Tag Archives: verzoening

Breking: Szél (Westenwind) Bernadett en Bayer (Bromsnor) Zsolt aan de koffie!

ongersman.nlEn taart! Een waarachtig live en gedenkwaardige gebeurtenis voor allen die de polarisering van Hongarije afkeuren.

Vandaag bleek dat de wonderen de Hongaarse wereld ook nog niet uit zijn. Vrijwel alle media – van links naar rechts en onder tot boven – waren dan ook van de partij. De aanleiding was – in het kort – gelegen in enkele opzienbarende uitspraken en gebeurtenissen van de afgelopen weken. Eerst was er de al of niet geoorloofde aanwezigheid van civiele organsaties bij de bespreking van het betreffende wetsvoorstel in de parlementaire commissie. Toen kwam er een typische uitspraak van Orbán dat “de handen beginnen te jeuken”, met daarop de vertaling (lees: concretisering) van die uitspraak door Zsolt Bayer op zijn blog. Met als klap op de vuurpijl – al dan niet als oorzakelijke gevolg – enkele geweldadige incidenten die gericht waren tegen (vermeende) immigranten en demonstranten.

Wie er nu precies verantwoordelijk is voor de totstandkoming van het evenement is wat vaag. Bayer had al zijn excuses aangeboden voor zijn ruige uitspraken en heeft volgens index het initiatief genomen, terwijl Tasz ook deed alsof ze het georganiseerd hebben. Maar dat doet er allemaal niet heel erg toe. In kort bestek ging het behoorlijk geciviliseerde gesprek over de polarisering van het maatschappelijke en het politieke leven. Aan tafel zaten mensen van de mensenrechtenorganisatie Tasz, de geridderde Zsolt Bayer, het kamerlid van de LMP Bernadett Szél, activist Márton Gulyás (kwam later, moest blijven staan) en enkele ‘linkse’ en ‘rechtse’ journalisten.

Kort door de bocht lijkt het een nuttig evenement te zijn geweest. Natuurlijk was er sprake van het typische terug-verwijtgedrag (“… maar jullie zijn ook verkeerd bezig …!”) Bayer had bijvoorbeeld zijn lijstje bij zich met citaten die hij te ver vond gaan (niet zijn eigen, natuurlijk). Ook bij de oppositie zitten namelijk stemmingmakers. Szél trapte echter niet in de praatjes van Bayer over ’emoties die zo hoog oplopen tijdens het typen’: ze zou hem wel degelijk aan gaan klagen.

Tussen twee haakjes: we kunnen het niet laten, sorry. Cruciaal verschil tussen beide ‘kampen’ is natuurlijk wel dat Bayer, Fideszlid met een laag rangnummer, zoals dat zo mooi heet – a) zelf die dingen schrijft, b) in het regeringskamp/ op het pluche zelf zit, c) voortdurend die dingen produceert. Te goedkoop om dan de aanwezigen in de hoek te willen manoevreren waar zij a) in naam van de ‘oppositie’ verantwoordelijkheid zouden moeten aanvaarden voor allerlei dingen die zij niet zelf geschreven hebben, b) die daarentegen meer kans maken door waarachtig en terecht gefrustreerde oppositiebloggers en journalisten te zijn geschreven, c) terwijl zijzelf meestal zich in weten te houden.Maar nou laat Ongersman zichzelf weer polariseren, – haakjes sluiten …

Na anderhalf uur zweten en vooral water drinken was het einde daar. Echt schokkende dingen gebeurden er verder niet, maar er komt wel een wetsvoorstel waarin LMP voorstelt om opruiende uitspraken in de Hongaarse politiek en in tweede instantie in de samenleving voortaan sterker tegen te gaan. Gezamenlijk. Om het debat te behouden. En Bayer’s medewerking wordt daarbij gevraagd om dit bij ‘zijn’ partij Fidesz-KDNP aan te kaarten en te propageren.

Petje af voor allen! Nou ja, bijna.

‘Breking Futurum: Ergernismachine krijgt Nobelprijs voor de Vrede’

stress2Ook al blijft wetenschapsjournalist Steven Stroeykens (van De Standaard, what’s in a name?) in radioprogramma OVT ontkennen, – het einde is natuurlijk wel nabij!

Gelukkig zou ongersman junior met achteruitziende blik jaren later een post produceren die als een deksel op dit potje paste.

Íme:

24 november 2024, Budapest – van onze correspondent

De Nobelprijs voor de Vrede gaat dit jaar naar de Turks-Cypriotische professor Vamik Volkan. Zijn grootste verdienste, zo oordeelt het Nobelprijscomité in ballingschap, is de ontwikkeling van de ergernismachine. Deze socio-sim wordt unaniem beschouwd als zijnde van cruciale betekenis voor de wereldvrede en de globale verzoening in het algemeen en die van PostPaks (pp) Hongarije in het bijzonder. Vamik bedankt voor de eer maar weigert vooralsnog zijn hersenen te laten invriezen.

Het belang van de ergernismachine, zo grittert het Nobelprijscomité vanuit de Joegoslavische ambassade, is in het veld niet te onderschatten. Voortvarend op oude in-brain technieken die nog door Facebook werden geintroduceerd, heeft Vamik met zijn team canvas geschopt waarin basaal reroten street opportuun is. Dat was hard nodig: na de kernramp voelden veel Hongaarse burgers zich opgelaten en stuurloos. President-select Soros stuurde Vamik in het najaar van 2018 naar het verwoeste Boedapest, waar de laatste André Goodfriend, coordinator van Marshall-plan 3.0 voor Hongarije, aantrof. Het klikte meteen.

Goodfriend wilde eerst en vooral de polars contreren en vroeg Vamik’s hulp bij het stoplappen. In de valuit verschuilde zich namelijk nog steeds Poetin’s schaduw en ook Trump’s korte bewind was nog maar pas geleden met behulp van FBI-leaks 1 en 2, respectievelijk, begonnen en beeindigd. De ruspionnen rukten met hun creavoluties onbekommerd op (stembusfraude in Bulgarije en Moldova, coups in Montenegro, Fillon in Frankrijk en de zoveelste aanslag in Sarajevo) en nog in 2017 werd Poetin in Novoassad (waar ooit Aleppo had gestaan) tot opperste tsaarab gekroond.

Dat de Russische overheid al die tijd hackers in dienst had, was al jaren gevoeglijk bekend. Ook dat die hackers tot de slimste en meest persistente trollen en saboteurs behoorden. Maar wisten we toen al dat ze ook in de diepste krochten van Slot Facebook rondhingen en stratomondiaal aan het aso-simmen waren? Nee! Net als met de stijgende zeespiegel hielden normale mensen zich daar niet mee bezig. Reaguurders dachten that’s life en kozen vertegenwoordigers die de deur dicht beloofden te houden. “Liefst een raket in mijn tuin en een Rus op Soestdijk!“, dementeerde men in Nederland kalmpjes verder toen Paleis Soestdijk in voorjaar 2017 verkocht werd aan Poetin’s oligarchen.

Gelukkig hebben we nu eindelijk weer eens iets voor in de etalage. Wat Vamik ontwikkeld had, is namelijk een socio-sim op basis van een meningswisselaar. De oude, veelal gehackte Facebook-algorithmen worden daarmee omgedraaid: associaties lopen niet in de richting van hogere parallelliteit maar strikt in tegengestelde richting.

‘Vooral op Westers canvas, in kleine groepen en onder gecontroleerde omstandigheden werken dergelijke meningswisselaars vaak beter dan verkiezingen’, zo concludeert het Nobelprijscomité in ballingschap.

 

 

Gedachtengangsters: 1956 komt er aan

Nagy ImreIk ken een wat oudere man die van zichzelf denkt dat hij een held is geweest in 1956. Hij is er maar wat trots op en staat er graag mee in de aandacht. Verschillende mensen die hem kennen of kenden, die erbij waren, zijn het niet met hem eens. Niet dat hij per se ‘fout’ was, of zo, maar wat hij gedaan zou hebben – wapens over de Budapester bruggen smokkelen door controleposten heen, de koerier uithangen in het heetst van de strijd – dat is allemaal niet precies zo gegaan als hij het wel vertelt. Dat zei ook de heel wat timidere persoon met wiens veren hij uiteindelijk aan het pronken lijkt te zijn geslagen.

Het zij zo, oordelen hoeft niet. Er zit een luchtje aan maar dat zal na de Tweede Wereldoorlog in Nederland vaak niet veel anders zijn geweest: de grootste verzetshelden likten hun wonden en de kleinste muisjes krabbelden het snelste uit hun schuilplaatsen om vooraan mee te kunnen piepen. Omstandigheden en karakters spelen ons allemaal parten, om nog maar niet te hebben over ons geheugen.

De vraag is hoe we ermee om dienen te gaan in het heden dat ons gegeven is.

In 2006 was het vijftig jaar geleden dat de opstand plaatsvond. 2006 was het rampjaar van Gyurcsány – die zomer was de Öszödi speech ‘uitgelekt’ – en het werd een hete herfst. Alles ter rechterzijde leek zich in het centrum van Pest op te houden, vastberaden om munt te slaan uit de situatie. Radicale partijen en organisaties maar vanzelfsprekend ook Orbán met de Fidesz oppositie. De zetel van de Hongaarse staattelevisie werd bestormd – een meer dan symbolische daad – en daar werd bruut tegen opgetreden. De zachtmoedigeren waakten wekenlang bij de ‘Batthyány-örökmécses’ om Gyúrcsány’s vertrek af te dwingen, het leek nu of nooit. Hij vertrok niet maar zijn partij werd wel verslagen in de gemeentsraadsverkiezingen van dat najaar – maar dat is inmiddels geschiedenis.

Dit jaar, in 2016, wil de regering graag een wat feestelijker cachet aan de herdenkingen geven. Er is een nationaal lied gemaakt

en er wordt vanalles georganiseerd dat de ‘spirit’ van 1956 overeind moet houden. Een uitgelezen kans voor voor- en tegenstander van elkaar om zich te profileren.

In de MagyarIdők, bijvoorbeeld, wordt ingegaan op het bericht dat de VS een conferentie over 1956 afgelast heeft en dat de oorzaak van de afgelasting in de slepende, slechte verhouding zou liggen die laatste jaren tussen de Hongaarse regering en de VS is ontstaan.

De schrijver begint met vaststellen dat met deze actie de VS Hongarije als geheel schoffeert, al helemaal gezien de dubbele verantwoordelijkheid – in 1956 kwamen ze de Hongaren niet te hulp – waarover Amerika en andere westerse mogendheden nooit echt rekenschap hebben afgelegd. En omdat Orbán gekozen is door de bevolking, betreft een diplomatieke actie tegen Orbán een actie tegen hele Hongaarse bevolking. Zelfs – en nu wordt het interessant en ga ik vertalen – tegen de toenmalige vertegenwoordigers van het regime en hun afgezanten – de MSZP en geassocieerde landverraders, de ‘ballib’ schoothondjes van Soros, blabla. Vanaf hier:

Het gedrag van de Amerikanen is per slot een directe belediging van het hele land, als tenminste de berichten kloppen dat het hier gaat om een lesje voor de huidige Hongaarse regeringspolitiek. Inderdaad, beste ‘kameraden’, ook een belediging voor jullie, die deel hebben genomen aan het neerslaan van de opstand in 1956, in de schandelijke vergeldingen die erna plaatsvonden, en die er de reden voor zijn dat het land tot op de dag van vandaag zo ongelukking is.

U heeft namelijk de kans al gehad om uw niet bepaald verheffende verleden in de ogen te kijken, om in het kader van een gezamenlijke dialoog op weg te gaan op de niet bepaald makkelijke weg van de vergeving, om tezamen met de vernederden, de verstotenen, met de kinderen en de kleinkinderen van beide kampen voor eens en altijd de verzoening te verwezenlijken om daarna samen het land op te bouwen dat door u zo vaak op de rand van de afgrond is gebracht. Nu, aan de andere kant, is het mogelijk dat u denkt dat het een goed idee was om – tijdens de vijftigste verjaardag – de feestvierende massa uit elkaar te slaan, immers, in de tijd van Gyurcsány was er toch ook al een herdenkingsjaar in de VS, waarbij de titel van Minister van Buitenlandse zaken Condoleezza Rice’ speech was: “Hongarije als model voor de wereld”.

Ik kan de Orbán-fobicussen geruststellen: ook nu is Hongarije een model. Nu elke dag nieuwe bewijzen het daglicht zien hoe het lot van Europa met geld van George Soros door de zichzelf als globale ordebewaarder beschouwende VS wordt gemanipuleerd, is Hongarije een prachtig voorbeeld van hoe je zonder de bondgenootschappen te verslappen, toch weerstand kunt bieden en je kunt vermijden dat je je schikken moet naar de wensen van de sterkste. Hoezeer de provocateurs van Soros dat ook zouden willen!

Tegelijkertijd zal de globale Hongaarse gemeenschap, waaronder de succesvolle Hongaarse gemeenschap in de VS, het vreselijk jammer vinden als blijkt dat zelfs een buitengewone gelegenheid als de zestigste herdenking van 1956, niet genoeg aanleiding vormt voor het meest miniscule gebaar waarmee de superpower kan laten blijken dat het haar spijt dat ze er in 1956 niet was om te helpen, maar dat ze blij is, dat op dit moment de vruchten van de revolutie toch zijn gerijpt.

Vanzelfsprekend is met name de tweede paragraaf van belang en als relatiedeskundige stel ik hier vast dat er voor beide levenspartners – zij die of van de ene, of van de andere kant gemangeld werden tussen WO II en socialistisch regime – nog hoop op verzoening open lijkt te staan.

Waarbij ik er ontegenzeggelijk ook in kan komen dat men de vehementie en ostentativiteit van de argumentatie een beetje een …-luchtje vindt hebben:

 

De vijfde colonne zit in de verzoening

bevrijdingIn het niet gevoerde debat over het politieke bestel in Hongarije balanceren de kans op verzoening aan de ene en de tendens tot polarisering aan de andere kant. Echte verzoening komt niet uit de lucht vallen, zoals iedereen met een partner, kinderen of een tekkel wel weet. Het is een moeizaam, in psychologisch opzicht een hooggewaardeerd en een tikje mysterieus fenomeen, compleet met catharsis en met veranderende zelf- en wereldbeelden tot gevolg. Als het goed gaat, tenminste.

De uitkomst is namelijk ongewis en kan leiden tot het (moeten) loslaten van comfortable overtuigingen en het (moeten) omarmen van archetypische vijanden. Onderweg is juist polarisering geen onbekende reisgenoot. Er dient geluisterd te worden naar elkaar. Oud zeer wordt uitgesproken en dat doet weer pijn, net als chilipeper.

Als Hollywood verzoening wil bewerkstelligen door films over de Holocaust met een Oscar te feteren, dan hebben zij die zich in de beklaagdenbank voelen staan, al snel genoeg daarvan en zullen dergelijke ‘verzoeningspogingen’ als te aggressief afwijzen. Eventueel worden vervolgens door echte leperds de sentimenten bij elkaar geschraapt en tot categorische probleemvisies herkneed. Zo wordt verzoening weer polarisering en dat weten ze in Hollywood natuurlijk ook best wel.

Hongarije steekt gelukkig nog steeds magertjes af bij andere ontwrichte samenlevingen, zoals Rwanda, het Rusland van na de Gulag of de landen van voormalig Joegoslavie. Toch zijn er in de vorige eeuw meerdere malen belangrijke kansen op verzoening blijven liggen. Zo schrijft Andrea Pető, verbonden aan de Central European University als Holocaust-onderzoeker, over de volkstribunalen die direct na WO II in Hongarije werden opgericht. In beginsel kunnen die worden beschouwd als een goedbedoelde poging om de oorlog en de begane misdaden een plaats te geven, de sociale orde te herstellen en, ook, openbare lynchpartijen te voorkomen.

“The People’s Tribunals were [expected to “deal with” the emotion of hate from both sides], to start the process of normalization and to reconstruct social cohesion by determining the meanings of social interactions during World War II. As a part of the post-war normalization they were supposed to transmit moral judgments about emotions and about the acts stemming from them. Their function was also to punish and to serve as a warning to the perpetrators. The legal language of the court served to mediate and express emotions. The court was a highly structured space for communicatioin between criminals, victims, and witnesses.”

Pető stelt vervolgens vast dat het instituut niet heeft kunnen bijdragen tot een voor alle partijen bevredigende verzoening. De redenen hiervoor waren divers.

  • Dergelijke tribunalen moeten aan allerlei expliciete, impliciete en intersubjectieve verwachtingen voldoen – van slachtoffers, daders en getuigen, waarbij de omstandigheden vaak niet open staan voor meer dan de primaire juridische aspecten, de feitelijke (technische) schuldvraag. De andere niveau’s die van belang worden geacht – een pragmatisch niveau waarop deals worden gesloten tussen de deelnemende partijen en een emotioneel niveau waarop de slachtoffers catharsis kunnen bereiken en daders schuld kunnen accepteren, kwamen in Hongarije niet uit de verf.
  • Door de technische ‘individualisering’ van de rechtsgang – dader-verdachten wrongen zich in bochten om hun schuld af te kunnen laten glijden – werd er ruimte geboden aan nieuwe alternatieve ‘narratieven’ van daders en de nabestaanden daarvan.
  • Dit werd nog versterkt door de omstandigheid dat de rechtsprekenden van onbesproken gezag dienden te zijn, i.e. joden die voorheen waren uitgesloten van het ambt kwamen bij uitstek in aanmerking om de tribunalen te leiden.
  • Waarbij ook meespeelde dat op instigatie van de Communistische Partij, die haar positie wilde verstevigen, op belangrijke politici geconcentreerd werd en later zelfs volledig nieuwe aanklachten mogelijk werden die weinig meer te maken hadden met de holocaust en de oorlogsmisdaden.

De tribunalen, die hadden kunnen fungeren als een ritueel voor het omgaan met haat, leidden zo tot de situatie dat de 70.000 aangeklaagden op hun beurt al snel weer zelf martelaren werden en er van een nieuw, gedeeld narratief geen sprake kon zijn.

Een tweede moment van grote betekenis had natuurlijk 1989-1990 kunnen wezen. Net als vele andere voormalige oostbloklanden, bleek ook Hongarije niet van zins deze kans te grijpen om zich van haar verleden te kwijten. Een kwart miljoen mensen heeft als verklikker voor de Partij actief meegewerkt om de onderdrukking onder het Kádár-regime tot stand te brengen. Nog steeds is het vrijwel onmogelijk inzage te krijgen in de archieven (alleen het eigen dossier kan worden ingezien – weggelakte namen – of voor onderzoek – eveneens met bescherming van privacy).

Slechts een enkeling is in al die jaren uit zichzelf met de belastende waarheid naar buiten gekomen en heeft spijt betuigd. De overgrote meerderheid van grote en kleine verklikkers ziet echter van dag tot dag de kans dat zijn of haar buurman of buurvrouw ooit nog eens aan de deur komt om verhaal te halen, langzaam afnemen en is daar content mee, helaas. Recent zijn, ter gelegenheid van de Dag van de Slachtoffers van het Communisme, de gegevens beschikbaar gekomen van wel 500 mensen die betrokken waren bij het neerslaan van de revolutie in 1956.

Verzoening, zo lijkt het, is niet iets waarom je bij de Fidesz hoeft te komen. Fijne autoritaire leiders, dat wel. En vijandsbeelden, natuurlijk. Het wij-zij denken beleeft zijn hoogtijdagen en er is geen uitzicht op verbetering.