Tag Archives: Twin Towers

Hoe geef je de geschiedenis terug aan de mensen?

Ongersman

De vraag komt voor in de spionageroman “De Machtsfabriek” van Robert Littell. Ik dacht eerst dat het van diens zoon was, van Jonathan Littell, – en dat kwam uiteindelijk wel goed uit, want alles heeft toch met alles te maken. Littell junior is u overigens mogelijk ook bekend van het boek “De Welwillenden”, over de bijna sympathieke SS officier Max Aue die – gepijnigd door logistieke problemen – niet goed weet waar de holocaust aan te pakken.

Maar “De Machtsfabriek” van de vader, dus. Uit 2002 alweer. De betere spionage-verhalen hebben iets dat de meeste Hollywood-films altijd zullen ontberen: een realistische onzekerheidsmarge. Je weet nooit precies het fijne van de zaak. Ook niet precies wanneer het verhaal is afgelopen en – als het dan toch echt is afgelopen – dan nog weet je vaak niet hoe het is gelopen. Van binnenuit, bedoel ik dan. Je weet bijvoorbeeld nooit of het daarom of misschien toch eerder daarom zo is gelopen. Of het wel iets heeft uitgemaakt, dat het zo liep? Of het goed of slecht is afgelopen? Of eerder nog: juist of onjuist was? Of wanneer en waarmee het eigenlijk was begonnen?

Dat noemen ze geschiedenis maken en dat komt, in ons voorbeeld, al om de hoek kijken met de campagnes van desinformatie die nu eenmaal bij spionnen horen. Stel: je wil je tegenstander gaan bespelen met een valse overloper. Die krijgt natuurlijk informatie mee, ter misleiding. In eerste instantie echte, nuttige informatie, want met valse informatie heeft de tegenstander meteen door dat er iets niet klopt. Maar je geeft de nep-overloper ook weer niet zulke belangrijke informatie mee, dat je te diep in je eigen vlees gaat snijden. Belangrijk: als het spel zo van twee kanten gespeeld begint te worden, is het zaak nooit te gaan zitten denken dat je de slimste bent. Want als je tegenstander bijvoorbeeld niet één, maar twee stappen op je voorloopt, dan ben je in de spionnenwereld – die op een zaal vol met spiegels schijnt te lijken – al snel reddeloos verloren.

Ander voorbeeld: je hebt een mol in de organisatie van de tegenstander. Mollen geven informatie door die nadelig is voor de organisatie waarbinnen ze opereren. Als elk bericht over de tegenstander dat die mol te weten komt, meteen doorgegeven wordt en per omgaande leidt tot mislukking, sabotage en frustratie van de campagnes van de tegenstander, door jouw contraspionage-dienst, dan voel je ergens ook al: die mol zit daar nooit lang. Je zou je mol dus kunnen beschermen door – afwijkend van de gang van zaken, van het patroon – informatie die de mol doorgeeft, soms ook doelbewust niet te gebruiken. Maar zelfs als het bestaan van een mol vermoed wordt, dan kunnen er nog allerlei dingen gebeuren. Je kunt een collega van de mol, ook bij de tegenstander, gaan belasten zodat het gaat lijken dat dat de mol zou zijn; er kan een driedubbelspion ontstaan; en er kan uitkomen dat er helemaal geen mol was, dat er alleen maar toevalligheden en insinuaties zijn opgetreden als gevolg van een spookmol die – zonder dat-ie bestond – de tegenstander alleen al door de schaduw die hij wierp van binnenuit kon opvreten. Zo zie je wel, in het spionnenvak kom of kwam je een aardig eind als je beschikte over stalen zenuwen en een (gezonde) portie achterdocht.

En toen kwam er op vrijdagavond het bericht binnen dat ’28 pages’, een Amerikaans initiatief van 9/11-critici om ontbrekende informatie over de aanslagen op het World Trade Centre openbaar te laten maken, tot succes heeft geleid. Natuurlijk loopt dit nieuws – ergens op de route tussen Nice en Ankara boven de Bosporus, helemaal vast. Zonde, want de strekking ervan is niet mals: individuen die geassocieerd zijn of waren met de kapers – financien geregeld, huisvesting geregeld, vluchtroutes geregeld, ed – hebben of hadden eenduidig connecties met het overheidsapparaat van Saoedi-Arabie – ofwel via de ambassade van dat land in de VS ofwel via de geheime dienst van dat land. Dit zou bij nadere beschouwing een rechte vinger in die richting wijzen en, om maar wat te noemen, de oorlogsrethoriek over Irak die na de aanslag opkwam in een nog raarder licht zetten dan die al stond.

En terwijl de nieuwsdiensten overal ter wereld de grootste moeite lijken te hebben om het Saoedi-nieuws op de telex te zetten, heeft Erdogan in twee dagen na de verrassing van vrijdagavond genoeg tijd gevonden om (in het weekend, nota bene) zo’n 6000 soldaten, rechters en andere onwelgezinde medewerkers op te rollen. Als straks ook in die hoek het één en ander niet blijkt te kloppen, of in ieder geval niet helemaal zo blijkt te zijn gegaan, als het lijkt te zijn gegaan (volgt u het nog?), dan eet ik mijn turul op. Minister Szijjártó van Hongaarse Buitenlandse Zaken (…) weet gelukkig wel al dat het terroristen zijn en dat Erdogan de rots in de branding is. Nu is de mening van Szijjártó überhaupt al die van een rare kanarie als het gaat om buitenlandse betrekkingen (zie van de EU afwijkende mening over grensconflicten China in de Zuid-Chinese Zee), dus zijn visie heeft ongeveer net zoveel realiteitswaarde als de gemiddelde Hollywoodfilm.

Stalin, tenslotte. In De Machtsfabriek stelt een overloper dat de Russen Stalin zo lang hebben gepruimd, omdat ze in wezen bang waren voor het donker. Bang voor de winter, voor de uitgestrekte wouden en alles wat daarachter lag. Als dat zo was, dan heeft Stalin ze over die angst heen geholpen deels door te laten zien dat ze niet bang hoeven te zijn van die verre verten, maar deels net zo goed door zelf de plaats van het donker in te nemen.

Hoe klein is de wereld? Jonathan Littell (inderdaad, de zoon van) heeft nog meer relevante dingen geschreven, zoals een onderzoek naar de geheime diensten van Rusland, tussen 1991 en 2005.

En ik was nu net zo blij dat het eindelijk een keer (mede) over Rusland ging, zonder dat er sprake was van Putin … Of was dat verdacht geweest?