Tag Archives: narratief

Teachers teachers: KLIK hier voor level 2

visegrad, királyi palotaIn de aanloop naar de demonstratie van 15 maart, een poging om op een rijtje te zetten hoe de diverse Hongaarse krantenlezers de slag om onderwijsland Hongarije aan zich voorbij zien trekken.

Volgens de overheid is er nog steeds niets aan de hand en wat er wel is, dat is sowieso doorgestoken kaart, partijpolitieke nonsens en verkapte kinderarbeid. Zoveel wisten we al. Magyar Hirlap (de ‘spreekbuis van’ voor oningewijden) begint vol overdrive de vuile was binnen te halen. Er kan misschien wel wat veranderd worden aan de KLIK, en ja, misschien zijn krijtjes toch wel handig, dat soort verlichte inzichten. Als doekje voor het bloeden meldt de krant ook dat bijna iedereen straks (alweer?) een zwembad, sporthal of volledig nieuwe school kan verwachten. Maar de grootste gemene deler van hirlap-nieuws is toch wel dat we terug kunnen naar de keuken. Want kijk: hoe zeer worden nu al weer klassen, gezinnen en langzaam het hele land in tweeen gespleten door die vervelende politiek. Een heerlijk kitscherig artikel dat haar licht laat schijnen over de kunst van het moddergooien en de wortels van het kwaad in het algemeen en het goed van Fidesz-KDNP in het bijzonder. Waarop iedereen wordt uitgenodigd in hetzelfde licht (die keuken, dus) te komen staan, want (het laatste woord krijg je niet, dat moet je nemen) de oppositie zou toch al in duigen liggen.

Een handschoen die weer opgepakt wordt door de Magyar Nemzet (krant van Simicka Lajos, oud vriend nu vijand van Orbán) met als achterliggende gedachte (niet bij het ‘in duigen liggen’ als zodanig maar bij dit laatste ‘weten’ van Magyar Hirlap) dat het narratief van overheid en hofkranten bijna geloofwaardig had gewezen. Bijna, maar niet helemaal. Want:

  1. ja: de protesten stamden ooit uit vaktechnische overwegingen
  2. ja: de eeuwige oppositie kan de kans bijna niet laten liggen om haar eigen punt te maken
  3. ja: er klinken wel eens ongepaste geluiden door die de ontvankelijkheid van de vakbonden ondermijnen

Maar:

  1. nee: daarmee wordt het protest niet minder waard (inhoudelijk)
  2. want nee: een regering schrijf je ook niet af op basis van de misdaden van één moordlustig parlementslid

Maar helaas:

  1. gooit de regering wel degelijk de gerechtvaardigde argumenten en de eeuwig-pruttelende oppositie op één hoop
  2. gooit ze daarmee meteen de kritiek op het KLIK en kritiek op de regering op één hoop
  3. denkt de regering dat zij persoonlijk het legitieme algemeen belang is en de complete rechtgeaarde civiele sector en alle andere goedwillende burgers van Hongarije vertegenwoordigt (en dus vooral niet aan partijpolitiek doet)
  4. mag je dus wel meedenken over het KLIK, maar niet tegen het KLIK zijn (vandaar dat gedoe over wie er uitgenodigd werd voor en meedoet aan de rondetafel-gesprekken, bijvoorbeeld)

Echter – en nou komt de mooiste van het stuk: het KLIK is ontstaan uit de koker van een re-contra-geselecteerd gezelschap.

De regenten van bourgeoisie zullen ooit het ‘geselecteerde’ gezelschap hebben uitgemaakt. Het communistische kader werd vervolgens ‘contra-geselecteerd’, terwijl daaruit weer door een volgende selectie het ‘re-contra-geselecteerde’ groepje ontstond van (wat MNO noemt) het christelijk nationaal-conservatieve potentieel. Waar we dus nu mee ziten.

Wow!

Te mooi om te laten liggen, al is niet helemaal duidelijk wat ons nu te doen staat. De Magyar Nemzet sluit het verhaal nu kort – door te stellen dat daarom het KLIK niet kan worden gezien als waarachtige vaktechnische organisatie maar uiteindelijk een controle- en pers-instrument zal blijven om de laatste zelfstandigheid van scholen uit te roeien – en doet voor vandaag de luiken dicht.

OK?

Gaan we nu wel of niet demonstreren?

Zo ja: tegen wat en voor wie?

Hoe diep gaan we?

Want als we het aan de Nepszabadság vragen, dan wordt er net zolang aan de KLIK-boom geschud tot de grond eronder bezaaid ligt met rotte appeltjes.

 

De bruidschat van Seuso: Hec Sevso tibi …

Aggtelek

Hec Sevso tibi durent per saecula multa
Posteris ut prosint vascula digna tuis

(May these, O Sevso, yours for many ages be
Small vessels fit to serve your offspring worthily)

En opeens is het internet weer vol van Rahel Orbán, de dochter van. In de weer met hotels, docent aan Corvinus Universiteit, deelnemer aan een besloten maar belangrijke toeristische bijeenkomst, zwanger en plukkend aan Egerszalok (dat toch al verpest was).

Laat duizend bloemen bloeien – okee: laat het er dan honderd zijn. Tamás Gáspár Miklós (TGM), een vroegere makker van de oude Orbán maar nu fervent criticus van FIDESZ, heeft al eens aangegeven dat kinderen wat hem betreft niet kan worden aangerekend wat hun ouders uitvoeren. Als die kinderen, bijvoorbeeld, gefotografeerd worden terwijl ze autorijden met een mobiele telefoon in haar hand, zou dat geen reden mogen zijn om haar te vierendelen. Klinkt logisch, een dochter van een minister-president is toch een ander beest dan een prins, of zo.

Maar die verantwoordelijkheid ligt wel aan drie kanten. De roddelbladen hielden zich sowieso niet eraan. De persstaf van FIDESZ ook niet. Nu blijft over de vraag wat Rahel zelf gaat doen.

Op de foto’s is zichtbaar dat vader echt vreselijk trots moet zijn en in een aandoenlijke ‘verwarring’ is in haar nabijheid. Dat zij van de drie kinderen de grootste pr-asset is, was of wordt, is duidelijk.

Het volgende script is nu te mooi om zonder doordenken in de prullenbak te gooien.
1) Wat zou u uw kind geven als dat gaat trouwen? Juist!
2) En wat als ze gaat trouwen en u zo ongeveer de belangrijkste en machtigste man van het land bent. Juist!

Het hele verhaal van de Seuso schat ga ik niet vertellen, daar is het te mooi voor. Het komt erop neer dat de verzameling zilveren voorwerpen uit de Romeinse tijd stammen. Hoogstwaarschijnlijk is het servies afkomstig uit de Balaton regio – daar duidt een inscriptie op – waarna rond 1980 onder raadselachtige omstandigheden het overgebleven deel van de verzameling – 15 stuks – in Engeland is terechtgekomen. Hongarije heeft nu de helft teruggekocht en lijkt te azen op de rest. Behalve de bekende stukken moet er trouwens nog veel meer zijn aan kelken en bekers.

3) Viktor heeft de Seuso schat in 2014 (rond het huwelijk van zijn dochter) met veel persoonlijke bombarie ‘thuis’ gehaald en heeft het regelmatig over het Hongaarse familie-zilver (“Magyar családi ezüst”).
4) De verworven eerste helft van de schat ging daarop (tijdelijk) naar Székesfehérvár, (dichtbij Balaton, okee, maar ook niet al te ver van Felcsút). Sindsdien is het erg stil.
5) De interesse van enkele bezielde leiders in kunst is afgelopen maanden wel gebleken, evenals hun losse omgang met nationaal eigendom.
6) En ook de minister-president zelf houdt wel van een kunstje: zo wil hij voor 1 miljard forint kunst gaan installeren in zijn nieuwe optrekje, op de Burcht.

Uitsmijter: zijn dochter had aantoonbare interesse voor het familie-zilver – zij was bij de persconferentie waar pa de aanschaf bekend maakte, in maart 2014.

De symboliek van losse draadjes en magnetische velden – veel nakomelingen, lang gebruik, etc – past te mooi in een Orbán-dynastie om toeval te zijn. Laten we de zaak in de gaten houden (bijvoorbeeld, als iemand snapt wat hier bedoeld wordt, dan houd ik me aanbevolen).

Eén ding is zeker: we zullen nog horen van Rahel.

Ze heeft de uitgestoken hand van TGM niet geschud.

Oorlog is zo vreselijk!

Babaakocsiban_smallDeze dagen is het 72 jaar geleden dat Boedapest onder vuur lag van de Russen, of, zo u wilt, de Hongaren bevrijd werden. Hoe dan ook een bittere pil.

Onze vriend Krisztián Úngváry, historicus met een prachtige naam, acht derhalve de tijd rijp voor een kijkje achter de toenmalige schermen. Zoals waarschijnlijk wel bekend hebben in de eerste weken van 1944 Duitse en Hongaarse legereenheden pogingen gedaan om uit te breken naar het Westen, tegen de directe orders van Hitler in. De Hongaarse verliezen als gevolg van de uitbraak waren enorm, vertelt Úngváry, groter bijvoorbeeld dan de Amerikaanse verliezen op Omaha Beach rond D-Day. Toch worden de gevechten rond Boedapest door ‘de instanties’ al jarenlang genegeerd, terwijl bepaalde andere elementen de uitbraak juist zien als een weliswaar tragische, maar toch ook als een heldhaftige daad.

Dit laatste, zo zegt Úngváry, kan snel met statistieken worden ontkracht. Van de uitbrekers overleefde slechts een fractie de oorlog. Hij zet dan ook vraagtekens bij de herinneringstochten van een ‘actiegroep’ voor de Börzsöny, waarbij de toenmalige routes van de wanhopige opa’s en hun Duitse collega’s na kunnen worden gelopen. ‘Prestatietocht’ heet het nu. Compleet met ijzeren kruizen en in Duitse, Hongaarse en Russische uniformen gestoken nepsoldaten langs de route die de stempelkaarten van de door de bossen krioelende jongeren hanteren.

Úngváry, zelf actief bij de padvinderij, keurt de activiteiten van deze ‘actiegroep’ niet af maar staat wel stil bij het grote aantal deelnemers, inmiddels duizenden per jaar. Alsof hij zeggen wil dat het niet in de haak is dat er meer mensen op komen draven voor een sportfestijn met een extreemrechts bijsmaakje, dan – om maar iets te noemen – dat er komen protesteren terwijl het land in puin ligt. Hij hoopt in ieder geval dat de deelnemers van nu, wat het gedachtengoed van toen betreft – het verdedigen van Europa tegen de verschrikking uit het oosten – inmiddels wel inzien dat dat een misvatting is geweest (zie Auschwitz, dat van binnen kwam).

Ik denk, dat Úngváry wil zeggen dat geen van bovenstaande benaderingen tot een gezonde verwerking van het verleden kan leiden. Wat er van 1945 tot 1989 gebeurd is met de nagedachtenis, is natuurlijk slecht. In die legers zaten natuurlijk ook dienstplichtige militairen en misleide zielen en natuurlijk is je grootvader je grootvader, ook al is hij gesneuveld in een anonieme en hopeloze slag aan wat officieel de ‘verkeerde kant’ werd.

Helaas hebben we aan Úngváry’s stuk verder niet zo heel veel meer want die gaat in zijn (prachtige) bronnenmateriaal op zoek naar de wederwaardigheden van een specifiek groepje Duitse soldaten. Zijn polemische benadering blijft daarmee dubbelzinnig in de modder vastzitten: “OK, er was een uitbraak, die was ook nog eens verboden door Hitler en die werd uiteindelijk nog fataler dan als ze waren blijven zitten. En dat is fout. Toch? Eh …, fout vanwege de Nazi’s? Nee, ja, …, toch? Oh ….”

Als dit de manier is om te zeggen dat mensen die in hun eigen vlees snijden, dan ook de pijn zullen voelen, waarom dan toch net dat groepje uit de duizenden uitbrekers gepikt, die het hebben overleefd?

Want daarmee zijn we in één klap terug bij Hollywood.

En daar wordt een mens nooit veel wijzer van.

KHF 3: Liever een mercedes voor de deur, dan …

PeperAlweer twee maanden geleden had Ekke Overbeek in dagblad Trouw voor onze ‘wat-is-er-mis-discussie’ een interessant punt te pakken. De aanleiding voor zijn artikel was de huidige gemoedstoestand in Polen (en andere Oost-Europese landen) als het gaat om Europees denken en opereren in een gezamenlijke politieke en humanitaire context, in concreto in deze tijden van vluchtelingenproblematiek.

De vluchtelingenquota van Juncker kwamen er bij de Polen, Slowaken en Hongaren niet in. Het westelijk deel van de Unie reageerde bevreemd en verongelijkt om de Visegrád-landen vervolgens gebrek aan solidariteit te verwijten. Dwang hing in de lucht waarop de poot nog stijver kwam te staan. Terloops kondigde Overbeek ook de overwinning van de typische stijve poten-partij PiS al aan, die inderdaad in oktober – onder aanvoering van het tactische duo Kaczyński / Szydłó – een absolute meerderheid behaalde in het Poolse parlement (het stuk is hier nog integraal te lezen).

Om eindelijk bij de echt spannende kern van zijn betoog aan te komen: het rondje dat Overbeek zich permiteert langs de ‘dug-outs’ van de Poolse velden, de politiek-culturele bastions van enige ‘zuilen’ van maatschappelijk Polen. Visitekaartjes van een oud-solidarnosc activist, van een schrijver van een alternatief historisch scenario, van een historisch revisonist die geschiedpolitiek bedrijft en van een linkse socioloog.  De clou: ze zijn volgens Overbeek opvallend eensgezind in hun oordeel:

Door de grote onderlinge verschillen – oud, jong, links, rechts – vallen de overeenkomsten des te meer op. Alle vier auteurs ondermijnen mythes over Polen als een fundamenteel nobel en onbaatzuchtig volk. We waren naïef of zelfs dom en daar deden buitenlanders en vreemde mogendheden hun voordeel mee. Realiteitszin is geboden (…).

Over de hele linie lijkt een reveille aan de gang, met terugwerkende kracht zet men vraagtekens bij gebeurtenissen en niet in de laatste plaats ook bij de narratieven die daaruit voortsproten, één en ander teneinde beter beslagen ten ijs te komen. Dit valt wat rauw op het westerse dak, wellicht. Waarom zijn ze niet gewoon tevreden en doen ze lekker mee, daar?

Overbeek:

Oost blijft moeilijk te begrijpen voor West. De lange tenen, de korte lontjes. Het heeft te maken met een ambigu zelfbeeld, het onbehagelijke gevoel een goedkope afdruk te zijn van een westers origineel, het gedeukte ego van de gastarbeider en de onderaannemer, een identiteit die zit als een pak uit een tweedehandswinkel.

(…)

De welvaartsgroei is nog te klein om je gelijkwaardig te voelen, maar groot genoeg om ambities en frustratie te voeden. De anti-liberale revolutie van Orbán en Kaczynski is daar een antwoord op. Als wij geen erkenning krijgen, dan eisen wij haar luidkeels. Helpt dat niet, dan geven wij onszelf die erkenning. Op zo’n moment slaat een minderwaardigheidscomplex om in zijn tegendeel: Europa is ziek! Wij zijn gezond!

Zie hier een redelijk verfijnde poging om de halstarrige democratieen van Polen en (bij verstek ook) Hongarije enigszins te verklaren.

En toch is het het nog net niet.

Dat minderwaardigheidscomplex zit me dwars. Het is iets te makkelijk. Het doet denken aan onze eigen beeldenstormers en hoe die werden weggedrukt door regentesk Nederland. Ik bedoel nu met name Pim Fortuyn en, vooruit, Hans Janmaat van de Centrumpartij / CD misschien ook nog wel. Toendertijd uitermate discutabel ontvangen en doodgezwegen door het verlichte deel van Nederland, nu hier en daar al onderwerp van melancholische devotie geworden en geroemd om hun avantgardistische directheid: ‘ze wilden onverbloemd kunnen zeggen waar het (volgens hen) op stond’.

In taal die de samenleving van toen niet aankon, dacht men bij de media en in politiek Den Haag.

Natuurlijk willen mensen in Hongarije graag een mercedes voor de deur om af te kunnen rekenen met dat oostblok aan hun been. Maar dat links in Polen volledig – en in Hongarije bijna – is weggevaagd, is wellicht een signaal voor iets anders.

Oost Europa heeft nauwelijks een ‘klik’ met westerse idealen. Tenminste, niet in de landelijke politiek. Ten dele omdat idealen ‘hol’ zijn (de socialistische erfenis) en verder omdat we in een ‘boter-bij-de-vis’ tijd leven. Ongegeneerd idealen vertolken komt je als politikus of bestuurder nu eenmaal duur te staan in deze tijd van reaguurders en absurde extremen. Dat kan oneerbiedig overkomen, zeker, maar opportunisme en machiavelliaanse machtsspelletjes leer je al in de zandbak. Aan de andere kant: als je nooit geleerd hebt dat vreemdelingenhaat eigenlijk niet kan, dan heb je dat nooit geleerd.

Wordt (dus) vervolgd …