Tag Archives: Krisztián Úngváry

Hungarikum je ook? Groots en meeslepend ga ik ten onder

Gevangenis
Who controls the past controls the future: who controls the present controls the past (George Orwell)

Nergens is de stammenstrijd – of de klassenstrijd – die in Hongarije gaande is, zo duidelijk aanwezig als in het verleden. Bijvoorbeeld in de omgang met de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan: wie is er verantwoordelijk voor wat er precies gedaan is in naam van het Hongaarse volk? Wanneer precies? En wie was dat volk?

Weer is er één en ander te doen rondom dat verleden. Een standbeeld voor een slachtoffer van de showtribunalen van het naoorlogse Hongaarse socialisme na, EN (let op de en, want die is dus belangrijk) een antisemitische, rascistische volksvertegenwoordiger ten tijde van de oorlog. En dat terwijl er volgens onze inmiddels bekend veronderstelde vriend, Ungváry Krisztián, ook genoeg hoogstaande slachtoffers te vinden waren geweest zonder zo’n EN op hun cv.

De retoriek spat er van alle kanten af. En de tragiek, dat andere onmisbare onderdeel bij een dergelijk thema. Niet verrassend, in aanmerking genomen dat dat zo ongeveer het laatste is dat je ter beschikking staat, als je zeker meent te weten dat je land ergens tussen nazi’s en joden, communisten en grootkapitaal (mutatis mutandis) uitgedrukt wordt als een zwerende pukkel. Of geschild als een ui?

Donáth György, politicus voor de Boerenpartij en leider van een overkoepelende organisatie voor ‘Echte Hongaren’ werd in 1947, op de socialistische voorplecht OF de democratische valreep, verdacht van landverraad (en daaromtrent). Feitelijk werd hij natuurlijk uit de weg geruimd zodat weinig de politieke opmars van de MSZMP meer in de weg zou staan. In zijn zes uur durende slotwoord heeft hij onder andere dit gezegd over de ten laste gelegde beinvloeding (één van de punten waarop hij ter dood veroordeeld werd):

“A befolyásolás nemcsak megengedett, hanem szinte kötelező eszköze a politikának. Nem tudom, hogy jól értettem-e, amit az ügyész úr mondott, tehát megismétlem. (…) A befolyásolást azért nem fogadja el eszköznek, mert az állam vezetői a demokráciában nem saját elgondolásukat valósítják meg, hanem a népét. Méltóztassék megengedni, hogy megálljak ennél a gondolatnál. Száz százalékig magamévá teszem azt, amit az ügyész úr mondott, mert nagyon érdekes konzekvencia adódik belőle. Mikor tudja megmondani a nép, hogy az állam vezetőitől mit akar? (…) Gyakorlatilag ez a választásokon nyilvánul meg. (…) Tehát ismétlem: nem a demokratikus rend, nem a demokratikus életforma megváltoztatására törekedtünk. Ellenkezőleg, éppen a közösségben magunkba szívott és vérünkké vált népi politikai felfogásunkat akartuk uralkodóvá tenni nemcsak a papíron, hanem a valóságos életben is. (…) Befolyásolni akartuk a magyar politikai életet, természetesen a mi ideológiánk jegyében. Ez az ideológia azonban minden államformát elbír, és elbír minden életformát, ami – magyar. (…) de olyan eszközökkel, amelyek minden civilizált államban elfogadhatók.”

Beinvloeding is niet alleen toegestaan, het is zelfs een verplicht middel om politiek te bedrijven. Ik weet niet of ik het goed begrijp, wat de aanklager zegt, dus ik herhaal het maar. Beinvloeding wordt door hem niet geaccepteerd als middel, omdat de staat in een democratie niet volgens de eigen overtuigingen handelt, maar volgens die van het volk. Sta me toe even stil te staan bij deze gedachte. Ik ben het 100% eens met wat de aanklager zegt, want er zit een bijzonder interessante consequentie aan vast. Wanneer kan het volk zeggen wat het volk wil van de leiders? (…) In de partijk gebeurt dat tijdens de verkiezingen. (…) Ik herhaal: wij wilden niet de demorcratische orde niet de democratische levenshouding veranderen. Integendeel, wij wilden juist onze volkse politieke opvattingen, die we opgesnoven hebben in de gemeenschap en die ons in ons bloed zitten, niet alleen op papier, maar ook in het echte leven laten gelden. (…) We wilden het Hongaarse politieke leven beinvloeden, vanzelfsprekend naar onze eigen ideologie. En die ideologie, die houdt staande in elke staatsvorm, en in elke levenshouding, die Hongaars is. (…) met middelen die in elke geciviliseerde staat acceptabel zijn.

Als dit verhaal vervolgens weer op de één of andere manier teruggevoerd moet worden naar Fidesz en het Hongarije van nu – de vice-voorzitter van Fidesz en oudpremier Boross Péter waren aanwezig om hun respect te tonen voor de man die mee heeft gewerkt aan het wegzuiveren van honderdduizenden medeburgers, joden EN Duitsers – dan lijkt me dit twee elementen te onderstrepen die ons smeulende dossier rokend houden:

  1. links en rechts, over en weer, vertrouwt men elkaar in Hongarije al zo enorm en ontzettend niet meer, dat retoriek naar willekeur rondgepompt kan worden: de objectieve waarheid is namelijk de eerste die sneuvelt, ver voor de waarachtigheid; de juistheid, daarentegen, was al geen onderdeel van het gezamenlijke discours en de verwachting dat ze dat ooit nog zal kunnen worden mag eenieder zelf op merites beoordelen
  2. democratie zoals we het kennen is uit (maar dat wisten we eigenlijk ook al)

Oorlog is zo vreselijk!

Babaakocsiban_smallDeze dagen is het 72 jaar geleden dat Boedapest onder vuur lag van de Russen, of, zo u wilt, de Hongaren bevrijd werden. Hoe dan ook een bittere pil.

Onze vriend Krisztián Úngváry, historicus met een prachtige naam, acht derhalve de tijd rijp voor een kijkje achter de toenmalige schermen. Zoals waarschijnlijk wel bekend hebben in de eerste weken van 1944 Duitse en Hongaarse legereenheden pogingen gedaan om uit te breken naar het Westen, tegen de directe orders van Hitler in. De Hongaarse verliezen als gevolg van de uitbraak waren enorm, vertelt Úngváry, groter bijvoorbeeld dan de Amerikaanse verliezen op Omaha Beach rond D-Day. Toch worden de gevechten rond Boedapest door ‘de instanties’ al jarenlang genegeerd, terwijl bepaalde andere elementen de uitbraak juist zien als een weliswaar tragische, maar toch ook als een heldhaftige daad.

Dit laatste, zo zegt Úngváry, kan snel met statistieken worden ontkracht. Van de uitbrekers overleefde slechts een fractie de oorlog. Hij zet dan ook vraagtekens bij de herinneringstochten van een ‘actiegroep’ voor de Börzsöny, waarbij de toenmalige routes van de wanhopige opa’s en hun Duitse collega’s na kunnen worden gelopen. ‘Prestatietocht’ heet het nu. Compleet met ijzeren kruizen en in Duitse, Hongaarse en Russische uniformen gestoken nepsoldaten langs de route die de stempelkaarten van de door de bossen krioelende jongeren hanteren.

Úngváry, zelf actief bij de padvinderij, keurt de activiteiten van deze ‘actiegroep’ niet af maar staat wel stil bij het grote aantal deelnemers, inmiddels duizenden per jaar. Alsof hij zeggen wil dat het niet in de haak is dat er meer mensen op komen draven voor een sportfestijn met een extreemrechts bijsmaakje, dan – om maar iets te noemen – dat er komen protesteren terwijl het land in puin ligt. Hij hoopt in ieder geval dat de deelnemers van nu, wat het gedachtengoed van toen betreft – het verdedigen van Europa tegen de verschrikking uit het oosten – inmiddels wel inzien dat dat een misvatting is geweest (zie Auschwitz, dat van binnen kwam).

Ik denk, dat Úngváry wil zeggen dat geen van bovenstaande benaderingen tot een gezonde verwerking van het verleden kan leiden. Wat er van 1945 tot 1989 gebeurd is met de nagedachtenis, is natuurlijk slecht. In die legers zaten natuurlijk ook dienstplichtige militairen en misleide zielen en natuurlijk is je grootvader je grootvader, ook al is hij gesneuveld in een anonieme en hopeloze slag aan wat officieel de ‘verkeerde kant’ werd.

Helaas hebben we aan Úngváry’s stuk verder niet zo heel veel meer want die gaat in zijn (prachtige) bronnenmateriaal op zoek naar de wederwaardigheden van een specifiek groepje Duitse soldaten. Zijn polemische benadering blijft daarmee dubbelzinnig in de modder vastzitten: “OK, er was een uitbraak, die was ook nog eens verboden door Hitler en die werd uiteindelijk nog fataler dan als ze waren blijven zitten. En dat is fout. Toch? Eh …, fout vanwege de Nazi’s? Nee, ja, …, toch? Oh ….”

Als dit de manier is om te zeggen dat mensen die in hun eigen vlees snijden, dan ook de pijn zullen voelen, waarom dan toch net dat groepje uit de duizenden uitbrekers gepikt, die het hebben overleefd?

Want daarmee zijn we in één klap terug bij Hollywood.

En daar wordt een mens nooit veel wijzer van.