Tag Archives: Vluchteling

Tudja? – stemadviseur 1: ‘Doorbreek de hyper-hypocrisie!’ (TGM)

ongersman.nlHet referendum komt eraan en ook bij de oppositie positioneert men zich voor het spektakel van het jaar: is nu wegblijven, “Ongeldig” stemmen, of “Ja” stemmen de beste oplossing? In deze miniserie enkele belangrijke opvattingen en sleutelfiguren, soms tegen wil en dank. Eerste deel: Tamás Gáspár Miklós.

In de jaren na de Omwenteling van 1989 was de Hongaarse politiek –  net als de rest van Oost-Europa – hard toe aan een grondige positiebepaling. Wat is progressief en conservatief, wat is ‘links’ en ‘rechts’ nog of weer ten opzichte van het socialisme dat op de schop ging? Waar sluiten we bij aan, welke globale politieke trends en ontwikkelingen zijn er, wat biedt het post-moderne tijdsgewricht?

Tamás Gáspár Miklós was erbij. TGM was erbij als schrijver-filosoof, activist en zelfs als parlementslid. In zijn klassieke tekst búcsú a baloldaltól (‘afscheid van links’) uit 1989 probeerde hij het politieke landschap te schilderen waarop Hongarije de komende decennia uit de voeten kon. Zoals het een goed psycholoog betaamt, werd hij toen al en nog steeds door zijn patienten beurtelings op de schouders gehezen en van onderen afgezeken (wat hij hier zeggen wil over het nieuwe systeem dat door Orbán cs wordt verwezenlijkt, blijft namelijk zelfs voor het links-kritische NOL-publiek grotendeels in het ongewisse).

Gelukkig lijkt TGM zich in deze tijden van referendum en andere onbestemdheden weer meer te gaan roeren. In een eveneens recent Egyenes Beszéd aflevering over vluchtelingen zegt hij (minstens) twee interessante dingen:

  1. De omstandigheid dat in Hongarije de medemenselijkheid zo weinig voorstelt, dat er vier miljoen mensen zijn – zieken, werklozen en andere economisch zwakkeren, bejaarden, daklozen – die structureel niet door de samenleving geholpen worden en ook niet geholpen zuillen worden, die omstandigheid maakt dat het voor veel Hongaren een psychisch te grote stap is om een (zelfs beperkt) aantal vluchtelingen op te nemen (te helpen, etc).
  2. Het opperen van de mogelijkheid hulp te bieden aan een (zelfs beperkt) aantal vluchtelingen wordt door de tegenstanders van dergelijke hulp gezien wordt als een persoonlijke aanval, alsof zij, de tegenstanders, slechte mensen zouden zijn. Pertinent en massaal weigeren is dus voor het zelfbeeld een betere keuze.

Staat u mij toe hier nog één puntje van mezelf aan toe te voegen en wel over het verkeer in Boedapest. Slimmere mensen hebben gezegd dat het verkeer geen afspiegeling vormt van de samenleving, of liever: dat de verkeerscultuur van een land of een stad een zodanig afgesloten sub-cultuurtje vormt, dat verregaande parallellen met het basismateriaal niet zonder meer getrokken mogen worden, desalniettemin meen ik persoonlijk dat in vergelijking met de Duitse, de Nederlandse, de Beligische of de Italiaanse situatie de Hongaarse straatgevechten van de kant van de ‘slachtoffers’ – bij voordringen, bijvoorbeeld – een al te grote lijdzaamheid tentoonspreiden. Zelden of nooit wordt er opgetreden tegen de ‘bunko’s’. Het merendeel van de weggebruikers lijdt onder de slimmigheidjes van een kleine minderheid – waar kennen we dat van – en doet er weinig aan. In het openbaar zijn Hongaren namelijk, met een mooi Hongaars woord, al te jámbor (coulant, meegaand) ingesteld.

En, volgens mij, niet alleen in het verkeer. Deze mentaliteit heeft in eerste instantie kenmerken van een plattelandsmentaliteit. Het oude respect of liever nog ontzag dat Hongaren hebben voor zwarte audi’s en grote mercedessen, en in groter verband voor Boedapest en wat daar gebeurt, misschien ook nog wel voor het Wenen van vroeger maar in ieder geval voor Brussel van nu, voedt diep onder de oppervlakte de wortels van dit hyper-hypocriete fenomeen. Gek genoeg komt Fidesz namelijk ook van het platteland en is eigenlijk anti-elitair. Vandaar dat ze zo hard bezig zijn zichzelf een houding te geven en tegelijkertijd te breken met de stadse elite. Vandaar de wat spastische oplossingen voor de oude toestanden die nu volgens de Partij doorbroken of omgebogen dienen te worden: de regressieve feestelijkheden rondom de Grondwet, dat gedoe met die paarden op het Hősök tere, het regeringskwartier dat niet door ging, de verhuizing van president en premier naar de burcht met alle toeters en bellen van dien en nog veel meer zaken waarbij Fidesz vooral aan zichzelf duidelijk probeert te maken dat het zwaartepunt wat haar betreft niet meer dáár, niet meer in het oude centrum, niet meer bij die instituten ligt, maar ergens anders.

En noodgedwongen is dat ergens anders vaak een terug: een terug naar af, een terug naar vroeger, een terug naar het platteland, een terug naar de essentie. Zoeken-zoeken-zoeken, dus, als een patient bij de psycholoog.

En terug naar TGM, (hopelijk), die dat prima in de gaten lijkt te hebben. In ATV’s Egyenes Beszéd Ráadás  mag hij bijvoorbeeld komen uitleggen dat Bayer Zsolt – stelt u zich dit eens voor – tot inzicht zou zijn gekomen!

TGM: “Maar dan nog is het opmerkelijk dat Bayer Zsolt vandaag in een interview met Mandiner gezegd heeft: ‘Ze hebben gelijk, die mensen die protesteren tegen mijn optreden [de mensen die hun onderscheidingen hebben teruggegeven, ongersman]'”

Commentator: “Ach dat gaat alleen om het schelden, verder verandert er niets.”

TGM, feller: “Nee, het gaat erom, dat hij gezegd heeft dat het niet kan wat hij doet of gedaan heeft. Dat hij heeft ingezien dat hij verkeerd bezig is geweest!”

Ik kan uren naar hem luisteren. Mensen zoals hij confronteren je met je eigen geloof, je diepe wens om op jezelf te durven vertrouwen, je eigen afwegingen te durven maken. Om het niveau van ‘de splinter in het oog van de ander en de balk in je eigen oog’, dat we zo gewend zijn te hanteren, te overstijgen en in te ruilen voor – op zijn minst – ‘zij die zonder zonden zijn, werpe de eerste steen’.

Stemadvies TGM: “laten we goede mensen zijn” – JA

 

 

Regressie is niet altijd economisch

De campagne tegen de immigranten neemt een nieuwe wending met de inzet van twee ‘gerenommeerde’ veiligheidsexperts.

Eerst de klassieke copy-paste van Nógrádi – waar ken ik die toch van – György, veiligheidsexpert.

In Europa dachten de leiders dat ISIS-strijders de oversteek van Turkije naar Griekenland nu niet meer zouden kunnen maken, maar wat blijkt: dat kunnen ze wel! En nu zijn ze ondergedoken en onmogelijk te achterhalen.

Híradó (het staatsjournaal) en daarna natuurlijk de hijgerige portals als magyarido.hu, maken er op voortvarende wijze patat van: Nógrádi György heeft (met zeggen en schrijven bovenstaand citaat) namelijk volgens hun gezegd dat de opstanden in Kiskunhalas doorgestoken kaart zijn. Er was namelijk een woordvoerder opgestaan, die eerst een petitie en vervolgens een schandalige, gastheerbeledigende geste maakte door zijn makkers op te roepen te scanderen dat ze naar Boedapest wilden. Dat wordt verteld door een sergeant van de politie ter plekke. En de nieuwslezer, die plakt het fijn aan elkaar. Ze zegt nog net niet: “ISIS wil naar Boedapest!” maar het scheelt niet veel. Leest u in bovenstaand citaat ergens ‘Kiskunhalas’? Ik ook niet. En dat allemaal terwijl deze ‘csusztatás’ ofte wel dit ‘creatief citeren’ waarschijnlijk geheel overbodig was (of zelfs alleen mij nog maar stoort?): Nógrádi kennende was hij vast niet te beroerd geweest om direct in de camera te zeggen wat men horen wilde, zonder copy-paste.

De vloer is voor nummer twee! Kende u deze ook al? Földi László, een voormalig geheime dienst figurijn die ooit floreerde in het tweeduister vlak voor en na 1989, na een prachtnummertje reuzenslalom gepromoveerd tot veiligheidsadviseur van de Fidesz, stelt op staats-tv (citaat vanaf 8.08 min), dat:

Ik hoop dat ze Kiskunhalas tot krijgsgevangenkamp bestempelen.

Oorlog? Wat? Hoe? Waar? De asielzoekers die daar zitten en die afgelopen week in opstand zijn gekomen – ze wilden naar Boedapest maar dat mocht niet – zijn doorgestoken kaart, vijanden van Hongarije en ze houden zich ook al niet aan de regels (van de gastvrijheid?) Dus ja, dan kunnen we er maar het beste een krijgsgevangenkamp van maken.

Vluchteling = terrorist (die hadden we vorige keer al afgeleid)

Terrorisme = oorlog

Oorlog => gevangenen

Vluchteling = krijgsgevangene

Asielzoekerscentrum = krijgsgevangenenkamp


Ondertussen doet Gyúrcsány opnieuw een poging om de omineuze ‘rede van (Balaton-)öszöd te verklaren. Wat hij daarmee wil bereiken, is mij niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk in het gat springen, dat Schiffer en de MSZP in de ogen van kritische kiezers zullen hebben laten vallen?

De affaire, uit 2006 alweer, leidde tot massale (of in ieder geval heftige) protesten, het verlies van de gemeenteraadsverkiezingen in de herfst van 2006 en uiteindelijk tot zijn val als leider van de MSZP. Een clandestiene opname van de toespraak, gehouden in besloten groep, werd via nog immer onduidelijke wegen in de openbaarheid gebracht, waarna voor het boze publiek met name dit stukje van de speech van belang werd:

Er is weinig keus. Weinig keus, omdat we het verneukt hebben. Niet een beetje, maar heel erg. In Europa is er geen ander land dat er zo’n zooitje van gemaakt heeft, als wij. We kunnen het uitleggen. Het is duidelijk dat we hebben zitten liegen, de afgelopen anderhalf, twee jaar. Het was zo zeker als een klontje, dat wat we zeiden, niet waar was.

(vanaf 4.10 min)

Uitgeschreven is het tweede deel van de speech in het Engels op wikipedia te vinden.


Maar dan.

Doet u mij een plezier en kijkt u even naar de volgende checklist, en probeer aan te geven in hoeverre de stellingen opgaan voor Hongarije onder Gyúrcsány, en Hongarije onder Orbán:

1- Group members lose their individuality;

2- The group rallies blindly around the leader;

3- The leadership ruins “basic trust” within the family and creates a new kind of family hierarchy and morality that interferes with roles within the family (especially women’s roles), with normal childhood development, and with the adolescent passage;

4- The group becomes divided into “good” segments—those who obediently follow the leader—and “bad”—those perceived to oppose the leader;

5- The group creates a sharp “us” and “them” division between itself and “enemy” groups;

6- The group’s shared morality or belief system becomes increasingly absolutist and punitive toward those perceived to be in conflict with it;

7- The group uses extensive introjective and projective mechanisms and may experience accompanying massive mood swings from shared depressive feelings to collective paranoid expectations;

8- The group feels “entitled” to do anything to maintain its identity;

9- Group members experience increased magical thinking and reality-blurring;

10- The group experiences new cultural phenomena or adopts modified versions of traditional societal customs;

11- The group’s chosen traumas and glories are reactivated, resulting in a time collapse;

12- The leadership creates a break in the historical continuity of the group and fills the gap with elements such as “new” nationalism, ethnic sentiments, religious fundamentalism or ideology, accompanying “new” morality, and sometimes a “new” history of the group purged of unwanted elements;

13- Group members begin to experience the group’s shared symbols as “protosymbols,”

14- shared images depict enemy groups with symbols or protosymbols associated with bodily waste, demons, or subhuman traits,

15- the group experiences geographical or legal boundaries as a “second skin,”

16- the group focuses on minor differences between itself and enemy groups,

17- group members become overly concerned with the notion of  “blood” and an associated homogeneous or purified existence,

18- the group engages in behaviors symbolizing purification,

19- group taste has difficulty differentiating what is beautiful from what is ugly,

20- the group turns its physical environment into a gray-brown, amorphous (symbolically fecal) structure.

Als u het met me eens bent, dat Orbán hoger scoort dan Gyúrcsány, dan volgen we samen de gedachtengang van Vamik Volkan, de politieke psycholoog, die stelt dat volkeren net als individuen regressieve episodes kunnen ondergaan, die langer en intenser kunnen zijn naarmate hun leider sterker is en die regressie wenst te bevorderen.

Zelfs Lázár wordt liever door de hond gebeten, dan door de kat …

 

Kapitein Iglo in barensnood

OpusztaszerEr waren mensen die de activiteiten van de voetbalsupporters in Rome ergens nog vergoeilijkten. Of in ieder geval probeerden er iets aan uit te leggen, er iets van te begrijpen. Diep in deze verwarde barbaren zou bijvoorbeeld de banier kunnen wapperen dat “in Nederland niemand zich iets moet inbeelden, ook zo’n fontein niet!” Tenminste, zoiets las ik ergens. Zit vast wel wat in maar het leidt toch feitelijk gewoon nergens naar.

Er zijn er gelukkig al een stuk minder die de gebeurtenissen in Köln recht meenden te kunnen doen. In de billen knijpen als teken van antropolgische verwaarlozing of misschien wel juist pre-emancipatoire ontluikingsdrang. Jah … .

Door in stormachtige tijden op cruciale kruispunten de verlichte wegwijzers stevig te verankeren, blijft de positie van een vijand-gedragen regering het beste overeind. Sterker nog: die wordt verstevigd.

Eén van die wegwijzers is Nógrádi György. Veel gehoord veiligheids-expert, veelvuldig aanwezig op de Hongaarse buis. Hij heeft altijd zijn woordje (en zijn telraam) klaar en als het niet zeker is, dan doe maar voorzichtig.

Kijk maar naar de alarmfase-perikelen. Sinds november vorig jaar zijn er vier niveau’s:

  • 4: als er aanwijzingen zijn over dreigende terreuracties in Nato of EU landen waarbij Hongarije betrokken is of zou kunnen raken;
  • 3 (middelmatig): als de dreiging toe is genomen, of als er in EU of NATO-landen, of in buurlanden van Hongarije, terreuracties zijn geweest waardoor de dreiging in Hongarije is toegenomen;
  • 2: als er concreet gevaar is voor terreuracties in Hongarije of als er in Hongarije volgens de beschikbare informatie terreuracties verwacht kunnen worden;
  • 1: als er een ernstige terreuractie is geweest met directe implicaties voor Hongarije of als er in Hongarije ontwikkelingen zijn die in verband kunnen worden gebracht met terrorisme.

De stadia zijn werkelijk ongeveer zo vaag als hierboven vertaald, tenminste, zowel in de beschrijving van Index als van het TEK zelf, die dezelfde taal bezigt. Ik sluit niet uit dat de regering en de TEK weet wat ze hier bedoelen en waar volgens hen de verschillen in zitten – velen daarbuiten weten het zeker niet!

Verder: Graad (fokozat) 4 is steevast de lichtste in het rijtje, de minst ernstige (in tegenstelling tot bijvoorbeeld graad 3 bij brandwonden – die altijd de zwaarste is geweest in het Nederlands en de rest van de Europese talen). Verder wordt de 3e graad structureel middelmatig genoemd – wat niet meevalt met vier gradaties. Het kan zijn dat de 5e graad de basisgraad zou zijn maar wat niet genoemd is, daar kun je geen betekenis aan ontlenen.

Toch gaat het er niet om de lachers op de hand te krijgen.

  • we weten dat het TEK – met een enorme geldings- en bewijzingsdrang rondloopt;
  • we weten dat Fidesz werkt aan een mogelijkheid om een nieuwe twee-derde meerderheidswet door de kamer te jassen met meerdere beperkingen voor in bange tijden;
  • we weten (en merken) dat de ballib pers en zelfs de politieke oppositiepartijen onder druk staan om ‘mee te werken’ aan de veiligheid van het land en dus eventueel de voorstellen van Fidesz zouden kunnen gaan steunen;
  • we kunnen ons voorstellen dat in dergelijke precaire situaties weinig zo fijn dingen kan versnellen als het – als enige – beschikken over – al of niet bestaande – kennis of informatie;
  • we weten dat de retoriek van de regering ijzersterk is voor een tweedeklasser en puur en alleen voor kniesoren wel eens wat te wensen overlaat op het gebied van sensitiviteit en specificiteit:
    • Europees = christelijk
    • christelijk = niet moslim
    • vluchteling = moslim
    • moslim = niet Europees  ⇔  terrorist = moslim
    • niet moslim = Europees
    • niet moslim = niet terrorist
    • ƒ(x) x → 0, y → 0
    • geen vluchteling = geen terrorist

Waar in London na de bommen van 2005 opgeroepen werd tot eenheid – Blair zei: “Ze willen dat we elkaar in de haren vliegen, – dat zullen we dus niet doen!” Waar mensen in Brussel verder proberen te gaan met hun leven door te laten zien dat die zelfmoordsukkels het helemaal bij het verkeerde eind hadden. Daar is in Hongarije ook de gemeenschappelijke vijand niet meer van iedereen. Die vijand is namelijk meer van de regering, dan van u en mij en het stemvee. Terwijl in London, in Brussel, de ‘vijand’ in dezelfde straten rondliep als de (rest van) de samenleving. En moslim was/is. Misschien zelfs wel vluchteling …

Waarom zitten we in vredesnaam, in Hongarije, nou momenteel in fase twee?

Even zoeken op trefwoord terrorfenyegetettség (terreurdreiging)

Het mocht tijd worden, het was toch een beetje alsof de zombies Boedapest al hadden overgenomen en we hiero de laatsten dreigden te worden die erachter zouden gaan komen. Maar goed. Bij de MNO als refrein dat de regering zich lekker aan het nestelen is in een comfortabele terreurdreiging, al dan niet gebruik makend van extra rechten, al dan niet noodzakelijk, al dan niet gepland. En dat het maar de vraag is of de samenleving nu bang is voor terroristen of de regering bang is voor de samenleving. Echt sterk is het artikel verder ook niet.

Het lijkt wel alsof iedereen paaseieren aan het schilderen is. Of zombies aan het jagen.

2016 gaat een heel raar jaar worden voor het humanistisch project: aan de ene kant de Syrische oorlog, de chaos en de nasleep inclusief vluchtelingen en Cold War II; aan de andere kant Trump die Clinton de keuken in zal proberen te jagen.

In Zuid-Hongarije hadden ze al zoveel Living Dead gekeken, dat ze dachten dat het minstens vluchtelingen moesten zijn die ‘s nachts te paard de streek onveilig maakten.

Maar goed dat Nógrádi György altijd antwoord heeft.

—————————-

Naschrift: schitterend gesprek gevonden (van 22 maart jl.) tussen Bakondi György en Kálmán Olga in de kluwen van het gelijk.

Bakondi György

Hieruit blijkt dat de dreiging – op niet ontvangen informatie gebaseerd is maar dat op de één of andere meta-manier daarmee een dreiging ontstaan is die werkelijk is (ervaren wordt). In ieder geval door Bakondi cs. Olga is zoals altijd heerlijk bezig (‘Maar zo is het altijd: we weten nooit wat de dag van morgen brengt?!’), slaat de politicus met zijn eigen papieren en definities om de oren en krijgt dan het verwijt ‘Dus volgens U is de stap van de overheid niet juist?’ waarmee we terecht dreigen te komen op het niveau van kroegdiscussies die we gewoon zijn van Fidesz-notabelen. Maar daar gaat ze niet op in. Onnodig te zeggen dat Bakondi vanalles doet behalve: uitleggen, irreele angsten wegnemen, gepaste dapperheid en oplettendheid stimuleren, of wat dan ook dat een verantwoordelijke leider zou kunnen doen die op dergelijke momenten een natie vooruithelpt.

KHf extra 2: onverwachte draai aan retoriek grote leider (maar niet heus)

citadelHeeft U wel eens het vragenuurtje gezien van kormány-info (min of meer elke donderdagmiddag rond 2- 3 uur op MTV1)? Niet de standpunten van de regering, niet de verklaringen, de bakladingen met eigengereidheid die in het eerste deel over het volk wordt gestort. Nee: het vragenuurtje. Dat is leuk (en niet meer terug te vinden): de antwoorden van kabinetsminister Lázár János en woordvoerder Kovács Zoltán op de gerichte vragen van vriend en vijand.

Om te beginnen doet Lázár dat best bewonderenswaardig. Je hebt witte pingpongballetjes die je al van verre aan kunt zien komen: de inkoppertjes, de fijne vragen van bijvoorbeeld de Magyar Hirlap, Magyaridök en dergelijke. Goed voor nog wat extra spierballentaal, wat fijne quotes en een aai over de regeringsbol. En dan zijn er de zwarte pingpongballetjes, die beter maar niet teveel door de ether kunnen vliegen. Kritische vragen. Waarschijnlijk zijn ook die wel van tevoren aangemeld, maar toch.

Hoe ze gepareerd worden levert best mooi toneelwerk op. En: het gaat er alles bij elkaar best gemoedelijk aan toe. Met gevlei en wat feitenkennis weet Lázár soms zelfs het perspectief van de kritische kranten – ‘de regering is een boevenbende en elk streep rook is vuur’ – een draai te geven. Lázár gaat zelfs in debat – met zichzelf en een paar linkse stereotiepen, maar toch. Bijvoorbeeld over de vraag waarom Hongarije geen kunst zou mogen kopen, of de Nationale Bank dat niet zou mogen doen. Dat doen ze in Oostenrijk en in de VS toch ook! En hij bluft zich vrij, trekt zich aan een ongekend feitje door de branding het droge op, sleurt de belager langszij en hakt de gladste aal in stukjes om ze af te serveren met een knapperig korstje van humor en/of vergevingsgezindheid. Prachtige machinator, die man!

Het voordeel van de twijfel. Zullen we hem dan maar even volgen?

De precieze opmerking van Lázár kan ik dus niet meer vinden maar het kwam erop neer dat het westen nog kan leren van de Hongaarse mediawet. Iets met rectificaties die door een Zweedse krant niet werden toegestaan en een Belgische uitgever die aan censuur doet. Dit laatste geval gaat als volgt: een Franse tekst van een professor aan Sorbonne gaat inderdaad over het uit de winkels halen van een publicatie waarin de Hongaarse minister van Justitie, Trocsányi, voorkomt. Er is een lange inleiding over het belang van vrije meningsuiting en het gevaar van censuur en dan een dik eropgelegde veroordeling van de achterliggende ‘geveinsde’ en de achterliggende ‘vermeende’ motivatie. Geveinsd: status wetswetenschapper + minister/politicus is niet verenigbaar. Vermeend: Hongaarse minderheidsstandpunt tov verplichte strekking van EU-beslissingen is te explosief om te verspreiden.

Het geheel doet sterk denken aan een storm in het glas water, temeer daar onderaan het artikel wordt vermeld dat de keuze van de uitgever al is bijgesteld. Toch klimt Magyaridő, die andere spreekbuis van de regering, op de barricades en gaat ook het kritische portal 24.hu aan de haal met het verhaal met een eigen cynische ‘die vervelende westerse kranten toch, foei!’, dit weer op basis van de uitlatingen van Lázár zelf.

Een klucht, dus. Mooi beeld van de eeuwige vliegen die links en rechts elkaar – genetisch bepaald lijkt het wel – af moeten vangen. Waarbij ze allebei zeker weten dat zij het zijn die in het verdomhoekje zitten en niet de andere kant en daarnaast hebben ze allebei ook nog eens het grootste gelijk van de wereld.

Je hebt dus politieke elites – die het altijd met elkaar oneens zullen zijn. Je hebt vertolkers en spreekbuizen in de pers en in functie, die het altijd oneens met elkaar zullen zijn. En je hebt mensen zoals U, ik en het Hongaarse stemvee.

En je zou een vloeibare samenleving moeten hebben. Waarin het middenveld van intermediairs (of hier) verdwijnt omdat de burger wilsbekwaam zou zijn geworden.

De Nederlandse pers functioneerde decennialang met hoor en wederhoor als leidend principe. Bij die pers komen alle betrokkenen aan bod, of het nou om ontslagen in de zorg gaat, om problemen met een voetbalclub of om de plofkippen: vakbonden, klanten, leveranciers, werknemers, belangengroepen, overheid. Hoe verzuild de pers ook was, meestal konden zij – en hun lezers – best hun eigen perspectief scheiden van de grotere politieke ontwikkelingen en verhoudingen. Dat was een mooie mijlpaal en die kan nu inderdaad langzaam overboord. Nieuwsuur dat nog pretendeert bovenop (al) het nieuws van de dag te zitten, dat is een beetje achterhaald in onze flitsende info-maatschappij met al die dwarsverbindingen en alternatieve pressie-middelen. Puur als je kijkt naar de historische noodzakelijkheid en mogelijke verdere ontwikkelingsstappen, bedoel ik dan even.

Kijk naar de vluchtelingen. Er zijn burgerinitiatieven, mensen die zich op de radio en in de kranten van hun juiste instelling kwijten en rondbazuinen dat ‘we er wel uit komen’, en hulpverleners die zich zorgen mogen maken omdat vluchtelingen in hun nieuwe onderkomens niet behoorlijk kunnen koken zoals een normaal gezin betaamd.

De crux ligt in dat betamen. Daar kun je over praten. Vloeibaar of niet.

In Hongarije – waar ze geen geld verdienen, maar geld zoeken – liggen de kooltjes allemaal in het vuur, denkt men. En de enige die ze eruit mag halen is de regering. Die weet bijvoorbeeld dat er niemand, nog geen 1294 mensen, dit jaar binnen zullen komen. Die weet hoe je bij een referendum de vraag zo moet stellen, dat het goede antwoord eruit komt. Die weet dat, als je streng bent, je een signaal afgeeft dat begrepen zal worden. Die weet dat humanistische project afgelopen is en dat respect tegenwoordig afgedwongen wordt met autoriteit. Die weet dat vluchtelingen – echte vluchtelingen, juist: die drie met die paardenkop die mogen blijven – net zoveel steun verdienen als de normale mensen in Hongarije – en ze dus moeten werken (want, laten we wel wezen: ze verdienen geen steun, maar ze zoeken het). En iedereen moet werken. Zo is het toch, meneer Lázár?

Szijjártó Péter, de nationale oetlul, zegt dat Hongarije vorig jaar 400.000 vluchtelingen heeft opgevangen, dat die eten hebben gekregen etc. en dat het niet waar is dat ze geen hulp hebben gekregen, maar ze verdienen het toch ook niet want het zijn geen vluchtelingen, maar economische emigranten. En dat mag hij zeggen. Kan gewoon. Hij kent ze namelijk allemaal. En de TEK ook. Al die verrekte kooltjes in het vuur. Het merendeel van de onwetende Hongaarse stemmers kent misschien één of twee donkere mensen. Van heel vroeger, uit de tijd van socialistische broederregimes en uitwisselingsstudenten. Noem ze met een gerust hart opportuun-racistische mensen (van de xenofobie zien we voorbeelden genoeg). En hoewel de halve kudde regeringsleden gestudeerd heeft in het buitenland – niet zelden gefinancieerd door aartsvijand Soros – zijn het toch deze ‘hardwerkende’ mannen met hun grote gezinnen die middels hun toegewijde spreekbuizen Viktor’s Volk de angst en het ontzag inboezemen die hij verdient.

De polarisering van Hongarije is natuurlijk al heel oud. Sinds 1989 werkt vooral één kant heel hard eraan: Fidesz. Decennialang is er structureel en nauwgezet gekoerst op de twee-partijstaat. Fidesz heeft KDNP geannexeerd, de MDF geannihileerd, de Kisgazdapárt (eventjes) voorop de bumper gehad (weet u nog: Torgyán als mogelijke president?) en voor alles categorisch het recht geclaimd te allen tijde te doen wat ze willen, omdat de tegenstanders ‘fout’ zijn. De totale politisering van links naar rechts (of eigenlijk niet politisering, maar partificatie).

Waar in Nederland wordt samengewerkt, voor zover mogelijk samen beslist, en men gevoelig is voor elkaars posities en gevoeligheden – voor zover die niet gericht zijn op totale uitsluiting van andere meningen en oplossingen (extreem tolerant of juist totaal vreemdelingwerend), heeft in Hongarije heeft bij voorbaat een extreme visie de overhand – vanwege de Partij – en wordt zelfstandig denkende, fatsoenlijke burgers met gevoelens van compassie en medemenselijkheid in de richting van de hulpbehoevende, van overheidswege te verstaan gegeven dat ze zich moeten schamen.

Ungváry Rudolf zegt dat Viktor Orbán een dictator is en het nodig heeft dat mensen hem liefhebben, zoals alle dictators. Daarom worden mensen die hem niet genegen zijn, en andersom, uitgesloten. Soms met sociale stickers, verwaarlozing en discriminatie, soms letterlijk door de atmosfeer die te drukkend wordt om te blijven.

Wat zal het worden, vandaag? Als honden konden bidden zou het kluiven regenen …

 

 

 

Soros, Horthy, Putyin, Orbán: kwartet!

temetoZe flirten met Moskou, flirten met Horthy, met het Vaticaan (als het zo uitkomt). Ze flirten met alles, vooral, waaruit maar blijken zal dat ze anders zijn. Nostalgie is daarbij slechts een ingredient, nooit het doel.

Wat is juist en wat is veilig om hier te denken? Het politieke geborrel en geknetter in de Fidesz ketels lijkt vaak niet meer te betekenen dan het geexperimenteer van een eclectische klasje adhd’ers zonder toezicht. De regering lijkt ondanks alles wel een zakenkabinet dat met kunst en vliegwerk de Hongaarse boot zo lang mogelijk drijvende dient te houden (totdat onmiskenbaar het moment aangebroken is dat de bodem er werkelijk uitvalt en de bemanning vluchtelingenstatus op de Kaayman-eilanden kan gaan aanvragen). Zo doen de sprinkhanen dat immers al eeuwen!

Toch verdient – al is het alleen maar omdat we onzelf serieus nemen – een gedegener beschouwing de aandacht. In de eerste plaats vanwege de vraag wat erna zou kunnen komen. In de tweede plaats omdat erop gelet moet worden of de toegebrachte schade niet onherstelbaar is.

George Soros hoeven we daarbij niet sympathiek te vinden. Zijn speculaties tegen het Engelse Pound – tegen de Engelse Nationale Bank; tegen de Engelse burgers – stonden in 1992 aan de wieg van zijn enorme fortuin. Dergelijke acties kunnen moeilijk uitgelegd worden als gebaar van naastenliefde. Ook al lijkt hij als filantroop het beste voor te hebben met onderdrukte volkeren, zijn geld verdient hij ontegenzeggelijk net zo hard weer terug door op het hoogste niveau mee te plassen in het hoge gras van het hyperkapitalisme.

In Hongarije is Soros oa verantwoordelijk voor de Central European University en andere programma’s van de Open Society Foundation. Dat voor veel Hongaren, die deze verdwaalde appel eigenlijk alleen van zijn filantropische escapades zullen kennen, de naam Soros op één lijn staat met die van de duivel, mag dan ook een wondertje van social engineering heten.

Desalniettemin heeft Soros met regelmaat iets in de Hongaarse melk te brokkelen. Waarom men daar zo gevoelig voor is, is weer een mooie psychologische invuloefening: ‘slim oompje verlaat ons, heeft vervolgens succes en ook nog kritiek op ons’, denk ik dat het is. Zoals hij fervent anti-republikeins stelling neemt in de VS, is hij behoorlijk anti-Putyin en ook zeer kritisch op de Fidesz in Europese aangelegenheden.

Een interview met hem – in de Engelse versie – is te vinden in New York Post review of Books. Hongaars staat hier. Interessant zijn de accentverschillen – de Hongaren focussen op het verwijderen van Orbán (wat moeilijk is), de Amerikanen op de toekomst van de EU (on the verge of collapse). De mooiste uitspraak in het interview vind ik persoonlijk: “Hij is niet zo intelligent als Orbán”, over de Poolse Jaroslaw Kaczynski. Daarmee laat Soros toch even zien dat zijn hart nog altijd op de goede plek zit!

Maar goed. In het kort: Soros krijgt de eer volgens de regering mede achter de grote aantallen vluchtelingen te zitten. Dat lijkt me zelfs voor Soros een tamelijk kranige prestatie – als ik iemand aan zou moeten wijzen, dan zijn dat de Russen, maar dit terzijde. Het gaat er maar om dat volgens de Hongaarse regering Soros niet mag brokkelen. Niet in hun melk, welteverstaan.

De Open Society heeft evenwel enige tijd geleden al een 6-puntenprogramma opgesteld, dat, niet verwonderlijk, botst met dat van de regering. Details wil ik even niet op in gaan, alleen dat het niet is toegestaan deel te nemen aan het debat dat alleen de regering mag voeren. Een debat gevoerd in jubelstemming met als leitmotif dat Hongarije fantastisch bezig is. Wanneer zegt iemand toch eens tegen die lui, dat – zoals bij ons in huis behalve de hond iedereen kan zien – er logischerwijs toch echt het één en ander niet aan spoort?

Hongarije klopt zich al op de borst alsof zij de crisis hebben opgelost. Maar wat Hongarije heeft gedaan – het hek – kan toch alleen maar werken omdat de anderen dat niet hebben gedaan? Het is toch geen oplossing? Het was een signaal, OK. Het was een relatief instrument, OK. Maar het is geen oplossing. Kan het niet zijn. Als van Spanje via Italie tot en met Griekenland iedereen hekken gaat plaatsen, dan komen vanaf volgende week maandag toch die stromen met mensen ook weer Hongarije binnen? DOOR dat mooie hek? Weg van de minste weerstand? Basic natuurkunde, zelfs met adhd!

Brussel kan de problemen niet oplossen en Hongarije in haar eentje al helemaal niet. Orbán ook (net) niet, geloof me! Weglopen van onderhandelingstafels, bluffen, dwepen met je ‘inzichten’ in achterafzaaltjes in Beijeren, felicitaties in ontvangst nemen omdat je anderen met gemeenschappelijke (ook jouw) problemen opscheept en dan ook nog dreinen dat je wel de financiele middelen wilt voor dingen die je niet levert, – dat is toch te pijnlijk voor woorden?

Als het zo gaat – en met Polen op de bolderkar erbij lijkt het al ras verder in die richting te gaan – dan is het moment aangebroken dat Orbán werkelijk kan gaan omkijken naar nieuwe vrienden.

En in Szigetvár wordt een minaret gebouwd.

Wat willen ze nou eigenlijk?

 

Op de thee bij de woordvoerder – een reportage

Terrorhaz_smallHet dubbeldikke kerstnummer van Elsevier heeft zowaar iets over Hongarije! Beter zelfs: iets over heel Midden Europa! En het nieuwe onafhankelijkheidsdenken aldaar.

Daar verkneukelen we ons natuurlijk op, hier bij Ongersman. Ik bedoel, wij zijn ook maar doorsnee staatsburgers met beperkte middelen en horizon; geen haar op ons hoofd die erover denkt om deze uitgestoken hand, deze vast kloeke analyse van een dergelijk gerenommeerd instituut van het vrije woord onopgemerkt aan ons voorbij te laten gaan! Mogelijk blijkt Elsevier de sextant die ons – al of niet over Brussel – naar huis weten te loodsen?

Mwah. Wat voor politieke agenda het tijdschrift Elsevier tegenwoordig ook heeft, het heeft in ieder geval geen wortels meer in het aloude ‘hoor en wederhoor’.
Het stuk opent met Hongarije, om precies te zijn met een halfslappe inleiding waarin György Konrád ook even langs komt zwenken en een uitgever mag vertellen dat Boedapest veilig is voor joden en dat hij echt niet meer weg wil, zelfs niet met zijn twee kinderen! Fantastisch nieuws!
Dan landt de reporter in het parlementsgebouw en regel één van de journalistiek blijft aan zijn laars gelapt voor de deur staan: laat je als pers nooit overdonderen door opdringerige architectuur, pluche tapijt en meubelair of de goedige bruine ogen van de woordvoerder.
Ik vermoed dat vooral dat laatste is misgegaan. In vier paragrafen raakt het onderscheid tussen citaat en vulling (achtergrond, feitenrelaas) al snel zoek.

“De nieuwe machthebbers bleken bovendien net zo corrupt als de communistische leiders van wie hun ouders de waterdragers waren. In 2010 greep Fidesz haar kans. De economische crisis had toegeslagen en 500.000 Hongaren verlieten het land. De socialisten gaven zelfs toe te hebben gelogen. Het was tijd voor een echte Hongaarse oplosssing.
Orbán bood die met Fidesz. Hij hamerde het erin: Hongarije is altijd onrecht aangedaan. Met Westerse politiek ideeen als liberalisme en socialisme zijn we niets opgeschoten. Nu is het tijd om zelf de koers te bepalen. Het leidde tot een overwinning en in 2014 kreeg hij zelfs de absolute meerderheid. Sindsdien is de steun voor hem alleen maar gegroeid.”

Als hij maar af en toe (on cue, dus) grijnst of met understatement reageert, dan sluit het verhaaltje van Zoltán Kóvács naadloos aan bij de vroegrijpe pennevrucht van Jelte Wiersma: Turken, slachtofferrol, corruptie, 5 miljoen buitendijkse Hongaren, Fidesz dat haar kans grijpt (de term ‘De Boys van Fidesz’ valt, – waar komt die vandaan?) Fidesz van het platteland, wars van multiculturaliteit ‘Wij zijn niet gewend aan zwarte mensen’ (Kóvács) en ook: ‘Wij zien de realiteit onder ogen en handelen daarnaar’ (Kóvács). Dachten westerlingen dat een land als Hongarije hun ideeen zou overnemen, inmiddels nemen westerlingen Hongaarse politieke ideeen over (Jelte Wiersma) tot en met de uitsmijter van Kóvács – met wederzijdse instemming: ‘Politiek ontwikkelt zich altijd’.

Het zou te flauw worden om de ‘foutjes en fouten’ eruit te gaan zitten vissen; dat is het werk van de redactie van Elsevier, vind ik. Groter probleem zijn de schijnbaar typische Hongaarse verschuivingen waarvoor je zo te zien toch wel een neus moet hebben (waarna je ze vanaf dat moment dan ook overal ruikt):
– Zo was de overwinning van Fidesz in 2014 geen verbetering van het resultaat van 2010;
– Zo worden de 500.000 Hongaren die naar het buitenland trokken ook en nog wel meer, waarschijnlijk, gebruikt om het falen van Fidesz aan te kaarten (vanaf 2010, dus);
– Zo is de populariteit van Fidesz op zijn zachtst gezegd sindsdien niet stijgende;
en natuurlijk, mijn favoriet:
– Zo is het te pas en te onpas van stal halen van het gelieg van de socialisten – heb er op zich geen moeite mee, daar niet van, maar dan moet het wel wat toevoegen – ongeveer net zo steekhoudend als beweren dat de ‘Boysz van Fidesz’ familie heeft gehad in de Pijlenkruizers, om maar een zijstraat te noemen.

Maar goed, discussie dus NIET gesloten,

De calvarie komt na de zonde

KerstKerstmis komt eraan en vrijwel alles werkt mee. Te beginnen met het weer: in de middag een verbaasd zonnetje, de dagranden stil grijs met een enkele mistbank. Precies genoeg om de straatlantaarns een Pieckiaanse of Dickensiaanse aura te verlenen (wat is eigenlijk het Hongaarse equivalent daarvan?)

Het duurt natuurlijk nog even maar de ontregeling hangt al veel langer in de lucht. ‘s Ochtends zitten er minder mensen in de voorstadsfile – ‘s middags zwermen er des te meer naar de Tesco’s en Ikea’s. Terwijl het zo triviaal is, eigenlijk: een stukje zalm, een likeurtje erbij en voor de kinderen wat speelgoed. En dan maar een beetje bij elkaar schuilen onder een denneboom met kaarsen, stiekem hopen dat de brandweer niet ook thuis zit.

Bij natuurverschijnselen intrigeert een dergelijke ontregeling. Bij een vrijwillig circus ligt dat iets anders. Al helemaal als je geacht wordt eraan mee te doen.

Volgens een redactioneel artikel in de Trouw of Volkskrant is het geëmmer met die kerstboom, elk jaar, niets minder dan symbolisch voor de tocht van Jozef en Maria. Dus geen bolcom tape in de dennetakken voor de schrijfster.

Flauwe vraag, maar u voelde zoiets natuurlijk ook al aankomen:

Vieren Syrische vluchtelingen kerstmis?

Flauwe vragen dienen te worden gesteld. Hoe heten de meisjes van mijn overburen? Dat weet ik ook niet. Laat staan wanneer hun naamdag is. Maar die hebben mijn hulp ook niet nodig.

Vluchtelingen wel?

 

 

KHF 3: Liever een mercedes voor de deur, dan …

PeperAlweer twee maanden geleden had Ekke Overbeek in dagblad Trouw voor onze ‘wat-is-er-mis-discussie’ een interessant punt te pakken. De aanleiding voor zijn artikel was de huidige gemoedstoestand in Polen (en andere Oost-Europese landen) als het gaat om Europees denken en opereren in een gezamenlijke politieke en humanitaire context, in concreto in deze tijden van vluchtelingenproblematiek.

De vluchtelingenquota van Juncker kwamen er bij de Polen, Slowaken en Hongaren niet in. Het westelijk deel van de Unie reageerde bevreemd en verongelijkt om de Visegrád-landen vervolgens gebrek aan solidariteit te verwijten. Dwang hing in de lucht waarop de poot nog stijver kwam te staan. Terloops kondigde Overbeek ook de overwinning van de typische stijve poten-partij PiS al aan, die inderdaad in oktober – onder aanvoering van het tactische duo Kaczyński / Szydłó – een absolute meerderheid behaalde in het Poolse parlement (het stuk is hier nog integraal te lezen).

Om eindelijk bij de echt spannende kern van zijn betoog aan te komen: het rondje dat Overbeek zich permiteert langs de ‘dug-outs’ van de Poolse velden, de politiek-culturele bastions van enige ‘zuilen’ van maatschappelijk Polen. Visitekaartjes van een oud-solidarnosc activist, van een schrijver van een alternatief historisch scenario, van een historisch revisonist die geschiedpolitiek bedrijft en van een linkse socioloog.  De clou: ze zijn volgens Overbeek opvallend eensgezind in hun oordeel:

Door de grote onderlinge verschillen – oud, jong, links, rechts – vallen de overeenkomsten des te meer op. Alle vier auteurs ondermijnen mythes over Polen als een fundamenteel nobel en onbaatzuchtig volk. We waren naïef of zelfs dom en daar deden buitenlanders en vreemde mogendheden hun voordeel mee. Realiteitszin is geboden (…).

Over de hele linie lijkt een reveille aan de gang, met terugwerkende kracht zet men vraagtekens bij gebeurtenissen en niet in de laatste plaats ook bij de narratieven die daaruit voortsproten, één en ander teneinde beter beslagen ten ijs te komen. Dit valt wat rauw op het westerse dak, wellicht. Waarom zijn ze niet gewoon tevreden en doen ze lekker mee, daar?

Overbeek:

Oost blijft moeilijk te begrijpen voor West. De lange tenen, de korte lontjes. Het heeft te maken met een ambigu zelfbeeld, het onbehagelijke gevoel een goedkope afdruk te zijn van een westers origineel, het gedeukte ego van de gastarbeider en de onderaannemer, een identiteit die zit als een pak uit een tweedehandswinkel.

(…)

De welvaartsgroei is nog te klein om je gelijkwaardig te voelen, maar groot genoeg om ambities en frustratie te voeden. De anti-liberale revolutie van Orbán en Kaczynski is daar een antwoord op. Als wij geen erkenning krijgen, dan eisen wij haar luidkeels. Helpt dat niet, dan geven wij onszelf die erkenning. Op zo’n moment slaat een minderwaardigheidscomplex om in zijn tegendeel: Europa is ziek! Wij zijn gezond!

Zie hier een redelijk verfijnde poging om de halstarrige democratieen van Polen en (bij verstek ook) Hongarije enigszins te verklaren.

En toch is het het nog net niet.

Dat minderwaardigheidscomplex zit me dwars. Het is iets te makkelijk. Het doet denken aan onze eigen beeldenstormers en hoe die werden weggedrukt door regentesk Nederland. Ik bedoel nu met name Pim Fortuyn en, vooruit, Hans Janmaat van de Centrumpartij / CD misschien ook nog wel. Toendertijd uitermate discutabel ontvangen en doodgezwegen door het verlichte deel van Nederland, nu hier en daar al onderwerp van melancholische devotie geworden en geroemd om hun avantgardistische directheid: ‘ze wilden onverbloemd kunnen zeggen waar het (volgens hen) op stond’.

In taal die de samenleving van toen niet aankon, dacht men bij de media en in politiek Den Haag.

Natuurlijk willen mensen in Hongarije graag een mercedes voor de deur om af te kunnen rekenen met dat oostblok aan hun been. Maar dat links in Polen volledig – en in Hongarije bijna – is weggevaagd, is wellicht een signaal voor iets anders.

Oost Europa heeft nauwelijks een ‘klik’ met westerse idealen. Tenminste, niet in de landelijke politiek. Ten dele omdat idealen ‘hol’ zijn (de socialistische erfenis) en verder omdat we in een ‘boter-bij-de-vis’ tijd leven. Ongegeneerd idealen vertolken komt je als politikus of bestuurder nu eenmaal duur te staan in deze tijd van reaguurders en absurde extremen. Dat kan oneerbiedig overkomen, zeker, maar opportunisme en machiavelliaanse machtsspelletjes leer je al in de zandbak. Aan de andere kant: als je nooit geleerd hebt dat vreemdelingenhaat eigenlijk niet kan, dan heb je dat nooit geleerd.

Wordt (dus) vervolgd …

 

 

Plofkipklub neemt Hongarije op de korrel

Grote TrapDe maat is vol, als het aan de ‘plofkipklub’ ligt. Het informele samenwerkingsverband van de allergroenste fracties in het Europese Parlement wil dat Hongarije zo snel mogelijk door de Commissie op de rode loper wordt geroepen.

Hoewel ze het over de exacte strekking van hun initiatief nog niet helemaal eens zijn, zeggen de  betrokken partijen in een korte gezamenlijke verklaring dat ze ‘een diepe verontwaardiging delen als we aan het hek denken dat Hongarije deze zomer aan de zuidgrens van het land heeft neergezet’.

De gewraakte afscheiding is inmiddels ellenlang en veel te hoog. Hongarije (en de EU) wordt erdoor van de Balkan gescheiden, wat volgens de Hongaarse regering het meest treffende antwoord is op de grote aantallen vluchtelingen die door Europa trekken.

In Brussel wordt daar anders over gedacht. Dirk Stapaf (Regenboogfractie) wijst erop dat het hek – met vlijmscherpe mesjes erin verwerkt – groot en onherstelbaar gevaar oplevert voor de vluchtelingen.

“Ze lopen enorme risico’s, dat moge duidelijk zijn. Het gaat hier om vluchtelingen die in hun eigen land vaak al onderdrukt werden. Nu kunnen ze eindelijk hun vleugels uitslaan en dan lopen ze toch nog het gevaar hun edele delen te bezeren.”

Mien Zullewes (Ark Verbond) noemt de ecologische obstructie als grootste struikelblok. Zich beroepend op studies van de Open Volksuniversiteit van Oranje illustreert ze haar bezwaren als volgt.

“Fabelachtig mooie dieren als de jakhals en de grondeekhoorn waren net bezig Europa te ontdekken, iets wat ze nu wel kunnen vergeten. Nou ja, de grondeekhoorn heeft nog een kansje maar de jakhals krijgt het natuurlijk reuze moeilijk met zo’n hek. Er stonden al pilotprojecten op de rol waarin jakhalzen leren hoe ze de tunnels van de grondeekhoorns moeten gebruiken maar erg hoopgevend is het nog niet. In de eerste plaats de maat, he? Daarnaast hebben de dieren niet bepaald een vriendschappelijke relatie! Ook daar wordt al aan gewerkt maar dat is duidelijk een zaak van wat langere adem. Wat wil je ook na 40 jaar socialisme?”

Oudgediende Frits van de Blauwe Aarde kan zich alleen maar bij zijn collega’s aansluiten.

“Kijk, vroeger wilden we alles klein houden. Nu zien we meer en meer de verbanden tussen dingen die we zonder internet nooit hadden geweten, laat staan begrepen. Het dambord, bijvoorbeeld. Dat gaat weer naar het zuiden toe. Komt het misschien ook wel vandaan, weet jij veel? Maar dan stuit je bijna onmiddelijk op zwart-wit denken – haha, sorry maar visualiseren is mijn grote kracht, zegt mijn digitale verandermanager. Mensen vergeten dat het hier niet gaat om gaas maar om van die enge scheermesjes. Kan zo’n dambordje daar wel doorheen zonder te worden gekortgewiekt, dat zou ik willen weten!”

Voorzitter Pien Bontekoe van Blok Biokip, tenslotte, heeft niet gereageerd op de actie. Ze zal binnenkort worden geroyeerd, nu niet lang geleden bekend werd dat haar achterban in Hongarije in korte tijd helemaal is verdwenen. Waarnemend voorzitter Vossen – zelf op studiereis naar het gebied – gaf in een schriftelijke verklaring aan de problemen te wijten aan onregelmatigheden en ongeregeldheden tijdens de vrije uitloop.

Wat de fracties precies met hun initiatief beogen is onduidelijk. Ongevraagd legde mevrouw Zullewes haar motieven alvast op de behandelingstafel. “Dat we blijven praten, he? Dat heb ik altijd het liefste: blijven praten! Ik kan het niet vaak genoeg zeggen!”

De heer Stapaf sloot zich daar in zekere zin bij aan toen hij aangaf dat “contacten leggen en onderhouden” altijd de kern heeft gevormd van het beleid dat hij met de regenboogfractie wil uitstralen. “Mijn stille hoop is dat Hongarije en mijn andere nieuwe lidstaten langzaam groeien in het besef dat Europa een hele oude traditie heeft op dit punt. Ze zijn daar vaak nog niet zo ver. Als eenmansfractie ben je altijd op zoek naar congruente vormen van bestuur en controle. Gaat dat niet vanzelf, dan mag je hier en daar best een beetje dwang toepassen. Tenminste, dat vind ik wel fijn, … eh, fijn, eh … werken! Ja! In Brussel leer je snel genoeg dat je gaatjes moet zoeken waar die geboden worden. En als ze later besluiten de rollen eens helemaal om te gooien, dan kan dat ook best. Maar ik wil wel graag aan het roer blijven. Ik bedoel, als je al zo lang in Brussel zit, dan heb je natuurlijk wel wat in de melk te brokkelen. Van verrassingen houd ik niet zo. Tenminste, niet voordat je elkaar wat beter hebt leren kennen. U ziet wel dat ik het er warm van begin te krijgen!”

Voor Frits staan er tenslotte ook belangrijke dingen op het spel. Zo hoopt hij dat Hongarije uit de Euro-zone verdwijnt. “Ik heb nog een pot met oude drachmes, gevonden in de schuur. Natuurlijk hoop je als Nederlander dat je er zelf ook beter van wordt. Ik bedoel, daarom zitten we toch ook in Brussel, nietwaar? Dit is de 21ste eeuw, man! Toch?”