Tag Archives: Panama Papers

Magyar Frappe: documents en data

Met enige moeite werd er deze week nog een vierde en voorlopig laatste Hongaarse Panama Paper uitgezweten, Kerényi János. Meer dan een week daarvoor waren de zaakjes van bankier Erős János, (even niet op Népszabadság zoeken, want meneer is mede-eigenaar van die krant) directeur van de Hongaarse Ontwikkelingsbank van 2002 tot 2010 al bekend geworden. Prima, onder de loep ermee, maar het neemt niet weg dat de rotste appels wat te ver van de boom lijken te rollen: 11 miljoen documenten, honderdduizenden bedrijven en slechts vier (VIER, vier, 4) Hongaarse betrokkenen? Het kan natuurlijk altijd zijn dat de belastingdienst en de journalisten overleggen over de beste manier om de info te checken en te verzilveren en dat dan vervolgens er nog een aantal gevallen zal worden gepubliceerd. Andere mogelijkheid, als het voormalig en het huidig politieke kader elkaar inderdaad zo netjes in evenwicht houden als ze dat tot nu toe lijken te doen, is dat de hele vracht met informatie verder min of meer achter de schermen verdwijnt: geef het ajb niet aan Minister van Binnenlandse Zaken Pintér Sándor!

Hoe dan ook, een lichte anticlimax.

 

Meer data dan, maar small: er zijn statistieken beschikbaar gekomen over diverse belangrijke sociaal-maatschappelijke vraagstukken en hoe zich in betrekking daartoe het Hongaarse volk verhoudt tot op het door de vragensteller vooropgestelde antwoord voor zover ongewis. Wist u bijvoorbeeld dat van de mensen die wel denken dat bosaanleg past in het werkverschaffingsprogramma, 47% geen werk in het buitenland zou aannemen? En dat van alle mensen die een woning hebben met één tot twee kamers, er 19,6% wel van het Magyary Zoltán Overheidsvernieuwingsprogramma hebben gehoord? Tegen maar liefst 28,7% van de mensen die vier of meer kamers hebben thuis? Het is toch wat!

OK, het gebruikelijke rondje ‘overheidsaanbestedingen afzeiken’ was natuurlijk maar één kant van deze interessante zaak. Graag wil het volk ook vernemen wat er voor tactische (bruikbare) informatie vrij is gekomen – betaald door ons belastingbetalers, besteld door onze regering en – indien het hooggerechtshof er geen stokje voor had gestoken – door die laatste ook fijn geheim gehouden?

Oftewel magyarul: wie en hoevelen zouden er voor en of tegen welke (eventuele) acties van de regering zijn? Statistiek is gevaarlijk spul voor de professionals maar heerlijk voor de leek:

  • stadions: tegen
  • geven van medailles aan extreemrechtse mensen: tegen
  • Alföldi Róbert directeur van Nationaal Theater: voor

Als het over de winkelsluiting gaat, is er inmiddels ook duidelijkheid geschapen:

De Hongaarse vuile was (achter de Panama Papers) – deel 2

Met dank aan / ©: 444.hu
© 444.hu

Deel 2 van het opniestuk over de economisch grondslagen van het Fidesz-systeem

door Kasnyik Márton / 444.hu

Er bestaan twee type sectoren in de Hongaarse economie: eentje die met regeringsassistentie leeggeroofd wordt, en eentje waar je niet aan mag komen

Als dat zo is, waarom hebben ze dan nog niet alles verduisterd, of – in de woorden van Lánczi – toebedeeld aan de Hongaarse ondernemers? Het antwoord is simpel: het heeft alleen zin om aan die sectoren te komen, waar de winst gegarandeerd wordt, waar niet hoeft te worden geconcurreerd, waar innoveren niet nodig is, waar je niet hard hoeft te werken. Al vanaf het begin heeft de twee-derde meerderheidsregering van Fidesz de Hongaarse economische sectoren in tweeen verdeeld: een deel waar verduisterd kan worden, en een deel waar niet verduisterd kan worden

Ongeveer zo:

verduisteren

 

De ervaringen van de afgelopen zes jaar laten zien dat in bepaalde sectoren de regering op diverse manieren haar doelen probeert te bereiken. 1) Door de regels voortdurend te veranderen houdt ze zelfs de meest goedgelovige marktspelers in chronische onzekerheid; 2) Andere spelers wordt ronduit de oorlog verklaard; 3) Weer andere worden verboden; 4) Sommige krijgen strafbelastingen opgelegd; en 5) Tenslotte zijn er ook die onder dwang weer staatseigendom worden gemaakt. Als het zo uitkomt, worden de meest kapitaalkrachtige, vaak buitenlandse spelers verjaagd of doodgebloed. De regering kan zich vrijwel alles permiteren en meteen duiken de makkelijk te identificeren ‘begunstigden’ op, die profteren van de ingrepen.  In enkele van deze sectoren is diefstal het hoofddoel geworden – met name de teveel in rekening gebrachte kosten bij EU-geld (niet 20 tot 25 procent, maar zelfs 100 tot 130 procent) – wegenbouw en railinfrastructuur zijn daarvoor goede voorbeelden.

In andere sectoren kunnen de marktspelers soms weer rustig hun gang gaan, een enkele keer worden de buitenlandse investeerders – die kapitaal en technologie inbrengen – zelfs helemaal in de watten gelegd. Dit zijn de zogenaamde productie-sectoren, die vastomlijnde en in het buitenland verkoopbare producten produceren. Zo vaak hij maar kan laat de minister-president horen hoezeer hij van dergelijke tastbare dingen houdt en van het “produceren” an sich. Ook hier krijgen bepaalde actoren voorkeursbehandelingen, ook hier worden sommigen geholpen en andere benadeeld, maar de bedrijven hoeven tenminste niet bang te zijn voor de regering. Er is geen dreiging dat plotseling een vriendje van de regering op de stoep staat om de business over te nemen. Garancsi István gaat echt geen suzuki’s of pompringen produceren!

Veel Hongaarse ondernemers worden helemaal koud van deze tweedeling. Als je aan de linkerkant van de streep staat, kun je erop wachten dat je vroeg of laat onmogelijk wordt gemaakt, in het beste geval kun je een plekje krijgen aan de kortste eindje van een verknipte markt. Behalve als je vazal bent geworden, als je het juiste achterdeurtje hebt gevonden waardoor je geld terug kunt plaatsen op de goede plek (wat, afgezien van corruptie, ook een nieuw soort belasting is geworden). Ook aan de andere kant kun je niet gerust zijn, want niets garandeert dat jou sector niet af zal glijden tussen de ‘verduisterbare’.

Het is niet voor niets dat de regering vooral in die sectoren bezig is, waarvan de markt in Hongarije ligt – niet in het buitenland – en waar een eventuele buitenlandse mededinger niet uit het land kan wegvluchten. Net als dat het geen toeval is dat de sectoren die het minst te lijden hebben van dit soort corruptie, de sectoren zijn die veel bijdragen aan de export, en/of de sectoren die makkelijk naar het buitenland kunnen vertrekken, mochten ze worden tegengewerkt. (Een energiebedrijf, een telecommuncatiebedrijf of een bank, met investeringen die niet kunnen worden meegenomen, kunnen niet zomaar vertrekken – niet verwonderlijk dat in deze sectoren de sector-belastingen vielen. Een autofabriek kan veel makkelijker naar, bijvoorbeeld, Roemenie of Polen verhuizen als de regering zou beginnen met tegenwerken.)

De oplossing is eenvoudig. Voor de balans heeft de regering tot op zekere hoogte succesvolle export-sectoren nodig. In de sectoren waar export geen rol speelt, – of wel, maar dan zonder dat de resultaten verslechteren als de buitenlanders worden weggejaagd – daar is het vrij stelen geblazen.

Er zijn nog enkele grensgevallen, zoals het toerisme – dat tot nu toe met rust werd gelaten maar nu ook dreigt te worden gecentralkiseerd – of de logistiek, waar al een sterk Hongaars bedrijf zat, dat echter nu met hulp van de Hongaarse staat in beton gegoten wordt. Zo ook in de landbouw en levensmiddelen: hier is de export redelijk belangrijk, maar de productiefactor land kan toch niet worden overgebracht naar elders. Verder kan er op worden gerekend dat de land-gebonden EU-subsidies blijven komen, zodat ook hier de overheid geen interesse heeft om de marktwerking toe te staan. Sterker nog, in de provincie Fejér (thuisbasis van Orbán Viktor en vazal Mészáros Lörincongersman) is het net of de feodale verhoudingen weer terug zijn gekeerd. De IT-sector is een grensgeval omdat de staat zeer veel aanbestedingen doet op dit terrein, wat vaak tot verduistering leidt; aan de andere zijn er bedrijven die voor buitenlandse markten werken en die met rust worden gelaten.

Het valt niet te ontkennen dat de sectoren waarin Simicska Lajos (in ongenade gevallen voormalige hoofdoligarch van Fidesz – ongersman) actief was, en waarin sindsdien de nieuwe, vervangende Fidesz-vazallen op hun beurt hun rijkjes hebben kunnen opbouwen – de bouw, media, landbouw, energie, openbare werken (verlichting), financieel, toerisme – alle in de verduisterbare sector zitten.

Maar toch: wanneer houdt het eens op?

In het ideologische frame van het Fidesz-systeem was het tot nu toe genoeg om – als iemand eens hardop vroeg waarom er werd gestolen, waarom het bepaalde economische actoren onmogelijk werd gemaakt – te zeggen:  we doen dit voor de nationale ondernemers en voor het versterken van het binnenlandse kapitaal. Als die steun aan de nationale ondernemers nou plaatsvond zonder de concurrentieposities te beinvloeden, dan had het nog geloofwaardig kunnen wezen, maar zo is het niet. Openlijk wordt er een eigen netwerk van vazallen vetgemest in de kleptocratie die er is ontstaan.

De kring van begunstigde Hongaarse ondernemers rond Fidesz zou in een open markteconomie niet kunnen overleven, dat kunnen ze alleen maar als de staat hen direct financiert of als de staat met regelgeving een omgeving creeert, waarin de premies zonder problemen kunnen worden uitgeteld.

Inefficiente, langzame en slechte economische modellen bloeien in de verduisterbare sectoren, en dit wordt erger en erger.

Wanneer gaat de hoofdideoloog van Fidesz eens inzien, dat nu, jaren en jaren na de volledige krach van de “ballib” politieke infratructuur, er in dit land niets meer is wat geevenaard, gecompenseerd, ‘overstolen’ dient te worden? Dat ze met deze acties de nationale ondernemers in werkelijkheid kwaad doen en dat ze in de praktijk slechts types in stelling brengen – die niet alleen internationaal, maar zelfs nationaal geen enkele concurrentiepositie zouden kunnen innemen, maar wel – met hun geheel op stelen gefocusde, ideeloze instelling – allang een last van nationaal gewicht vertegenwoordigen?

Panama Papers Hungary: links doet nu ook mee

Panama Papers © The Guardian
Panama Papers © The Guardian

Terwijl het wereldwijde debat op gang begint te komen over de vraag in hoeverre offshore-activiteiten onwettig, onethisch en onwenselijk zijn en wat er dient te gebeuren met de mensen die voorkomen in de paperassen, is in Hongarije een tweede naam opgedoken.

Boldvai László was MSZP kamerlid van 1990 tot aan 2014 en ook daarna nog penningmeester en anderzins financieel betrokken bij de MSZP.

Met name zijn echtgenoot kwam onder vuur, genoemd als eigenaresse van twee offshore bedrijven waar met gebruikmaking van een Zwitserse bankrekening ‘meerdere honderd miljoenen forinten’ langs werden gesluisd. De twee stonden al langer in de schijnwerpers van kritische pers in verband met hun door de jaren op onverklaarbare wijze toegenomen vermogen (huis, spaargeld, auto’s). Ook kwam Boldvai’s naam op in verband met twee grote schandalen van de afgelopen jaren.

In de tweede helft van de negentiger jaren werd onder de naam Tocsik-zaak (Tocsik ügy)de behandeling en verkoop van gemeentegronden via het Staatsbedrijf voor Privatisering en Vermogensbeheer (ÁPV Rt), tegen het licht gehouden. Daarbij bleek dat de advocaat Tocsik Márta een sleutelrol had gespeeld bij bemiddeling bij de verkoop van onroerend goed en hierbij grote premies (meer dan 800 miljoen forint) heeft mogen opstrijken. Deze premies werden uiteindelijk de focus van de rechtzaak. Leidinggevenden van ÁPV Rt zijn veroordeeld voor mismanagement. Tocsik Márta zelf kwam er na tien jaar aan rechtzaken – strafzaak en burgerlijk – vanaf zonder straf maar ook zonder premie. Boldvai werd ook in staat van beschuldiging gesteld (van beinvloeding en speculatief handelen) maar uiteindelijk niet veroordeeld.

Een tweede geval waar de namen van de penningmeester en zijn vrouw opkwamen, betrof het K&H Equities broker-schandaal van Kulcsár Attila, dat in de periode 2003-2007 aan de oppervlakte kwam. Hun eventuele betrokkenheid – afgezien van het hebben van een rekening – werd toendertijd verder niet onderzocht. De hoofdverdachte Kulcsár Attila werd in dit schandaal berucht en gestraft voor de transacties die onder hem via dit onderdeel van de K&H bank werden uitgevoerd waarbij staatgelden – als baten van casino’s en autosnelwegen – gebruikt werden bij financieringen die ver buiten de competenties en doelstellingen van de staat vielen.

Boldvai László heeft na overleg met de leider van de MSZP, Tóbias József, zich teruggetrokken uit de partij. De oppositiepartij Jobbik heeft in verband met de zaak aangifte gedaan.

Daarnaast heeft vandaag Gréczy Zsolt, de woordvoerder van de oppositiepartij DK, alle Hongaarse politici met offshore-activiteiten opgeroepen deze te melden. Volgens hem hebben alle DK prominenten en parlementsleden al een verklaring ondertekend volgens welke noch zijzelf, noch hun partners dergelijke activiteiten hebben. Dit moet natuurlijk impliceren dat Gyurcsány Ferenc – leider van de DK – geen offshore-ridder zou zijn.

 

Panama Papers: ook deining aan de Hongaarse shores

 © The Guardian Panama Papers
Panama Papers © The Guardian

Voor Hongarije was de website 444.hu er gisteravond als één van de eerste bij om de eerste resultaten bekend te maken van het grote journalistieke onderzoek waaraan – namens Hongarije – het collectief direkt36.hu mee heeft gewerkt.

De tot nu toe enige Hongaarse betrokkene is Horváth Zsolt, een voormalig parlementslid voor Fidesz. Zijn bedrijf – op de Seychellen geregistreerd – werd in 2013 (toen hij nog parlementslid was) niet opgegeven op de verplichte verklaring over bezittingen die parlementsleden dienen af te geven.

Horváth Zsolt lijkt misschien wel geen grote vis in vergelijking met andere figuren op de lijst, de implicaties voor de Hongaarse politiek zijn er nu al. Fidesz heeft bij de verkiezingen aangegeven om de ‘offshore-ridders’ in de Hongaarse politiek hard aan te pakken. De kat-in-het nauw- reactie van de regeringswoordvoerder op de betrokkenheid van een Fidesz-oudgediende belooft in ieder geval een spannende periode.

Ongersman hoopt u op de hoogte te kunnen houden van de Panama Papers in Hongarije.