Tag Archives: zelfbeeld

Dark Ecology (f)or Dark Democracy

ongersman.nl
(link opent doc op de VPRO website)

Deze post wil aan de gang met de Dark Ecology van Timothy Morton. Daarvoor is echter geduld en een lange aanloop nodig, niet in de laatste plaats omdat ongersman het betreffende boek nog niet helemaal uit heeft. Vandaar dat we hier kunnen spreken van een tweedelig feuilletonnetje en ook nog eens één, waarvan nu al duidelijk is, dat het einde – deel 2 dus – nog volledig in mist gehuld is. Optimisten mogen dit alvast beschouwen als een oefening in Morton’s Object-Oriented Ontology maar dat hoeft niet per se.

De goede man zelf figureert als één van de nieuwe kunstenaars in de tv-documentaire van VPRO Tegenlicht: Cultuurbarbaren. Dat er veel meer aan bod lijkt te komen dan ‘alleen’ de rol van kunst en kunstenaars in de huidige wereld – zoals de leader het wil hebben – is een vette toegift. Wie de Cultuurbarbaren uit de doc uiteindelijk zijn mag u overigens helemaal zelf uitmaken.

Waar reflecteert kunst nog op als kunst zelf – in de eerste plaats als consumptie-artikel en wel gesponserd door Unilever of Heineken – volwassen bestandsdeel is gaan uitmaken van de primaire cultuur? Dan blijkt dat er naast de schatrijke en oervervelende kunstemakers er ook al legio interessante mensen rondlopen die waarachtig alternatief, actief en geengageerd werk leveren. En tussen die kunstenaars en performers verschijnt Timothy Morton met een trip naar Nikel, een troosteloos Russisch mijnplaatsje.

Dat deze plaats ontstaan is vanwege, en ook vanaf het begin al aangevreten wordt door de grondstoffenwinning ter plekke, lijkt nou net een mooi voorbeeld van de loops waar Morton wel pap van lust. Hoe de excursie nu kunst vormt, kon overtuigender maar linksom of rechtsom omvat zijn verhaal veel meer dan dat.

Waaronder de Dark Ecology, dus. Een stimulerende gedachtenstroom, de verslaglegging van een state of mind (zijn redacteur had hem wat korter kunnen houden) waarin betoogd wordt dat de plek die mensen innemen op de wereld (in het ecosysteem) structureel verkeerd wordt beschouwd, zodat alleen met een grondige verandering in de relatie tot de ons omringende wereld er een kans is dat de Zesde Massale Uitstervings-Gebeurtenis (waarvan naar alle waarschijnlijkheid wij ook substantieel deel zullen gaan uitmaken) zich niet zal voltrekken. Wat in concreto nodig is, is een overstijgen van de wij-zij denktrant. Veel elementen van zijn verhaal zijn niet (helemaal) nieuw maar het kader dat hij erbij geeft, maakt het tot een veel plezieriger uitdaging.

De analyse begint met de gedachtenval waarin we al zitten sinds de allereerste agrarische samenlevingsvormen (en de vorming van het schrift) in het 12.000 jaar oude Mesopotamie. Om zekerheid te creeren en plagen af te weren, zo vertelt hij, zijn de opportunistische jagers/verzamelaars langzaam overgegaan tot het controleren (en rubriceren, determineren, (de-)ontologiseren) van de landbouw-samenleving – waarna noodzakelijkerwijs de industriele samenleving ontstond. Kort gezegd: we hebben ons boven de ‘natuur’ geplaatst en proberen de ‘natuur’ buiten te houden.

De bijgeleverde filosofie zoals wij die kennen, inbegrepen de traditionele kritische theorie, was en is door en door antropocentrisch en in die zin onbruikbaar bij het inschatten van onszelf tov de ecologische toestand. Via het strippen van Kant’s waarnemingskunst en zijn subjectiviteitsbegrip (alles wat we waarnemen is gekleurd) en het pimpen van Marx’ materialistisch nutsbesef (de ijzeren economische en historische wetmatigheden) wil hij een lans breken voor een derde rail: die van protectie by proxy, waarbij de mensheid verantwoordelijk is/was voor de Zesde Massale Uitstervings-episode, en waarbij mensen eventueel nog iets kunnen betekenen bij het afwentelen van de gevolgen (maar zie onder).

Morton speelt veel met centrale begrippen om zijn publiek wakker te krijgen. Zo heeft hij oneindige problemen met het gebruik van het woord natuur en natuurlijk. Polemische redenaties – als zou elk nationaal park een vuilnisbelt moeten bouwen, want dan neemt de biodiversiteit (soorten per oppervlakte-eenheid) alleen maar nog meer toe – kenden we natuurlijk al uit de natuurbescherming. Dat natuur in het vervolg daarvan een hyperobject blijkt te zijn, – een (deel-) verzameling van entiteiten, gekleurd en wel, die – als er al zoiets bestaat – verre zal staan  van het fenomeen waaruit wij antropocentrische mensen menen dat het bestaat – is vervolgens ook wel een open deur. Natuurlijk weet in West Europa niemand nog zeker wat (oer-)natuur zou moeten zijn, laat staan welke daarvan ‘meer’ waard is en waarom. Dit is geen weten, dit zijn geen feiten maar behoort tot de esthetica. Een kwestie van smaak, boud gezegd.

Ecologie is een iets ander beest. Dat heeft meer te maken met processen. Met loops en netwerken, interactie, waar Morton zoals gezegd eveneens dol op is. Stam van het woord ecologie is natuurlijk Oikos, wat naar huis verwijst. Sinds jaar en dag staat ecologie in het dagelijks taalgebruik voor levensvormen, niet levende elementen en energiebronnen die in onderling verband staan, waarbij – elk volgens een eigen dynamiek – in hun gezamenlijke totaliteit een dynamisch evenwicht nagestreefd wordt of lijkt te worden (iets van dien aard). Ecologie als geavanceerde huishoudkunde. Waarbij de relaties weliswaar ten dele bekend of kenbaar zijn maar waarvoor in overgrote mate het tegendeel geldt.

Dark Ecology, dan, is daar de krakersversie van. Een revolutionaire vorm van eco-centrisme, donkerder dan deep, met meer loops dan welke de menselijke wetenschap kan pretenderen te overzien of op te lossen. Denk voor de gein aan een boot. En daarvan zijn wij mensen dan noch de kapitein, noch de lading, noch de vlag, maar slechts een plank in de romp (boven de waterlijn) of een stukje van de reling. Zonder essentieel te zijn, dus. Maar als we schipbreuk lijden, door ons toedoen, dan ligt die boot er binnenkort heel anders bij, en bij de eersten die jammerlijk overboord en kopje onder gaan, horen wijzelf. En onder elkaar gezegd en gezwegen, zijn wij degenen die daar het meest (bewust?) onder lijden. Als dat er toe mocht doen (zie onder).

Natuurlijk is het verleidelijk om bij een totaalombouwproject zoals Morton dat voorstelt, jezelf allerlei projecties toe te staan, alsof het verdwijnpunt wat het in feite slechts is, geinverteerd zou kunnen worden tot zenith. Net zo verleidelijk is het je af te vragen wie die Morton dan toch wel niet is, dat hij vrijwel als enige in de gaten lijkt te hebben dat al die mensen gevangen zitten in de agrilogistische fuik? Dat hij na 12.000 jaar nou net wel de deur heeft gevonden waardoor we onze grot uit zouden kunnen?

 

Zoals gezegd, het boek is nog niet uit. Ik stel me zo voor dat het in de tweede helft veel over politiek zal gaan. Over activisme, over uitdagingen en het oplossen van problemen. Wat is dan wel de juiste houding? Morton zegt nogal wat en dan schep je ook verwachtingen, nietwaar?

Want natuurlijk (ik probeer dat woord echt minder te gebruiken) lijkt de relevantie direct om ons heen aanwezig. Als je de dark ecology bril opzet, wordt de stap naar dark democracy een voor de hand liggende. Morton heeft ook al ergens gezegd dat geen enkele huidige bestuursvorm in staat is om te zorgen voor generaties die nog niet geboren zijn.

Wie ermee kwam de afgelopen weken weet ik niet meer maar iemand merkte op de televisie op dat over vijftig jaar ‘democracy – as WE know it NOW’ beschouwd zal worden als een uitermate sympathiek edoch in essentie wezensvreemde bestuursvorm (woordelijk iets anders gezegd, maar de strekking was ongeveer dat, ongersman).

Bij nieuwsuur slaan ze elkaar echter nog steeds enthousiast op de schouders als ze het erover eens zijn hoe fijn democratisch (in dit geval: tolerant) we bezig zijn. Zo had onderzoek aangetoond dat een begripvolle bejegening van schuldenaars een beter resultaat oplevert voor incassobureaus. In de studio: “Nou, daar kan Erdogan met zijn bodyguards nog wat van leren!”

Kijkersvraag: hebben ze een punt, ja of nee?

Want even later in dezelfde uitzending zitten we in Giethoorn, waar ‘op zich heel aardige’ Chinezen (toeristen?) wel eens de tuintjes van de mensen binnenstruikelen bij het fotograferen van dit voor hen bijzondere fenomeen (huisjes aan het water). Dan komen de bewoners om hen er vriendelijk weer uit te dirigeren – sommigen zetten al bordjes neer in het Manderijns. Stemming in de studio: “Ach ja, het zijn net kleine kinderen!”

Als volgens de internationale verhoudingen vandaag de dag, China de VS en Europa al jaren aan het lijntje heeft als het gaat om financiele macht, is dan een begrip als ‘eigendom’ niet langzaam aan herijking toe? Je kunt je afvragen of wij inmiddels niet allemaal Madurodammannetjes en -vrouwtjes zijn in een gigantische Chinese koekoeksklok. Zolang het nog duurt.

 

Tudja? – stemadviseur 1: ‘Doorbreek de hyper-hypocrisie!’ (TGM)

ongersman.nlHet referendum komt eraan en ook bij de oppositie positioneert men zich voor het spektakel van het jaar: is nu wegblijven, “Ongeldig” stemmen, of “Ja” stemmen de beste oplossing? In deze miniserie enkele belangrijke opvattingen en sleutelfiguren, soms tegen wil en dank. Eerste deel: Tamás Gáspár Miklós.

In de jaren na de Omwenteling van 1989 was de Hongaarse politiek –  net als de rest van Oost-Europa – hard toe aan een grondige positiebepaling. Wat is progressief en conservatief, wat is ‘links’ en ‘rechts’ nog of weer ten opzichte van het socialisme dat op de schop ging? Waar sluiten we bij aan, welke globale politieke trends en ontwikkelingen zijn er, wat biedt het post-moderne tijdsgewricht?

Tamás Gáspár Miklós was erbij. TGM was erbij als schrijver-filosoof, activist en zelfs als parlementslid. In zijn klassieke tekst búcsú a baloldaltól (‘afscheid van links’) uit 1989 probeerde hij het politieke landschap te schilderen waarop Hongarije de komende decennia uit de voeten kon. Zoals het een goed psycholoog betaamt, werd hij toen al en nog steeds door zijn patienten beurtelings op de schouders gehezen en van onderen afgezeken (wat hij hier zeggen wil over het nieuwe systeem dat door Orbán cs wordt verwezenlijkt, blijft namelijk zelfs voor het links-kritische NOL-publiek grotendeels in het ongewisse).

Gelukkig lijkt TGM zich in deze tijden van referendum en andere onbestemdheden weer meer te gaan roeren. In een eveneens recent Egyenes Beszéd aflevering over vluchtelingen zegt hij (minstens) twee interessante dingen:

  1. De omstandigheid dat in Hongarije de medemenselijkheid zo weinig voorstelt, dat er vier miljoen mensen zijn – zieken, werklozen en andere economisch zwakkeren, bejaarden, daklozen – die structureel niet door de samenleving geholpen worden en ook niet geholpen zuillen worden, die omstandigheid maakt dat het voor veel Hongaren een psychisch te grote stap is om een (zelfs beperkt) aantal vluchtelingen op te nemen (te helpen, etc).
  2. Het opperen van de mogelijkheid hulp te bieden aan een (zelfs beperkt) aantal vluchtelingen wordt door de tegenstanders van dergelijke hulp gezien wordt als een persoonlijke aanval, alsof zij, de tegenstanders, slechte mensen zouden zijn. Pertinent en massaal weigeren is dus voor het zelfbeeld een betere keuze.

Staat u mij toe hier nog één puntje van mezelf aan toe te voegen en wel over het verkeer in Boedapest. Slimmere mensen hebben gezegd dat het verkeer geen afspiegeling vormt van de samenleving, of liever: dat de verkeerscultuur van een land of een stad een zodanig afgesloten sub-cultuurtje vormt, dat verregaande parallellen met het basismateriaal niet zonder meer getrokken mogen worden, desalniettemin meen ik persoonlijk dat in vergelijking met de Duitse, de Nederlandse, de Beligische of de Italiaanse situatie de Hongaarse straatgevechten van de kant van de ‘slachtoffers’ – bij voordringen, bijvoorbeeld – een al te grote lijdzaamheid tentoonspreiden. Zelden of nooit wordt er opgetreden tegen de ‘bunko’s’. Het merendeel van de weggebruikers lijdt onder de slimmigheidjes van een kleine minderheid – waar kennen we dat van – en doet er weinig aan. In het openbaar zijn Hongaren namelijk, met een mooi Hongaars woord, al te jámbor (coulant, meegaand) ingesteld.

En, volgens mij, niet alleen in het verkeer. Deze mentaliteit heeft in eerste instantie kenmerken van een plattelandsmentaliteit. Het oude respect of liever nog ontzag dat Hongaren hebben voor zwarte audi’s en grote mercedessen, en in groter verband voor Boedapest en wat daar gebeurt, misschien ook nog wel voor het Wenen van vroeger maar in ieder geval voor Brussel van nu, voedt diep onder de oppervlakte de wortels van dit hyper-hypocriete fenomeen. Gek genoeg komt Fidesz namelijk ook van het platteland en is eigenlijk anti-elitair. Vandaar dat ze zo hard bezig zijn zichzelf een houding te geven en tegelijkertijd te breken met de stadse elite. Vandaar de wat spastische oplossingen voor de oude toestanden die nu volgens de Partij doorbroken of omgebogen dienen te worden: de regressieve feestelijkheden rondom de Grondwet, dat gedoe met die paarden op het Hősök tere, het regeringskwartier dat niet door ging, de verhuizing van president en premier naar de burcht met alle toeters en bellen van dien en nog veel meer zaken waarbij Fidesz vooral aan zichzelf duidelijk probeert te maken dat het zwaartepunt wat haar betreft niet meer dáár, niet meer in het oude centrum, niet meer bij die instituten ligt, maar ergens anders.

En noodgedwongen is dat ergens anders vaak een terug: een terug naar af, een terug naar vroeger, een terug naar het platteland, een terug naar de essentie. Zoeken-zoeken-zoeken, dus, als een patient bij de psycholoog.

En terug naar TGM, (hopelijk), die dat prima in de gaten lijkt te hebben. In ATV’s Egyenes Beszéd Ráadás  mag hij bijvoorbeeld komen uitleggen dat Bayer Zsolt – stelt u zich dit eens voor – tot inzicht zou zijn gekomen!

TGM: “Maar dan nog is het opmerkelijk dat Bayer Zsolt vandaag in een interview met Mandiner gezegd heeft: ‘Ze hebben gelijk, die mensen die protesteren tegen mijn optreden [de mensen die hun onderscheidingen hebben teruggegeven, ongersman]'”

Commentator: “Ach dat gaat alleen om het schelden, verder verandert er niets.”

TGM, feller: “Nee, het gaat erom, dat hij gezegd heeft dat het niet kan wat hij doet of gedaan heeft. Dat hij heeft ingezien dat hij verkeerd bezig is geweest!”

Ik kan uren naar hem luisteren. Mensen zoals hij confronteren je met je eigen geloof, je diepe wens om op jezelf te durven vertrouwen, je eigen afwegingen te durven maken. Om het niveau van ‘de splinter in het oog van de ander en de balk in je eigen oog’, dat we zo gewend zijn te hanteren, te overstijgen en in te ruilen voor – op zijn minst – ‘zij die zonder zonden zijn, werpe de eerste steen’.

Stemadvies TGM: “laten we goede mensen zijn” – JA

 

 

Index uit als je overstag gaat

ing_varosligetJa-ja, we komen zo aan voetbal toe. Maar eerst even dit. Kent u Ambrus Attila nog? Oftewel Viszkis? Tussen 1993 en 1999 kraakte deze Roemeens-Hongaarse bankrover ongeveer 30 Boedapester banken en postkantoren, met meer dan 140 miljoen forint tot resultaat.  Tegen het einde van zijn carriere werd hij zowat op de voet gevolgd door de Hongaarse media en het publiek, dat deze vrijbuiter min of meer aan de boezem had gesloten. Toen hij uiteindelijk werd opgepakt was het een beetje alsof Robin Hood zelf gevangen was genomen. Tijdens zijn strafzaak bereikte Ambrus het toppunt van omgekeerd heldendom, toen zijn advocaat als verzachtende omstandigheid aan meende te kunnen dragen, dat Viszkis – door de wapens van veiligheidsbeambten consequent af te pakken – altijd bloedvergieten had weten te voorkomen. De romantisering deed denken aan de Betyárok, de legendarische rovers van de Bakony, die het voortdurend aan de stok hadden met de in Habsburgse dienst opererende Pandoeren (die naam alleen al!).

Een dergelijke ambivalente houding tegenover autoriteit, sluit aan bij een ander opzienbarend volkstrekje van de Hongaren. Ze spelen graag hard-to-get als het gaat om buitenlandse partners. Door de geschiedenis heen heeft het land voornamelijk moeizame verhoudingen gehad. De Turkse periode laten we even buiten beschouwing – te ingewikkeld; wat daarvoor kwam was volgens velen al het begin van alle ellende: de bekering tot het Christendom. Dan, van het Habsburgse Rijk, via de Asmogendheden, naar de Sovjet-Unie en dan weer bij de EU (en eventueel ooit weer terug naar Rusland?): vrijwel altijd stribbelt het land wat tegen. Bijt het in de hand die voedt. Willen ze eerst en vooral erkend worden, om pas daarna wat op tafel te (kunnen) leggen. Vuistregel: wie ons wil hebben, daar zetten we ons tegen af.

Inzake voetbal werkt 444.hu naar het zich laat aanzien volgens het adagium dat de beste wraak, een goed leven is. Maakt even niet uit dat Orbán zich gelauwerd voelt, voetbal is voetbal en belangrijk. Dat is fijn want dat brengt ons dichter bij de essentie: wat is het Hongaarse volk (van plan)?

Bijvoorbeeld met het door 444.hu aangehaalde interview dat Bernd Stock, de Duitse trainer van het Hongaarse elftal, gegeven heeft aan een Duits blad. Het bevat enkele interessante observaties over de mentaliteit van de Hongaren.

– Szkeptikusnak tűnnek a magyarok.
– Futball tekintetében semmiképp sem nevezném bátornak, vagy előremutatónak a közeget. Ezt érezni a játékosokon, akiknek újra és újra a fejükbe kell verni, hogy merj vállalkozni, emeld fel a fejed, nézz az ellenfél szemébe, és légy büszke, hogy ezt a mezt viseled.

– Honnan ez a félelem?
– Talán túl hosszúak az árnyékok. Nézz körül Budapesten: Puskás Ferenc köszön vissza mindenhol. Még sört is neveztek el róla. A sikerek hatalmasak, a hagyományok tiszteletreméltóak, de ez bénítóan is tud hatni.

Sokat beszélnek a kishitűségről. A norvég meccsek előtt például állandóan azt hallgatták, hogy kéne döntetlenre játszani kinn. Aztán az 1-0 után azt, hogy kéne megúszni a hazai meccset. És nagyon unták.


De Hongaren lijken sceptisch.

Het voetbal is niet dapper of vooruitstrevend. Dat zien we ook bij de spelers, tegen wie we voortdurend moeten zeggen: wees moedig, kijk je tegenstander in de ogen, wees trots dat je dit voetbalshirt aan hebt.

Waar komt die angst vandaan?

Misschien zijn de schaduwen te lang. Kijk maar eens rond in Budapest. Puskas Ferenc staat op elke straathoek. Er is zelfs een bier met die naam. De successen zijn enorm, de tradities dienen te worden gerespecteerd, maar dat kan ook verlammen.

Ze praten ook over de kleinachting van de Hongaren. Voor de Noorse wedstrijd hoorden ze regelmatig, dat ze op gelijkspel moesten spelen. En na de 1-0 , hoe ze er zonder kleerscheuren uit zouden kunnen rollen. Dat was erg vervelend.

In het vervolg hiervan pleit 444.hu al voor het benoemen van buitenlanders op verantwoordelijke plaatsen, bijvoorbeeld als hoofd van de Nationale Bank of de Belastingdienst. Serieus bedoeld. Een fenomeen dat in andere landen overigens vaker blijkt voor te komen.

Alweer jaren geleden had ik een (Nederlandse) collega die regelmatig verzuchtte hoe en wat hij het helemaal en allemaal anders zou aanpakken “als hij hier burgemeester zou zijn”. Helaas, … .

De conclusie hangt in de lucht dat Hongaren niet in staat zijn zelf paal en perk te stellen aan hun eigen handelen – zie de creatieve corruptie – of zelf het beste uit zichzelf te halen – zie de voetballers en de burgemeesters.

Het lijken wel twee kanten van dezelfde medaille te zijn: misschien dient het land wel eerst door een enorme crisis te gaan, voordat er een zuiverende, serieuze tegenbeweging op gang zal komen.

Hoe dan ook, het succes van de Hongaren biedt perspectief, voor als de Belgen er onverhoopt uit mochten vliegen.

De vijfde colonne zit in de verzoening

bevrijdingIn het niet gevoerde debat over het politieke bestel in Hongarije balanceren de kans op verzoening aan de ene en de tendens tot polarisering aan de andere kant. Echte verzoening komt niet uit de lucht vallen, zoals iedereen met een partner, kinderen of een tekkel wel weet. Het is een moeizaam, in psychologisch opzicht een hooggewaardeerd en een tikje mysterieus fenomeen, compleet met catharsis en met veranderende zelf- en wereldbeelden tot gevolg. Als het goed gaat, tenminste.

De uitkomst is namelijk ongewis en kan leiden tot het (moeten) loslaten van comfortable overtuigingen en het (moeten) omarmen van archetypische vijanden. Onderweg is juist polarisering geen onbekende reisgenoot. Er dient geluisterd te worden naar elkaar. Oud zeer wordt uitgesproken en dat doet weer pijn, net als chilipeper.

Als Hollywood verzoening wil bewerkstelligen door films over de Holocaust met een Oscar te feteren, dan hebben zij die zich in de beklaagdenbank voelen staan, al snel genoeg daarvan en zullen dergelijke ‘verzoeningspogingen’ als te aggressief afwijzen. Eventueel worden vervolgens door echte leperds de sentimenten bij elkaar geschraapt en tot categorische probleemvisies herkneed. Zo wordt verzoening weer polarisering en dat weten ze in Hollywood natuurlijk ook best wel.

Hongarije steekt gelukkig nog steeds magertjes af bij andere ontwrichte samenlevingen, zoals Rwanda, het Rusland van na de Gulag of de landen van voormalig Joegoslavie. Toch zijn er in de vorige eeuw meerdere malen belangrijke kansen op verzoening blijven liggen. Zo schrijft Andrea Pető, verbonden aan de Central European University als Holocaust-onderzoeker, over de volkstribunalen die direct na WO II in Hongarije werden opgericht. In beginsel kunnen die worden beschouwd als een goedbedoelde poging om de oorlog en de begane misdaden een plaats te geven, de sociale orde te herstellen en, ook, openbare lynchpartijen te voorkomen.

“The People’s Tribunals were [expected to “deal with” the emotion of hate from both sides], to start the process of normalization and to reconstruct social cohesion by determining the meanings of social interactions during World War II. As a part of the post-war normalization they were supposed to transmit moral judgments about emotions and about the acts stemming from them. Their function was also to punish and to serve as a warning to the perpetrators. The legal language of the court served to mediate and express emotions. The court was a highly structured space for communicatioin between criminals, victims, and witnesses.”

Pető stelt vervolgens vast dat het instituut niet heeft kunnen bijdragen tot een voor alle partijen bevredigende verzoening. De redenen hiervoor waren divers.

  • Dergelijke tribunalen moeten aan allerlei expliciete, impliciete en intersubjectieve verwachtingen voldoen – van slachtoffers, daders en getuigen, waarbij de omstandigheden vaak niet open staan voor meer dan de primaire juridische aspecten, de feitelijke (technische) schuldvraag. De andere niveau’s die van belang worden geacht – een pragmatisch niveau waarop deals worden gesloten tussen de deelnemende partijen en een emotioneel niveau waarop de slachtoffers catharsis kunnen bereiken en daders schuld kunnen accepteren, kwamen in Hongarije niet uit de verf.
  • Door de technische ‘individualisering’ van de rechtsgang – dader-verdachten wrongen zich in bochten om hun schuld af te kunnen laten glijden – werd er ruimte geboden aan nieuwe alternatieve ‘narratieven’ van daders en de nabestaanden daarvan.
  • Dit werd nog versterkt door de omstandigheid dat de rechtsprekenden van onbesproken gezag dienden te zijn, i.e. joden die voorheen waren uitgesloten van het ambt kwamen bij uitstek in aanmerking om de tribunalen te leiden.
  • Waarbij ook meespeelde dat op instigatie van de Communistische Partij, die haar positie wilde verstevigen, op belangrijke politici geconcentreerd werd en later zelfs volledig nieuwe aanklachten mogelijk werden die weinig meer te maken hadden met de holocaust en de oorlogsmisdaden.

De tribunalen, die hadden kunnen fungeren als een ritueel voor het omgaan met haat, leidden zo tot de situatie dat de 70.000 aangeklaagden op hun beurt al snel weer zelf martelaren werden en er van een nieuw, gedeeld narratief geen sprake kon zijn.

Een tweede moment van grote betekenis had natuurlijk 1989-1990 kunnen wezen. Net als vele andere voormalige oostbloklanden, bleek ook Hongarije niet van zins deze kans te grijpen om zich van haar verleden te kwijten. Een kwart miljoen mensen heeft als verklikker voor de Partij actief meegewerkt om de onderdrukking onder het Kádár-regime tot stand te brengen. Nog steeds is het vrijwel onmogelijk inzage te krijgen in de archieven (alleen het eigen dossier kan worden ingezien – weggelakte namen – of voor onderzoek – eveneens met bescherming van privacy).

Slechts een enkeling is in al die jaren uit zichzelf met de belastende waarheid naar buiten gekomen en heeft spijt betuigd. De overgrote meerderheid van grote en kleine verklikkers ziet echter van dag tot dag de kans dat zijn of haar buurman of buurvrouw ooit nog eens aan de deur komt om verhaal te halen, langzaam afnemen en is daar content mee, helaas. Recent zijn, ter gelegenheid van de Dag van de Slachtoffers van het Communisme, de gegevens beschikbaar gekomen van wel 500 mensen die betrokken waren bij het neerslaan van de revolutie in 1956.

Verzoening, zo lijkt het, is niet iets waarom je bij de Fidesz hoeft te komen. Fijne autoritaire leiders, dat wel. En vijandsbeelden, natuurlijk. Het wij-zij denken beleeft zijn hoogtijdagen en er is geen uitzicht op verbetering.

Er is een roos ontsprongen …

En de veteranen rollen over elkaar met veel gezucht, deskundige adviezen en meewarige waarschuwingen:

  • wat dapper
  • wat een clown
  • waar zitten de gaatjes in het Fidesz pantser voor deze pijl?
  • maar goed dat ze geen ‘verleden’ heeft
  • maar ze heeft wel een heden – ze werkt voor een stichting met politieke doelen
  • maar dat is ongehoord
  • maar wel logisch
  • laten we haar maar snel weer vergeten
  • dit is het laatste onderwijsproduct dat de Fidesz nog schade toe kan brengen
  • etc

veel van hetzelfde van alle kanten maar dan om net iets anders.

Overeind staat dat dit meisje niet minder is dan een belofte. Iets waarop velen zaten te wachten. Maakt niet uit of ze de nieuwe uitdager van OV wordt. Misschien vinden ze weer iets om het tij te keren. Heeft ze wel hamsters gemarteld of klasgenootjes afgeperst. Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat hier even een vergezicht geboden is, dat ons niet alleen confronteert met haar en wat ze voorstelt maar ook met onszelf en wat we positief – naar omstandigheden – voor kunnen stellen.

Als het stemmetje dat zegt: Waarom ook niet? Het zou best kunnen …

Je hoort wel eens dat Fidesz misschien wel verre van ideaal is maar dat niemand anders in aanmerking komt om het land bij elkaar te houden. Een sterke hand krijgt nog altijd meer gedaan dan slappe hap. Persoonlijk geloof ik dat niet, want ik heb ooit het optimisme gezien – in andere tijden – maar bovenal heb ik de structurele afbraak gezien die Fidesz de afgelopen jaren meende te moeten verzetten.

Het wordt hoog tijd dat er getimmerd gaat worden. Demo’s en burgelijke ongehoorzaamheid, tussentijdse overwinningen in lokale verkiezingen en fijne, mediagenieke meiden zijn allemaal leuk en aardig voor momentum maar een echte vuist tegen de afbraak is vaak ook een hand naar de medemens.

Want Fidesz, die houden we zelf overeind. Met onze angsten, onze aversies, onze rethoriek. Allemaal, samen, tegen elkaar.

Tijd voor vervelling!

KHF-X: Bid voor vadertje terreurstaat!

Sümegi vár1. Een vrouw, een dame van over de 70 jaar vertelt over het verleden. Haar schoonvader – voor, tijdens en na de laatste oorlog – was inventief, succesvol en onverzettelijk. Was altijd al voortvarend bezig geweest en op zijn manier onmisbaar, zelfs min of meer gedoogd door de Partij. Tot de onvermijdelijke breuk op een principekwestie. Vanaf dat moment speelt zijn leven – en dus dat van zoonlief en de rest – zich af in de slagschaduw van de vernietiging (maar dan letterlijk, nietig maken; het woord is eigenlijk verontmogelijking maar dat kennen wij niet op die manier). Dan de decennia van onvervulde lotsbeschikkingen en carrieres waar de volgende generatie niet aan kan ontkomen, laat staan aan voldoen. Buiten kijf dat de derde generatie opgroeit met een miniem intern moreel kompas en – de omstandigheden in aanmerking genomen – een gezonder gevoel voor eigenbelang. Echter: die twee dingen samen pakken nooit goed uit.

2. Weet u nog hoe het eraan toe ging ten tijde van de wegwerkzaamheden aan de M7, alweer enige jaren geleden? Die verbreding naar drie rijstroken? Je mocht hoogstens 60 km per uur op een stuk van wel zo’n 40 km lang. Dat zie je in Duitsland alleen als er werkelijk nog maar een rijstrook over is van minder dan 136,523 cm, of als er een brug is ingestort en je door de bedding moet waar beschermde vissen wonen. Zestig kilometer per uur! Wie toen op de M7 die snelheid aanhield werd al snel aartsvijand van de medeweggebruikers en kon bier of langos (afhankelijk van welke richting) op zijn achterraam tegemoetzien; wie de snelheid echter niet aanhield, kon een boete krijgen.

3. Zoals de Amerikanen eigenlijk Old Shatterhand in het Witte Huis zouden willen zien en de Russen naar vadertje tsaar blijven verlangen, zoeken Hongaren evengoed naar een geschikt kielzog. Het momentum is ongunstig: van groot naar klein (Trianon), en nog kleiner (WOII), naar grenzenloos (EU). Als de flux naar binnen – multinationals en vluchtelingen – de baten de andere kant op begint te overstemmen, dan gaan andere deuren weer op slot. Angst is een slechte raadgever, je angst inleveren bij politici is ronduit katastrofaal.

Jarenlang heeft Fidesz gezegd dat het systeem vergiftigd was. Met wortel en tak dienden de overgebleven functionarissen uit het oude regime – met hun gedachtengoed – te worden uitgeroeid. Een tijdlang kon dit streven nationaal en internationaal worden geaccepteerd en zelfs aangemoedigd, als een rigoreuze, pijnlijke maar begrijpelijke actie. Maar met het badwater vlogen en vliegen steeds meer kinderen  het raam uit.

“Ik zal je aangeven” gold vroeger als een enorm dreigement. Maakte niet uit bij wie of waarvoor, een onderzoek leverde altijd wel wat op. Iedereen had vuile was. De koning van de vuile was schijnt Sándor Pintér te zijn. Als politiecommissaris onder het regime heeft volgens de geruchten niemand zoveel (belastende) informatie verzameld over iedereen die telt in Hongarije. Vandaar dat deze innemelijk figuur op de achtergrond zonder morren telkens de relevante ministerspost van Binnenlandse Zaken krijgt, als Fidesz aan de beurt is.

Dat de ‘echte’ Fidesz Boys daar niet erg blij mee zijn, zal aanleiding zijn geweest tot het oprichten van de TEK, de nationale anti terrorisme dienst en lijfwacht-achtige organisatie. Een hele serieuze dienst onder directe beschikking van Orbán (in ieder geval niet van de Minister van Binnenlandse Zaken).

“Het volk heeft gesproken: 70% wil strenger optreden tegen de vluchtelingen” werd de geloofsbrief van de troeteldienst. Inmiddels concurreert de TEK aardig met de normale veiligheidsdiensten. Nieuwe taken – observeren, beschermen, controleren, intervenieren – komen niet zelden bij hen terecht. De éénpartijstaat domineert de controlemechanismes – inspecties, opsporingsdiensten, belastingdienst, vergunningverlening, rechtsspraak – en de TEK ziet erop toe dat het goed gaat.

Als je in Hongarije iets wilt betekenen, dan ga je bij de Fidesz (linksom of rechtsom). Wil je dat niet, dan vertrek je naar het buitenland. Zij die overblijven, kunnen bidden wat ze willen.

 

Komt het ooit nog recht?

Hongaarse Kroon van St IstvánIk weet het. Vergiffenis. Ik heb me laten gaan, de vorige keer. Mopperen over een land waar mopperen één van de grootste volksziektes en één van de belangrijkste oorzaken is van alle kwaad. Het zou verboden moeten worden!

Terug naar de wortels, dan maar weer.

Dat een republiek bij een kroon zweert is nog tot daar aan toe maar dat vreselijke scheve kruisje, al meer dan driehonderd jaar! In elk címer, blazoen en staatswapen, elke dag:

  • voor de zieken en hun dokters: scheef
  • voor de ambtenaren en hun schaapjes: scheef
  • voor de boeven en hun bewakers: scheef
  • voor alle kindertjes en hun pedagogen: scheef
  • voor altijd en iedereen: scheef.

De Hongaar groeit op in de slagschaduw van fragiliteit. Wie werpt zich nou eens tegen dat kruis op, om het te stutten, het recht te buigen? Laat het dan afbreken als het echt niet anders kan maar doe iets! Dat scheve, daar zakt toch je broek een keer van af?

(Inderdaad, er zijn ergere dingen. Zoals het volkslied van Oekraïne: Ще не вмерла України – “Oekraïne is nog niet dood”. Ook al zo’n successtory, natuurlijk.)

Wist u het eigenlijk al? De Hongaarse regering weet namelijk dat al dat getraineer in de samenleving door de burgers zelf komt. Daarom is het nieuwe kormányablak (‘staatsraam’ – in het Nederlands zou het ‘burgerloket’ zijn maar de Hongaren zijn nog wat autocentrisch) bij uitstek de plek om even uit te blazen en te ontspannen. Wat zijn we koddig, he?

(Met dank aan Index.hu)

 

KHF 3: Liever een mercedes voor de deur, dan …

PeperAlweer twee maanden geleden had Ekke Overbeek in dagblad Trouw voor onze ‘wat-is-er-mis-discussie’ een interessant punt te pakken. De aanleiding voor zijn artikel was de huidige gemoedstoestand in Polen (en andere Oost-Europese landen) als het gaat om Europees denken en opereren in een gezamenlijke politieke en humanitaire context, in concreto in deze tijden van vluchtelingenproblematiek.

De vluchtelingenquota van Juncker kwamen er bij de Polen, Slowaken en Hongaren niet in. Het westelijk deel van de Unie reageerde bevreemd en verongelijkt om de Visegrád-landen vervolgens gebrek aan solidariteit te verwijten. Dwang hing in de lucht waarop de poot nog stijver kwam te staan. Terloops kondigde Overbeek ook de overwinning van de typische stijve poten-partij PiS al aan, die inderdaad in oktober – onder aanvoering van het tactische duo Kaczyński / Szydłó – een absolute meerderheid behaalde in het Poolse parlement (het stuk is hier nog integraal te lezen).

Om eindelijk bij de echt spannende kern van zijn betoog aan te komen: het rondje dat Overbeek zich permiteert langs de ‘dug-outs’ van de Poolse velden, de politiek-culturele bastions van enige ‘zuilen’ van maatschappelijk Polen. Visitekaartjes van een oud-solidarnosc activist, van een schrijver van een alternatief historisch scenario, van een historisch revisonist die geschiedpolitiek bedrijft en van een linkse socioloog.  De clou: ze zijn volgens Overbeek opvallend eensgezind in hun oordeel:

Door de grote onderlinge verschillen – oud, jong, links, rechts – vallen de overeenkomsten des te meer op. Alle vier auteurs ondermijnen mythes over Polen als een fundamenteel nobel en onbaatzuchtig volk. We waren naïef of zelfs dom en daar deden buitenlanders en vreemde mogendheden hun voordeel mee. Realiteitszin is geboden (…).

Over de hele linie lijkt een reveille aan de gang, met terugwerkende kracht zet men vraagtekens bij gebeurtenissen en niet in de laatste plaats ook bij de narratieven die daaruit voortsproten, één en ander teneinde beter beslagen ten ijs te komen. Dit valt wat rauw op het westerse dak, wellicht. Waarom zijn ze niet gewoon tevreden en doen ze lekker mee, daar?

Overbeek:

Oost blijft moeilijk te begrijpen voor West. De lange tenen, de korte lontjes. Het heeft te maken met een ambigu zelfbeeld, het onbehagelijke gevoel een goedkope afdruk te zijn van een westers origineel, het gedeukte ego van de gastarbeider en de onderaannemer, een identiteit die zit als een pak uit een tweedehandswinkel.

(…)

De welvaartsgroei is nog te klein om je gelijkwaardig te voelen, maar groot genoeg om ambities en frustratie te voeden. De anti-liberale revolutie van Orbán en Kaczynski is daar een antwoord op. Als wij geen erkenning krijgen, dan eisen wij haar luidkeels. Helpt dat niet, dan geven wij onszelf die erkenning. Op zo’n moment slaat een minderwaardigheidscomplex om in zijn tegendeel: Europa is ziek! Wij zijn gezond!

Zie hier een redelijk verfijnde poging om de halstarrige democratieen van Polen en (bij verstek ook) Hongarije enigszins te verklaren.

En toch is het het nog net niet.

Dat minderwaardigheidscomplex zit me dwars. Het is iets te makkelijk. Het doet denken aan onze eigen beeldenstormers en hoe die werden weggedrukt door regentesk Nederland. Ik bedoel nu met name Pim Fortuyn en, vooruit, Hans Janmaat van de Centrumpartij / CD misschien ook nog wel. Toendertijd uitermate discutabel ontvangen en doodgezwegen door het verlichte deel van Nederland, nu hier en daar al onderwerp van melancholische devotie geworden en geroemd om hun avantgardistische directheid: ‘ze wilden onverbloemd kunnen zeggen waar het (volgens hen) op stond’.

In taal die de samenleving van toen niet aankon, dacht men bij de media en in politiek Den Haag.

Natuurlijk willen mensen in Hongarije graag een mercedes voor de deur om af te kunnen rekenen met dat oostblok aan hun been. Maar dat links in Polen volledig – en in Hongarije bijna – is weggevaagd, is wellicht een signaal voor iets anders.

Oost Europa heeft nauwelijks een ‘klik’ met westerse idealen. Tenminste, niet in de landelijke politiek. Ten dele omdat idealen ‘hol’ zijn (de socialistische erfenis) en verder omdat we in een ‘boter-bij-de-vis’ tijd leven. Ongegeneerd idealen vertolken komt je als politikus of bestuurder nu eenmaal duur te staan in deze tijd van reaguurders en absurde extremen. Dat kan oneerbiedig overkomen, zeker, maar opportunisme en machiavelliaanse machtsspelletjes leer je al in de zandbak. Aan de andere kant: als je nooit geleerd hebt dat vreemdelingenhaat eigenlijk niet kan, dan heb je dat nooit geleerd.

Wordt (dus) vervolgd …

 

 

Klein Hongarije Feuilleton (KHF): 1 – verkenningen

TelefoonEr is iets mis met Hongarije. Wat dat zou kunnen zijn, dat is het onderwerp van dit Klein Hongarije Feuilleton.

Zoals aangekondigd wil dit blog dergelijke zaken structureel onder de aandacht brengen. In deze eerste aflevering zal een beginnetje worden gemaakt, waarbij feiten, meningen, propaganda en onderbuikgevoelens nog even vrolijk over elkaar buitelen. Associeert u mee?

Feiten: om bij de symptomen van de zieke te beginnen, eerst maar eens op zoek naar de dingen die niet kloppen of die niet meer kloppen. Of nooit geklopt hebben. Of niet kloppen volgens de ene kant, maar wel volgens de andere … – U voelt het , het verzamelen van feiten vereist een speciale benadering.

Verder terug, dan maar? Misschien dat een rondje Zoek de verschillen op zijn plaats is. Op zoek naar meer of minder fundamentele overeenkomsten en verschillen: bijvoorbeeld “noord en zuid” of “oost en west”. Of hoe dacht u dat de Hongaren – als de Fin-Oegrisch eend die ze nu eenmaal zijn – zich dienen te voelen in die onmetelijke Slavisch vissoep waarin ze roeien moeten? Verschillen, dus. Leve de dichotomieën waarmee we later meteen de arena kunnen stofferen voor de finale.

Als vanzelf struikelen we verder achteruit het favoriete onderwerp van de Hongaar binnen: kom niet tussen hem en zijn verleden. Ooit groot, later klein en daar nooit meer overheen kunnen komen. Dat lijkt wel het adagium van het beestje. Gedoogd worden door Habsburg, door Hitler en door die andere Partij maar je nooit echt tegen hen kunnen afzetten. Gestraft worden voor wat je niet gedaan hebt en beloond voor wat je niet mocht. Verzoening? Met wie dan? Waarom? ‘Wacht maar tot ik weer bovenkom!’ Dat was gedurende die lange eeuw zo’n beetje het leitmotif. Meer dan genoeg materiaal voor een paar flinke knauwen in de bedrading.

Komen we dan bij het zelfbeeld van de Hongaar. Zoals ze jongleren met trots èn schroom tegelijk is voor veel buitenlanders niet licht te behapstukken. Vrijwel allemaal noemen en verwerpen ze de typische Hongaarse instelling uit het overbekende gezegde: ‘laat dan de koe van de buurman ook maar creperen!’ Maar wat betekent het dat iedereen dat doet? Verder, dieper, donkerder: de krochten in.

Om tussendoor af en toe ook wat luchtiger zaken te kunnen behandelen. Wat dacht u van de oorlog tussen automobilisten en fietsers, tegen de achtergrond van sowieso ontoereikende infrastructuur? De bloei van samenzweringstheorien? De nieuwe Russische connectie? De diverse opvattingen over de waarheid en het staatsapparaat (en of die twee echt hetzelfde zouden zijn)?

Aldus, zo’n beetje. Voorlopig. Associeren lukt dus wel, nu nog de bovenstaande dikgedrukte thema’s langzaamaan in vadsige posts vastklinken.

Reacties worden zoals altijd op prijs gesteld en het behoort zeker ook tot de mogelijkheden bij belangstelling een forum te openen over deze zaken.