnenlandse Zaken krijgt, als Fidesz aan de beurt is.

Dat de ‘echte’ Fidesz Boys daar niet erg blij mee zijn, zal aanleiding zijn geweest tot het oprichten van de TEK, de nationale anti terrorisme dienst en lijfwacht-achtige organisatie. Een hele serieuze dienst onder directe beschikking van Orbán (in ieder geval niet van de Minister van Binnenlandse Zaken).

“Het volk heeft gesproken: 70% wil strenger optreden tegen de vluchtelingen” werd de geloofsbrief van de troeteldienst. Inmiddels concurreert de TEK aardig met de normale veiligheidsdiensten. Nieuwe taken – observeren, beschermen, controleren, intervenieren – komen niet zelden bij hen terecht. De éénpartijstaat domineert de controlemechanismes – inspecties, opsporingsdiensten, belastingdienst, vergunningverlening, rechtsspraak – en de TEK ziet erop toe dat het goed gaat.

Als je in Hongarije iets wilt betekenen, dan ga je bij de Fidesz (linksom of rechtsom). Wil je dat niet, dan vertrek je naar het buitenland. Zij die overblijven, kunnen bidden wat ze willen.

 

KHF 5.2: Finale – molto nachtpittissimmo

mangalica smallTrouwe lezers van dit blogje hadden het waarschijnlijk allang in de gaten. Een dergelijk feuilleton kan geen finale hebben, want waar zou het heen moeten? Echte tragedies – die van pik-pak-poets – bestaan alleen in de kunst en vlak voor het hiernamaals. En voor blijspelen zitten we eenvoudig in het verkeerde land.

Dus: waar hadden we het over? Kijk naar buiten, door uw raam, en zie!
Er zijn geen vluchtelingen.
Er is geen politieke onderdrukking.
Er is geen Hongarije.

Wat er wel is?
Er zijn depressieve mensen.
Er zijn mensen zonder fantasie.
Er zijn mensen die zijn opgegroeid zonder het besef dat wat goed is voor de ander, uiteindelijk terugkomt bij jezelf.
Er zijn mensen die – op geen enkele leest dan ook – samen één zijn.
(Voor je het weet word je nog een rechtse bal, ook!)

Wat kunnen wij daar dan helemaal aan doen? Behalve de spijker op zijn kop proberen te slaan in liederlijke stukjes blog? Natuurlijk, zolang we niet voortdurend met de overige drie aanwezigen klagen dat er alweer zo weinig mensen zijn gekomen, kunnen we hier en daar best demonstreren voor een beter Hongarije (kon je eigenlijk demonstreren vóór iets?) Ik doe graag mee maar ik vergeet dat soort dingen altijd zo snel weer.

Je wordt er af en toe alleen zo verrekte eenzaam van. Ik bedoel, we houden waarschijnlijk allemaal wel van een apocalyptische film (met zombies!) op zijn tijd, maar soms lijkt het allemaal zo verdomd dichtbij te komen.

Of niet? Moet Cohn-Bendit zijn mond gewoon houden omdat hijzelf een obscuur verleden heeft? En Angela Merkel, omdat zij er niet bij was in Köln?

Anderen zijn vast beter in vergelijkingen en metaforen dan ik. “Opstandige adolescenten”; “de boys van Fidesz”, of, enkele van mijn ‘favorieten’: “de tijd zal alles helen”; “dit duurt nog minstens twee generaties voordat het is weggesleten”, tot en met: “politiek is toch ook maar een spelletje”. Die laatste drie hoor ik ook al twintig jaar …

Het zal allemaal wel, heel soms, eventjes. Maar die hypocrisie. En het badinerende van die ministers, woordvoerders en andere volksmenners die zich elke dag weer schuimbekkend en meesmuilend in het zweet werken om ons (en zichzelf?) in hen te doen geloven. Dáár zou ik ze voor straffen. Allemaal, van links naar rechts.

Want als iets is gebleken, dan is het, dat niemand van de heren (en dames) politici zich nog schaap tussen de wolven voelt.

KHF-discussie gestopt, maar niet gesloten

KHF 5.1: Tussenstand, op naar de finale

cipoDe hedendaagse politieke situatie in Hongarije – met als belangrijkere tastbare implicaties de relatie met de EU en de betrekkingen met bijvoorbeeld een Rusland en een VS – en, al of niet dichter bij huis, de houding tegenover vluchtelingen en de ontwikkeling van een gezond staatsbestel – tekenen zich na enige weken onderzoek langzamerhand toch af. Daagt het bij u ook al wat? Waar het licht precies voor staat, is niet helemaal zeker maar laat ons beginnen met het duiden van de schimmen die in de tunnel opdoemen:

  1. In de eerste plaats is er het tableau vivant van verschuivende Europese waarden. Of liever gezegd: gedeelde Europese waarden die zich al te graag ontpoppen als een atomaire illusie. Tolerantie, verantwoordelijkheid, vrijheid-gelijkheid-broederschap, liberalisme: wie nog weet waar het voor stond kan zijn plek gaan innemen op de helling. Euroskepsisme is geen marginaal verschijnsel meer dat binnen een enkele lidstaat opgeld doet, het is een drug waar lidstaten van de Bosporus tot aan Skagen structureel voor vallen. Wat baten argumenten tegen demagogie? Was Spinoza, behalve vluchteling, niet ook een vrouwenhater? Die hoeven we toch niet meer te leren kennen, laat staan op ‘hun’ manier?
  2. Een agressieve reaguurdersmentaliteit overheerst op de sociale netwerken, youtube, internationale portalen en al helemaal op de nationale websites. Dus feitelijk overal waar het ertoe doet. De agressie wordt aangevoerd door de beste one-liners en gevoed vanuit een onaflatend geknaag aan het raamwerk en de pijlers van onze uitgewoonde stemhokjes (die inmiddels meer weghebben van doodgelopen bushaltes).
  3. Wat Hongarije betreft speelt het team van Fidesz ook nog een linke thuiswedstrijd. Na bijna 20 jaar is het moment aangebroken om ‘de anderen’ alles betaald te zetten, en dat zal de wereld mogen weten ook. Kinderen en badwater, Machiavelli in de zandbak, Ik ben gekozen dus ik regeer. Wat valt er nog tegen ze in te brengen?
  4. Komt nog bij dat hij die scoort, natuurlijk al gauw een halve god is. Maakt niet uit wat het verder voor figuur is op het veld of in de kleedkamer. Maakt niet uit of hij scoort door de route te blokkeren en anderen op te schepen met het ‘vuile werk’. Wie zijn poot stijf houdt is de held. Ook al belichaamt die stijve poot een verkrampte rethoriek.
  5. Een van de kenmerken van een voldragen debat was dat je tegenstanders je aan kunnen spreken op inconsistenties. In Hongarije wordt het debat uberhaupt al niet meer gevoerd en is consistentie inmiddels bijgezet onder paragraaf 1 hierboven (ongedeelde waarden). Hypocrisie (het meten met twee maten, het veranderen van argumentatie in je eigen voordeel naar gelang de situatie dat vereist), daarentegen, is een kunstje waarmee je in een goed team en met de juiste scheidsrechters veelvuldig kunt scoren. De loyaliteit van de schapen kan niet worden overschat, net zomin als het vermogen van je politieke tegenstanders om zichzelf belachelijk en/of onmogelijk te maken.
  6. (Pas op: slipgevaar!) Het Hongaarse volk, hoe dan ook, krijgt de leiders die het verdient. Heeft nooit de gelegenheid gehad om in het reine te komen met het verleden. Kreeg klappen van extreem links tot extreem rechts maar kon nooit behoorlijk iets dat op verzoening leek bewerkstelligen, laat staan vergeving en acceptatie vragen en ontvangen voor beleden en geleden kwaad. Schuldvraag en schuldbesef, grootheidswaan en minderwaardigheid, narcist en masochist strijden in elke kiezer nog immer om voorrang.

 

wordt vervolgd