Tag Archives: narratief

Dark Ecology (f)or Dark Democracy

ongersman.nl
(link opent doc op de VPRO website)

Deze post wil aan de gang met de Dark Ecology van Timothy Morton. Daarvoor is echter geduld en een lange aanloop nodig, niet in de laatste plaats omdat ongersman het betreffende boek nog niet helemaal uit heeft. Vandaar dat we hier kunnen spreken van een tweedelig feuilletonnetje en ook nog eens één, waarvan nu al duidelijk is, dat het einde – deel 2 dus – nog volledig in mist gehuld is. Optimisten mogen dit alvast beschouwen als een oefening in Morton’s Object-Oriented Ontology maar dat hoeft niet per se.

De goede man zelf figureert als één van de nieuwe kunstenaars in de tv-documentaire van VPRO Tegenlicht: Cultuurbarbaren. Dat er veel meer aan bod lijkt te komen dan ‘alleen’ de rol van kunst en kunstenaars in de huidige wereld – zoals de leader het wil hebben – is een vette toegift. Wie de Cultuurbarbaren uit de doc uiteindelijk zijn mag u overigens helemaal zelf uitmaken.

Waar reflecteert kunst nog op als kunst zelf – in de eerste plaats als consumptie-artikel en wel gesponserd door Unilever of Heineken – volwassen bestandsdeel is gaan uitmaken van de primaire cultuur? Dan blijkt dat er naast de schatrijke en oervervelende kunstemakers er ook al legio interessante mensen rondlopen die waarachtig alternatief, actief en geengageerd werk leveren. En tussen die kunstenaars en performers verschijnt Timothy Morton met een trip naar Nikel, een troosteloos Russisch mijnplaatsje.

Dat deze plaats ontstaan is vanwege, en ook vanaf het begin al aangevreten wordt door de grondstoffenwinning ter plekke, lijkt nou net een mooi voorbeeld van de loops waar Morton wel pap van lust. Hoe de excursie nu kunst vormt, kon overtuigender maar linksom of rechtsom omvat zijn verhaal veel meer dan dat.

Waaronder de Dark Ecology, dus. Een stimulerende gedachtenstroom, de verslaglegging van een state of mind (zijn redacteur had hem wat korter kunnen houden) waarin betoogd wordt dat de plek die mensen innemen op de wereld (in het ecosysteem) structureel verkeerd wordt beschouwd, zodat alleen met een grondige verandering in de relatie tot de ons omringende wereld er een kans is dat de Zesde Massale Uitstervings-Gebeurtenis (waarvan naar alle waarschijnlijkheid wij ook substantieel deel zullen gaan uitmaken) zich niet zal voltrekken. Wat in concreto nodig is, is een overstijgen van de wij-zij denktrant. Veel elementen van zijn verhaal zijn niet (helemaal) nieuw maar het kader dat hij erbij geeft, maakt het tot een veel plezieriger uitdaging.

De analyse begint met de gedachtenval waarin we al zitten sinds de allereerste agrarische samenlevingsvormen (en de vorming van het schrift) in het 12.000 jaar oude Mesopotamie. Om zekerheid te creeren en plagen af te weren, zo vertelt hij, zijn de opportunistische jagers/verzamelaars langzaam overgegaan tot het controleren (en rubriceren, determineren, (de-)ontologiseren) van de landbouw-samenleving – waarna noodzakelijkerwijs de industriele samenleving ontstond. Kort gezegd: we hebben ons boven de ‘natuur’ geplaatst en proberen de ‘natuur’ buiten te houden.

De bijgeleverde filosofie zoals wij die kennen, inbegrepen de traditionele kritische theorie, was en is door en door antropocentrisch en in die zin onbruikbaar bij het inschatten van onszelf tov de ecologische toestand. Via het strippen van Kant’s waarnemingskunst en zijn subjectiviteitsbegrip (alles wat we waarnemen is gekleurd) en het pimpen van Marx’ materialistisch nutsbesef (de ijzeren economische en historische wetmatigheden) wil hij een lans breken voor een derde rail: die van protectie by proxy, waarbij de mensheid verantwoordelijk is/was voor de Zesde Massale Uitstervings-episode, en waarbij mensen eventueel nog iets kunnen betekenen bij het afwentelen van de gevolgen (maar zie onder).

Morton speelt veel met centrale begrippen om zijn publiek wakker te krijgen. Zo heeft hij oneindige problemen met het gebruik van het woord natuur en natuurlijk. Polemische redenaties – als zou elk nationaal park een vuilnisbelt moeten bouwen, want dan neemt de biodiversiteit (soorten per oppervlakte-eenheid) alleen maar nog meer toe – kenden we natuurlijk al uit de natuurbescherming. Dat natuur in het vervolg daarvan een hyperobject blijkt te zijn, – een (deel-) verzameling van entiteiten, gekleurd en wel, die – als er al zoiets bestaat – verre zal staan  van het fenomeen waaruit wij antropocentrische mensen menen dat het bestaat – is vervolgens ook wel een open deur. Natuurlijk weet in West Europa niemand nog zeker wat (oer-)natuur zou moeten zijn, laat staan welke daarvan ‘meer’ waard is en waarom. Dit is geen weten, dit zijn geen feiten maar behoort tot de esthetica. Een kwestie van smaak, boud gezegd.

Ecologie is een iets ander beest. Dat heeft meer te maken met processen. Met loops en netwerken, interactie, waar Morton zoals gezegd eveneens dol op is. Stam van het woord ecologie is natuurlijk Oikos, wat naar huis verwijst. Sinds jaar en dag staat ecologie in het dagelijks taalgebruik voor levensvormen, niet levende elementen en energiebronnen die in onderling verband staan, waarbij – elk volgens een eigen dynamiek – in hun gezamenlijke totaliteit een dynamisch evenwicht nagestreefd wordt of lijkt te worden (iets van dien aard). Ecologie als geavanceerde huishoudkunde. Waarbij de relaties weliswaar ten dele bekend of kenbaar zijn maar waarvoor in overgrote mate het tegendeel geldt.

Dark Ecology, dan, is daar de krakersversie van. Een revolutionaire vorm van eco-centrisme, donkerder dan deep, met meer loops dan welke de menselijke wetenschap kan pretenderen te overzien of op te lossen. Denk voor de gein aan een boot. En daarvan zijn wij mensen dan noch de kapitein, noch de lading, noch de vlag, maar slechts een plank in de romp (boven de waterlijn) of een stukje van de reling. Zonder essentieel te zijn, dus. Maar als we schipbreuk lijden, door ons toedoen, dan ligt die boot er binnenkort heel anders bij, en bij de eersten die jammerlijk overboord en kopje onder gaan, horen wijzelf. En onder elkaar gezegd en gezwegen, zijn wij degenen die daar het meest (bewust?) onder lijden. Als dat er toe mocht doen (zie onder).

Natuurlijk is het verleidelijk om bij een totaalombouwproject zoals Morton dat voorstelt, jezelf allerlei projecties toe te staan, alsof het verdwijnpunt wat het in feite slechts is, geinverteerd zou kunnen worden tot zenith. Net zo verleidelijk is het je af te vragen wie die Morton dan toch wel niet is, dat hij vrijwel als enige in de gaten lijkt te hebben dat al die mensen gevangen zitten in de agrilogistische fuik? Dat hij na 12.000 jaar nou net wel de deur heeft gevonden waardoor we onze grot uit zouden kunnen?

 

Zoals gezegd, het boek is nog niet uit. Ik stel me zo voor dat het in de tweede helft veel over politiek zal gaan. Over activisme, over uitdagingen en het oplossen van problemen. Wat is dan wel de juiste houding? Morton zegt nogal wat en dan schep je ook verwachtingen, nietwaar?

Want natuurlijk (ik probeer dat woord echt minder te gebruiken) lijkt de relevantie direct om ons heen aanwezig. Als je de dark ecology bril opzet, wordt de stap naar dark democracy een voor de hand liggende. Morton heeft ook al ergens gezegd dat geen enkele huidige bestuursvorm in staat is om te zorgen voor generaties die nog niet geboren zijn.

Wie ermee kwam de afgelopen weken weet ik niet meer maar iemand merkte op de televisie op dat over vijftig jaar ‘democracy – as WE know it NOW’ beschouwd zal worden als een uitermate sympathiek edoch in essentie wezensvreemde bestuursvorm (woordelijk iets anders gezegd, maar de strekking was ongeveer dat, ongersman).

Bij nieuwsuur slaan ze elkaar echter nog steeds enthousiast op de schouders als ze het erover eens zijn hoe fijn democratisch (in dit geval: tolerant) we bezig zijn. Zo had onderzoek aangetoond dat een begripvolle bejegening van schuldenaars een beter resultaat oplevert voor incassobureaus. In de studio: “Nou, daar kan Erdogan met zijn bodyguards nog wat van leren!”

Kijkersvraag: hebben ze een punt, ja of nee?

Want even later in dezelfde uitzending zitten we in Giethoorn, waar ‘op zich heel aardige’ Chinezen (toeristen?) wel eens de tuintjes van de mensen binnenstruikelen bij het fotograferen van dit voor hen bijzondere fenomeen (huisjes aan het water). Dan komen de bewoners om hen er vriendelijk weer uit te dirigeren – sommigen zetten al bordjes neer in het Manderijns. Stemming in de studio: “Ach ja, het zijn net kleine kinderen!”

Als volgens de internationale verhoudingen vandaag de dag, China de VS en Europa al jaren aan het lijntje heeft als het gaat om financiele macht, is dan een begrip als ‘eigendom’ niet langzaam aan herijking toe? Je kunt je afvragen of wij inmiddels niet allemaal Madurodammannetjes en -vrouwtjes zijn in een gigantische Chinese koekoeksklok. Zolang het nog duurt.

 

Breking: Szél (Westenwind) Bernadett en Bayer (Bromsnor) Zsolt aan de koffie!

ongersman.nlEn taart! Een waarachtig live en gedenkwaardige gebeurtenis voor allen die de polarisering van Hongarije afkeuren.

Vandaag bleek dat de wonderen de Hongaarse wereld ook nog niet uit zijn. Vrijwel alle media – van links naar rechts en onder tot boven – waren dan ook van de partij. De aanleiding was – in het kort – gelegen in enkele opzienbarende uitspraken en gebeurtenissen van de afgelopen weken. Eerst was er de al of niet geoorloofde aanwezigheid van civiele organsaties bij de bespreking van het betreffende wetsvoorstel in de parlementaire commissie. Toen kwam er een typische uitspraak van Orbán dat “de handen beginnen te jeuken”, met daarop de vertaling (lees: concretisering) van die uitspraak door Zsolt Bayer op zijn blog. Met als klap op de vuurpijl – al dan niet als oorzakelijke gevolg – enkele geweldadige incidenten die gericht waren tegen (vermeende) immigranten en demonstranten.

Wie er nu precies verantwoordelijk is voor de totstandkoming van het evenement is wat vaag. Bayer had al zijn excuses aangeboden voor zijn ruige uitspraken en heeft volgens index het initiatief genomen, terwijl Tasz ook deed alsof ze het georganiseerd hebben. Maar dat doet er allemaal niet heel erg toe. In kort bestek ging het behoorlijk geciviliseerde gesprek over de polarisering van het maatschappelijke en het politieke leven. Aan tafel zaten mensen van de mensenrechtenorganisatie Tasz, de geridderde Zsolt Bayer, het kamerlid van de LMP Bernadett Szél, activist Márton Gulyás (kwam later, moest blijven staan) en enkele ‘linkse’ en ‘rechtse’ journalisten.

Kort door de bocht lijkt het een nuttig evenement te zijn geweest. Natuurlijk was er sprake van het typische terug-verwijtgedrag (“… maar jullie zijn ook verkeerd bezig …!”) Bayer had bijvoorbeeld zijn lijstje bij zich met citaten die hij te ver vond gaan (niet zijn eigen, natuurlijk). Ook bij de oppositie zitten namelijk stemmingmakers. Szél trapte echter niet in de praatjes van Bayer over ’emoties die zo hoog oplopen tijdens het typen’: ze zou hem wel degelijk aan gaan klagen.

Tussen twee haakjes: we kunnen het niet laten, sorry. Cruciaal verschil tussen beide ‘kampen’ is natuurlijk wel dat Bayer, Fideszlid met een laag rangnummer, zoals dat zo mooi heet – a) zelf die dingen schrijft, b) in het regeringskamp/ op het pluche zelf zit, c) voortdurend die dingen produceert. Te goedkoop om dan de aanwezigen in de hoek te willen manoevreren waar zij a) in naam van de ‘oppositie’ verantwoordelijkheid zouden moeten aanvaarden voor allerlei dingen die zij niet zelf geschreven hebben, b) die daarentegen meer kans maken door waarachtig en terecht gefrustreerde oppositiebloggers en journalisten te zijn geschreven, c) terwijl zijzelf meestal zich in weten te houden.Maar nou laat Ongersman zichzelf weer polariseren, – haakjes sluiten …

Na anderhalf uur zweten en vooral water drinken was het einde daar. Echt schokkende dingen gebeurden er verder niet, maar er komt wel een wetsvoorstel waarin LMP voorstelt om opruiende uitspraken in de Hongaarse politiek en in tweede instantie in de samenleving voortaan sterker tegen te gaan. Gezamenlijk. Om het debat te behouden. En Bayer’s medewerking wordt daarbij gevraagd om dit bij ‘zijn’ partij Fidesz-KDNP aan te kaarten en te propageren.

Petje af voor allen! Nou ja, bijna.

Het Orbán-systeem door Péter Tölgyessy, interview met Olga Kálmán

ongersman.nl

Tölgyessy Péter was te gast bij het nieuwe programma van Kálmán Olga, Egyenes. Tölgyessy was gedurende de Omwenteling in Hongarije, 1989, lid van het Ronde Tafel-genootschap, werd later belangrijk politicus van de SZDSZ, voorzitter van die partij en kamerlid tot 1996, toen hij partij verliet uit onvrede met de koers. Van 1998 tot en met 2006 was hij kamerlid voor Fidesz. In 2006 stelde hij zich niet meer verkiesbaar en trok zich terug uit de actieve politiek. Als medewerker van de Hongaarse Academie voor de Wetenschappen, MTA, houdt hij zich bezig met de grondwettelijke continuiteit sinds de Omwenteling en andere gerechtspolitieke onderwerpen.

Hier volgt een verslag van het gesprek.

——————————————

Kálmán Olga: Na de verkiezing van de president van de republiek, gisteren, verklaarden de verliezende politiek partijen dat ze eigenlijk uit symboliek achter de tegenkandidaat stonden, klopt dat, Péter?

Tölgyessy Péter: De president zegt weinig maar als hij wat zegt, dan heeft dat gewicht. Sinds 2010 werkt het niet meer zo, men lijkt het idee te volgen dat ‘Hongarije maar klein is’, zodat ‘één slim persoon genoeg is’. De Ministerpresident wil vaak ook de symbolische leider zijn van het land. Schmidt Pál was geschikt voor die ondergeschikte rol. Áder János, de volgende, is een oude makker van Orbán, die zich op zich wel identificeert met het systeem, maar regelmatig, al is het met kleine gebaren, laat zien dat hij het niet helemaal eens is met de gang van zaken. Wat dat betreft klopt het dat er sprake van was dat Orbán hem wilde omruilen. Maar dat heeft hij niet gedaan, hij leert zo zijn eigen systeem ook kennen. Door de acties van Áder wordt het systeem intelligenter, dat heeft Orbán ingezien. Hij krijgt terugkoppeling en daarbij krijgt het systeem ook een menselijk gezicht.

KO: Wat is dat systeem van Orbán?

TP: In Hongarije heeft de overgangseconomie gefaald. De hoop van 1989 is niet ingelost. We zijn als land gefrustreerd en vol met haat. De deelname aan de verkiezingen bij ons was veel lager dan in de ons omringende landen met vergelijkbare achtergronden. Vanaf het begin af aan al en dat is er niet veel beter op geworden. De participatie van de kiezers ging achteruit tot 43% in 2002. In 2006 begaf, zoals we weten (noot: rellen rondom Gyurcsány) de politiek zich op straat. Orbán heeft vanalles veranderd aan de grondwet en staatsinrichting, veel doet niet ter zake, maar de essentie is dat het systeem nu in beton gegoten is.

KO: Kunnen we dat zo zeggen?

TP: Er zijn twee succesvolle cycli geweest en als we de aanwijzingen mogen geloven – de peilingen, de toestand van de oppositie – dan zien we dat een volgende cyclus waarschijnlijk is. Maar niets is zeker, natuurlijk en Orbán weet dat hij elk moment gevaar loopt eruit te verdwijnen. Het spant er voortdurend om, want als er ooit weer een nieuwe regering komt, dan komt er ook weer een nieuw systeem. Het komt vaker voor dat leiders in deze streken met helicopters moeten vluchten. Orbán bouwt geconcentreerd zijn regeringsperiode op, naar de volgende verkiezingen, met inbegrip van de economische omstandigheden. Op het einde komt natuurlijk alles fijn bij de kiezers terecht. Hij geeft geen kans weg, hij houdt voortdurend de oppositie en de pers onder de knoet, want hij voelt dat hij weliswaar niet lijkt te kunnen worden afgelost, maar als het toch eens mocht gebeuren, wat dan?

KO: De participatie is laag en dat geeft aan dat het land niet democratisch werkt. Betekent dat nu dat Orbán dat heeft ingezien en bedacht heeft dat de slachtoffers van de situatie met zijn mooie woorden voor zich heeft kunnen winnen of heeft hij ingezien dat de situatie slecht was en wilde hij daar vervolgens echt iets aan doen?

TP: Waarschijnlijk denkt hij zelf het laatste, maar wat er gebeurd is, is dat hij vooral wilde slagen. Hij wilde succesvol worden. Al vanaf het begin werd de toestand in de gaten gehouden. In 1989 was hij progressiever dan de LMP nu. Toen kwam het trauma van 1994. Volgens de peilingen zou Fidesz gaan regeren. Alles wees erop. En toch hebben ze de verkiezingen toen verloren. Hij kwam tot de conclusie dat het westerse model, het consensusmodel, niet toepasbaar was. Dit land heeft figuren nodig als Horn (noot: toenmalige politiek leider van MSZP). Dat heeft hij ingezien. Wat we nu het Orbánisme noemen, hebben het land en Orbán samen gedaan. In 2009 hebben Amerikanen in de hele regio gemeten wat mensen vonden van hun situatie. Bij ons was de teleurstelling het hoogst. Op dat moment wist Orbán nog niet hoe zijn systeem eruit zou zien maar hij had wel overduidelijk in de gaten dat het westerse voorbeeld gefaald had. Hongarije was achtergebleven, er was iets anders nodig en dat heeft hij gedaan. Met dat alternatief heeft hij succes bereikt. Twee verkiezingen op rij is het succes geprolongeerd. Het was het resultaat van een vruchtbare interactie met de kiezers, dat is het geheim van zijn succes. Hij heeft een beeld aangereikt hoe dit land eruit moet gaan zien, een omvattend beeld, hoe Hongarije kan slagen. En dat zo, dat wij zelf niet schuldig zijn eraan –

KO: Dus hij was op zoek naar een zondebok?

TP: Ja, maar dan met enorme doorwerking. 25 jaar lang kwamen ze geen stap verder dus hij heeft twee dingen geleverd:

  • een verantwoordelijke aangewezen
  • de mythos, het verleden om kracht uit te putten

Het is niet voor niets dat sport zo’n fijn alternatief is. Dat ze massaal stadions zijn gaan bouwen. Denk aan het succes tijdens het EB vorig jaar. Heel het land was happy. En dat kan veel goedkoper dan het reorganiseren van de gezondheidszorg.

KO: Maar als Orbán steeds iemand anders aanbiedt als zondebok – de EU, Gyurcsány, Soros, immigranten – dan komt de kiezer daar toch een keer achter?

TP: Niet direct. Er zijn ook resultaten. Fidesz heeft het een en ander bereikt. Vorige leiders zaten voortdurend onder het juk van internationale leningen. Orbán heeft dat afgelost en is onder het juk vandaan gekomen. Met als resultaat autonomie. Klopt dat er daardoor minder geld beschikbaar is. Horn leefde nog heel erg op de pof en moest dan ook buigen voor het IMF. Orbán hoeft dat niet meer. Bokros (noot: oudpremier uit 90’er jaren) heeft dat ook geprobeerd, maar bij hem ging het fout. Te veel weerstand en onvrede. Orbán gaat intussen verder met het uitdelen van geld, maar dan anders dan voorheen. Hij gebruikt niet zozeer overheidsgeld om te verdelen, maar geeft liever het geld van ‘anderen’ aan de ‘goeden’. Het geld van nutsbedrijven aan de mensen (Rezsicsökkenés, verminderen van vaste lasten). Het geld van banken aan mensen (Devizacsökkenés, verminderen van aflossingstarieven), arbeiders krijgen geld van hun bazen. Ik heb daar nog eens een eclatant voorbeeld van meegemaakt. Er was overeenstemming bereikt tussen de werkgevers en werknemers – 6% loonsverhoging, komt ineens de regering ertussendoor: 25% verhoging. Het systeem heeft niet alleen altijd een zondebok paraat, maar ook manieren om vermogen van ‘slechten’ naar ‘goeden’ te sluizen. Daar horen ook bedrijven, persorganen, noem maar op bij, die afwisselend heen en weer worden geschoven, afgeremd of ondersteund. Liefst ten bate van een van de ‘onzen’ van Fidesz, maar het kan ook aan de rest van de bovenste middenklasse. Aan het eind van de cyclus krijgt arm Hongarije ook wat, maar dorpsbewoners hebben natuurlijk niet veel gasverbruik. Er wordt overal geld verdeeld.

KO: De armsten krijgen niet veel, hoe kan het dat het kamp van ontevredenen niet groeit, er zijn veel armen in het land?

TP: Armen zijn zelfs achteruit gegaan. Maar ze leggen het politieke verband niet. Ze gaan niet stemmen of ze kunnen worden gekocht met wat brandhout of etenswaren. Klinkt cynisch maar zo werkt het. En ze geloven dat het goed is voor hen, dat krijgen ze continu op tv te zien. Straks krijgen zij het ook beter, geloven ze. Maar het systeem is alleen geinteresseerd de upper 15% aan te laten sluiten bij het westers leefniveau.

KO: Want zij laten hun stem horen …

TP: Ja. Ons onsuccesvolle land kent een afwijkende economische cyclus. Toen het westerse model werd geintroduceerd volgde al snel de mislukking. Toen volgde een tegengestelde reactie met ander beleid, andere verdeelsleutels en interne steun aan de groepsleden. Dat waren reflexen, maar er zitten ook innovatieve en creatieve elementen in. Orbán is in hoge mate in staat het land te verdelen. Volgens zijn volgelingen is hij groter dan Kossuth, meer van het kaliber Sint Stefan. Tegenstanders zien dat precies omgekeerd. Maar buitenstanders erkennen dat wat hij doet, uiterst intelligent is.  Veel intelligenter dan hoe ze het in Polen doen, bijvoorbeeld. Orbán wil politieke stabiliteit bieden. Dat is gelukt. Afgelopen eeuw zijn bij ons (in Hongarije) de succesvolle systemen, meestal systemen geweest die politieke stabiliteit boden. Maar dat deelsucces ging vrijwel nooit gepaard met een goed resultaat, met een succesvol doel dat bereikt kon worden; hun opvattingen leiden zogezegd nergens toe. Dat Orbán op basis van vriendjespolitiek en niet op competentie mensen benoemd, bijvoorbeeld, dat werkt niet. De boodschap die daar vanuit gaat is ook verkeerd: je hoeft niet te voldoen aan economische wetten, maar aan die van de hierarchie. Maar je ziet het niet aan de resultaten: Hongarije heeft precies een anticyclische economische ontwikkeling laten zien. Eerst was de economische groei laag onder het juiste model, nu is het beter geworden – zij het onder een totaal ongeschikt model. Dus het effect is niet zichtbaar geworden voor de kiezer. Dat is een mazzeltje voor ze en Fidesz kan zich het huidige resultaat toerekenen.

KO: Als het zo cyclisch is en blijft, hoe lang houdt zo’n systeem stand en wat kan het omgooien?

TP: Meestal gebeurt dat door een internationale trend, vooral voor de Hongaarse werkelijkheid. Onze werkelijkheid was dat er een oppositie was, dat de macht niet kon worden gewisseld, etc de oppositie heeft maar één keer gewonnen van de politieke tegenstader en die afgelost zonder diepgaande veranderingen in de structuur: dat was in 1905. Dat is dus geen model voor ons. Hier verdwijnt een systeem in zijn geheel, op instigatie van internationale gebeurteniseen, met de oppositie samen. Ze horen bij elkaar, netjes afwisselen komt niet voor. Misschien dat het nu anders wordt, maar aangezien Orbán nu heel stevig zit, en positieve terugkoppeling krijgt in Europa en ook de VS, lijkt het erop dat dit behoorlijk massief zal blijken te zijn.

OV is heel slim, en brengt de twee tegengestelde tradities voortdurend in conflict. Hij cultiveert de tegenstelling, de zogenaamde ‘kurucus’ weerstand van weleer. Hij zegt vaak: Hongaren zijn altijd ontevreden, die woede projecteert hij op anderen, op externe partijen. Het volk denkt een krachtig leider nodig te hebben. Hij laat het volk buigen voor hem (noot: hier lijkt hij een mengsel van angst en ontzag te bedoelen) – en de oppositie heeft geen kracht iets daar tegenover te stellen.  De oppositie is daarbij ook onderdeel van het systeem zelf. Als een soort ‘over de band spelen’ bij biljarten. Hier geldt ‘verdeel en heers’, ook als het gaat om pers, de functie blijft intact en hij gebruikt de tegenkrachten, als een goed tuinman: als iets of iemand te gevaarlijk wordt, dan het mes erin en dan worden die hulpbronnen naar iemand anders toegespeeld.

Hier is links ten dele ook verantwoordelijk voor, want die heeft de jonge instroom veronachtzaamd, die zitten nu in het kamp van Jobbik, eventueel bij de LMP. Het is gelukt om de linkse krachten te demoniseren. Links is de satan, maar die kan wel worden overwonnen. Links versterkt dus met haar aanwezigheid het Fidesz-kamp, en dat ze fantastisch, meespelen in de Fidesz spelletjes.

Maar het systeem is nerveus en reageert erg snel, soms te heftig. Van Kádár, in 1988, dacht ook iedereen dat die vastgeklonken zat in de macht. Maar binnen een jaar was hij helemaal verdwenen.

KO: Wanner kan worden verwacht dat het zaakje op de helling gaat?

TP: Dat zullen internationale ontwikkelingen moeten worden. In 2010 heeft Orbán enorm veel risico gelopen. Het was niet zeker dat het zou gaan lukken wat hij wilde. Hij had gedurende zijn hele carriere opgelet, dingen geleerd in de lokale politiek en tijdens de jaren daarvoor, maar het was niet zeker dat dat wat hij had geleerd in het dorp, bij wijze van spreken, ook daarbuiten aan zou slaan. De EU was sceptisch, de VS golden toen nog als uitgesproken kritisch naar zijn bewind, het kwam er echt op aan of zijn politieke intuitie klopte. Maar inderdaad, die heeft geklopt. En de trends sindsdien hebben hem alleen maar nog meer rugwind gegeven.

KO: welke trends?

TP: Dat de middenklasse – mondiaal – erop achteruit gaat. Vroeger leefde iedere nieuwe generatie beter dan haar ouders. Dat is het geheim van het Amerikaanse wonder. Nu is dat minder geworden, de samenlevingen groeien uit elkaar, de tegenstelling tussen rijk en arm neemt toe. Middenstanders worden onzeker. En dan komen er politici die zeggen:? ‘Jullie hebben gelijk!’ De rol van de media is ook veranderd, natuurlijk, maar waar het op aankomt is dat wat de meerderheid leuk vindt, dat dat ook waar is. Veranderingen zijn onzeker. Het basisprobleem is dat de middenklasse dient te worden opgelift.

KO: Kan een nieuwe partij mogelijk de ontwikkelingen doorbreken?

TP: Nee, alleen Orbán heeft een sluitend narratief te bieden. De rest heeft niets met algemene geldigheid waar in geloofd kan worden. De rest is of gebaseerd op hele oude gedachten en tijden – a la Bokros – of een copie van Orbán’s aanpak met wat cosmetische veranderingen. Jobbik wil graag naar het midden toe bewegen, heeft het hele gedoe met de Garda en zo wat achter zich gelaten. Maar dat kan ook averechts werken. Dat Fidesz kan profiteren van die opschuiving.

Van Fidesz uit bezien, heb je links Satan en rechts het schooltje en de honingpot in één. De honing wordt verzameld in het Jobbik-kamp, totdat Fidesz de val opstelt en de aanval opent. Jobbik raakt beschadigd en de stemmen gaan naar Fidesz. Momentum is sympathiek maar geen ijsbreker. Jongeren zijn wel boos, maar dat is niet afdoende om succesvol te zijn. Ze staan ver van de kiezers. En de vraag of ze nu moeten samenwerken of niet? Momentum heeft gekozen: ik ga winnen, ik doe het alleen! Maar wie gelooft dat? Dat zijn 90 mensen, helemaal nieuw, die straks het land moeten gaan besturen …

KO: Wat is dan de toestand, hoe kan het wel? In 15 seconden graag!

TP: Er dient van buiten een verandering te komen, als de rest van Europa weer bijtrekt, dan komt de vraag – willen we naar het oosten of naar het westen kijken – vanzelf weer op tafel.

KO: Maar wie gaat de kar dan trekken?

TP: Als de poort opent, dan komt er vanzelf wel iemand, dat was – wat je ook van hem denkt (noot: Orbán) – in 1989 ook zo. De vraag is alleen: als de poort opengaat, is het land dan klaar om de stap te zetten?

Daar durf ik niet om te wedden.

———————————

Gedachtengangsters: 1956 komt er aan

Nagy ImreIk ken een wat oudere man die van zichzelf denkt dat hij een held is geweest in 1956. Hij is er maar wat trots op en staat er graag mee in de aandacht. Verschillende mensen die hem kennen of kenden, die erbij waren, zijn het niet met hem eens. Niet dat hij per se ‘fout’ was, of zo, maar wat hij gedaan zou hebben – wapens over de Budapester bruggen smokkelen door controleposten heen, de koerier uithangen in het heetst van de strijd – dat is allemaal niet precies zo gegaan als hij het wel vertelt. Dat zei ook de heel wat timidere persoon met wiens veren hij uiteindelijk aan het pronken lijkt te zijn geslagen.

Het zij zo, oordelen hoeft niet. Er zit een luchtje aan maar dat zal na de Tweede Wereldoorlog in Nederland vaak niet veel anders zijn geweest: de grootste verzetshelden likten hun wonden en de kleinste muisjes krabbelden het snelste uit hun schuilplaatsen om vooraan mee te kunnen piepen. Omstandigheden en karakters spelen ons allemaal parten, om nog maar niet te hebben over ons geheugen.

De vraag is hoe we ermee om dienen te gaan in het heden dat ons gegeven is.

In 2006 was het vijftig jaar geleden dat de opstand plaatsvond. 2006 was het rampjaar van Gyurcsány – die zomer was de Öszödi speech ‘uitgelekt’ – en het werd een hete herfst. Alles ter rechterzijde leek zich in het centrum van Pest op te houden, vastberaden om munt te slaan uit de situatie. Radicale partijen en organisaties maar vanzelfsprekend ook Orbán met de Fidesz oppositie. De zetel van de Hongaarse staattelevisie werd bestormd – een meer dan symbolische daad – en daar werd bruut tegen opgetreden. De zachtmoedigeren waakten wekenlang bij de ‘Batthyány-örökmécses’ om Gyúrcsány’s vertrek af te dwingen, het leek nu of nooit. Hij vertrok niet maar zijn partij werd wel verslagen in de gemeentsraadsverkiezingen van dat najaar – maar dat is inmiddels geschiedenis.

Dit jaar, in 2016, wil de regering graag een wat feestelijker cachet aan de herdenkingen geven. Er is een nationaal lied gemaakt

en er wordt vanalles georganiseerd dat de ‘spirit’ van 1956 overeind moet houden. Een uitgelezen kans voor voor- en tegenstander van elkaar om zich te profileren.

In de MagyarIdők, bijvoorbeeld, wordt ingegaan op het bericht dat de VS een conferentie over 1956 afgelast heeft en dat de oorzaak van de afgelasting in de slepende, slechte verhouding zou liggen die laatste jaren tussen de Hongaarse regering en de VS is ontstaan.

De schrijver begint met vaststellen dat met deze actie de VS Hongarije als geheel schoffeert, al helemaal gezien de dubbele verantwoordelijkheid – in 1956 kwamen ze de Hongaren niet te hulp – waarover Amerika en andere westerse mogendheden nooit echt rekenschap hebben afgelegd. En omdat Orbán gekozen is door de bevolking, betreft een diplomatieke actie tegen Orbán een actie tegen hele Hongaarse bevolking. Zelfs – en nu wordt het interessant en ga ik vertalen – tegen de toenmalige vertegenwoordigers van het regime en hun afgezanten – de MSZP en geassocieerde landverraders, de ‘ballib’ schoothondjes van Soros, blabla. Vanaf hier:

Het gedrag van de Amerikanen is per slot een directe belediging van het hele land, als tenminste de berichten kloppen dat het hier gaat om een lesje voor de huidige Hongaarse regeringspolitiek. Inderdaad, beste ‘kameraden’, ook een belediging voor jullie, die deel hebben genomen aan het neerslaan van de opstand in 1956, in de schandelijke vergeldingen die erna plaatsvonden, en die er de reden voor zijn dat het land tot op de dag van vandaag zo ongelukking is.

U heeft namelijk de kans al gehad om uw niet bepaald verheffende verleden in de ogen te kijken, om in het kader van een gezamenlijke dialoog op weg te gaan op de niet bepaald makkelijke weg van de vergeving, om tezamen met de vernederden, de verstotenen, met de kinderen en de kleinkinderen van beide kampen voor eens en altijd de verzoening te verwezenlijken om daarna samen het land op te bouwen dat door u zo vaak op de rand van de afgrond is gebracht. Nu, aan de andere kant, is het mogelijk dat u denkt dat het een goed idee was om – tijdens de vijftigste verjaardag – de feestvierende massa uit elkaar te slaan, immers, in de tijd van Gyurcsány was er toch ook al een herdenkingsjaar in de VS, waarbij de titel van Minister van Buitenlandse zaken Condoleezza Rice’ speech was: “Hongarije als model voor de wereld”.

Ik kan de Orbán-fobicussen geruststellen: ook nu is Hongarije een model. Nu elke dag nieuwe bewijzen het daglicht zien hoe het lot van Europa met geld van George Soros door de zichzelf als globale ordebewaarder beschouwende VS wordt gemanipuleerd, is Hongarije een prachtig voorbeeld van hoe je zonder de bondgenootschappen te verslappen, toch weerstand kunt bieden en je kunt vermijden dat je je schikken moet naar de wensen van de sterkste. Hoezeer de provocateurs van Soros dat ook zouden willen!

Tegelijkertijd zal de globale Hongaarse gemeenschap, waaronder de succesvolle Hongaarse gemeenschap in de VS, het vreselijk jammer vinden als blijkt dat zelfs een buitengewone gelegenheid als de zestigste herdenking van 1956, niet genoeg aanleiding vormt voor het meest miniscule gebaar waarmee de superpower kan laten blijken dat het haar spijt dat ze er in 1956 niet was om te helpen, maar dat ze blij is, dat op dit moment de vruchten van de revolutie toch zijn gerijpt.

Vanzelfsprekend is met name de tweede paragraaf van belang en als relatiedeskundige stel ik hier vast dat er voor beide levenspartners – zij die of van de ene, of van de andere kant gemangeld werden tussen WO II en socialistisch regime – nog hoop op verzoening open lijkt te staan.

Waarbij ik er ontegenzeggelijk ook in kan komen dat men de vehementie en ostentativiteit van de argumentatie een beetje een …-luchtje vindt hebben:

 

Ruim baan voor het Trauma-team!

rrh_08_by_drfaustusau-d8pwoum
© DrFaustusAU, Nick Cave and the Bad Seeds

Psychologische trauma’s zijn er in vele soorten en maten. Alledaagse gebeurtenissen die we onder elkaar gekscherend traumaatjes zouden noemen, zijn belangrijk voor ons menszijn en vormen een integraal onderdeel van ons leven en onze identiteit. Zonder dat ze ons meteen classificeren als psychiatrische gevallen, kennen we allemaal wel gebeurtenissen die ons als kind schokten of verontrustten, die ons confronteerden met vernieuwingen en belangrijke wendingen in ons leven, – denk aan bijvoorbeeld de eerste keer dat je gedwongen werd uien in je rode bieten te accepteren of dat je konijntje overleed. Veelal hebben die gebeurtenissen ons in de loop van ons leven gesensitiveerd op dat punt, waardoor onze unieke en essentiele voorkeuren ontstaan. Trauma’s en emoties horen bij elkaar als pek en veren, – en zonder emoties is er natuurlijk geen echt leven mogelijk.

Over sommige huis-tuin-en-keuken- trauma’s kun je derhalve heel fijn heen komen, hoe diep ze ook geworteld leken. Neem bijvoorbeeld tanden: Wie kent niet de angst voor uitvallende tanden?  Om te beginnen je mond – die je duizend keer beter meende te kennen dan je broekzak (en waaraan je in ieder geval duizend keer meer gehecht was) – die ten prooi leek te zijn gevallen aan kraters en kloven, grotten en afgronden van voorhistorische afmetingen?

Maar daaronder krioelen nog interessanter implicaties: vergeet de materie en daal af langs de traumaladder op zoek naar het algehele failliet van je gezondheid, je leven, of de grond onder je voeten – feilloos geillustreerd met dromen over je afbrokkelende elementen. Zelfs daar kom je weer overheen: na een paar keer goed geleden te hebben, kun je opeens weer naar de tandarts gaan zonder dat daarmee de wereld hoeft te vergaan. Het went, denk je dan en dat is goed zo.

Trauma’s zijn overal en op elk niveau. Of we nu denken aan het korte-termijn opportunisme van de meest succesvolle politici van deze tijd – Trump, Putin, Erdogan, Wilders, Orbán – of aan de angsten die we hoe dan ook allemaal delen – de angst voor wereldmacht China, voor terrorisme, voor het failliet van het humanistische project – het draait hier of linksom, of rechtsom, om kleine en grote, om werkelijke, historische en potentiele trauma’s.

Enter generatie X. (Of Y, Z van mijn part, al betwijfel ik of ze zichzelf zo lineair zouden inschalen). Even kort: Doelen opgeschort; ontwikkeling achterhaald want paternalistisch. Het is in ieder geval niet meer de bedoeling dat we met zijn allen naar een ideaal streven. Zichtbaar niet. Hoogstens managen we, zoiets. Maar verbeteren, of iets bereiken, dat mogen de volgende generaties wel weer uit gaan zoeken, mochten ze daar zin in krijgen. Let wel: per omgaande worden trauma’s in het huidige tijdsgewricht ook anders. Er is geen erkenning meer voor de klassieke trauma’s, omdat de klassieke levensloop er niet meer is. Net als waarheid zijn ook trauma’s ontploft in duizenden particuliere narratieven.

Gisteren vond ik mezelf tot mijn niet geringe verbazing terug aan een plastic tuintafel bij overigens zeer sympathieke mensen, terwijl ik de Holocaust aan het bewijzen was (of all things!) Het ging er vrij heftig aan toe, kan ik wel zeggen: “Mijn moeders vriendinnetje is toch echt weggehaald en nooit meer teruggekomen”, en: “Dus al die mensen die zeggen dat ze geen opa’s en oma’s hebben, die liegen?” – op dat niveau waren we bezig. Ik geloof en hoop dat het gelukt is mijn vrienden in te laten zien dat ze niet nog eens hun twijfels over de maximale capaciteit van crematoria als belangrijkste life-line moeten gebruiken bij het aangaan van dit soort discussies, of om het even welke twijfels dan ook, als we het er nog eens over hebben.

Het grootste trauma – bij de weg – is het trauma waarvan je niet weet dat je het hebt. Dat kan heel goed: een trauma is in essentie natuurlijk gewoon een wond. En als je niet met die wond bezig wil zijn, dan ga je ergens anders krabben. Op de ziel of het lichaam.

Volgens de Sloveense XYZ-filosoof Slavoj Žižek is: “ideology not only the world we live in, but also the wrong ways we try to escape”.

Escape what?

Wat zouden de juiste ways zijn?

Laat mij u namelijk als toetje nog het verhaal The Plagiarist van Hugh Howey aanbevelen en het trilemma van Nick Bostrom, dan kunnen we later verder praten over trauma’s en de mogelijkheden voor recovery.

 

 

Index uit als je overstag gaat

ing_varosligetJa-ja, we komen zo aan voetbal toe. Maar eerst even dit. Kent u Ambrus Attila nog? Oftewel Viszkis? Tussen 1993 en 1999 kraakte deze Roemeens-Hongaarse bankrover ongeveer 30 Boedapester banken en postkantoren, met meer dan 140 miljoen forint tot resultaat.  Tegen het einde van zijn carriere werd hij zowat op de voet gevolgd door de Hongaarse media en het publiek, dat deze vrijbuiter min of meer aan de boezem had gesloten. Toen hij uiteindelijk werd opgepakt was het een beetje alsof Robin Hood zelf gevangen was genomen. Tijdens zijn strafzaak bereikte Ambrus het toppunt van omgekeerd heldendom, toen zijn advocaat als verzachtende omstandigheid aan meende te kunnen dragen, dat Viszkis – door de wapens van veiligheidsbeambten consequent af te pakken – altijd bloedvergieten had weten te voorkomen. De romantisering deed denken aan de Betyárok, de legendarische rovers van de Bakony, die het voortdurend aan de stok hadden met de in Habsburgse dienst opererende Pandoeren (die naam alleen al!).

Een dergelijke ambivalente houding tegenover autoriteit, sluit aan bij een ander opzienbarend volkstrekje van de Hongaren. Ze spelen graag hard-to-get als het gaat om buitenlandse partners. Door de geschiedenis heen heeft het land voornamelijk moeizame verhoudingen gehad. De Turkse periode laten we even buiten beschouwing – te ingewikkeld; wat daarvoor kwam was volgens velen al het begin van alle ellende: de bekering tot het Christendom. Dan, van het Habsburgse Rijk, via de Asmogendheden, naar de Sovjet-Unie en dan weer bij de EU (en eventueel ooit weer terug naar Rusland?): vrijwel altijd stribbelt het land wat tegen. Bijt het in de hand die voedt. Willen ze eerst en vooral erkend worden, om pas daarna wat op tafel te (kunnen) leggen. Vuistregel: wie ons wil hebben, daar zetten we ons tegen af.

Inzake voetbal werkt 444.hu naar het zich laat aanzien volgens het adagium dat de beste wraak, een goed leven is. Maakt even niet uit dat Orbán zich gelauwerd voelt, voetbal is voetbal en belangrijk. Dat is fijn want dat brengt ons dichter bij de essentie: wat is het Hongaarse volk (van plan)?

Bijvoorbeeld met het door 444.hu aangehaalde interview dat Bernd Stock, de Duitse trainer van het Hongaarse elftal, gegeven heeft aan een Duits blad. Het bevat enkele interessante observaties over de mentaliteit van de Hongaren.

– Szkeptikusnak tűnnek a magyarok.
– Futball tekintetében semmiképp sem nevezném bátornak, vagy előremutatónak a közeget. Ezt érezni a játékosokon, akiknek újra és újra a fejükbe kell verni, hogy merj vállalkozni, emeld fel a fejed, nézz az ellenfél szemébe, és légy büszke, hogy ezt a mezt viseled.

– Honnan ez a félelem?
– Talán túl hosszúak az árnyékok. Nézz körül Budapesten: Puskás Ferenc köszön vissza mindenhol. Még sört is neveztek el róla. A sikerek hatalmasak, a hagyományok tiszteletreméltóak, de ez bénítóan is tud hatni.

Sokat beszélnek a kishitűségről. A norvég meccsek előtt például állandóan azt hallgatták, hogy kéne döntetlenre játszani kinn. Aztán az 1-0 után azt, hogy kéne megúszni a hazai meccset. És nagyon unták.


De Hongaren lijken sceptisch.

Het voetbal is niet dapper of vooruitstrevend. Dat zien we ook bij de spelers, tegen wie we voortdurend moeten zeggen: wees moedig, kijk je tegenstander in de ogen, wees trots dat je dit voetbalshirt aan hebt.

Waar komt die angst vandaan?

Misschien zijn de schaduwen te lang. Kijk maar eens rond in Budapest. Puskas Ferenc staat op elke straathoek. Er is zelfs een bier met die naam. De successen zijn enorm, de tradities dienen te worden gerespecteerd, maar dat kan ook verlammen.

Ze praten ook over de kleinachting van de Hongaren. Voor de Noorse wedstrijd hoorden ze regelmatig, dat ze op gelijkspel moesten spelen. En na de 1-0 , hoe ze er zonder kleerscheuren uit zouden kunnen rollen. Dat was erg vervelend.

In het vervolg hiervan pleit 444.hu al voor het benoemen van buitenlanders op verantwoordelijke plaatsen, bijvoorbeeld als hoofd van de Nationale Bank of de Belastingdienst. Serieus bedoeld. Een fenomeen dat in andere landen overigens vaker blijkt voor te komen.

Alweer jaren geleden had ik een (Nederlandse) collega die regelmatig verzuchtte hoe en wat hij het helemaal en allemaal anders zou aanpakken “als hij hier burgemeester zou zijn”. Helaas, … .

De conclusie hangt in de lucht dat Hongaren niet in staat zijn zelf paal en perk te stellen aan hun eigen handelen – zie de creatieve corruptie – of zelf het beste uit zichzelf te halen – zie de voetballers en de burgemeesters.

Het lijken wel twee kanten van dezelfde medaille te zijn: misschien dient het land wel eerst door een enorme crisis te gaan, voordat er een zuiverende, serieuze tegenbeweging op gang zal komen.

Hoe dan ook, het succes van de Hongaren biedt perspectief, voor als de Belgen er onverhoopt uit mochten vliegen.

Maskirovka is onder ons

bullEen paar dagen geleden hoorde een bekende het één en ander dat te vreemd was om niet door te vertellen. Zo gaat dat met rare nieuwtjes, meestal (kijk maar!) In de wandelgangen van een professionele bijeenkomst vertrouwde iemand haar omstanders toe dat in Zweden het leven ook geen lolletje meer is. De vertelster was een bedaarde en sympathieke, verder geheel onbekende wat oudere vakgenoot, die deels in Zweden woonde en daar ook nog wat familie had. Reden om iemand iets op de mouw te spelden was er niet: zelf leek ze het nog het meest te betreuren dat de situatie zich zo ontwikkeld had.

Wat ze vertelde was het volgende:

1 Volgens haar werden kleine kinderen op school stelselmatig gecontroleerd op blauwe plekken. Als er blauwe plekken aan het licht kwamen die niet afdoende konden worden uitgelegd, dan werden per direct de ouders aangepakt door de autoriteiten. Eén en ander was het gevolg van de aloude neiging tot mishandeling, die de gemiddelde Zweed al sinds jaar en dag eigen zou zijn.

2 Dan – we zitten nog steeds in Zweden – de alcoholcontrole. Haar eigen schoonzoon (of zoiets) was door de politie gecontroleerd met een blaasproef. Die was positief – waarschijnlijk omdat de sonde kapot was – waarop voor een jaar het rijbewijs werd afgenomen en er in de tussentijd door de betreffende persoon geen alcohol mocht worden gedronken. Dus ook niet in de privésfeer. Daarbij konden er onaangekondigde controles worden verwacht. Pas als betrokkene een jaar clean zou zijn, dan kon het rijbewijs worden terugverwacht.

3 Tenslotte en toen werden mijn ogen pas echt rond, werd medegedeeld dat in Zweden – net als overigens in Duitsland – wetgeving in de maak zou zijn die huiseigenaren verplichten zou hun vloeroppervlak te laten registreren, omdat boven een bepaalde grootte een deel van de woning beschikbaar zou dienen te komen voor de huisvesting van vluchtelingen.

Na een korte periode van bezinking en (ik geef het toe) controle op internet van de laatste aantijging, begon het er verdacht veel op te lijken dat we een fraai voorbeeld van Maskirovka te pakken hadden.

Als dat zo was dan sluit het aan bij een constatering die meerdere nieuwsorganen in Europa doen. De indruk die ontegenzeggelijk ontstaan is, is dat de recente activiteiten van Poetin’s Rusland in Europa toenemen, diverser worden en moeilijker te volgen zijn. Bekend was al dat extreem-rechtse politieke partijen nauwe betrekkingen met Moskou onderhielden – Front National en bijvoorbeeld ook de Hongaarse Jobbik. Extreem-links had die banden van oudsher nog. Nieuw is nu, dat tegenwoordig ook gematigd linkse denkers en politici zich kunnen warmen in de Russische aandacht.

Minister van Buitenlandse Zaken Lavrov richt zich tot hen in een essay waarin de lange en complexe historische banden tussen Rusland en (de rest van) Europa worden ontleed, van Kiev Rus, via de tsaren en WO I en II, tot en met het einde van de Koude Oorlog, Joegoslavie en Syrie. In zijn amicale en ‘wiedergutmacherige’ stuk geeft Lavrov enerzijds iedereen een aai over de bol door een batterij namen te noemen van, bijvoorbeeld, Oostenrijks-Habsburgse, Franse, Engelse en andere schijnbaar belangrijke ‘opinion-makers’; anderzijds valt de naam van Stalin of Lenin in het geheel niet. Putin wordt twee keer genoemd. De toon is er één van lichte verontwaardiging over zoveel jammerlijk onbegrip aan de kant van (primair) de EU over de beweegredenen van dit zeer significante en internationaal toch echt niet te veronachtzamen volk (met wie zoveel gemeenschappelijks wordt gedeeld!)

Ook hierbij aansluitend zijn de ‘fijne berichten’ over de vriendschap die aan het ontstaan is tussen Lavrov en John Kerry, Secretary of State van de VS.

Intussen vindt een ander belangrijk nieuw krachtmeten plaats op de Balkan, in verband met de vluchtelingencrisis. Duitse inlichtingendiensten melden dat ze zich geconfronteerd zien met openlijke activiteiten van Russische actoren – pers, minderheden, diplomaten en organisaties – waarbij ze hebben de grootst mogelijke moeite hebben om er iets tegenover te zetten. De rol van Rusland in het onwrichten van de Europese staten en de EU an sich, is, waaschijnlijk, moeilijk te overschatten. Manipulatie: machtsvertoon enerzijds, vriendelijke acties anderzijds en roddel en achterklap in het midden. Alles doet mee.

Het andere Index stuk in dit verband tenslotte, gaat in op de betekenis voor ‘de man in de straat’. De tagline: als de taxichauffeurs erover praten, is het doel bereikt! Eerder zagen we al dat op sites als youtube, yahoo en andere een leger aan trollen (uit Rusland) op fulltime basis bezig is om stemming te maken.

Een echte partizaan weet wat hem te doen staat!

 

De vijfde colonne zit in de verzoening

bevrijdingIn het niet gevoerde debat over het politieke bestel in Hongarije balanceren de kans op verzoening aan de ene en de tendens tot polarisering aan de andere kant. Echte verzoening komt niet uit de lucht vallen, zoals iedereen met een partner, kinderen of een tekkel wel weet. Het is een moeizaam, in psychologisch opzicht een hooggewaardeerd en een tikje mysterieus fenomeen, compleet met catharsis en met veranderende zelf- en wereldbeelden tot gevolg. Als het goed gaat, tenminste.

De uitkomst is namelijk ongewis en kan leiden tot het (moeten) loslaten van comfortable overtuigingen en het (moeten) omarmen van archetypische vijanden. Onderweg is juist polarisering geen onbekende reisgenoot. Er dient geluisterd te worden naar elkaar. Oud zeer wordt uitgesproken en dat doet weer pijn, net als chilipeper.

Als Hollywood verzoening wil bewerkstelligen door films over de Holocaust met een Oscar te feteren, dan hebben zij die zich in de beklaagdenbank voelen staan, al snel genoeg daarvan en zullen dergelijke ‘verzoeningspogingen’ als te aggressief afwijzen. Eventueel worden vervolgens door echte leperds de sentimenten bij elkaar geschraapt en tot categorische probleemvisies herkneed. Zo wordt verzoening weer polarisering en dat weten ze in Hollywood natuurlijk ook best wel.

Hongarije steekt gelukkig nog steeds magertjes af bij andere ontwrichte samenlevingen, zoals Rwanda, het Rusland van na de Gulag of de landen van voormalig Joegoslavie. Toch zijn er in de vorige eeuw meerdere malen belangrijke kansen op verzoening blijven liggen. Zo schrijft Andrea Pető, verbonden aan de Central European University als Holocaust-onderzoeker, over de volkstribunalen die direct na WO II in Hongarije werden opgericht. In beginsel kunnen die worden beschouwd als een goedbedoelde poging om de oorlog en de begane misdaden een plaats te geven, de sociale orde te herstellen en, ook, openbare lynchpartijen te voorkomen.

“The People’s Tribunals were [expected to “deal with” the emotion of hate from both sides], to start the process of normalization and to reconstruct social cohesion by determining the meanings of social interactions during World War II. As a part of the post-war normalization they were supposed to transmit moral judgments about emotions and about the acts stemming from them. Their function was also to punish and to serve as a warning to the perpetrators. The legal language of the court served to mediate and express emotions. The court was a highly structured space for communicatioin between criminals, victims, and witnesses.”

Pető stelt vervolgens vast dat het instituut niet heeft kunnen bijdragen tot een voor alle partijen bevredigende verzoening. De redenen hiervoor waren divers.

  • Dergelijke tribunalen moeten aan allerlei expliciete, impliciete en intersubjectieve verwachtingen voldoen – van slachtoffers, daders en getuigen, waarbij de omstandigheden vaak niet open staan voor meer dan de primaire juridische aspecten, de feitelijke (technische) schuldvraag. De andere niveau’s die van belang worden geacht – een pragmatisch niveau waarop deals worden gesloten tussen de deelnemende partijen en een emotioneel niveau waarop de slachtoffers catharsis kunnen bereiken en daders schuld kunnen accepteren, kwamen in Hongarije niet uit de verf.
  • Door de technische ‘individualisering’ van de rechtsgang – dader-verdachten wrongen zich in bochten om hun schuld af te kunnen laten glijden – werd er ruimte geboden aan nieuwe alternatieve ‘narratieven’ van daders en de nabestaanden daarvan.
  • Dit werd nog versterkt door de omstandigheid dat de rechtsprekenden van onbesproken gezag dienden te zijn, i.e. joden die voorheen waren uitgesloten van het ambt kwamen bij uitstek in aanmerking om de tribunalen te leiden.
  • Waarbij ook meespeelde dat op instigatie van de Communistische Partij, die haar positie wilde verstevigen, op belangrijke politici geconcentreerd werd en later zelfs volledig nieuwe aanklachten mogelijk werden die weinig meer te maken hadden met de holocaust en de oorlogsmisdaden.

De tribunalen, die hadden kunnen fungeren als een ritueel voor het omgaan met haat, leidden zo tot de situatie dat de 70.000 aangeklaagden op hun beurt al snel weer zelf martelaren werden en er van een nieuw, gedeeld narratief geen sprake kon zijn.

Een tweede moment van grote betekenis had natuurlijk 1989-1990 kunnen wezen. Net als vele andere voormalige oostbloklanden, bleek ook Hongarije niet van zins deze kans te grijpen om zich van haar verleden te kwijten. Een kwart miljoen mensen heeft als verklikker voor de Partij actief meegewerkt om de onderdrukking onder het Kádár-regime tot stand te brengen. Nog steeds is het vrijwel onmogelijk inzage te krijgen in de archieven (alleen het eigen dossier kan worden ingezien – weggelakte namen – of voor onderzoek – eveneens met bescherming van privacy).

Slechts een enkeling is in al die jaren uit zichzelf met de belastende waarheid naar buiten gekomen en heeft spijt betuigd. De overgrote meerderheid van grote en kleine verklikkers ziet echter van dag tot dag de kans dat zijn of haar buurman of buurvrouw ooit nog eens aan de deur komt om verhaal te halen, langzaam afnemen en is daar content mee, helaas. Recent zijn, ter gelegenheid van de Dag van de Slachtoffers van het Communisme, de gegevens beschikbaar gekomen van wel 500 mensen die betrokken waren bij het neerslaan van de revolutie in 1956.

Verzoening, zo lijkt het, is niet iets waarom je bij de Fidesz hoeft te komen. Fijne autoritaire leiders, dat wel. En vijandsbeelden, natuurlijk. Het wij-zij denken beleeft zijn hoogtijdagen en er is geen uitzicht op verbetering.

Kapitein Iglo in barensnood

OpusztaszerEr waren mensen die de activiteiten van de voetbalsupporters in Rome ergens nog vergoeilijkten. Of in ieder geval probeerden er iets aan uit te leggen, er iets van te begrijpen. Diep in deze verwarde barbaren zou bijvoorbeeld de banier kunnen wapperen dat “in Nederland niemand zich iets moet inbeelden, ook zo’n fontein niet!” Tenminste, zoiets las ik ergens. Zit vast wel wat in maar het leidt toch feitelijk gewoon nergens naar.

Er zijn er gelukkig al een stuk minder die de gebeurtenissen in Köln recht meenden te kunnen doen. In de billen knijpen als teken van antropolgische verwaarlozing of misschien wel juist pre-emancipatoire ontluikingsdrang. Jah … .

Door in stormachtige tijden op cruciale kruispunten de verlichte wegwijzers stevig te verankeren, blijft de positie van een vijand-gedragen regering het beste overeind. Sterker nog: die wordt verstevigd.

Eén van die wegwijzers is Nógrádi György. Veel gehoord veiligheids-expert, veelvuldig aanwezig op de Hongaarse buis. Hij heeft altijd zijn woordje (en zijn telraam) klaar en als het niet zeker is, dan doe maar voorzichtig.

Kijk maar naar de alarmfase-perikelen. Sinds november vorig jaar zijn er vier niveau’s:

  • 4: als er aanwijzingen zijn over dreigende terreuracties in Nato of EU landen waarbij Hongarije betrokken is of zou kunnen raken;
  • 3 (middelmatig): als de dreiging toe is genomen, of als er in EU of NATO-landen, of in buurlanden van Hongarije, terreuracties zijn geweest waardoor de dreiging in Hongarije is toegenomen;
  • 2: als er concreet gevaar is voor terreuracties in Hongarije of als er in Hongarije volgens de beschikbare informatie terreuracties verwacht kunnen worden;
  • 1: als er een ernstige terreuractie is geweest met directe implicaties voor Hongarije of als er in Hongarije ontwikkelingen zijn die in verband kunnen worden gebracht met terrorisme.

De stadia zijn werkelijk ongeveer zo vaag als hierboven vertaald, tenminste, zowel in de beschrijving van Index als van het TEK zelf, die dezelfde taal bezigt. Ik sluit niet uit dat de regering en de TEK weet wat ze hier bedoelen en waar volgens hen de verschillen in zitten – velen daarbuiten weten het zeker niet!

Verder: Graad (fokozat) 4 is steevast de lichtste in het rijtje, de minst ernstige (in tegenstelling tot bijvoorbeeld graad 3 bij brandwonden – die altijd de zwaarste is geweest in het Nederlands en de rest van de Europese talen). Verder wordt de 3e graad structureel middelmatig genoemd – wat niet meevalt met vier gradaties. Het kan zijn dat de 5e graad de basisgraad zou zijn maar wat niet genoemd is, daar kun je geen betekenis aan ontlenen.

Toch gaat het er niet om de lachers op de hand te krijgen.

  • we weten dat het TEK – met een enorme geldings- en bewijzingsdrang rondloopt;
  • we weten dat Fidesz werkt aan een mogelijkheid om een nieuwe twee-derde meerderheidswet door de kamer te jassen met meerdere beperkingen voor in bange tijden;
  • we weten (en merken) dat de ballib pers en zelfs de politieke oppositiepartijen onder druk staan om ‘mee te werken’ aan de veiligheid van het land en dus eventueel de voorstellen van Fidesz zouden kunnen gaan steunen;
  • we kunnen ons voorstellen dat in dergelijke precaire situaties weinig zo fijn dingen kan versnellen als het – als enige – beschikken over – al of niet bestaande – kennis of informatie;
  • we weten dat de retoriek van de regering ijzersterk is voor een tweedeklasser en puur en alleen voor kniesoren wel eens wat te wensen overlaat op het gebied van sensitiviteit en specificiteit:
    • Europees = christelijk
    • christelijk = niet moslim
    • vluchteling = moslim
    • moslim = niet Europees  ⇔  terrorist = moslim
    • niet moslim = Europees
    • niet moslim = niet terrorist
    • ƒ(x) x → 0, y → 0
    • geen vluchteling = geen terrorist

Waar in London na de bommen van 2005 opgeroepen werd tot eenheid – Blair zei: “Ze willen dat we elkaar in de haren vliegen, – dat zullen we dus niet doen!” Waar mensen in Brussel verder proberen te gaan met hun leven door te laten zien dat die zelfmoordsukkels het helemaal bij het verkeerde eind hadden. Daar is in Hongarije ook de gemeenschappelijke vijand niet meer van iedereen. Die vijand is namelijk meer van de regering, dan van u en mij en het stemvee. Terwijl in London, in Brussel, de ‘vijand’ in dezelfde straten rondliep als de (rest van) de samenleving. En moslim was/is. Misschien zelfs wel vluchteling …

Waarom zitten we in vredesnaam, in Hongarije, nou momenteel in fase twee?

Even zoeken op trefwoord terrorfenyegetettség (terreurdreiging)

Het mocht tijd worden, het was toch een beetje alsof de zombies Boedapest al hadden overgenomen en we hiero de laatsten dreigden te worden die erachter zouden gaan komen. Maar goed. Bij de MNO als refrein dat de regering zich lekker aan het nestelen is in een comfortabele terreurdreiging, al dan niet gebruik makend van extra rechten, al dan niet noodzakelijk, al dan niet gepland. En dat het maar de vraag is of de samenleving nu bang is voor terroristen of de regering bang is voor de samenleving. Echt sterk is het artikel verder ook niet.

Het lijkt wel alsof iedereen paaseieren aan het schilderen is. Of zombies aan het jagen.

2016 gaat een heel raar jaar worden voor het humanistisch project: aan de ene kant de Syrische oorlog, de chaos en de nasleep inclusief vluchtelingen en Cold War II; aan de andere kant Trump die Clinton de keuken in zal proberen te jagen.

In Zuid-Hongarije hadden ze al zoveel Living Dead gekeken, dat ze dachten dat het minstens vluchtelingen moesten zijn die ‘s nachts te paard de streek onveilig maakten.

Maar goed dat Nógrádi György altijd antwoord heeft.

—————————-

Naschrift: schitterend gesprek gevonden (van 22 maart jl.) tussen Bakondi György en Kálmán Olga in de kluwen van het gelijk.

Bakondi György

Hieruit blijkt dat de dreiging – op niet ontvangen informatie gebaseerd is maar dat op de één of andere meta-manier daarmee een dreiging ontstaan is die werkelijk is (ervaren wordt). In ieder geval door Bakondi cs. Olga is zoals altijd heerlijk bezig (‘Maar zo is het altijd: we weten nooit wat de dag van morgen brengt?!’), slaat de politicus met zijn eigen papieren en definities om de oren en krijgt dan het verwijt ‘Dus volgens U is de stap van de overheid niet juist?’ waarmee we terecht dreigen te komen op het niveau van kroegdiscussies die we gewoon zijn van Fidesz-notabelen. Maar daar gaat ze niet op in. Onnodig te zeggen dat Bakondi vanalles doet behalve: uitleggen, irreele angsten wegnemen, gepaste dapperheid en oplettendheid stimuleren, of wat dan ook dat een verantwoordelijke leider zou kunnen doen die op dergelijke momenten een natie vooruithelpt.

KHf extra: Onverwachte draai aan retoriek grote leider (1)

haaiOm te beginnen is er het laatste boek van Umberto Eco, Numero Zero. Een loser-journalist laat daarin zijn talenten los op een (fictieve) dagbladformule waarbij projecties uit de onderbuik, via insinuaties en verdraaiingen, achterklap en roddelpraat tot journalistiek worden verheven. Hierbij komen vanzelfsprekend allerlei methodes aan bod, van geavanceerde technieken voor associatieve, manipulatieve nieuwspresentatie tot en met het optimaal uitspinnen van dubbele ontkenningen van uitspraken die om te beginnen al in de mond waren gelegd (of zelfs geheel verzonnen).

In de praktijk niets nieuws, natuurlijk. Zowel in Nederland als in Hongarije stralen krantenkoppen van links naar rechts vooringenomenheid uit. Verhogen we de inzet: de inhoud van het nieuws is één ding waarover te steggelen valt. De toon van het nieuws is weer een heel ander geval.

Kétfarku kútyapárt piro3
Foto: Kétfarkú Kutya Párt

De Kétfarku Kutyapárt, een onnavolgbare satirische klub (nu ook al partij – voor een staaltje van hun kunnen klik op de foto hiernaast) heeft vorig jaar zomer een alternatieve editie (link is een pdf document) van Magyar Hirlap uitgebracht. Een ‘goed nieuws’ editie. Welke coulisse (goed nieuws voor wie?) er nu precies verschoven is, is niet helemaal duidelijk: sommige fictieve artikelen komen over met een heftigheid die de Magyar Hirlap gewoon is maar verkondigen precies de feiten-versie die de Hirlap niet graag zou zien. Omgedraaid komt ook voor: lief nieuws dat niemand kwaad doet, – een beetje zoals het jeugdjournaal, vroeger.

De website Mediavadasz positioneert zichzelf als het weerwoord op de wijdverspreide links-liberale ‘vuilnissites’ (szennyoldalak) op het web. Onderwerpen en gebeurtenissen worden er besproken met als doel het gepretendeerde gelijk van ‘links’ te de-bunken. Zo stellen ze concreet over de plakaat-affaire van vorig jaar – de kritiek op de overheidsplakaten (die voortkwamen uit en aanleiding gaven tot stemmingmakerij rond de vluchtelingen), dat de reclameboodschappen van het Kétfarku Kutya-partij/Vastagbőr- verband die daarop ten antwoord verschenen (met o.a. ‘Sorry for our prime-minister’) en de verwijzingen naar bijvoorbeeld de bijbel (‘vluchtelingen zult U voeden’) hoogst verwerpelijk zijn. Want dat zou het aankweken van schuldgevoel zijn.

Wat denkt de KKP wel van christenen? Dat het een sukkelige, zelfopofferende liefdadigheidsinstelling is? Of dat ze de inbreker in huis binnenlaten, geld in diens zakken stoppen en ook nog eens het mes op de eigen keel zetten? De linksliberalen rekenen het de Hongaarse conservatieve christenen aan dat ze niet genoeg christelijk zouden zijn? Absurd!

Polemiek wil altijd gelijk hebben, als het even kan voor 100%. Polemisten zijn er vaak op uit elkaar helemaal onmogelijk te maken, liever nog met één enkele voltreffer dan op ‘punten’. De schrijver heeft schijnbaar niet door dat satire geen polemiek is – in die zin dat satire niet voor 100% gelijk kan hebben omdat het gebruik maakt van originele bronnen waarop satire zichzelf botviert (en dientengevolge voor alles wijst op hypocrisie).

Hij die zonder zonden is, werpe de eerste steen is in Hongarije opgewaardeerd tot een verlammende alles of niet toestand met alleen nog maar schreeuwers aan beide zijden. Als je kritiek durft te hebben, dan moet je ook meteen klaar staan om alle politieke associaties die via die kritiek in je ‘eigen nest’ te leggen zijn, te weerleggen. Als je tegen de verkeerde zegt: ‘Viktor verrijkt zichzelf’, dan krijg je terug dat die-en-die zich nog veel meer verrijken of verrijkt hebben, of de multi’s, of wat dan ook. Een vraag met een wedervraag beantwoorden, kritiek met een schep erbovenop.

Kijkend naar foto’s van Amerikaanse moordenaars haal ik het ‘slechte’ in de mens er niet altijd uit. Is het objectief zichtbaar, dat iemand een ‘slecht mens’ is – niet dom, of lelijk, maar echt slecht? Vaker lukt dit niet, dan wel. Vanaf een nieuwsportaal, een verzamelportal waar nieuws van allerlei bronnen verwerkt is, komt het ook wel eens voor dat je niet één-twee-drie weet wat het nieuws dat je leest, nu wil zeggen. En net als je je aan het opwinden bent over de kop en de stemmingmakende paragrafen, blijkt dat het stuk de ‘goede kant’ op wil. Of andersom. Op het verkeerde been staan bij het lezen van een story – of dat nu fictie is of non-fictie – kan heel heilzaam zijn.

Nog iets raars, tenslotte. Uitleggen is in het dagelijks Hongaars magyarázni. Uitleggen zou op die fiets in het Nederlands (ver-?)nederlandsen worden. Waarheid gebaseerd op identiteit en niet op logica.

Volgende keer: de vloeibare samenleving, kormany-info vragenuurtje en de vraag of Belgie en Nederland nog iets kunnen leren van de Hongaarse media-wet (volgens Lázar wel)