Tag Archives: Viktor Orbán

Er is een roos ontsprongen …

En de veteranen rollen over elkaar met veel gezucht, deskundige adviezen en meewarige waarschuwingen:

  • wat dapper
  • wat een clown
  • waar zitten de gaatjes in het Fidesz pantser voor deze pijl?
  • maar goed dat ze geen ‘verleden’ heeft
  • maar ze heeft wel een heden – ze werkt voor een stichting met politieke doelen
  • maar dat is ongehoord
  • maar wel logisch
  • laten we haar maar snel weer vergeten
  • dit is het laatste onderwijsproduct dat de Fidesz nog schade toe kan brengen
  • etc

veel van hetzelfde van alle kanten maar dan om net iets anders.

Overeind staat dat dit meisje niet minder is dan een belofte. Iets waarop velen zaten te wachten. Maakt niet uit of ze de nieuwe uitdager van OV wordt. Misschien vinden ze weer iets om het tij te keren. Heeft ze wel hamsters gemarteld of klasgenootjes afgeperst. Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat hier even een vergezicht geboden is, dat ons niet alleen confronteert met haar en wat ze voorstelt maar ook met onszelf en wat we positief – naar omstandigheden – voor kunnen stellen.

Als het stemmetje dat zegt: Waarom ook niet? Het zou best kunnen …

Je hoort wel eens dat Fidesz misschien wel verre van ideaal is maar dat niemand anders in aanmerking komt om het land bij elkaar te houden. Een sterke hand krijgt nog altijd meer gedaan dan slappe hap. Persoonlijk geloof ik dat niet, want ik heb ooit het optimisme gezien – in andere tijden – maar bovenal heb ik de structurele afbraak gezien die Fidesz de afgelopen jaren meende te moeten verzetten.

Het wordt hoog tijd dat er getimmerd gaat worden. Demo’s en burgelijke ongehoorzaamheid, tussentijdse overwinningen in lokale verkiezingen en fijne, mediagenieke meiden zijn allemaal leuk en aardig voor momentum maar een echte vuist tegen de afbraak is vaak ook een hand naar de medemens.

Want Fidesz, die houden we zelf overeind. Met onze angsten, onze aversies, onze rethoriek. Allemaal, samen, tegen elkaar.

Tijd voor vervelling!

De bruidschat van Seuso: Hec Sevso tibi …

Aggtelek

Hec Sevso tibi durent per saecula multa
Posteris ut prosint vascula digna tuis

(May these, O Sevso, yours for many ages be
Small vessels fit to serve your offspring worthily)

En opeens is het internet weer vol van Rahel Orbán, de dochter van. In de weer met hotels, docent aan Corvinus Universiteit, deelnemer aan een besloten maar belangrijke toeristische bijeenkomst, zwanger en plukkend aan Egerszalok (dat toch al verpest was).

Laat duizend bloemen bloeien – okee: laat het er dan honderd zijn. Tamás Gáspár Miklós (TGM), een vroegere makker van de oude Orbán maar nu fervent criticus van FIDESZ, heeft al eens aangegeven dat kinderen wat hem betreft niet kan worden aangerekend wat hun ouders uitvoeren. Als die kinderen, bijvoorbeeld, gefotografeerd worden terwijl ze autorijden met een mobiele telefoon in haar hand, zou dat geen reden mogen zijn om haar te vierendelen. Klinkt logisch, een dochter van een minister-president is toch een ander beest dan een prins, of zo.

Maar die verantwoordelijkheid ligt wel aan drie kanten. De roddelbladen hielden zich sowieso niet eraan. De persstaf van FIDESZ ook niet. Nu blijft over de vraag wat Rahel zelf gaat doen.

Op de foto’s is zichtbaar dat vader echt vreselijk trots moet zijn en in een aandoenlijke ‘verwarring’ is in haar nabijheid. Dat zij van de drie kinderen de grootste pr-asset is, was of wordt, is duidelijk.

Het volgende script is nu te mooi om zonder doordenken in de prullenbak te gooien.
1) Wat zou u uw kind geven als dat gaat trouwen? Juist!
2) En wat als ze gaat trouwen en u zo ongeveer de belangrijkste en machtigste man van het land bent. Juist!

Het hele verhaal van de Seuso schat ga ik niet vertellen, daar is het te mooi voor. Het komt erop neer dat de verzameling zilveren voorwerpen uit de Romeinse tijd stammen. Hoogstwaarschijnlijk is het servies afkomstig uit de Balaton regio – daar duidt een inscriptie op – waarna rond 1980 onder raadselachtige omstandigheden het overgebleven deel van de verzameling – 15 stuks – in Engeland is terechtgekomen. Hongarije heeft nu de helft teruggekocht en lijkt te azen op de rest. Behalve de bekende stukken moet er trouwens nog veel meer zijn aan kelken en bekers.

3) Viktor heeft de Seuso schat in 2014 (rond het huwelijk van zijn dochter) met veel persoonlijke bombarie ‘thuis’ gehaald en heeft het regelmatig over het Hongaarse familie-zilver (“Magyar családi ezüst”).
4) De verworven eerste helft van de schat ging daarop (tijdelijk) naar Székesfehérvár, (dichtbij Balaton, okee, maar ook niet al te ver van Felcsút). Sindsdien is het erg stil.
5) De interesse van enkele bezielde leiders in kunst is afgelopen maanden wel gebleken, evenals hun losse omgang met nationaal eigendom.
6) En ook de minister-president zelf houdt wel van een kunstje: zo wil hij voor 1 miljard forint kunst gaan installeren in zijn nieuwe optrekje, op de Burcht.

Uitsmijter: zijn dochter had aantoonbare interesse voor het familie-zilver – zij was bij de persconferentie waar pa de aanschaf bekend maakte, in maart 2014.

De symboliek van losse draadjes en magnetische velden – veel nakomelingen, lang gebruik, etc – past te mooi in een Orbán-dynastie om toeval te zijn. Laten we de zaak in de gaten houden (bijvoorbeeld, als iemand snapt wat hier bedoeld wordt, dan houd ik me aanbevolen).

Eén ding is zeker: we zullen nog horen van Rahel.

Ze heeft de uitgestoken hand van TGM niet geschud.

Soros, Horthy, Putyin, Orbán: kwartet!

temetoZe flirten met Moskou, flirten met Horthy, met het Vaticaan (als het zo uitkomt). Ze flirten met alles, vooral, waaruit maar blijken zal dat ze anders zijn. Nostalgie is daarbij slechts een ingredient, nooit het doel.

Wat is juist en wat is veilig om hier te denken? Het politieke geborrel en geknetter in de Fidesz ketels lijkt vaak niet meer te betekenen dan het geexperimenteer van een eclectische klasje adhd’ers zonder toezicht. De regering lijkt ondanks alles wel een zakenkabinet dat met kunst en vliegwerk de Hongaarse boot zo lang mogelijk drijvende dient te houden (totdat onmiskenbaar het moment aangebroken is dat de bodem er werkelijk uitvalt en de bemanning vluchtelingenstatus op de Kaayman-eilanden kan gaan aanvragen). Zo doen de sprinkhanen dat immers al eeuwen!

Toch verdient – al is het alleen maar omdat we onzelf serieus nemen – een gedegener beschouwing de aandacht. In de eerste plaats vanwege de vraag wat erna zou kunnen komen. In de tweede plaats omdat erop gelet moet worden of de toegebrachte schade niet onherstelbaar is.

George Soros hoeven we daarbij niet sympathiek te vinden. Zijn speculaties tegen het Engelse Pound – tegen de Engelse Nationale Bank; tegen de Engelse burgers – stonden in 1992 aan de wieg van zijn enorme fortuin. Dergelijke acties kunnen moeilijk uitgelegd worden als gebaar van naastenliefde. Ook al lijkt hij als filantroop het beste voor te hebben met onderdrukte volkeren, zijn geld verdient hij ontegenzeggelijk net zo hard weer terug door op het hoogste niveau mee te plassen in het hoge gras van het hyperkapitalisme.

In Hongarije is Soros oa verantwoordelijk voor de Central European University en andere programma’s van de Open Society Foundation. Dat voor veel Hongaren, die deze verdwaalde appel eigenlijk alleen van zijn filantropische escapades zullen kennen, de naam Soros op één lijn staat met die van de duivel, mag dan ook een wondertje van social engineering heten.

Desalniettemin heeft Soros met regelmaat iets in de Hongaarse melk te brokkelen. Waarom men daar zo gevoelig voor is, is weer een mooie psychologische invuloefening: ‘slim oompje verlaat ons, heeft vervolgens succes en ook nog kritiek op ons’, denk ik dat het is. Zoals hij fervent anti-republikeins stelling neemt in de VS, is hij behoorlijk anti-Putyin en ook zeer kritisch op de Fidesz in Europese aangelegenheden.

Een interview met hem – in de Engelse versie – is te vinden in New York Post review of Books. Hongaars staat hier. Interessant zijn de accentverschillen – de Hongaren focussen op het verwijderen van Orbán (wat moeilijk is), de Amerikanen op de toekomst van de EU (on the verge of collapse). De mooiste uitspraak in het interview vind ik persoonlijk: “Hij is niet zo intelligent als Orbán”, over de Poolse Jaroslaw Kaczynski. Daarmee laat Soros toch even zien dat zijn hart nog altijd op de goede plek zit!

Maar goed. In het kort: Soros krijgt de eer volgens de regering mede achter de grote aantallen vluchtelingen te zitten. Dat lijkt me zelfs voor Soros een tamelijk kranige prestatie – als ik iemand aan zou moeten wijzen, dan zijn dat de Russen, maar dit terzijde. Het gaat er maar om dat volgens de Hongaarse regering Soros niet mag brokkelen. Niet in hun melk, welteverstaan.

De Open Society heeft evenwel enige tijd geleden al een 6-puntenprogramma opgesteld, dat, niet verwonderlijk, botst met dat van de regering. Details wil ik even niet op in gaan, alleen dat het niet is toegestaan deel te nemen aan het debat dat alleen de regering mag voeren. Een debat gevoerd in jubelstemming met als leitmotif dat Hongarije fantastisch bezig is. Wanneer zegt iemand toch eens tegen die lui, dat – zoals bij ons in huis behalve de hond iedereen kan zien – er logischerwijs toch echt het één en ander niet aan spoort?

Hongarije klopt zich al op de borst alsof zij de crisis hebben opgelost. Maar wat Hongarije heeft gedaan – het hek – kan toch alleen maar werken omdat de anderen dat niet hebben gedaan? Het is toch geen oplossing? Het was een signaal, OK. Het was een relatief instrument, OK. Maar het is geen oplossing. Kan het niet zijn. Als van Spanje via Italie tot en met Griekenland iedereen hekken gaat plaatsen, dan komen vanaf volgende week maandag toch die stromen met mensen ook weer Hongarije binnen? DOOR dat mooie hek? Weg van de minste weerstand? Basic natuurkunde, zelfs met adhd!

Brussel kan de problemen niet oplossen en Hongarije in haar eentje al helemaal niet. Orbán ook (net) niet, geloof me! Weglopen van onderhandelingstafels, bluffen, dwepen met je ‘inzichten’ in achterafzaaltjes in Beijeren, felicitaties in ontvangst nemen omdat je anderen met gemeenschappelijke (ook jouw) problemen opscheept en dan ook nog dreinen dat je wel de financiele middelen wilt voor dingen die je niet levert, – dat is toch te pijnlijk voor woorden?

Als het zo gaat – en met Polen op de bolderkar erbij lijkt het al ras verder in die richting te gaan – dan is het moment aangebroken dat Orbán werkelijk kan gaan omkijken naar nieuwe vrienden.

En in Szigetvár wordt een minaret gebouwd.

Wat willen ze nou eigenlijk?

 

Op de thee bij de woordvoerder – een reportage

Terrorhaz_smallHet dubbeldikke kerstnummer van Elsevier heeft zowaar iets over Hongarije! Beter zelfs: iets over heel Midden Europa! En het nieuwe onafhankelijkheidsdenken aldaar.

Daar verkneukelen we ons natuurlijk op, hier bij Ongersman. Ik bedoel, wij zijn ook maar doorsnee staatsburgers met beperkte middelen en horizon; geen haar op ons hoofd die erover denkt om deze uitgestoken hand, deze vast kloeke analyse van een dergelijk gerenommeerd instituut van het vrije woord onopgemerkt aan ons voorbij te laten gaan! Mogelijk blijkt Elsevier de sextant die ons – al of niet over Brussel – naar huis weten te loodsen?

Mwah. Wat voor politieke agenda het tijdschrift Elsevier tegenwoordig ook heeft, het heeft in ieder geval geen wortels meer in het aloude ‘hoor en wederhoor’.
Het stuk opent met Hongarije, om precies te zijn met een halfslappe inleiding waarin György Konrád ook even langs komt zwenken en een uitgever mag vertellen dat Boedapest veilig is voor joden en dat hij echt niet meer weg wil, zelfs niet met zijn twee kinderen! Fantastisch nieuws!
Dan landt de reporter in het parlementsgebouw en regel één van de journalistiek blijft aan zijn laars gelapt voor de deur staan: laat je als pers nooit overdonderen door opdringerige architectuur, pluche tapijt en meubelair of de goedige bruine ogen van de woordvoerder.
Ik vermoed dat vooral dat laatste is misgegaan. In vier paragrafen raakt het onderscheid tussen citaat en vulling (achtergrond, feitenrelaas) al snel zoek.

“De nieuwe machthebbers bleken bovendien net zo corrupt als de communistische leiders van wie hun ouders de waterdragers waren. In 2010 greep Fidesz haar kans. De economische crisis had toegeslagen en 500.000 Hongaren verlieten het land. De socialisten gaven zelfs toe te hebben gelogen. Het was tijd voor een echte Hongaarse oplosssing.
Orbán bood die met Fidesz. Hij hamerde het erin: Hongarije is altijd onrecht aangedaan. Met Westerse politiek ideeen als liberalisme en socialisme zijn we niets opgeschoten. Nu is het tijd om zelf de koers te bepalen. Het leidde tot een overwinning en in 2014 kreeg hij zelfs de absolute meerderheid. Sindsdien is de steun voor hem alleen maar gegroeid.”

Als hij maar af en toe (on cue, dus) grijnst of met understatement reageert, dan sluit het verhaaltje van Zoltán Kóvács naadloos aan bij de vroegrijpe pennevrucht van Jelte Wiersma: Turken, slachtofferrol, corruptie, 5 miljoen buitendijkse Hongaren, Fidesz dat haar kans grijpt (de term ‘De Boys van Fidesz’ valt, – waar komt die vandaan?) Fidesz van het platteland, wars van multiculturaliteit ‘Wij zijn niet gewend aan zwarte mensen’ (Kóvács) en ook: ‘Wij zien de realiteit onder ogen en handelen daarnaar’ (Kóvács). Dachten westerlingen dat een land als Hongarije hun ideeen zou overnemen, inmiddels nemen westerlingen Hongaarse politieke ideeen over (Jelte Wiersma) tot en met de uitsmijter van Kóvács – met wederzijdse instemming: ‘Politiek ontwikkelt zich altijd’.

Het zou te flauw worden om de ‘foutjes en fouten’ eruit te gaan zitten vissen; dat is het werk van de redactie van Elsevier, vind ik. Groter probleem zijn de schijnbaar typische Hongaarse verschuivingen waarvoor je zo te zien toch wel een neus moet hebben (waarna je ze vanaf dat moment dan ook overal ruikt):
– Zo was de overwinning van Fidesz in 2014 geen verbetering van het resultaat van 2010;
– Zo worden de 500.000 Hongaren die naar het buitenland trokken ook en nog wel meer, waarschijnlijk, gebruikt om het falen van Fidesz aan te kaarten (vanaf 2010, dus);
– Zo is de populariteit van Fidesz op zijn zachtst gezegd sindsdien niet stijgende;
en natuurlijk, mijn favoriet:
– Zo is het te pas en te onpas van stal halen van het gelieg van de socialisten – heb er op zich geen moeite mee, daar niet van, maar dan moet het wel wat toevoegen – ongeveer net zo steekhoudend als beweren dat de ‘Boysz van Fidesz’ familie heeft gehad in de Pijlenkruizers, om maar een zijstraat te noemen.

Maar goed, discussie dus NIET gesloten,

De brutalen hebben de halve wereld (nog wel!)

visegrad kasteelEr is een zeer integer rapport verschenen. Van zeer integere mensen, die bij een nog integerder organisatie werken. Het rapport gaat over vertrouwen. Politiek vertrouwen. In Europa. Maar ook in Hongarije.

This study summarizes the findings of Political Capital’s research on the nature and tendencies of political trust. Trust is a phenomenon with many facets. It is hectic and stable at the same time, depending on geography and the object of trust. While a certain level of trust is inevitable for a well-functioning society, mistrust is also necessary: healthy democracies are based on a fine balance between trust and mistrust. However, the balance seems to have tipped and distrust has become dominant in Europe. As a consequence, we can observe a growing influence of conspiracy theories. Besides the in-depth analysis of these topics, the study also contains recommendations on how to build and strengthen trust.

Zo ongeveer, dus.

Ik had bijna hetzelfde gevoel in mijn buik, bij het lezen hiervan, als bij het lezen van Hadewijch.

Ic en mach minnen noch laten.

Zou het echt waar zijn?

Zouden er echt een miljoen Hongaren zijn, die wel degelijk weten wat voor land ze willen, maar die geen partij kunnen vinden om op te stemmen?

Zou tot dan de enige hoop werkelijk gelegen zijn in al die losse vingertjes – van de pers, van toegewijde pedagogen, van zorgvuldige medici, van waakzame burgers, enzovoorts – die nu nog dag in, dag uit, de dijk ingaan?

Deze vinger is, helaas, geknakt:

……

(dramatisch tromgeroffel)

vandaags nieuwste:

In het wetsvoorstel “Az egyes törvényeknek a Nemzeti Adó- és Vámhivatal átalakításával, valamint a költségvetési tervezéssel és gazdálkodással kapcsolatos módosításáról” (wijzigingen in enige wetten in verband met de herzieningen van de belastingdienst en planning van en bewindvoering over de begroting) – afgelopen maandag ingediend, gisteren (dinsdag) aangenomen – zijn zo’n dertig aanpalende wetten aangepast. In aanmerking genomen dat er één dag was om de 58 pagina’s te bestuderen – het is blijkbaar hard werken in een democratie – zou je haast denken dat het om een hamerstuk zou moeten gaan.

….

Eén van de vele te wijzigen stukjes tekst is iets in de wet op openbare aanbestedingen, waar nu ‘in plaats van punt “2” komt te staan: “met de in a-i aangeduide persoon in gezamenlijk huishouden levend.” ‘

Waarmee het in een klap mogelijk is geworden voor broers, zusters, kinderen, zwagers, schoonzussen en allerlei andere familie van een trits hoge ambtenaren (belastingdienst, Bureau Statistiek, rechtelijke machten, autoriteit voor mededinging, autoriteit voor openbare aanbesteding, – plus natuurlijk de usual politici: president, premier, kamervoorzitter, en de vices en de ministers, om aan alle openbare aanbestedingen mee te doen waarvan ze tot nu toe waren uitgesloten vanwege het gevaar op belangenverstrengeling.

Oh ja: Ingaand met terugwerkende kracht op 1 november 2015, dus iemand van bovengenoemde personen was al begonnen.

Wie houdt hier nou wie voor de gek? En hoe?

‘t Is maar een spelletje … (KHF-2)

spelletje_small“Na ugye”

Vanavond, 15 november 2015, heeft voetballend Hongarije geschiedenis geschreven. Na de winst op Noorwegen met 2-1 in eigen huis, kan Hongarije door naar het EK. Geen kleine overwinning: voor het eerst in 30 jaar mag het land weer eens deelnemen aan een groot voetbaltoernooi; voor het eerst in 44 jaar aan specifiek het EK.

Dat was lang wachten! In de jaren 50 van de vorige eeuw waren de verrichtingen van de Arany Csapat, het (Gouden) Hongaarse voetbalelftal, ongeveer de laatste aanleiding voor de gemiddelde Hongaar om trots te zijn op zijn land. En voor velen ook de eerste.

De naam Ferenc Puskás is nauw verbonden met dat succes. De legendarische aanvoerder bracht zijn team tot een tweede plaats op het WK van 1954 (achter West-Duitsland). De verwikkelingen rond 1956 trokken een flinke wissel op zijn carriere: het Honvéd clubteam speelde net in het buitenland toen de revolutie uitbrak en besloot niet terug te keren. Puskás kon pas na een tweejarig voetbalverbod van de UEFA aan de slag voor Real Madrid.

Democratisch Hongarije rehabiliteerde Puskás in 1993, waarna hij tot vlak voor zijn dood in 2006 nog regelmatig gehuldigd en geeerd werd. Dat geeft niet alleen aan hoe groot en belangrijk zijn prestaties waren; het laat ook zien dat de echte winnaars, de positieve rolmodellen, voor jonge Hongaren niet voor het oprapen liggen.

Voetbal en politiek zijn in Hongarije een nieuw huwelijk aangegaan. De regerende partij van premier Viktor Orbán – met de man zelf voorop – dicht het voetbal namelijk een belangrijke gidsrol toe. Of hij houdt er zelf teveel van, dat kan natuurlijk ook. Feit is dat momenteel een deel van het ‘volk’ juicht in en om de al gebouwde en de nog geplande stadions voor het volksspel. Een ander deel gruwt van de brood-en-spelen mentaliteit van de grote aanvoerder en moet bijvoorbeeld niets hebben van de nieuwste plannen om voetballes verplicht te maken op Hongaarse scholen.

Orbán zelf, aanwezig tijdens de bewuste wedstrijd, moet ongetwijfeld gedacht hebben (met een Hongaarse variant op Johan Cruijff): elk voordeel heeft potentieel nog meer voordelen! Zijn twitterreactie liet weinig te wensen over: een simpel “Na ugye”, wat iets betekent tussen ‘Toch, he?’ en ‘Nou dan!’ in.

Hoe het ook zij: na de wedstrijd, live op de televisie, glunderde de verslaggever van de staatsomroep niet alleen vanwege de doelpunten. Wat er als eerste bij hem opkwam was – nou wordt het even goed opletten: de gedachte aan de reactie die zijn collega van de Noorse televisie gaf (die sloeg zich schijnbaar op de knieen van opluchting, een week of wat geleden) toen bekend werd dat Noorwegen en Hongarije tegen elkaar uit zouden komen. Wraakgevoelens alom. Hij stond in ieder geval midden tussen de Lonsdale Boys en de Ria-Ria-Hungaria schreeuwers en liet zich met genoegen op de schouders slaan.

Datzelfde kon niet gezegd worden van de verslaggever van de ATV, een meer aan de oppositie gelieerde omroep. Vlak voor de wedstrijd, ter plekke bij het stadion, meldde die zuinigjes dat er zekerheidsfunctionarissen rondliepen met zware wapens, dat de supporters zeer opgewonden waren en dat die zelfs met hen (de tv-ploeg van ATV) problemen hebben en dat terwijl zij (de tv-ploeg dus) Hongaren zijn, – even pauze, om er half lachend, half verontschuldigend aan toe te voegen: volgens hen dus niet!’

Geen grote, wereldbestormende ontwikkelingen maar wel symptomatisch voor de zich verwijdende breuk waar op afgestevend wordt in dit land dat het recht van de sterkste tot grondrecht heeft verheven.

Volgende keer: vluchtelingen komen en emigranten gaan.