Tag Archives: overheid

Kapitein Iglo in barensnood

OpusztaszerEr waren mensen die de activiteiten van de voetbalsupporters in Rome ergens nog vergoeilijkten. Of in ieder geval probeerden er iets aan uit te leggen, er iets van te begrijpen. Diep in deze verwarde barbaren zou bijvoorbeeld de banier kunnen wapperen dat “in Nederland niemand zich iets moet inbeelden, ook zo’n fontein niet!” Tenminste, zoiets las ik ergens. Zit vast wel wat in maar het leidt toch feitelijk gewoon nergens naar.

Er zijn er gelukkig al een stuk minder die de gebeurtenissen in Köln recht meenden te kunnen doen. In de billen knijpen als teken van antropolgische verwaarlozing of misschien wel juist pre-emancipatoire ontluikingsdrang. Jah … .

Door in stormachtige tijden op cruciale kruispunten de verlichte wegwijzers stevig te verankeren, blijft de positie van een vijand-gedragen regering het beste overeind. Sterker nog: die wordt verstevigd.

Eén van die wegwijzers is Nógrádi György. Veel gehoord veiligheids-expert, veelvuldig aanwezig op de Hongaarse buis. Hij heeft altijd zijn woordje (en zijn telraam) klaar en als het niet zeker is, dan doe maar voorzichtig.

Kijk maar naar de alarmfase-perikelen. Sinds november vorig jaar zijn er vier niveau’s:

  • 4: als er aanwijzingen zijn over dreigende terreuracties in Nato of EU landen waarbij Hongarije betrokken is of zou kunnen raken;
  • 3 (middelmatig): als de dreiging toe is genomen, of als er in EU of NATO-landen, of in buurlanden van Hongarije, terreuracties zijn geweest waardoor de dreiging in Hongarije is toegenomen;
  • 2: als er concreet gevaar is voor terreuracties in Hongarije of als er in Hongarije volgens de beschikbare informatie terreuracties verwacht kunnen worden;
  • 1: als er een ernstige terreuractie is geweest met directe implicaties voor Hongarije of als er in Hongarije ontwikkelingen zijn die in verband kunnen worden gebracht met terrorisme.

De stadia zijn werkelijk ongeveer zo vaag als hierboven vertaald, tenminste, zowel in de beschrijving van Index als van het TEK zelf, die dezelfde taal bezigt. Ik sluit niet uit dat de regering en de TEK weet wat ze hier bedoelen en waar volgens hen de verschillen in zitten – velen daarbuiten weten het zeker niet!

Verder: Graad (fokozat) 4 is steevast de lichtste in het rijtje, de minst ernstige (in tegenstelling tot bijvoorbeeld graad 3 bij brandwonden – die altijd de zwaarste is geweest in het Nederlands en de rest van de Europese talen). Verder wordt de 3e graad structureel middelmatig genoemd – wat niet meevalt met vier gradaties. Het kan zijn dat de 5e graad de basisgraad zou zijn maar wat niet genoemd is, daar kun je geen betekenis aan ontlenen.

Toch gaat het er niet om de lachers op de hand te krijgen.

  • we weten dat het TEK – met een enorme geldings- en bewijzingsdrang rondloopt;
  • we weten dat Fidesz werkt aan een mogelijkheid om een nieuwe twee-derde meerderheidswet door de kamer te jassen met meerdere beperkingen voor in bange tijden;
  • we weten (en merken) dat de ballib pers en zelfs de politieke oppositiepartijen onder druk staan om ‘mee te werken’ aan de veiligheid van het land en dus eventueel de voorstellen van Fidesz zouden kunnen gaan steunen;
  • we kunnen ons voorstellen dat in dergelijke precaire situaties weinig zo fijn dingen kan versnellen als het – als enige – beschikken over – al of niet bestaande – kennis of informatie;
  • we weten dat de retoriek van de regering ijzersterk is voor een tweedeklasser en puur en alleen voor kniesoren wel eens wat te wensen overlaat op het gebied van sensitiviteit en specificiteit:
    • Europees = christelijk
    • christelijk = niet moslim
    • vluchteling = moslim
    • moslim = niet Europees  ⇔  terrorist = moslim
    • niet moslim = Europees
    • niet moslim = niet terrorist
    • ƒ(x) x → 0, y → 0
    • geen vluchteling = geen terrorist

Waar in London na de bommen van 2005 opgeroepen werd tot eenheid – Blair zei: “Ze willen dat we elkaar in de haren vliegen, – dat zullen we dus niet doen!” Waar mensen in Brussel verder proberen te gaan met hun leven door te laten zien dat die zelfmoordsukkels het helemaal bij het verkeerde eind hadden. Daar is in Hongarije ook de gemeenschappelijke vijand niet meer van iedereen. Die vijand is namelijk meer van de regering, dan van u en mij en het stemvee. Terwijl in London, in Brussel, de ‘vijand’ in dezelfde straten rondliep als de (rest van) de samenleving. En moslim was/is. Misschien zelfs wel vluchteling …

Waarom zitten we in vredesnaam, in Hongarije, nou momenteel in fase twee?

Even zoeken op trefwoord terrorfenyegetettség (terreurdreiging)

Het mocht tijd worden, het was toch een beetje alsof de zombies Boedapest al hadden overgenomen en we hiero de laatsten dreigden te worden die erachter zouden gaan komen. Maar goed. Bij de MNO als refrein dat de regering zich lekker aan het nestelen is in een comfortabele terreurdreiging, al dan niet gebruik makend van extra rechten, al dan niet noodzakelijk, al dan niet gepland. En dat het maar de vraag is of de samenleving nu bang is voor terroristen of de regering bang is voor de samenleving. Echt sterk is het artikel verder ook niet.

Het lijkt wel alsof iedereen paaseieren aan het schilderen is. Of zombies aan het jagen.

2016 gaat een heel raar jaar worden voor het humanistisch project: aan de ene kant de Syrische oorlog, de chaos en de nasleep inclusief vluchtelingen en Cold War II; aan de andere kant Trump die Clinton de keuken in zal proberen te jagen.

In Zuid-Hongarije hadden ze al zoveel Living Dead gekeken, dat ze dachten dat het minstens vluchtelingen moesten zijn die ‘s nachts te paard de streek onveilig maakten.

Maar goed dat Nógrádi György altijd antwoord heeft.

—————————-

Naschrift: schitterend gesprek gevonden (van 22 maart jl.) tussen Bakondi György en Kálmán Olga in de kluwen van het gelijk.

Bakondi György

Hieruit blijkt dat de dreiging – op niet ontvangen informatie gebaseerd is maar dat op de één of andere meta-manier daarmee een dreiging ontstaan is die werkelijk is (ervaren wordt). In ieder geval door Bakondi cs. Olga is zoals altijd heerlijk bezig (‘Maar zo is het altijd: we weten nooit wat de dag van morgen brengt?!’), slaat de politicus met zijn eigen papieren en definities om de oren en krijgt dan het verwijt ‘Dus volgens U is de stap van de overheid niet juist?’ waarmee we terecht dreigen te komen op het niveau van kroegdiscussies die we gewoon zijn van Fidesz-notabelen. Maar daar gaat ze niet op in. Onnodig te zeggen dat Bakondi vanalles doet behalve: uitleggen, irreele angsten wegnemen, gepaste dapperheid en oplettendheid stimuleren, of wat dan ook dat een verantwoordelijke leider zou kunnen doen die op dergelijke momenten een natie vooruithelpt.

KHf extra 2: onverwachte draai aan retoriek grote leider (maar niet heus)

citadelHeeft U wel eens het vragenuurtje gezien van kormány-info (min of meer elke donderdagmiddag rond 2- 3 uur op MTV1)? Niet de standpunten van de regering, niet de verklaringen, de bakladingen met eigengereidheid die in het eerste deel over het volk wordt gestort. Nee: het vragenuurtje. Dat is leuk (en niet meer terug te vinden): de antwoorden van kabinetsminister Lázár János en woordvoerder Kovács Zoltán op de gerichte vragen van vriend en vijand.

Om te beginnen doet Lázár dat best bewonderenswaardig. Je hebt witte pingpongballetjes die je al van verre aan kunt zien komen: de inkoppertjes, de fijne vragen van bijvoorbeeld de Magyar Hirlap, Magyaridök en dergelijke. Goed voor nog wat extra spierballentaal, wat fijne quotes en een aai over de regeringsbol. En dan zijn er de zwarte pingpongballetjes, die beter maar niet teveel door de ether kunnen vliegen. Kritische vragen. Waarschijnlijk zijn ook die wel van tevoren aangemeld, maar toch.

Hoe ze gepareerd worden levert best mooi toneelwerk op. En: het gaat er alles bij elkaar best gemoedelijk aan toe. Met gevlei en wat feitenkennis weet Lázár soms zelfs het perspectief van de kritische kranten – ‘de regering is een boevenbende en elk streep rook is vuur’ – een draai te geven. Lázár gaat zelfs in debat – met zichzelf en een paar linkse stereotiepen, maar toch. Bijvoorbeeld over de vraag waarom Hongarije geen kunst zou mogen kopen, of de Nationale Bank dat niet zou mogen doen. Dat doen ze in Oostenrijk en in de VS toch ook! En hij bluft zich vrij, trekt zich aan een ongekend feitje door de branding het droge op, sleurt de belager langszij en hakt de gladste aal in stukjes om ze af te serveren met een knapperig korstje van humor en/of vergevingsgezindheid. Prachtige machinator, die man!

Het voordeel van de twijfel. Zullen we hem dan maar even volgen?

De precieze opmerking van Lázár kan ik dus niet meer vinden maar het kwam erop neer dat het westen nog kan leren van de Hongaarse mediawet. Iets met rectificaties die door een Zweedse krant niet werden toegestaan en een Belgische uitgever die aan censuur doet. Dit laatste geval gaat als volgt: een Franse tekst van een professor aan Sorbonne gaat inderdaad over het uit de winkels halen van een publicatie waarin de Hongaarse minister van Justitie, Trocsányi, voorkomt. Er is een lange inleiding over het belang van vrije meningsuiting en het gevaar van censuur en dan een dik eropgelegde veroordeling van de achterliggende ‘geveinsde’ en de achterliggende ‘vermeende’ motivatie. Geveinsd: status wetswetenschapper + minister/politicus is niet verenigbaar. Vermeend: Hongaarse minderheidsstandpunt tov verplichte strekking van EU-beslissingen is te explosief om te verspreiden.

Het geheel doet sterk denken aan een storm in het glas water, temeer daar onderaan het artikel wordt vermeld dat de keuze van de uitgever al is bijgesteld. Toch klimt Magyaridő, die andere spreekbuis van de regering, op de barricades en gaat ook het kritische portal 24.hu aan de haal met het verhaal met een eigen cynische ‘die vervelende westerse kranten toch, foei!’, dit weer op basis van de uitlatingen van Lázár zelf.

Een klucht, dus. Mooi beeld van de eeuwige vliegen die links en rechts elkaar – genetisch bepaald lijkt het wel – af moeten vangen. Waarbij ze allebei zeker weten dat zij het zijn die in het verdomhoekje zitten en niet de andere kant en daarnaast hebben ze allebei ook nog eens het grootste gelijk van de wereld.

Je hebt dus politieke elites – die het altijd met elkaar oneens zullen zijn. Je hebt vertolkers en spreekbuizen in de pers en in functie, die het altijd oneens met elkaar zullen zijn. En je hebt mensen zoals U, ik en het Hongaarse stemvee.

En je zou een vloeibare samenleving moeten hebben. Waarin het middenveld van intermediairs (of hier) verdwijnt omdat de burger wilsbekwaam zou zijn geworden.

De Nederlandse pers functioneerde decennialang met hoor en wederhoor als leidend principe. Bij die pers komen alle betrokkenen aan bod, of het nou om ontslagen in de zorg gaat, om problemen met een voetbalclub of om de plofkippen: vakbonden, klanten, leveranciers, werknemers, belangengroepen, overheid. Hoe verzuild de pers ook was, meestal konden zij – en hun lezers – best hun eigen perspectief scheiden van de grotere politieke ontwikkelingen en verhoudingen. Dat was een mooie mijlpaal en die kan nu inderdaad langzaam overboord. Nieuwsuur dat nog pretendeert bovenop (al) het nieuws van de dag te zitten, dat is een beetje achterhaald in onze flitsende info-maatschappij met al die dwarsverbindingen en alternatieve pressie-middelen. Puur als je kijkt naar de historische noodzakelijkheid en mogelijke verdere ontwikkelingsstappen, bedoel ik dan even.

Kijk naar de vluchtelingen. Er zijn burgerinitiatieven, mensen die zich op de radio en in de kranten van hun juiste instelling kwijten en rondbazuinen dat ‘we er wel uit komen’, en hulpverleners die zich zorgen mogen maken omdat vluchtelingen in hun nieuwe onderkomens niet behoorlijk kunnen koken zoals een normaal gezin betaamd.

De crux ligt in dat betamen. Daar kun je over praten. Vloeibaar of niet.

In Hongarije – waar ze geen geld verdienen, maar geld zoeken – liggen de kooltjes allemaal in het vuur, denkt men. En de enige die ze eruit mag halen is de regering. Die weet bijvoorbeeld dat er niemand, nog geen 1294 mensen, dit jaar binnen zullen komen. Die weet hoe je bij een referendum de vraag zo moet stellen, dat het goede antwoord eruit komt. Die weet dat, als je streng bent, je een signaal afgeeft dat begrepen zal worden. Die weet dat humanistische project afgelopen is en dat respect tegenwoordig afgedwongen wordt met autoriteit. Die weet dat vluchtelingen – echte vluchtelingen, juist: die drie met die paardenkop die mogen blijven – net zoveel steun verdienen als de normale mensen in Hongarije – en ze dus moeten werken (want, laten we wel wezen: ze verdienen geen steun, maar ze zoeken het). En iedereen moet werken. Zo is het toch, meneer Lázár?

Szijjártó Péter, de nationale oetlul, zegt dat Hongarije vorig jaar 400.000 vluchtelingen heeft opgevangen, dat die eten hebben gekregen etc. en dat het niet waar is dat ze geen hulp hebben gekregen, maar ze verdienen het toch ook niet want het zijn geen vluchtelingen, maar economische emigranten. En dat mag hij zeggen. Kan gewoon. Hij kent ze namelijk allemaal. En de TEK ook. Al die verrekte kooltjes in het vuur. Het merendeel van de onwetende Hongaarse stemmers kent misschien één of twee donkere mensen. Van heel vroeger, uit de tijd van socialistische broederregimes en uitwisselingsstudenten. Noem ze met een gerust hart opportuun-racistische mensen (van de xenofobie zien we voorbeelden genoeg). En hoewel de halve kudde regeringsleden gestudeerd heeft in het buitenland – niet zelden gefinancieerd door aartsvijand Soros – zijn het toch deze ‘hardwerkende’ mannen met hun grote gezinnen die middels hun toegewijde spreekbuizen Viktor’s Volk de angst en het ontzag inboezemen die hij verdient.

De polarisering van Hongarije is natuurlijk al heel oud. Sinds 1989 werkt vooral één kant heel hard eraan: Fidesz. Decennialang is er structureel en nauwgezet gekoerst op de twee-partijstaat. Fidesz heeft KDNP geannexeerd, de MDF geannihileerd, de Kisgazdapárt (eventjes) voorop de bumper gehad (weet u nog: Torgyán als mogelijke president?) en voor alles categorisch het recht geclaimd te allen tijde te doen wat ze willen, omdat de tegenstanders ‘fout’ zijn. De totale politisering van links naar rechts (of eigenlijk niet politisering, maar partificatie).

Waar in Nederland wordt samengewerkt, voor zover mogelijk samen beslist, en men gevoelig is voor elkaars posities en gevoeligheden – voor zover die niet gericht zijn op totale uitsluiting van andere meningen en oplossingen (extreem tolerant of juist totaal vreemdelingwerend), heeft in Hongarije heeft bij voorbaat een extreme visie de overhand – vanwege de Partij – en wordt zelfstandig denkende, fatsoenlijke burgers met gevoelens van compassie en medemenselijkheid in de richting van de hulpbehoevende, van overheidswege te verstaan gegeven dat ze zich moeten schamen.

Ungváry Rudolf zegt dat Viktor Orbán een dictator is en het nodig heeft dat mensen hem liefhebben, zoals alle dictators. Daarom worden mensen die hem niet genegen zijn, en andersom, uitgesloten. Soms met sociale stickers, verwaarlozing en discriminatie, soms letterlijk door de atmosfeer die te drukkend wordt om te blijven.

Wat zal het worden, vandaag? Als honden konden bidden zou het kluiven regenen …

 

 

 

Teachers teachers: KLIK hier voor level 2

visegrad, királyi palotaIn de aanloop naar de demonstratie van 15 maart, een poging om op een rijtje te zetten hoe de diverse Hongaarse krantenlezers de slag om onderwijsland Hongarije aan zich voorbij zien trekken.

Volgens de overheid is er nog steeds niets aan de hand en wat er wel is, dat is sowieso doorgestoken kaart, partijpolitieke nonsens en verkapte kinderarbeid. Zoveel wisten we al. Magyar Hirlap (de ‘spreekbuis van’ voor oningewijden) begint vol overdrive de vuile was binnen te halen. Er kan misschien wel wat veranderd worden aan de KLIK, en ja, misschien zijn krijtjes toch wel handig, dat soort verlichte inzichten. Als doekje voor het bloeden meldt de krant ook dat bijna iedereen straks (alweer?) een zwembad, sporthal of volledig nieuwe school kan verwachten. Maar de grootste gemene deler van hirlap-nieuws is toch wel dat we terug kunnen naar de keuken. Want kijk: hoe zeer worden nu al weer klassen, gezinnen en langzaam het hele land in tweeen gespleten door die vervelende politiek. Een heerlijk kitscherig artikel dat haar licht laat schijnen over de kunst van het moddergooien en de wortels van het kwaad in het algemeen en het goed van Fidesz-KDNP in het bijzonder. Waarop iedereen wordt uitgenodigd in hetzelfde licht (die keuken, dus) te komen staan, want (het laatste woord krijg je niet, dat moet je nemen) de oppositie zou toch al in duigen liggen.

Een handschoen die weer opgepakt wordt door de Magyar Nemzet (krant van Simicka Lajos, oud vriend nu vijand van Orbán) met als achterliggende gedachte (niet bij het ‘in duigen liggen’ als zodanig maar bij dit laatste ‘weten’ van Magyar Hirlap) dat het narratief van overheid en hofkranten bijna geloofwaardig had gewezen. Bijna, maar niet helemaal. Want:

  1. ja: de protesten stamden ooit uit vaktechnische overwegingen
  2. ja: de eeuwige oppositie kan de kans bijna niet laten liggen om haar eigen punt te maken
  3. ja: er klinken wel eens ongepaste geluiden door die de ontvankelijkheid van de vakbonden ondermijnen

Maar:

  1. nee: daarmee wordt het protest niet minder waard (inhoudelijk)
  2. want nee: een regering schrijf je ook niet af op basis van de misdaden van één moordlustig parlementslid

Maar helaas:

  1. gooit de regering wel degelijk de gerechtvaardigde argumenten en de eeuwig-pruttelende oppositie op één hoop
  2. gooit ze daarmee meteen de kritiek op het KLIK en kritiek op de regering op één hoop
  3. denkt de regering dat zij persoonlijk het legitieme algemeen belang is en de complete rechtgeaarde civiele sector en alle andere goedwillende burgers van Hongarije vertegenwoordigt (en dus vooral niet aan partijpolitiek doet)
  4. mag je dus wel meedenken over het KLIK, maar niet tegen het KLIK zijn (vandaar dat gedoe over wie er uitgenodigd werd voor en meedoet aan de rondetafel-gesprekken, bijvoorbeeld)

Echter – en nou komt de mooiste van het stuk: het KLIK is ontstaan uit de koker van een re-contra-geselecteerd gezelschap.

De regenten van bourgeoisie zullen ooit het ‘geselecteerde’ gezelschap hebben uitgemaakt. Het communistische kader werd vervolgens ‘contra-geselecteerd’, terwijl daaruit weer door een volgende selectie het ‘re-contra-geselecteerde’ groepje ontstond van (wat MNO noemt) het christelijk nationaal-conservatieve potentieel. Waar we dus nu mee ziten.

Wow!

Te mooi om te laten liggen, al is niet helemaal duidelijk wat ons nu te doen staat. De Magyar Nemzet sluit het verhaal nu kort – door te stellen dat daarom het KLIK niet kan worden gezien als waarachtige vaktechnische organisatie maar uiteindelijk een controle- en pers-instrument zal blijven om de laatste zelfstandigheid van scholen uit te roeien – en doet voor vandaag de luiken dicht.

OK?

Gaan we nu wel of niet demonstreren?

Zo ja: tegen wat en voor wie?

Hoe diep gaan we?

Want als we het aan de Nepszabadság vragen, dan wordt er net zolang aan de KLIK-boom geschud tot de grond eronder bezaaid ligt met rotte appeltjes.

 

Dus dat WAS Mad Max in de achteruitkijkspiegel … !

nummerbord HongarijeVier Hongaarse regio’s in de staart van Europa.

De staat van het wegennet op zelfs de Budapester Rózsadomb en andere gouden bergen in aanmerking genomen, verbaast niemand dat nog, waarschijnlijk. Wegdek wordt in de winter opengebroken en in de zomer geplakt. Of andersom. In vier, vijf of nog meer lappen.

Het ene jaar wordt de waterleiding gelegd. Dichtgeplakt. Dan komt er gas bij. En dichtgeplakt. Dan glavezel erbij. En dichtgeplakt. Oh, sorry: glasvezel. En weer dicht! Riolering? … Stoep? En tussendoor, voorwaar, eens in de zoveel tijd een burgerinitiatief tot bestrating, op eigen kosten en uitgevoerd door dezelfde boevenbende. Geen schijn van kans, dus. Intussen staat – jaar in jaar uit – de linkerhelft van de weg, als het goed regent, helemaal blank. Maar denk niet dat iemand op het idee komt om meteen even … Nee, joh, te ingewikkeld! Misschien ergens in de volgende eeuw. Laat stromen, die beken!

Kortom: het lijkt Skane wel. Vanaf de rug van een gans, bedoel ik dan.

Snelwegen, bruggen: van hetzelfde bonte laken een pak. Ik hoef me niet eens in te houden want gelijk heb ik toch wel. Is het wegdek net enkele jaren geleden gelegd, lopen de scheuren er alweer in. En het rare is: dat gebeurt dus niet omdat er zo vreselijk veel (vracht-)wagens overheen knallen. Dat gaat … helemaal vanzelf! In de zomer omdat het warm is en droog, in de winter …

(Als het gaat om absurde snelwegen, is de M6 mijn persoonlijke favoriet. Hoeveel viaducten daar om te beginnen wel niet in zitten! Dat stukje tussen afslag Rácalmás-Kulcs en de brug bij Dunaújváros, 19 kilometer.  Daar zitten niet alleen nog twee afslagen/viaducten tussen maar ook nog eens vijf (5!) viaducten voor tractorpaadjes. En daarmee was de prijs van deze snelweg – per kilometer – hoger dan die van het Kroatisch stuk van Zagreb naar Rijeka, door de Dinarische alpen, met ontelbare (belangrijke) tunnels en andere werken.

Het moet allemaal wel in een groter plan passen. Maar welk?

  • Geld verdienen

Niet slecht, maar dat kan op zovéél manieren! Waarom nou precies op deze?

  • In Budapest zullen ze denken: ze zouden er eens aan mogen wennen, dat het verkeer ook gladjes kan verlopen. Dat nooit!

Ook niet slecht maar nog niet helemaal. De waarheid moet daar nog onder kunnen.

  • Vrees dat de ketellappers straks geen werk meer zouden hebben (of de automonteurs).

Te prozaisch.

  • Of dat iemand aandelen heeft in UNIX Autoonderdelen (dat zullen de laatste autootjes zijn die je straks nog ziet rondrijden)

Zal ongetwijfeld, maar nog steeds niet genoeg.

Dus wat meldt ons index, vanochtend:

Eigenaars van busjes en terreinwagens worden door het Hongaarse leger benaderd met verzoeken tot informatie omdat hun vervoersmiddelen de databank in moeten. Dat is één stap vóór vorderen, als het ooit oorlog wordt of als de noodtoestand uitbreekt.

Het (volks-)leger heeft ons weer nodig! Dat was het: burgers hebben na jarenlang afzien en training goede auto’s verworven – geschikt voor de omstandigheden zoals we die kennen – zodat ten tijde van oorlog en/of noodtoestand het Hongaarse leger in een oogopslag over betrouwbare en up-to-date mobielen beschikt.

De overheid denkt met u mee!

Of:

De privatisering is een beetje doorgeslagen.

 

KHF-X: Bid voor vadertje terreurstaat!

Sümegi vár1. Een vrouw, een dame van over de 70 jaar vertelt over het verleden. Haar schoonvader – voor, tijdens en na de laatste oorlog – was inventief, succesvol en onverzettelijk. Was altijd al voortvarend bezig geweest en op zijn manier onmisbaar, zelfs min of meer gedoogd door de Partij. Tot de onvermijdelijke breuk op een principekwestie. Vanaf dat moment speelt zijn leven – en dus dat van zoonlief en de rest – zich af in de slagschaduw van de vernietiging (maar dan letterlijk, nietig maken; het woord is eigenlijk verontmogelijking maar dat kennen wij niet op die manier). Dan de decennia van onvervulde lotsbeschikkingen en carrieres waar de volgende generatie niet aan kan ontkomen, laat staan aan voldoen. Buiten kijf dat de derde generatie opgroeit met een miniem intern moreel kompas en – de omstandigheden in aanmerking genomen – een gezonder gevoel voor eigenbelang. Echter: die twee dingen samen pakken nooit goed uit.

2. Weet u nog hoe het eraan toe ging ten tijde van de wegwerkzaamheden aan de M7, alweer enige jaren geleden? Die verbreding naar drie rijstroken? Je mocht hoogstens 60 km per uur op een stuk van wel zo’n 40 km lang. Dat zie je in Duitsland alleen als er werkelijk nog maar een rijstrook over is van minder dan 136,523 cm, of als er een brug is ingestort en je door de bedding moet waar beschermde vissen wonen. Zestig kilometer per uur! Wie toen op de M7 die snelheid aanhield werd al snel aartsvijand van de medeweggebruikers en kon bier of langos (afhankelijk van welke richting) op zijn achterraam tegemoetzien; wie de snelheid echter niet aanhield, kon een boete krijgen.

3. Zoals de Amerikanen eigenlijk Old Shatterhand in het Witte Huis zouden willen zien en de Russen naar vadertje tsaar blijven verlangen, zoeken Hongaren evengoed naar een geschikt kielzog. Het momentum is ongunstig: van groot naar klein (Trianon), en nog kleiner (WOII), naar grenzenloos (EU). Als de flux naar binnen – multinationals en vluchtelingen – de baten de andere kant op begint te overstemmen, dan gaan andere deuren weer op slot. Angst is een slechte raadgever, je angst inleveren bij politici is ronduit katastrofaal.

Jarenlang heeft Fidesz gezegd dat het systeem vergiftigd was. Met wortel en tak dienden de overgebleven functionarissen uit het oude regime – met hun gedachtengoed – te worden uitgeroeid. Een tijdlang kon dit streven nationaal en internationaal worden geaccepteerd en zelfs aangemoedigd, als een rigoreuze, pijnlijke maar begrijpelijke actie. Maar met het badwater vlogen en vliegen steeds meer kinderen  het raam uit.

“Ik zal je aangeven” gold vroeger als een enorm dreigement. Maakte niet uit bij wie of waarvoor, een onderzoek leverde altijd wel wat op. Iedereen had vuile was. De koning van de vuile was schijnt Sándor Pintér te zijn. Als politiecommissaris onder het regime heeft volgens de geruchten niemand zoveel (belastende) informatie verzameld over iedereen die telt in Hongarije. Vandaar dat deze innemelijk figuur op de achtergrond zonder morren telkens de relevante ministerspost van Binnenlandse Zaken krijgt, als Fidesz aan de beurt is.

Dat de ‘echte’ Fidesz Boys daar niet erg blij mee zijn, zal aanleiding zijn geweest tot het oprichten van de TEK, de nationale anti terrorisme dienst en lijfwacht-achtige organisatie. Een hele serieuze dienst onder directe beschikking van Orbán (in ieder geval niet van de Minister van Binnenlandse Zaken).

“Het volk heeft gesproken: 70% wil strenger optreden tegen de vluchtelingen” werd de geloofsbrief van de troeteldienst. Inmiddels concurreert de TEK aardig met de normale veiligheidsdiensten. Nieuwe taken – observeren, beschermen, controleren, intervenieren – komen niet zelden bij hen terecht. De éénpartijstaat domineert de controlemechanismes – inspecties, opsporingsdiensten, belastingdienst, vergunningverlening, rechtsspraak – en de TEK ziet erop toe dat het goed gaat.

Als je in Hongarije iets wilt betekenen, dan ga je bij de Fidesz (linksom of rechtsom). Wil je dat niet, dan vertrek je naar het buitenland. Zij die overblijven, kunnen bidden wat ze willen.

 

Koopt Hongaarse sinaasappels!

paardjes_smallCBA-winkels ontwijk ik van nature. De verkeerd-intieme, dorps-stoffige sfeer die daar hangt. De uitgezakte cassieres die daar al sinds de wende van 1989 zitten. Verschrompelde appeltjes (Daar zit juist smaak aan!) Winkelen daar was nooit een vreugdevolle ervaring en dat is er – sinds de coming-out van de PonyBoys-uit-Lajosmizse – zeker niet beter op geworden.

De laatste keer dat ik er kwam moest ik een Magyar Narancs hebben. Want die ligt daar nog wel. Op het omslag prijkte de foto van Orbán met het Hitlersnorretje van prikkeldraad. Wat er allemaal door me heen ging toen de cassiere haar woordenloze afkeuring liet blijken, weet ik eigenlijk nog steeds niet. Feit is dat ze me daar sowieso al nauwelijks groetten, dat zal nu wel helemaal gedaan zijn (tijdens de handtekeningen-campagne tegen vluchtelingen-quota, vlak voor de winkel, lieten ze me ook al helemaal links lopen: ze kunnen schijnbaar zien dat ik niet uit het juiste hout ben gesneden).

Waarom heb ik die Magyar Narancs daar gehaald? Misschien was er in mijn favoriete winkel – ja, die ja – geen meer voorradig? Misschien was het ook wel een daad van democratie – avant la lettre! Want dat schijnt nog te bestaan: de Magyar Narancs zegt het later zelf, in het redactioneel. Het komt erop neer, dat, ook al is er geen politiek alternatief voor de partij die nu ons leven beheerst, er wel een alternatief is voor niets doen. Dat is de vrije meningsuiting, de kritische instelling, de bewuste keuze. Dat zijn de dokters die protesteren tegen de omstandigheden in de gezondheidszorg, de psychologen die in het geweer komen tegen de ongefundeerde en vrouwonvriendelijke uitspraken van een vakgenoot, initiatieven  rond (benoemingen in) het onderwijs in Miskolc (Herman Ottó Gimnázium) en Kecskemét (Bányai Júlia Gimnázium).

“Het is zichtbaar dat verschillende vakgebieden niet alleen de problemen ervaren, maar ook dat ze bereid zijn ertegen te demonstreren, als dat mogelijk is met waardigheid en zonder partij-politieke connotaties. Desalniettemin is dit  – het afwijzen van schimmige onderhandelingen en het afwijzen van directieven, het aangaan van het open debat en het manifesteren van professionele inzichten wel degelijk politiek. Het bericht dat er vanuit gaat is dat we in een democratie leven en dat de overheid nog steeds niet alles kan uithalen.”

(Mancs)

Belachelijk eigenlijk dat dit nog opgeschreven dient te worden. Triest dat de Magyar Narancs dit nu al jaren moet voorhouden aan een – wie weet – steeds minder vatbaar publiek. Maar hoe mooi, eigenlijk, dat een blad dat zo’n achterhoedegevecht voert,  daarnaast nog steeds in staat is meer dan de helft van de kolommen voor positieve thema’s (trends in de samenleving, boeiende mensen, kunst, etc) in te ruimen. Want dat is haast net zo belangrijk als de participatieve, de ‘echte’ democratie: je niet laten vergiftigen.

Het schijnt dat de functie van propaganda niet het kweken van een alternatieve waarheid is maar het verdoezelen van de scherpe blik.

Hulde!

Always follow the money

SneeuwbalNatuurlijk is het niet echt sexy om zo vlak voor kerstavond met dit soort dingen bezig te zijn. Hadden ze het maar niet nu bekend moeten maken! Hoe dan ook: als Nieuwjaar eraankomt, moeten de rekeningen worden vereffend.

Het nieuws is de 60 miljard forint (190 miljoen Euro) aan EU steun waarover is besloten. Het gaat om het GINOP- programma voor economische ontwikkeling en innovatie tbv micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.

De lijst met winnaars ligt niet echt op straat maar portfolio had een link naar een voorlopige opsomming. Het leuke is dat daar ook winnaars van eerdere rondes en van andere programma’s op te vinden zijn. Voer voor samenzweerders, natuurlijk! Als het waar is dat de regering corrupt is, dan moet het hier ergens staan, hier tussen de zwart op witte regels.

Op het eerste gezicht schommelen de meeste wat grotere gemeentes zo tussen 5 – 10 gehonoreerde aanvragen, met wisselende omvang van de bedragen: van 10 miljoen of minder voor representatiekosten tot 50-, 100- of hier en daar zelfs uitschieters tot 500 miljoen of meer voor daadwerkelijke investeringen. De provincie-hoofdsteden zitten meestal rond de 15-20 winnaars. Debrecen (ongeveer 35 subsidies) en Székesfehérvár (ongeveer 40) steken het verst boven het gemiddelde uit, zowel in aanvragen als in geld gemeten. Győr, Kecskemét en Nyíregyháza zitten er ook wel warmpjes bij. Pécs, Veszprém en Miskolc zitten comfortabel in de middenmoot. De rest – Szolnok, Eger, Nagykanizsa, Tatabanya, Szombathely en Zalaegerszeg – lijkt wat minder goed te scoren, ook als hun grootte in aanmerking wordt genomen. Van de niet-Fidesz gemeenten scoort met name Békéscsaba zeer belabberd met maar 2 gehonoreerde projecten, voor één en dezelfde firma (een drukker). Salgótarján (ook geen Fidesz) heeft er 8, merendeels kleintjes rond de 10 miljoen. Szeged (de 3e hoofdstad die niet in handen van Fidesz is) lijkt zich evenwel behoorlijk in de middenmoot te handhaven.

Wat kleinere stadjes, dan: Hódmezővásárhely, thuisbasis van Lázár János, boert goed. Er zijn 13 winnaars. Het is ook wel een aardig grote plaats – 50.000 inwoners – maar dat zijn de sommen die ernaartoe gaan ook: meestal wel boven de doorsnee van ongeveer 30-60 miljoen.

De gemeentes rond Budapest – Vác, Dunakeszi, Ráckeve, Százhallombata, Gödöllő, Sülysáp, Monor, etc vallen consequent buiten de boot, waarschijnlijk staat er in de voorwaarden iets als ‘geen aanvragen uit Centraal Hongarije mogelijk’, of zo. Desalniettemin behoren enkele van deze gemeentes toch zeker tot de “inner-periferie”. Bicske, net over de grens met Fehér, heeft 4 projecten zien goedkeuren.

Zoals bekend zijn er maar enkele gemeentes in het land waar Fidesz niet de burgemeester heeft geleverd. Die lijken inderdaad minder succes te hebben gehad: Siklos 1, Edelény 1 (en dan nog riolering – geen GINAP, niet eens ontwikkeling), Oroszlány: 1 (maar wel groot), Kiskunmajsa: 1, Tiszavasvári: 3, waarvan 2 voor dezelfde indiener; Tapolca: 1; Dombóvár: 2; Ózd: 4. Het zijn vaak maar plaatsjes van 10-20.000 inwoners maar wel vaak plaatsen die het extra hard nodig hebben.

Nagyatád aan de andere kant, is ook een geval apart. Hier zit een onafhankelijke burgemeester maar wel ééntje die ruzie maakt met de baas van Somogyért, de regionale belangenpartij. Die baas was ooit minister onder de MSZP. Het bedrijf dat twee nette bedragen binnen heeft gehaald, staat op al langer zijn rondjes op de pr-rol van Fidesz: een gereedschappenleverancier waarvan de EU + regering al eerder 11 aanvragen heeft gehonoreerd, waaronder een productiehal van 270 miljoen forint. Er werken 240 mensen, da’s natuurlijk niet niets.

Alles bij elkaar is het wat het altijd is, met statistieken: je kunt er vanalles in lezen en mee verklaren. En natuurlijk zijn er ook tegenvoorbeelden, zoals Szarvas, waar een hele fijne Fidesz burgemeester zit maar waar toch geen enkel project is goedgekeurd. Ontegenzeggelijk verdient het thema nader onderzoek of op zijn minst een overzichtelijke presentatie. Een uitsplitsing naar achtergebleven gebieden, om maar wat te noemen, zou zeer waarschijnlijk aan het licht brengen dat die nu nog verder zullen achterblijven.

Maar: het is een feit dat nergens in de lijst staat, dat ‘dit geld is toegekend omdat betrokkene een zwager is van die of die’.

En daar houden we het even op.

 

 

 

Komt het ooit nog recht?

Hongaarse Kroon van St IstvánIk weet het. Vergiffenis. Ik heb me laten gaan, de vorige keer. Mopperen over een land waar mopperen één van de grootste volksziektes en één van de belangrijkste oorzaken is van alle kwaad. Het zou verboden moeten worden!

Terug naar de wortels, dan maar weer.

Dat een republiek bij een kroon zweert is nog tot daar aan toe maar dat vreselijke scheve kruisje, al meer dan driehonderd jaar! In elk címer, blazoen en staatswapen, elke dag:

  • voor de zieken en hun dokters: scheef
  • voor de ambtenaren en hun schaapjes: scheef
  • voor de boeven en hun bewakers: scheef
  • voor alle kindertjes en hun pedagogen: scheef
  • voor altijd en iedereen: scheef.

De Hongaar groeit op in de slagschaduw van fragiliteit. Wie werpt zich nou eens tegen dat kruis op, om het te stutten, het recht te buigen? Laat het dan afbreken als het echt niet anders kan maar doe iets! Dat scheve, daar zakt toch je broek een keer van af?

(Inderdaad, er zijn ergere dingen. Zoals het volkslied van Oekraïne: Ще не вмерла України – “Oekraïne is nog niet dood”. Ook al zo’n successtory, natuurlijk.)

Wist u het eigenlijk al? De Hongaarse regering weet namelijk dat al dat getraineer in de samenleving door de burgers zelf komt. Daarom is het nieuwe kormányablak (‘staatsraam’ – in het Nederlands zou het ‘burgerloket’ zijn maar de Hongaren zijn nog wat autocentrisch) bij uitstek de plek om even uit te blazen en te ontspannen. Wat zijn we koddig, he?

(Met dank aan Index.hu)

 

De brutalen hebben de halve wereld (nog wel!)

visegrad kasteelEr is een zeer integer rapport verschenen. Van zeer integere mensen, die bij een nog integerder organisatie werken. Het rapport gaat over vertrouwen. Politiek vertrouwen. In Europa. Maar ook in Hongarije.

This study summarizes the findings of Political Capital’s research on the nature and tendencies of political trust. Trust is a phenomenon with many facets. It is hectic and stable at the same time, depending on geography and the object of trust. While a certain level of trust is inevitable for a well-functioning society, mistrust is also necessary: healthy democracies are based on a fine balance between trust and mistrust. However, the balance seems to have tipped and distrust has become dominant in Europe. As a consequence, we can observe a growing influence of conspiracy theories. Besides the in-depth analysis of these topics, the study also contains recommendations on how to build and strengthen trust.

Zo ongeveer, dus.

Ik had bijna hetzelfde gevoel in mijn buik, bij het lezen hiervan, als bij het lezen van Hadewijch.

Ic en mach minnen noch laten.

Zou het echt waar zijn?

Zouden er echt een miljoen Hongaren zijn, die wel degelijk weten wat voor land ze willen, maar die geen partij kunnen vinden om op te stemmen?

Zou tot dan de enige hoop werkelijk gelegen zijn in al die losse vingertjes – van de pers, van toegewijde pedagogen, van zorgvuldige medici, van waakzame burgers, enzovoorts – die nu nog dag in, dag uit, de dijk ingaan?

Deze vinger is, helaas, geknakt:

……

(dramatisch tromgeroffel)

vandaags nieuwste:

In het wetsvoorstel “Az egyes törvényeknek a Nemzeti Adó- és Vámhivatal átalakításával, valamint a költségvetési tervezéssel és gazdálkodással kapcsolatos módosításáról” (wijzigingen in enige wetten in verband met de herzieningen van de belastingdienst en planning van en bewindvoering over de begroting) – afgelopen maandag ingediend, gisteren (dinsdag) aangenomen – zijn zo’n dertig aanpalende wetten aangepast. In aanmerking genomen dat er één dag was om de 58 pagina’s te bestuderen – het is blijkbaar hard werken in een democratie – zou je haast denken dat het om een hamerstuk zou moeten gaan.

….

Eén van de vele te wijzigen stukjes tekst is iets in de wet op openbare aanbestedingen, waar nu ‘in plaats van punt “2” komt te staan: “met de in a-i aangeduide persoon in gezamenlijk huishouden levend.” ‘

Waarmee het in een klap mogelijk is geworden voor broers, zusters, kinderen, zwagers, schoonzussen en allerlei andere familie van een trits hoge ambtenaren (belastingdienst, Bureau Statistiek, rechtelijke machten, autoriteit voor mededinging, autoriteit voor openbare aanbesteding, – plus natuurlijk de usual politici: president, premier, kamervoorzitter, en de vices en de ministers, om aan alle openbare aanbestedingen mee te doen waarvan ze tot nu toe waren uitgesloten vanwege het gevaar op belangenverstrengeling.

Oh ja: Ingaand met terugwerkende kracht op 1 november 2015, dus iemand van bovengenoemde personen was al begonnen.

Wie houdt hier nou wie voor de gek? En hoe?