Tag Archives: verleden

Gedachtengangsters: 1956 komt er aan

Nagy ImreIk ken een wat oudere man die van zichzelf denkt dat hij een held is geweest in 1956. Hij is er maar wat trots op en staat er graag mee in de aandacht. Verschillende mensen die hem kennen of kenden, die erbij waren, zijn het niet met hem eens. Niet dat hij per se ‘fout’ was, of zo, maar wat hij gedaan zou hebben – wapens over de Budapester bruggen smokkelen door controleposten heen, de koerier uithangen in het heetst van de strijd – dat is allemaal niet precies zo gegaan als hij het wel vertelt. Dat zei ook de heel wat timidere persoon met wiens veren hij uiteindelijk aan het pronken lijkt te zijn geslagen.

Het zij zo, oordelen hoeft niet. Er zit een luchtje aan maar dat zal na de Tweede Wereldoorlog in Nederland vaak niet veel anders zijn geweest: de grootste verzetshelden likten hun wonden en de kleinste muisjes krabbelden het snelste uit hun schuilplaatsen om vooraan mee te kunnen piepen. Omstandigheden en karakters spelen ons allemaal parten, om nog maar niet te hebben over ons geheugen.

De vraag is hoe we ermee om dienen te gaan in het heden dat ons gegeven is.

In 2006 was het vijftig jaar geleden dat de opstand plaatsvond. 2006 was het rampjaar van Gyurcsány – die zomer was de Öszödi speech ‘uitgelekt’ – en het werd een hete herfst. Alles ter rechterzijde leek zich in het centrum van Pest op te houden, vastberaden om munt te slaan uit de situatie. Radicale partijen en organisaties maar vanzelfsprekend ook Orbán met de Fidesz oppositie. De zetel van de Hongaarse staattelevisie werd bestormd – een meer dan symbolische daad – en daar werd bruut tegen opgetreden. De zachtmoedigeren waakten wekenlang bij de ‘Batthyány-örökmécses’ om Gyúrcsány’s vertrek af te dwingen, het leek nu of nooit. Hij vertrok niet maar zijn partij werd wel verslagen in de gemeentsraadsverkiezingen van dat najaar – maar dat is inmiddels geschiedenis.

Dit jaar, in 2016, wil de regering graag een wat feestelijker cachet aan de herdenkingen geven. Er is een nationaal lied gemaakt

en er wordt vanalles georganiseerd dat de ‘spirit’ van 1956 overeind moet houden. Een uitgelezen kans voor voor- en tegenstander van elkaar om zich te profileren.

In de MagyarIdők, bijvoorbeeld, wordt ingegaan op het bericht dat de VS een conferentie over 1956 afgelast heeft en dat de oorzaak van de afgelasting in de slepende, slechte verhouding zou liggen die laatste jaren tussen de Hongaarse regering en de VS is ontstaan.

De schrijver begint met vaststellen dat met deze actie de VS Hongarije als geheel schoffeert, al helemaal gezien de dubbele verantwoordelijkheid – in 1956 kwamen ze de Hongaren niet te hulp – waarover Amerika en andere westerse mogendheden nooit echt rekenschap hebben afgelegd. En omdat Orbán gekozen is door de bevolking, betreft een diplomatieke actie tegen Orbán een actie tegen hele Hongaarse bevolking. Zelfs – en nu wordt het interessant en ga ik vertalen – tegen de toenmalige vertegenwoordigers van het regime en hun afgezanten – de MSZP en geassocieerde landverraders, de ‘ballib’ schoothondjes van Soros, blabla. Vanaf hier:

Het gedrag van de Amerikanen is per slot een directe belediging van het hele land, als tenminste de berichten kloppen dat het hier gaat om een lesje voor de huidige Hongaarse regeringspolitiek. Inderdaad, beste ‘kameraden’, ook een belediging voor jullie, die deel hebben genomen aan het neerslaan van de opstand in 1956, in de schandelijke vergeldingen die erna plaatsvonden, en die er de reden voor zijn dat het land tot op de dag van vandaag zo ongelukking is.

U heeft namelijk de kans al gehad om uw niet bepaald verheffende verleden in de ogen te kijken, om in het kader van een gezamenlijke dialoog op weg te gaan op de niet bepaald makkelijke weg van de vergeving, om tezamen met de vernederden, de verstotenen, met de kinderen en de kleinkinderen van beide kampen voor eens en altijd de verzoening te verwezenlijken om daarna samen het land op te bouwen dat door u zo vaak op de rand van de afgrond is gebracht. Nu, aan de andere kant, is het mogelijk dat u denkt dat het een goed idee was om – tijdens de vijftigste verjaardag – de feestvierende massa uit elkaar te slaan, immers, in de tijd van Gyurcsány was er toch ook al een herdenkingsjaar in de VS, waarbij de titel van Minister van Buitenlandse zaken Condoleezza Rice’ speech was: “Hongarije als model voor de wereld”.

Ik kan de Orbán-fobicussen geruststellen: ook nu is Hongarije een model. Nu elke dag nieuwe bewijzen het daglicht zien hoe het lot van Europa met geld van George Soros door de zichzelf als globale ordebewaarder beschouwende VS wordt gemanipuleerd, is Hongarije een prachtig voorbeeld van hoe je zonder de bondgenootschappen te verslappen, toch weerstand kunt bieden en je kunt vermijden dat je je schikken moet naar de wensen van de sterkste. Hoezeer de provocateurs van Soros dat ook zouden willen!

Tegelijkertijd zal de globale Hongaarse gemeenschap, waaronder de succesvolle Hongaarse gemeenschap in de VS, het vreselijk jammer vinden als blijkt dat zelfs een buitengewone gelegenheid als de zestigste herdenking van 1956, niet genoeg aanleiding vormt voor het meest miniscule gebaar waarmee de superpower kan laten blijken dat het haar spijt dat ze er in 1956 niet was om te helpen, maar dat ze blij is, dat op dit moment de vruchten van de revolutie toch zijn gerijpt.

Vanzelfsprekend is met name de tweede paragraaf van belang en als relatiedeskundige stel ik hier vast dat er voor beide levenspartners – zij die of van de ene, of van de andere kant gemangeld werden tussen WO II en socialistisch regime – nog hoop op verzoening open lijkt te staan.

Waarbij ik er ontegenzeggelijk ook in kan komen dat men de vehementie en ostentativiteit van de argumentatie een beetje een …-luchtje vindt hebben:

 

De vijfde colonne zit in de verzoening

bevrijdingIn het niet gevoerde debat over het politieke bestel in Hongarije balanceren de kans op verzoening aan de ene en de tendens tot polarisering aan de andere kant. Echte verzoening komt niet uit de lucht vallen, zoals iedereen met een partner, kinderen of een tekkel wel weet. Het is een moeizaam, in psychologisch opzicht een hooggewaardeerd en een tikje mysterieus fenomeen, compleet met catharsis en met veranderende zelf- en wereldbeelden tot gevolg. Als het goed gaat, tenminste.

De uitkomst is namelijk ongewis en kan leiden tot het (moeten) loslaten van comfortable overtuigingen en het (moeten) omarmen van archetypische vijanden. Onderweg is juist polarisering geen onbekende reisgenoot. Er dient geluisterd te worden naar elkaar. Oud zeer wordt uitgesproken en dat doet weer pijn, net als chilipeper.

Als Hollywood verzoening wil bewerkstelligen door films over de Holocaust met een Oscar te feteren, dan hebben zij die zich in de beklaagdenbank voelen staan, al snel genoeg daarvan en zullen dergelijke ‘verzoeningspogingen’ als te aggressief afwijzen. Eventueel worden vervolgens door echte leperds de sentimenten bij elkaar geschraapt en tot categorische probleemvisies herkneed. Zo wordt verzoening weer polarisering en dat weten ze in Hollywood natuurlijk ook best wel.

Hongarije steekt gelukkig nog steeds magertjes af bij andere ontwrichte samenlevingen, zoals Rwanda, het Rusland van na de Gulag of de landen van voormalig Joegoslavie. Toch zijn er in de vorige eeuw meerdere malen belangrijke kansen op verzoening blijven liggen. Zo schrijft Andrea Pető, verbonden aan de Central European University als Holocaust-onderzoeker, over de volkstribunalen die direct na WO II in Hongarije werden opgericht. In beginsel kunnen die worden beschouwd als een goedbedoelde poging om de oorlog en de begane misdaden een plaats te geven, de sociale orde te herstellen en, ook, openbare lynchpartijen te voorkomen.

“The People’s Tribunals were [expected to “deal with” the emotion of hate from both sides], to start the process of normalization and to reconstruct social cohesion by determining the meanings of social interactions during World War II. As a part of the post-war normalization they were supposed to transmit moral judgments about emotions and about the acts stemming from them. Their function was also to punish and to serve as a warning to the perpetrators. The legal language of the court served to mediate and express emotions. The court was a highly structured space for communicatioin between criminals, victims, and witnesses.”

Pető stelt vervolgens vast dat het instituut niet heeft kunnen bijdragen tot een voor alle partijen bevredigende verzoening. De redenen hiervoor waren divers.

  • Dergelijke tribunalen moeten aan allerlei expliciete, impliciete en intersubjectieve verwachtingen voldoen – van slachtoffers, daders en getuigen, waarbij de omstandigheden vaak niet open staan voor meer dan de primaire juridische aspecten, de feitelijke (technische) schuldvraag. De andere niveau’s die van belang worden geacht – een pragmatisch niveau waarop deals worden gesloten tussen de deelnemende partijen en een emotioneel niveau waarop de slachtoffers catharsis kunnen bereiken en daders schuld kunnen accepteren, kwamen in Hongarije niet uit de verf.
  • Door de technische ‘individualisering’ van de rechtsgang – dader-verdachten wrongen zich in bochten om hun schuld af te kunnen laten glijden – werd er ruimte geboden aan nieuwe alternatieve ‘narratieven’ van daders en de nabestaanden daarvan.
  • Dit werd nog versterkt door de omstandigheid dat de rechtsprekenden van onbesproken gezag dienden te zijn, i.e. joden die voorheen waren uitgesloten van het ambt kwamen bij uitstek in aanmerking om de tribunalen te leiden.
  • Waarbij ook meespeelde dat op instigatie van de Communistische Partij, die haar positie wilde verstevigen, op belangrijke politici geconcentreerd werd en later zelfs volledig nieuwe aanklachten mogelijk werden die weinig meer te maken hadden met de holocaust en de oorlogsmisdaden.

De tribunalen, die hadden kunnen fungeren als een ritueel voor het omgaan met haat, leidden zo tot de situatie dat de 70.000 aangeklaagden op hun beurt al snel weer zelf martelaren werden en er van een nieuw, gedeeld narratief geen sprake kon zijn.

Een tweede moment van grote betekenis had natuurlijk 1989-1990 kunnen wezen. Net als vele andere voormalige oostbloklanden, bleek ook Hongarije niet van zins deze kans te grijpen om zich van haar verleden te kwijten. Een kwart miljoen mensen heeft als verklikker voor de Partij actief meegewerkt om de onderdrukking onder het Kádár-regime tot stand te brengen. Nog steeds is het vrijwel onmogelijk inzage te krijgen in de archieven (alleen het eigen dossier kan worden ingezien – weggelakte namen – of voor onderzoek – eveneens met bescherming van privacy).

Slechts een enkeling is in al die jaren uit zichzelf met de belastende waarheid naar buiten gekomen en heeft spijt betuigd. De overgrote meerderheid van grote en kleine verklikkers ziet echter van dag tot dag de kans dat zijn of haar buurman of buurvrouw ooit nog eens aan de deur komt om verhaal te halen, langzaam afnemen en is daar content mee, helaas. Recent zijn, ter gelegenheid van de Dag van de Slachtoffers van het Communisme, de gegevens beschikbaar gekomen van wel 500 mensen die betrokken waren bij het neerslaan van de revolutie in 1956.

Verzoening, zo lijkt het, is niet iets waarom je bij de Fidesz hoeft te komen. Fijne autoritaire leiders, dat wel. En vijandsbeelden, natuurlijk. Het wij-zij denken beleeft zijn hoogtijdagen en er is geen uitzicht op verbetering.

Hungarikum je ook? Groots en meeslepend ga ik ten onder

Gevangenis
Who controls the past controls the future: who controls the present controls the past (George Orwell)

Nergens is de stammenstrijd – of de klassenstrijd – die in Hongarije gaande is, zo duidelijk aanwezig als in het verleden. Bijvoorbeeld in de omgang met de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan: wie is er verantwoordelijk voor wat er precies gedaan is in naam van het Hongaarse volk? Wanneer precies? En wie was dat volk?

Weer is er één en ander te doen rondom dat verleden. Een standbeeld voor een slachtoffer van de showtribunalen van het naoorlogse Hongaarse socialisme na, EN (let op de en, want die is dus belangrijk) een antisemitische, rascistische volksvertegenwoordiger ten tijde van de oorlog. En dat terwijl er volgens onze inmiddels bekend veronderstelde vriend, Ungváry Krisztián, ook genoeg hoogstaande slachtoffers te vinden waren geweest zonder zo’n EN op hun cv.

De retoriek spat er van alle kanten af. En de tragiek, dat andere onmisbare onderdeel bij een dergelijk thema. Niet verrassend, in aanmerking genomen dat dat zo ongeveer het laatste is dat je ter beschikking staat, als je zeker meent te weten dat je land ergens tussen nazi’s en joden, communisten en grootkapitaal (mutatis mutandis) uitgedrukt wordt als een zwerende pukkel. Of geschild als een ui?

Donáth György, politicus voor de Boerenpartij en leider van een overkoepelende organisatie voor ‘Echte Hongaren’ werd in 1947, op de socialistische voorplecht OF de democratische valreep, verdacht van landverraad (en daaromtrent). Feitelijk werd hij natuurlijk uit de weg geruimd zodat weinig de politieke opmars van de MSZMP meer in de weg zou staan. In zijn zes uur durende slotwoord heeft hij onder andere dit gezegd over de ten laste gelegde beinvloeding (één van de punten waarop hij ter dood veroordeeld werd):

“A befolyásolás nemcsak megengedett, hanem szinte kötelező eszköze a politikának. Nem tudom, hogy jól értettem-e, amit az ügyész úr mondott, tehát megismétlem. (…) A befolyásolást azért nem fogadja el eszköznek, mert az állam vezetői a demokráciában nem saját elgondolásukat valósítják meg, hanem a népét. Méltóztassék megengedni, hogy megálljak ennél a gondolatnál. Száz százalékig magamévá teszem azt, amit az ügyész úr mondott, mert nagyon érdekes konzekvencia adódik belőle. Mikor tudja megmondani a nép, hogy az állam vezetőitől mit akar? (…) Gyakorlatilag ez a választásokon nyilvánul meg. (…) Tehát ismétlem: nem a demokratikus rend, nem a demokratikus életforma megváltoztatására törekedtünk. Ellenkezőleg, éppen a közösségben magunkba szívott és vérünkké vált népi politikai felfogásunkat akartuk uralkodóvá tenni nemcsak a papíron, hanem a valóságos életben is. (…) Befolyásolni akartuk a magyar politikai életet, természetesen a mi ideológiánk jegyében. Ez az ideológia azonban minden államformát elbír, és elbír minden életformát, ami – magyar. (…) de olyan eszközökkel, amelyek minden civilizált államban elfogadhatók.”

Beinvloeding is niet alleen toegestaan, het is zelfs een verplicht middel om politiek te bedrijven. Ik weet niet of ik het goed begrijp, wat de aanklager zegt, dus ik herhaal het maar. Beinvloeding wordt door hem niet geaccepteerd als middel, omdat de staat in een democratie niet volgens de eigen overtuigingen handelt, maar volgens die van het volk. Sta me toe even stil te staan bij deze gedachte. Ik ben het 100% eens met wat de aanklager zegt, want er zit een bijzonder interessante consequentie aan vast. Wanneer kan het volk zeggen wat het volk wil van de leiders? (…) In de partijk gebeurt dat tijdens de verkiezingen. (…) Ik herhaal: wij wilden niet de demorcratische orde niet de democratische levenshouding veranderen. Integendeel, wij wilden juist onze volkse politieke opvattingen, die we opgesnoven hebben in de gemeenschap en die ons in ons bloed zitten, niet alleen op papier, maar ook in het echte leven laten gelden. (…) We wilden het Hongaarse politieke leven beinvloeden, vanzelfsprekend naar onze eigen ideologie. En die ideologie, die houdt staande in elke staatsvorm, en in elke levenshouding, die Hongaars is. (…) met middelen die in elke geciviliseerde staat acceptabel zijn.

Als dit verhaal vervolgens weer op de één of andere manier teruggevoerd moet worden naar Fidesz en het Hongarije van nu – de vice-voorzitter van Fidesz en oudpremier Boross Péter waren aanwezig om hun respect te tonen voor de man die mee heeft gewerkt aan het wegzuiveren van honderdduizenden medeburgers, joden EN Duitsers – dan lijkt me dit twee elementen te onderstrepen die ons smeulende dossier rokend houden:

  1. links en rechts, over en weer, vertrouwt men elkaar in Hongarije al zo enorm en ontzettend niet meer, dat retoriek naar willekeur rondgepompt kan worden: de objectieve waarheid is namelijk de eerste die sneuvelt, ver voor de waarachtigheid; de juistheid, daarentegen, was al geen onderdeel van het gezamenlijke discours en de verwachting dat ze dat ooit nog zal kunnen worden mag eenieder zelf op merites beoordelen
  2. democratie zoals we het kennen is uit (maar dat wisten we eigenlijk ook al)

Oorlog is zo vreselijk!

Babaakocsiban_smallDeze dagen is het 72 jaar geleden dat Boedapest onder vuur lag van de Russen, of, zo u wilt, de Hongaren bevrijd werden. Hoe dan ook een bittere pil.

Onze vriend Krisztián Úngváry, historicus met een prachtige naam, acht derhalve de tijd rijp voor een kijkje achter de toenmalige schermen. Zoals waarschijnlijk wel bekend hebben in de eerste weken van 1944 Duitse en Hongaarse legereenheden pogingen gedaan om uit te breken naar het Westen, tegen de directe orders van Hitler in. De Hongaarse verliezen als gevolg van de uitbraak waren enorm, vertelt Úngváry, groter bijvoorbeeld dan de Amerikaanse verliezen op Omaha Beach rond D-Day. Toch worden de gevechten rond Boedapest door ‘de instanties’ al jarenlang genegeerd, terwijl bepaalde andere elementen de uitbraak juist zien als een weliswaar tragische, maar toch ook als een heldhaftige daad.

Dit laatste, zo zegt Úngváry, kan snel met statistieken worden ontkracht. Van de uitbrekers overleefde slechts een fractie de oorlog. Hij zet dan ook vraagtekens bij de herinneringstochten van een ‘actiegroep’ voor de Börzsöny, waarbij de toenmalige routes van de wanhopige opa’s en hun Duitse collega’s na kunnen worden gelopen. ‘Prestatietocht’ heet het nu. Compleet met ijzeren kruizen en in Duitse, Hongaarse en Russische uniformen gestoken nepsoldaten langs de route die de stempelkaarten van de door de bossen krioelende jongeren hanteren.

Úngváry, zelf actief bij de padvinderij, keurt de activiteiten van deze ‘actiegroep’ niet af maar staat wel stil bij het grote aantal deelnemers, inmiddels duizenden per jaar. Alsof hij zeggen wil dat het niet in de haak is dat er meer mensen op komen draven voor een sportfestijn met een extreemrechts bijsmaakje, dan – om maar iets te noemen – dat er komen protesteren terwijl het land in puin ligt. Hij hoopt in ieder geval dat de deelnemers van nu, wat het gedachtengoed van toen betreft – het verdedigen van Europa tegen de verschrikking uit het oosten – inmiddels wel inzien dat dat een misvatting is geweest (zie Auschwitz, dat van binnen kwam).

Ik denk, dat Úngváry wil zeggen dat geen van bovenstaande benaderingen tot een gezonde verwerking van het verleden kan leiden. Wat er van 1945 tot 1989 gebeurd is met de nagedachtenis, is natuurlijk slecht. In die legers zaten natuurlijk ook dienstplichtige militairen en misleide zielen en natuurlijk is je grootvader je grootvader, ook al is hij gesneuveld in een anonieme en hopeloze slag aan wat officieel de ‘verkeerde kant’ werd.

Helaas hebben we aan Úngváry’s stuk verder niet zo heel veel meer want die gaat in zijn (prachtige) bronnenmateriaal op zoek naar de wederwaardigheden van een specifiek groepje Duitse soldaten. Zijn polemische benadering blijft daarmee dubbelzinnig in de modder vastzitten: “OK, er was een uitbraak, die was ook nog eens verboden door Hitler en die werd uiteindelijk nog fataler dan als ze waren blijven zitten. En dat is fout. Toch? Eh …, fout vanwege de Nazi’s? Nee, ja, …, toch? Oh ….”

Als dit de manier is om te zeggen dat mensen die in hun eigen vlees snijden, dan ook de pijn zullen voelen, waarom dan toch net dat groepje uit de duizenden uitbrekers gepikt, die het hebben overleefd?

Want daarmee zijn we in één klap terug bij Hollywood.

En daar wordt een mens nooit veel wijzer van.

KHF-X: Bid voor vadertje terreurstaat!

Sümegi vár1. Een vrouw, een dame van over de 70 jaar vertelt over het verleden. Haar schoonvader – voor, tijdens en na de laatste oorlog – was inventief, succesvol en onverzettelijk. Was altijd al voortvarend bezig geweest en op zijn manier onmisbaar, zelfs min of meer gedoogd door de Partij. Tot de onvermijdelijke breuk op een principekwestie. Vanaf dat moment speelt zijn leven – en dus dat van zoonlief en de rest – zich af in de slagschaduw van de vernietiging (maar dan letterlijk, nietig maken; het woord is eigenlijk verontmogelijking maar dat kennen wij niet op die manier). Dan de decennia van onvervulde lotsbeschikkingen en carrieres waar de volgende generatie niet aan kan ontkomen, laat staan aan voldoen. Buiten kijf dat de derde generatie opgroeit met een miniem intern moreel kompas en – de omstandigheden in aanmerking genomen – een gezonder gevoel voor eigenbelang. Echter: die twee dingen samen pakken nooit goed uit.

2. Weet u nog hoe het eraan toe ging ten tijde van de wegwerkzaamheden aan de M7, alweer enige jaren geleden? Die verbreding naar drie rijstroken? Je mocht hoogstens 60 km per uur op een stuk van wel zo’n 40 km lang. Dat zie je in Duitsland alleen als er werkelijk nog maar een rijstrook over is van minder dan 136,523 cm, of als er een brug is ingestort en je door de bedding moet waar beschermde vissen wonen. Zestig kilometer per uur! Wie toen op de M7 die snelheid aanhield werd al snel aartsvijand van de medeweggebruikers en kon bier of langos (afhankelijk van welke richting) op zijn achterraam tegemoetzien; wie de snelheid echter niet aanhield, kon een boete krijgen.

3. Zoals de Amerikanen eigenlijk Old Shatterhand in het Witte Huis zouden willen zien en de Russen naar vadertje tsaar blijven verlangen, zoeken Hongaren evengoed naar een geschikt kielzog. Het momentum is ongunstig: van groot naar klein (Trianon), en nog kleiner (WOII), naar grenzenloos (EU). Als de flux naar binnen – multinationals en vluchtelingen – de baten de andere kant op begint te overstemmen, dan gaan andere deuren weer op slot. Angst is een slechte raadgever, je angst inleveren bij politici is ronduit katastrofaal.

Jarenlang heeft Fidesz gezegd dat het systeem vergiftigd was. Met wortel en tak dienden de overgebleven functionarissen uit het oude regime – met hun gedachtengoed – te worden uitgeroeid. Een tijdlang kon dit streven nationaal en internationaal worden geaccepteerd en zelfs aangemoedigd, als een rigoreuze, pijnlijke maar begrijpelijke actie. Maar met het badwater vlogen en vliegen steeds meer kinderen  het raam uit.

“Ik zal je aangeven” gold vroeger als een enorm dreigement. Maakte niet uit bij wie of waarvoor, een onderzoek leverde altijd wel wat op. Iedereen had vuile was. De koning van de vuile was schijnt Sándor Pintér te zijn. Als politiecommissaris onder het regime heeft volgens de geruchten niemand zoveel (belastende) informatie verzameld over iedereen die telt in Hongarije. Vandaar dat deze innemelijk figuur op de achtergrond zonder morren telkens de relevante ministerspost van Binnenlandse Zaken krijgt, als Fidesz aan de beurt is.

Dat de ‘echte’ Fidesz Boys daar niet erg blij mee zijn, zal aanleiding zijn geweest tot het oprichten van de TEK, de nationale anti terrorisme dienst en lijfwacht-achtige organisatie. Een hele serieuze dienst onder directe beschikking van Orbán (in ieder geval niet van de Minister van Binnenlandse Zaken).

“Het volk heeft gesproken: 70% wil strenger optreden tegen de vluchtelingen” werd de geloofsbrief van de troeteldienst. Inmiddels concurreert de TEK aardig met de normale veiligheidsdiensten. Nieuwe taken – observeren, beschermen, controleren, intervenieren – komen niet zelden bij hen terecht. De éénpartijstaat domineert de controlemechanismes – inspecties, opsporingsdiensten, belastingdienst, vergunningverlening, rechtsspraak – en de TEK ziet erop toe dat het goed gaat.

Als je in Hongarije iets wilt betekenen, dan ga je bij de Fidesz (linksom of rechtsom). Wil je dat niet, dan vertrek je naar het buitenland. Zij die overblijven, kunnen bidden wat ze willen.

 

Klein Hongarije Feuilleton (KHF): 1 – verkenningen

TelefoonEr is iets mis met Hongarije. Wat dat zou kunnen zijn, dat is het onderwerp van dit Klein Hongarije Feuilleton.

Zoals aangekondigd wil dit blog dergelijke zaken structureel onder de aandacht brengen. In deze eerste aflevering zal een beginnetje worden gemaakt, waarbij feiten, meningen, propaganda en onderbuikgevoelens nog even vrolijk over elkaar buitelen. Associeert u mee?

Feiten: om bij de symptomen van de zieke te beginnen, eerst maar eens op zoek naar de dingen die niet kloppen of die niet meer kloppen. Of nooit geklopt hebben. Of niet kloppen volgens de ene kant, maar wel volgens de andere … – U voelt het , het verzamelen van feiten vereist een speciale benadering.

Verder terug, dan maar? Misschien dat een rondje Zoek de verschillen op zijn plaats is. Op zoek naar meer of minder fundamentele overeenkomsten en verschillen: bijvoorbeeld “noord en zuid” of “oost en west”. Of hoe dacht u dat de Hongaren – als de Fin-Oegrisch eend die ze nu eenmaal zijn – zich dienen te voelen in die onmetelijke Slavisch vissoep waarin ze roeien moeten? Verschillen, dus. Leve de dichotomieën waarmee we later meteen de arena kunnen stofferen voor de finale.

Als vanzelf struikelen we verder achteruit het favoriete onderwerp van de Hongaar binnen: kom niet tussen hem en zijn verleden. Ooit groot, later klein en daar nooit meer overheen kunnen komen. Dat lijkt wel het adagium van het beestje. Gedoogd worden door Habsburg, door Hitler en door die andere Partij maar je nooit echt tegen hen kunnen afzetten. Gestraft worden voor wat je niet gedaan hebt en beloond voor wat je niet mocht. Verzoening? Met wie dan? Waarom? ‘Wacht maar tot ik weer bovenkom!’ Dat was gedurende die lange eeuw zo’n beetje het leitmotif. Meer dan genoeg materiaal voor een paar flinke knauwen in de bedrading.

Komen we dan bij het zelfbeeld van de Hongaar. Zoals ze jongleren met trots èn schroom tegelijk is voor veel buitenlanders niet licht te behapstukken. Vrijwel allemaal noemen en verwerpen ze de typische Hongaarse instelling uit het overbekende gezegde: ‘laat dan de koe van de buurman ook maar creperen!’ Maar wat betekent het dat iedereen dat doet? Verder, dieper, donkerder: de krochten in.

Om tussendoor af en toe ook wat luchtiger zaken te kunnen behandelen. Wat dacht u van de oorlog tussen automobilisten en fietsers, tegen de achtergrond van sowieso ontoereikende infrastructuur? De bloei van samenzweringstheorien? De nieuwe Russische connectie? De diverse opvattingen over de waarheid en het staatsapparaat (en of die twee echt hetzelfde zouden zijn)?

Aldus, zo’n beetje. Voorlopig. Associeren lukt dus wel, nu nog de bovenstaande dikgedrukte thema’s langzaamaan in vadsige posts vastklinken.

Reacties worden zoals altijd op prijs gesteld en het behoort zeker ook tot de mogelijkheden bij belangstelling een forum te openen over deze zaken.